inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Tom Pellis


Tom Pellis
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Deze groep maakt dit meisje kapot en dat mag niet! Wat gaan we doen?’

18 augustus 2015

Tom Pellis

‘De andere kinderen lijken haar niet op te merken, alsof ze onzichtbaar is. Ik besluit met haar mee te lopen, wat te kletsen over wat we zien. Ze blijft dat meisje, introvert en stil, kreunend als het moeilijker wordt, vaak alleen en een beetje onverzorgd. Zou dit meisje niet gewoon zo zijn, omdat ze zo is?’ Oud leraar Tom Pellis vertelt in een herinnering over zijn klas, de kinderen en het leven op basisschool De Stuifhoek in Made. Dit verhaal gaat over ‘dat meisje met die donkere blik in de ogen, verstopt achter d’r haren.’

download (25)Ik begin dat schooljaar in groep 6 met een gezellige klas, vol gemotiveerde leerlingen. Ik kijk zo ongekleurd en objectief mogelijk naar de verschillende kopjes en probeer zo de eerste verhoudingen gade te slaan. Wat in ieder geval opvalt zijn de twee knapen die elkaar continu nadoen, de jongen die alleen maar wilt lezen in zijn Harry Potter en het meisje dat met een donkere blik in haar ogen voorovergebogen achter haar haren verstopt zit. Haar kreuntje valt op, elke keer als ze extra na moet denken, zo lijkt het!

Wat een club, deze groep van 27 gezellige en gemotiveerde jonge mensen bij elkaar! De eerste twee weken vliegen voorbij. De sfeer in de groep is voelbaar warm en de klas lijkt erg enthousiast te worden als ze mee mogen werken aan de invulling van de week. We gaan dan ook snel samenwerken aan de planning en komen tot een rekenvorm, waarbij zes kinderen in tweetallen elke week een les in de vorm van een rekencircuit uitzetten.

Elke dag start ik met een glimlach en elke dag ben ik onvermoeid als de kinderen naar huis toe gaan. Het lijkt allemaal vanzelf te gaan. Maar dat ene meisje, met de ongekamde haren en haar donkere blik, lijkt niet verbonden te zijn. Jammer, want als ik bij haar ga zitten en met haar ga praten over de lesstof komt ze tot leven! Ze praat met me en stelt vragen over de lessen. Echt kletsen over thuis doet ze dan niet en mijn voorzichtige vragen naar haar hobby’s worden kortaf en met duidelijke sluiting van gesprek beantwoord. Als ik met haar lastige opdrachten maak wordt ze stiller, en komt het kreuntje weer. Een grommend geluidje, dat elke keer een anderhalve seconde aanhoudt en dan plots stokt.

Bij samenwerkopdrachten staat dit meisje niet hoog op de lijst van populaire metgezellen. De medeleerlingen lijken haar mee te nemen in hun werk, maar niet echt enthousiast taken te geven. Ze hangt er een beetje bij, als het reservewiel in de wagen! Ik besluit mijn koffie een tijdje buiten te drinken en volg haar tijdens het kwartier buiten zijn. Ik zie dat ze vooral alleen, met haar wat slonzige kleding over de stenen of het zand sjokt. Haar schouders hangen, ze brabbelt wat.

De andere kinderen lijken haar niet op te merken, alsof ze onzichtbaar is. Ik besluit met haar mee te lopen, wat te kletsen over wat we zien. Vele kwartiertjes wandelen we wat rond en steeds vaker hebben we wat langere gesprekken over wat we zien. Toch zie ik in de klas geen verschil. Ze blijft dat meisje, introvert en stil, kreunend als het moeilijker wordt, vaak alleen en een beetje onverzorgd. Zou dit meisje niet gewoon zo zijn, omdat ze zo is?

Ik merkte dat ik haar ging accepteren zoals ze was. Voor zolang het duurde. Ik ging niet elke dag meer naar buiten. Toch was ik er deze dag wel. Ik liep niet bij haar, maar ik stond van een afstand toe te kijken. Ze liep vandaag anders, ze liep groots en hard stampend op het zand. Ze liep zelfs de bossen in en weer uit. Op een gegeven moment had ze een tak en daarmee begon ze in het zand te porren. Ze trok lange banen, met heel haar lichaam duwde ze de tak naar voren en naar achteren.

De pauze was voorbij en de kinderen renden, zonder haar te zien, naar binnen. Maar zij bleef staan. Ze bleef stampen met de stok, wat gepaard ging met hardere, langer gerekte kreunen. Het werd een soort grommen. Toen ik dichtbij was zag ik haar creatie: KUT KLAS! Ik benaderde haar en sprak haar naam uit. “Jemig, wat moet jij je rot voelen, zeg!” zei ik. Ze zakt dan door haar knieën, legt haar kin op haar borst en begint te huilen.

Ik ga voor haar hurken en ze snikt. “Mag ik je troosten?” vraag ik. Ze kruipt naar voren en laat haar hoofd op mijn schouder rusten. Dan begint haar luide huil, haar doordringende verdriet kruipt in mijn lijf en heel mijn shirt wordt vochtig van haar tranen. Haar lichaam schokt en schokt, ze heeft intens verdriet. Het hele plein is leeg en alles lijkt stil en verlaten van alles wat leeft. Ik voel me alsof ik met haar alleen op de wereld ben, een dorre grauwe wereld.

Na een tijdje voel ik dat haar grootste verdriet afneemt. Ze neemt haar hoofd weer terug en kruipt achter haar haren. Ik vraag haar wat er is. “Ik word alleen maar gepest! Elke dag zeggen ze dat ik gestoord ben en dat ik vies ben. Ik mag nooit meedoen en ze lachen me uit! Allemaal!”

“Het lijkt me verstandig om dat tegen de klas te vertellen. Mag ik je helpen? Dan doen we het samen.” Ze knikt en samen lopen we naar de klas.

Vanuit de klas hadden de kinderen alles gezien, ze zagen ons zitten in het zand! Ik loop met haar de klas binnen en ongevraagd ontstaat er een ijzige stilte. Alle 26 kinderen kijken nieuwsgierig naar ons. We lopen naar het centrum van de klas. Mijn handen op de schouders van het meisje dat haar hoofd op haar borst laat rusten. Ik kijk de kinderen zichtbaar aangeslagen aan en neem de tijd. “Deze groep maakt dit meisje kapot en dat mag niet! Wat gaan we doen?”

Na een stilte van tientallen seconden van verbazing begint er een gesprek, waarbij vragen en openbaringen elkaar afwisselen. Zelfs het liefste jongetje van de klas vertelt dat hij ook wel eens zegt dat “ze wel heel raar loopt!”. Bij het uitspreken van zijn woorden gaat ook hij huilen. Hij wist niet dat zij daar last van had! Andere kinderen zijn enorm verbaasd dat zij nooit zei dat ze zich gepest voelde! Ze waren zelfs een beetje boos! Ze lichtte haar hoofd op en legde uit dat ze het niet durfde te zeggen, het niet kon!

Een uur lang werd er een gesprek gevoerd tussen de kinderen, het was intens en een van mijn meest bijzondere ervaringen van mijn jaren in ons vak. Er werden tekeningen gemaakt en stukjes geschreven. Om 12 uur liepen de kinderen naar huis en bleef ik achter met haar. Ze straalde van geluk, helemaal trots met haar post! We bekeken haar post en bespraken wat er was gebeurd.

Vanaf dat moment veranderde Roos. Ze kwam vrolijker op school en lachte geregeld met de grappen in de klas mee. Ook vertelde ze thuis meer verhalen over school. Haar ouders merkte veel veranderingen en genoten van hun dochter. Toen ze jarig was kreeg ze een fiets. Veel te groot. Maar wat reed ze er trots op. Kinderen bewonderden haar fiets oprecht.

Roos voelde eindelijk de erkenning. De erkenning van dat ze ook bestond en iemand was. En de kinderen kregen er een klasgenootje bij! Geen verliezers, alleen maar winnaars. En nog steeds, vijf jaar later, maak ik zelf als ik iets laat vallen of vergeet, dat anderhalf seconde durende kreuntje. Ik kan het niet laten en mijn vrouw is het ondertussen gewend.

Tom Pellis was directielid en leerkracht op OBS De Stuifhoek in Made en is nu schoolleider op Nutsbasisschool Teteringen.