inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martine Huurman


Martine Huurman
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
‘Als ik nog beter mijn best doe word ik écht groot. Dan kan ik misschien ook rekenen en lezen’

26 juli 2015

Martine Huurman

‘Ik heb wel vaak geluk, want ik mag altijd met de nieuwe juf mee. Dan gaan we spelletjes doen en extra lezen. En we gaan oefenen met rekenen. Maar soms snapt de juf het ook niet zo goed en dan help ik haar. Zij moet het natuurlijk nog leren.’ Martine Huurman kroop in het hoofd van Daan, een jongen die ze begeleidde op school. Op het moment dat zij instapte, was de jongen op weg om een depressie te ontwikkelen. Lees mee in zijn wereld. ‘De juf zegt dan dat ik niet verdrietig hoef te zijn. Maar ik ben niet verdrietig, ik ben boos.’

3da0f55df65163b6a07eba3100564b02Mijn moeder zegt iedere dag dat ze trots op me is. Ik weet precies wanneer ze het zegt. Want altijd, als ik mijn jas aan heb, loopt ze met me mee door de gang. Nét voordat ik naar buiten ga geeft ze me mijn tas en zegt ze: ‘Je weet ‘t hè, ik ben ont-zet-tend trots op je, echt waar.’ Soms hoor ik het niet eens, is dat erg?

Ik moet ongeveer tien minuten fietsen naar school. Eerst fietste mijn moeder met me mee. Dan vroeg ze of ze mee moest lopen naar de klas. Dat vond ik in het begin wel fijn. Ja. In het begin wel.

Toen was de school nog vreemd voor me. Er gingen een heleboel dingen anders dan op mijn oude school. Dat was wennen. Ik vond het best spannend in het begin. Bijna eng. Ik ben weleens misselijk geweest als ik naar school ging. Ik weet eigenlijk niet waarom. Maar dat is nu wel weg hoor.

De juf is best aardig. Ik ken haar goed. Zij mij ook. Denk ik.

Ze lacht wel eens naar me. Waarom weet ik niet, maar ik vind het wel fijn. Ze kan heel streng zijn. Maar dat is nodig, want dat zegt mijn moeder.

Weet je wat ik het leukste vind? Als er weer zo’n nieuwe juf komt. Een juf die juf wil worden. Daar hoeven we geen juffrouw tegen te zeggen. Die noemen we gewoon zoals ze heet. We doen meestal leuke dingen met haar zoals knutselen en lezen. We moeten ook naar haar luisteren. Want dat zegt mijn echte juf.

Ik heb wel vaak geluk want ik mag altijd met de nieuwe juf mee. Dan gaan we spelletjes doen en extra lezen. En we gaan oefenen met rekenen. Maar soms snapt de juf het ook niet zo goed en dan help ik haar. Zij moet het natuurlijk nog leren.

Lezen en rekenen vind ik heel moeilijk. En stom. Ik doe liever spelletjes. Het liefst alleen. Met de computer. Want dan krijg ik geen ruzie. Mijn moeder zegt dat ik niet zo goed met andere kinderen kan spelen. Die zijn wel eens bang voor me. Maar dat slaat nergens op. Ik doe helemaal niets.

Soms moet ik van de juf wel met een ander kind spelen. Daar zijn speciale spelletjes voor. Met regels en zo. En als ik het dan goed doe, dan mag ik extra lang op de computer. Alleen weet ik niet wanneer ik het goed doe… Daarom vraag ik het aan de juf. Meestal zegt ze dat het wel goed is gegaan.

Als ik niet met de computer kan dan vind ik dat niet leuk. En niet eerlijk. Want ik kan heel goed op de computer, beter dan de andere kinderen. Mijn moeder zegt ook dat ik het heel goed kan. Ze zegt ook dat elk kind iets speciaals kan. Ik vind eigenlijk dat de kinderen in mijn klas wel heel veel speciale dingen kunnen. Daarom mogen ze elke keer naar de volgende groep. Met een andere juf. Dat wil ik ook graag. Maar dat kan nog niet denk ik.

Ik ben wel de grootste van de klas. En de sterkste. Maar dat weet niet iedereen. Soms denken nieuwe kinderen dat ik in een andere groep zit. Misschien omdat ik al een grote fiets heb. Soms spelen we met de andere groepen op het plein. Dan wil ik meedoen met hun. Maar dat willen ze niet, ze noemen me kleintje. Dan word ik boos. Want ik ben net zo groot als hun.

De juf zegt dan dat ik niet verdrietig hoef te zijn. Maar ik ben niet verdrietig, ik ben boos. Want soms denk ik wel eens dat ik nooit groot zal worden. In mijn eigen klas ben ik altijd de grootste. Maar op het plein voel ik me steeds kleiner.

Als ik nou nog beter mijn best doe wordt ik écht groot. Dan kan ik misschien ook rekenen en lezen. Want mama zegt dat ik pas naar de volgende groep kan als ik alle letters weet. Dat heeft de juf haar verteld. Ik ken er best veel, alleen vergeet ik ze ook weer.

Op de computer kan ik wel lezen hoor, maar dat weet de juf niet, want dat is in het Engels. Dat kan ze denk ik toch niet verstaan, dus vertel ik het haar niet.

Misschien vertel ik het vanavond aan mama. Want die is heel trots op me!

Drs. Martine Huurman is leerkracht geweest, locatiedirecteur, intern begeleider en behandelcoördinator in het speciaal onderwijs voor kinderen met (ernstige) gedragsproblemen. Ze werkt nu vanuit haar eigen organisatie Streep.