inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hester IJsseling


Hester IJsseling
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Onderwijsdroom en realiteit: ‘Op mijn manier zet ik kleine stapjes’ hetkind.org/?p=55589

Ongeveer een minuut geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Laat de school een oefenplaats zijn voor volwassenheid’

21 juli 2015

Hester IJsseling

Het doet Hester IJsseling, leraar en middenbouwcoach, deugd dat de Onderwijsraad uitdrukkelijk aandacht vraagt voor socialisatie en subjectivering. Toch heeft zij ook een zorg. Want het domein willen koloniseren met allerhande quasi-objectieve meetinstrumenten, waartoe alles moet worden gereduceerd tot kwantificeerbare eenheden, en onderworpen aan bewezen effectieve interventieprogramma’s en gestandaardiseerde toezichtkaders – die onstuitbare zucht om alles controleerbaar en berekenbaar te maken – getuigt van een fundamenteel onbegrip van het domein van subjectivering en zal onafzienbare schade toebrengen aan de toch al zo door toetszucht geplaagde jonge mensen die we op school proberen te helpen iemand te worden die zich kan verbinden met de wereld.

ijsseling1De Onderwijsraad stelt zich de vraag: Hoe kunnen we onderwijskwaliteit in bredere zin zichtbaar maken?

Het verheugt me zeer dat de Onderwijsraad zijn zorg heeft geuit over de disproportionele nadruk die in onderwijsbeleid wordt gelegd op de cognitieve kant. De raad schreef hierover ‘Een smalle kijk op onderwijskwaliteit‘.

Het doet me dan ook deugd dat de Onderwijsraad – geïnspireerd door Gert Biesta? – naast zorg voor kwalificatie uitdrukkelijk aandacht vraagt voor socialisatie en subjectivering.

Je kunt je overigens afvragen of het juist is om te zeggen dat er weinig aandacht is voor socialisatie. De overheid heeft zich daar al in hoge mate mee bezig gehouden door zich op allerlei fronten te bemoeien met de manier waarop scholen aan socialisering zouden moeten werken. Denk bijvoorbeeld aan de lijst met goedgekeurde “evidence based” pestprogramma’s die het ministerie heeft uitgevaardigd. Buiten het funderend onderwijs zien we ook bij de aanpak van inburgering en integratie een zeer bepaalde, objectivistische benadering van socialisatie. Het is zeer de vraag of dat de meest wenselijke manier is om aandacht te besteden aan het domein van socialisatie. De aanpak van de overheid verraadt al bij voorbaat een zeer specifieke opvatting van ‘aandacht’, en een vooringenomenheid ten aanzien van de manier waarop aandacht zou moeten worden besteed aan dit aspect van onderwijs.

Nu ook het domein van de subjectivering of persoonsvorming bij de overheid in het vizier komt, kan ik dat niet enkel maar verheugend vinden. Aandacht, ja, maar hoe willen we dat vorm geven, die aandacht? En willen we de aandacht van de overheid, of moet het liever de aandacht van de leraren zijn?

Hoewel ik onderschrijf dat er meer aandacht moet worden besteed aan de domeinen van de socialisatie en de subjectivering, zou ik daarom toch, voordat we op zoek gaan naar antwoorden op de vraag die de raad stelt, willen stilstaan bij de vraag zelf zoals die gesteld wordt. Is dat wel de vraag die we zouden moeten stellen? Is het wenselijk voor het onderwijs, dat de vraag gesteld wordt in deze bewoordingen?

Wat staat er precies in de beschrijving van het lopende adviestraject van de Onderwijsraad? Ik citeer:

“Hoe kan onderwijskwaliteit in bredere zin zichtbaar worden gemaakt?”
“Om zicht te krijgen op de onderwijskwaliteit worden op leerlingniveau, schoolniveau en landelijk niveau onderwijsopbrengsten en -inspanningen in kaart gebracht.”
“Bredere onderwijsopbrengsten blijven […] onderbelicht. Dit maakt dat scholen hier beperkt zicht op hebben en het lastiger is om doelgericht aan kwaliteit in bredere zin te werken.”
“Vanuit de overheid en de onderwijspraktijk wordt het dan ook steeds belangrijker gevonden om de aandacht voor, en de zichtbaarheid van, onderwijskwaliteit in bredere zin te vergroten.”
“In zijn advies Een smalle kijk op onderwijskwaliteit (2013) signaleert de Onderwijsraad ook dat er meer waardering zou moeten komen voor niet-cognitieve capaciteiten en dat de brede kwaliteit van het onderwijs beter inzichtelijk gemaakt zou moeten worden.”

Impliciet wordt met deze bewoordingen verondersteld dat je, om aandacht te geven aan iets, datgene in kaart moet brengen, dat je er zicht op moet krijgen, dat je het moet belichten, dat je het inzichtelijk moet maken, en dat je er doelgericht aan moet werken. Dat hoeft nu niet direct allemaal zo zorgwekkend te zijn, en leraren en schoolleiders kunnen die woorden best interpreteren op een manier die recht doet aan de zaak, maar we kennen de zeer bepaalde denktrant van de overheid zo langzamerhand. En de vraagstelling getuigt ervan dat niet alleen de leraren en schoolleiders er aandacht voor zouden moeten hebben, maar met name ook de overheid.

Mijn grote zorg is daarom, dat de overheid, net zoals met het domein van de socialisatie is gebeurd, nu ook het domein van de subjectivering zal gaan proberen te onderwerpen aan een quasi wetenschappelijke benadering. Dit zou uitermate onwenselijk zijn en getuigen van een fundamenteel onbegrip van wat op dit domein nodig en wenselijk is.

Subjectivering is een domein waaraan enkel en alleen recht gedaan kan worden in een onderwijswereld waar ruimte wordt vrijgehouden voor het risico, het prachtige risico van onderwijs.

Dit domein te willen koloniseren met allerhande quasi-objectieve meetinstrumenten, waartoe alles wat daar gebeurt moet worden gereduceerd tot kwantificeerbare eenheden, en onderworpen aan bewezen effectieve interventieprogramma’s en gestandaardiseerde toezichtkaders – die onstuitbare zucht om alles controleerbaar en berekenbaar te maken – dit alles getuigt van een fundamenteel onbegrip van het domein van subjectivering en zal onafzienbare schade toebrengen aan de toch al zo door toetszucht geplaagde jonge mensen die we op school proberen te helpen iemand te worden die zich kan verbinden met de wereld.

De overheid vraagt de Onderwijsraad om advies wat ze moet doen, om naast kwalificatie ook aandacht te geven aan socialisatie en subjectivering. Ik zou willen zeggen: de overheid moet niet altijd zo nodig iets willen dóen. Hier moet je eerst en vooral iets láten. Ruimte laten. Ga minder op die kwalificering zitten, niet door méér te gaan inzoomen op socialisatie en subjectivering, maar door überhaupt minder bovenop het onderwijs te zitten en niet zo nodig alles steeds maar te willen controleren, in het licht rukken en in kaart brengen. Laat leraren met hun schoolleiders onderwijs geven en vormgeven. Geef hen de ruimte opdat zij ruimte kunnen geven aan de kinderen. Want dat is wat er nodig is voor socialisatie en subjectivering: ruimte om te oefenen.

Laat de school een oefenplaats zijn voor volwassenheid.