inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Gérard Zeegers


Gérard Zeegers
Bekijk mijn profiel

Expertisecentrum EGO


EGO
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Echt niet alles is oké in de klas van juf Kiet. --> opinie van @teadoek in Parool #tegengeluid parool.nl/opinie/-echt-n…

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Spelen helpt kind aan veerkracht en vindingrijkheid, ook in barre tijden

8 augustus 2015

Gérard Zeegers

Geplaatst in:

Gérard Zeegers schreef een verhaal  waarin hij stilstaat bij de waarde en betekenis van het spel voor een opgroeiend kind en de implicaties voor ouders, hulpverleners en leerkrachten. Deels geïnspireerd op het boek “De gans eet het brood van de eenden op” van Anne-Ruth Wertheim, die met haar moeder opgroeide in een Jappenkamp. ‘Veel kinderen blijken te beschikken over voldoende veerkracht om de doorstane crises het hoofd te bieden en het leven weer op te pakken, of zelfs ‘gewoon’ voort te zetten.’

“In het kamp speelden we ‘s avonds laat vaak ganzenbord. We hadden alleen het licht van dat ene lampenpeertje boven in de zaal. We legden het ganzenbord op een koffer en gingen er omheen zitten op onze hurken. Het ganzenbord had mijn moeder voor ons gemaakt van het karton van een oude doos. Het was het eeuwenoude spel met de ganzen, de dobbelstenen, de waterput, de gevangenis en de Dood, maar dan zoals het er allemaal uitzag in het Jappenkamp.”

In haar boek “De gans eet het brood van de eenden op” neemt Anne-Ruth Wertheim kinderen en volwassenen mee langs ingrijpende gebeurtenissen uit haar kinderleven. Ze doet dat als de volwassene van nu, die af en toe weer het kind wordt van toen. In een sobere stijl omschrijft ze de vindingrijkheid en veerkracht van kinderen en volwassenen die pogingen doen een oorlog te overleven. Wertheims moeder deed in het Jappenkamp intuïtief de juiste dingen en loodste haar gezin zo door een crisis.

Wat hebben kinderen nodig?

De geschiedenis leert ons dat kinderen, wereldwijd, voortdurend ongewild betrokken raken bij oorlog, geweld en misbruik. Dat duizenden kinderen daardoor getraumatiseerd en beschadigd worden, staat niet ter discussie. Wél de aanname dat zij per definitie verder leven als slachtoffer. Veel kinderen blijken namelijk te beschikken over voldoende veerkracht om de doorstane crises het hoofd te bieden en het leven weer op te pakken, of zelfs ‘gewoon’ voort te zetten. Zij doen dat onder andere door te spelen. In hun spel spelen zij de realiteit na en zo geven zij nare ervaringen een plek.

Sinds de Tweede Wereldoorlog is er veel onderzoek verricht naar de gevolgen van oorlogstrauma’s. Aanvankelijk werd dat onderzoek vooral gestuurd vanuit de hypothese dat trauma’s een destructief effect hebben op de ontwikkeling en basisveiligheid van kinderen. Lange tijd werd voetstoots aangenomen dat oorlogstrauma’s als vanzelf van de ene op de andere generatie overgedragen werden. Inmiddels weten we dat dat niet zonder meer het geval is. Het kan ook anders. Na de zoektochten naar de blijvende pijn, richt actueel onderzoek zich steeds vaker op de veerkracht van kinderen en mensen.

Richtinggevende vraag daarbij is: ”Wat hebben kinderen, overal ter wereld, nodig?”

Onderzoek in Israël (Yzendoorn 2003) heeft uitgewezen dat het merendeel van de slachtoffers van de Holocaust wel degelijk een veilige gehechtheid aan hun kinderen overdroeg. Veel ouders met een traumatische voorgeschiedenis blijken uitstekend in staat te zijn om veilig gehechte kinderen groot te brengen. Ouders die in staat zijn om te reflecteren en dus een verhaal hebben bij hun traumatische ervaringen, kunnen en willen verder met hun leven. Zij beschikken over voldoende veerkracht en hebben het vermogen om te herstellen van de ramp die hen overkwam. Bij hen mobiliseert het beleefde trauma de aanwezige veerkracht maximaal. En het is die veerkracht die ogenschijnlijk trieste slachtoffers helpt om onmenselijke omstandigheden te overleven.

Winnicott (1960) beschreef hoe kinderen in staat zijn om zich zelf te troosten in barre tijden. Als kinderen zich in hun fantasie terug kunnen trekken, nemen zij waardevolle speelruimte in. In hun zelf gecreëerde ‘field of repair’ boren zij vrijuit verbeelding, humor en creativiteit aan. De verhalen, liedjes en spelletjes die zij vervolgens uitspelen, helpen hen de realiteit te verwerken. Deze speelruimte is uiteraard ook de plaats voor ‘vals’ spel. Het zogenaamde ‘field of control’ is functioneel en hard nodig om de gevoelde machteloosheid kwijt te kunnen. En de volwassene? Die hoeft alleen maar aan te sluiten en kinderen letterlijk speelruimte te geven.

Wat betekent dit voor leerkrachten?

Het is heel eenvoudig. De leerkracht dient er met zijn volledige aandacht te zijn voor het kind; hij kijkt, wacht, kijkt… en probeert zich te richten op het enig juiste vervolg. Dat luistert nauw. En daarom is de volledige aandacht cruciaal! Het enige wat telt, zijn de kansen die ontstaan om kinderen toe te rusten voor het leven!

“Het was een mooi huis waarin ik woonde met mijn vader en mijn moeder, mijn zusje en mijn broertje. Ons huis stond aan een eendenvijver. Daar woonden een heleboel kinderen met wie we na schooltijd speelden. Soms gingen we de eenden brood voeren en dan was er altijd een grote gans die al het brood voor de neus van de eenden wilde wegkapen. Dan begonnen wij heel hard te schreeuwen om hem weg te jagen.”

Het leven is mooi
Zoals moeder Wertheim er onvoorwaardelijk was voor haar kinderen in het Jappenkamp, was vader Guido Orefice er in de (waargebeurde) film ‘La vita è bella’ voor zijn kind. Vader Guido tracht zijn vijfjarig zoontje Giosué tijdens hun gevangenschap in een Duits concentratiekamp tijdens de Tweede Wereldoorlog te beschermen door de verschrikkelijke waarheid achter te houden. Om zijn kind het vooruitzicht van een zekere dood te besparen, stelt hij de reis voor als een spel, waarin je prijzen kunt winnen. De man gelooft er heilig in dat hij de geestelijke gezondheid van zijn zoontje kan redden en gaat vastbesloten door met toneelspelen, zelfs wanneer ze in het kamp zijn aangekomen en keihard moeten werken.

Hij doet alsof het kamp eigenlijk het decor van een moeilijk spel is, waarin de gevangenen spelers zijn die meedoen voor een hoofdprijs. Als Giosué zich goed aan alle regels houdt, zal hij punten krijgen. Als hij 1000 punten heeft zal hij winnaar worden van het spel en een echte tank winnen. Daarbij stelt Guido alles in het werk om de schijn op te houden en het verblijf in het kamp zo aangenaam mogelijk te maken. Zo vertelt hij Giosué dat de kampbewaarders gemeen zijn, omdat ze de tank voor zichzelf willen houden, en dat alle kinderen zich verscholen houden om het spel te winnen. Guido houdt daarbij vol dat Giosué op koers ligt om het spel te winnen.

De film eindigt met de nachtelijke chaos rondom de bevrijding van het kamp door de Amerikanen. Guido beveelt Giosué om zich te verstoppen totdat iedereen is vertrokken en vertelt dat dit de laatste test is om de tank te bemachtigen. Guido gaat intussen op zoek naar zijn vrouw Dora, maar wordt daarbij ontdekt en door de Duitsers doodgeschoten. Giosué is, niet beseffende wat zich de nacht ervoor heeft afgespeeld, door het dolle heen als de volgende ochtend een tank van de Amerikanen het kamp binnenrijdt en is er van overtuigd dat hij die gewonnen heeft. Zittend bovenop de tank ziet hij zijn moeder weer en wordt hij met haar verenigd.

“Er waren veel ziekten en er ging ook bijna elke dag wel iemand dood. Dan hoorde je een soort bamboegong die alsmaar sloeg. Een rotgeluid was dat, vooral als je diegene kende. Maar op het laatst lette je er niet meer op. We hadden het te druk met spelen. Er waren verschillende groepen kinderen waar je bij kon horen of juist niet. We verzonnen elke dag nieuwe dingen om te spelen. Tussen de barakken kon je je verstoppen en je kon er omheen rennen. En de paden ertussen waren van een soort aarde. Daar kon je lijnen in trekken om te hinkelen.”

Saamhorigheid redt Palestijnse kinderen
Waar we de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog nog in retrospectief bekeken, worden hedendaagse crises al ter plekke bestudeerd. In de Palestijnse vluchtelingenkampen spelen kinderen vol vuur ‘de Israëliërs’ tegen ‘de Palestijnen’. Ze spelen het dagelijks leven na en zetten het naar hun hand. De rol van Israëlische bezetter is gewild, want macht hebben voelt prettig als je de macht in het dagelijks leven mist. De kinderen spelen overigens net zo graag zichzelf, de underdog, want in het spel kunnen ze heldhaftiger zijn dan in de realiteit. Er ontstaat meestal een spel van uitlokken, schreeuwen, vechten en schieten.

“Een belangrijk spel”, zegt Eyad Sarraj, psychiater, onderzoeker en oprichter van het Community Mental Health Program, een groot centrum voor geestelijke volksgezondheid in de Gaza-strook. “Door te spelen, op straat en in hulpverleningsprogramma’s, herleven kinderen de trauma’s die ze oplopen in het leven in de bezette gebieden. Zij krijgen al spelend meer inzicht in zichzelf. Veel kinderen worden daar psychisch sterker van, en, in tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, minder gewelddadig!”

“Mijn moeder kon niet alleen mooi tekenen, ze wilde ook dat wij het leerden. Ze wilde dat mijn zusje, mijn broertje en ik alles tekenden wat we zagen in het kamp. De mensen buiten het kamp moesten weten wat er hier met ons gebeurde. Anders zouden die mensen die later leefden steeds opnieuw dezelfde fouten maken en laten gebeuren dat mensen elkaar de ergste dingen aandoen.”

Op zoek naar betekenis
Veel publicaties over de gevolgen van oorlog en geweld voor kinderen zoomen in op alle mogelijke destructieve gevolgen: kinderen slapen slecht, zijn bang, blijvend onzeker en groeien uit tot agressieve volwassenen. In de Palestijnse gebieden is de helft van de bevolking jonger dan vijftien jaar. En dus is er zorg over de generatie die straks de touwtjes in handen krijgt. Bouwen zij hun toekomst op een basis van trauma’s en haat?

Psychologe Trudy Mooren (Centrum ’45): ”Dat is een verkeerd beeld, zo blijkt uit onderzoek naar het effect van deze oorlog op kinderen. De bescherming van kinderen in de Palestijnse gebieden, is weliswaar verre van optimaal, maar het geweld wordt steeds vaker geduid en van betekenis voorzien. Als ouders de strijd aan hun kinderen uitleggen en hen duidelijk maken waar zij zelf staan, geven zij het kind het gevoel dat het ergens deel van uitmaakt. Onderdeel zijn van een groter geheel, ergens bij horen, maakt kinderen sterker en minder kwetsbaar.”

Om de Palestijnse samenleving en gezinsstructuren blijvend te veranderen, wordt er in kleinschalige projecten hard gewerkt om kinderen een jeugd te geven die niet alleen maar in het teken staat van geweld. Tientallen organisaties in de Gaza-strook en op de Westelijke Jordaanoever storten zich op het organiseren van zinvolle activiteiten voor kinderen, van zomerkampen en buurtverenigingen, tot teken- en theaterklassen en voetbalclubs. Spelend met elkaar leren de kinderen zichzelf kennen en schokkende ervaringen een plaats te geven. “Deze activiteiten zijn vooral heel belangrijk voor kinderen die het niet alleen door het oorlogsgeweld moeilijk hebben, maar ook thuis niet altijd veilig zijn,” meent Mooren. “Het zijn plekken waar ze tot rust kunnen komen en waar zij zich kunnen uiten. Dat kan een groot verschil maken in hoe sterk je staat in het dagelijks leven, hoeveel zelfvertrouwen je hebt en geloof krijgt in een goede toekomst.”

“Het was fijn dat ik er met mijn moeder over kon praten. Zij zei niet dat ik het vergeten moest, zij zei juist dat ik het niet vergeten moest. Zij zei:”Ook als wij eenmaal bevrijd zijn, zullen er nog steeds ganzen zijn die het brood van de eenden opeten. Daar moeten wij iets tegen doen.”

De focus op groei en ontwikkeling
De saamhorigheid heeft natuurlijk ook een andere kant: de tegenstellingen tussen de strijdende partijen worden er verder door op scherp gezet. En dat brengt het einde van het conflict niet dichterbij en belooft niet veel goeds voor een eventuele verzoening ná het conflict. “Aan het geweld kun je de kinderen in Palestijns gebied niet onttrekken. Dat ís er. Door het te verklaren en hen te laten weten waar het om gaat, krijgt het een zekere voorspelbaarheid. Dat klinkt niet goed. Maar voorspelbaarheid, een beeld hebben van de dag van morgen, is ontzettend belangrijk voor een kind. Daardoor kan het zich veiliger voelen in plaats van helemaal overgeleverd aan wat er gebeurt”, aldus Mooren.
Het is de focus op groei en ontwikkeling die hier, heel voorzichtig, een nieuw perspectief mogelijk maakt.

Moeder Wertheim en vader Orefice waren niet in staat om het systeem te veranderen. Zij wisten dat. Zij ondernamen een poging om dat systeem te weerstaan. Zij kozen er toch voor om het anders te doen en boden hun kinderen een ander perspectief. Ouders, hulpverleners en leerkrachten die dichtbij zijn en ‘hun’ kinderen de kans bieden om zichzelf te worden en om relaties aan te gaan, maken maximaal gebruik van hun invloed en dragen bij aan een betere wereld. En daar is brood voor de gans en voor de eenden!

Gérard Zeegers
Directeur obs de Bonckert en obs het Ogelijn

Bronnen:
Wertheim, A.R. (1994):”De gans eet het brood van de eenden op”
Winnicott, D.W. (1960):”EGO distortions in terms of true and false self”
v. IJzendoorn e.a .(2003).: “Attachment and traumatic stress in female holocaust child survivors and their daughters”
Geerdink F. (2003):”Saamhorigheid redt Palestijnse kinderen”
v. Herpen, M. (2008): “Duurzaam opvoeden en ontwikkelen”

De gans eet het brood van de eenden op’ is het verhaal van de kindertijd van Anne-Ruth Wertheim in een Jappenkamp op Java, Nederlands-Indië. Ze vertelt het aan de hand van het ganzenbord dat haar moeder in het kamp voor haar en haar broertje en zusje maakte. De titel verwijst naar het gegeven dat eenden met elkaar gaan vechten als een gans probeert hun brood op te eten. Of met andere woorden: in een situatie waarin je gediscrimineerd wordt, gaan de slachtoffers onderling ruzie maken en elkaar discrimineren in plaats van solidair met elkaar te zijn tegenover degene die hen discrimineert.

Het Centrum voor Mondiaal Onderwijs heeft hierover een lespakket gemaakt in een tweetal versies: één voor de groepen 7 en 8 van het basisonderwijs en één voor de klassen 1, 2 en 3 van het voortgezet onderwijs. Het lespakket verbindt heden en verleden. De oorlog is al lang voorbij, maar zijn daar­mee ook haat, onderdrukking en discriminatie verdwenen? ‘De gans eet het brood van de eenden op’ bestaat uit een lesbrief met dvd en een bijbehorende educatieve website http://www.cmo.nl/gans