inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hiranthi Herlaar


Hiranthi Herlaar
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 8 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Innerlijke rommelkast: ‘Door onmacht of onwetendheid worden gevoelens vaak onderdrukt, weggestopt’

18 augustus 2015

Hiranthi Herlaar

Geplaatst in: Opvoeding,

‘Mijn rommelkast heb ik geërfd van mijn ouders, zij hebben die van hun ouders en zij weer van hun ouders et cetera. Rommelkasten gaan generaties mee.’ Hiranthi Herlaar opent het kwetsbare gesprek over opgekropte, onverwerkte emoties. ‘Door je bewust te worden van je impact op je kinderen en de generaties erna kun je streven naar een betere manier van omgaan met je rommelkast.’ 

shed-336505_640Men zegt dat er minder gewezen zou moeten worden naar de ouders, omdat ze al zo onzeker zijn. Daarnaast zou de opvoeding niet zo’n impact hebben op hoe iemand tot volwassene uitgroeit, waardoor dat wijzen niet eerlijk zou zijn. En is de Nederlandse jeugd de gelukkigste ter wereld. Dan doen we het toch juist hartstikke goed?

Wanneer we als klein kind niet leren welk gevoel bij welke emotie hoort en we daarnaast ook geen hulp krijgen in het reguleren van die emotie, leren we dus ook niet hoe we die emotie kunnen reguleren. Door onmacht of onwetendheid worden gevoelens vaak onderdrukt, weggestopt. Als dingetjes in een rommelkast.

Deze rommelkast krijgen we van onze ouders. Bij onze geboorte is de kast nagenoeg leeg. In het geval van zeer traumatische ervaringen van onze ouders of grootouders kan het zijn dat er al wel wat prulletjes liggen (epigenetica). Door naar onze ouders te kijken en ook te letten op de boodschappen die we van ze krijgen (‘huilen is nergens voor nodig’, ‘stel je toch niet zo aan’), leren we hoe we met onze spullen om moeten gaan. Zetten we het in een van de kamers neer (verwerken) of zetten we het in de rommelkast (wegstoppen)?

Hoe vaker we situaties tegenkomen waarin we spullen in de rommelkast moeten leggen, hoe voller de rommelkast wordt. Na verloop van tijd kan de deur alleen nog op een kier, omdat anders de spullen in de kast te veel verschuiven en de deur opengeduwd wordt. Gauw naar binnen gooien en de deur weer dicht. Met op een gegeven moment een volle kast als resultaat. Zelfs het kleinste prulletje kan er dan voor zorgen dat de kast explodeert.

In de periode dat je de spullen die je hier en daar vindt, in de rommelkast stopt, zal je woning er ongetwijfeld piekfijn opgeruimd uitzien. Het geeft ook het gevoel dat het opgeruimd is en je alles goed op orde hebt. Tot het moment dat die rommelkast zo volgestopt zit, dat de deur aan de kant wordt gegooid door alle spullen en de vloer bezaaid ligt met alles wat was weggestopt.

Het verstandigst is om op dat punt hulp in te roepen. Bij voorkeur iemand die met je gaat zitten, helpt de spullen onder ogen te zien en je begeleidt in het opruimproces. Voor veel mensen voelt dat echter te beangstigend. Sommige spullen lagen al jaren weggestopt en de gevoelens die loskomen bij het zien van die spullen lijken te pijnlijk. Met als gevolg dat de kast gauw weer wordt volgestopt om het maar niet te sorteren. Zodra de kastdeur dan weer dichtvalt is er opluchting: de gang is weer leeg, ‘geen vuiltje meer aan de lucht.’ Een volgende ‘kastexplosie’ ligt echter op de loer. En die explosies zullen sneller en vaker komen.

De volle rommelkast is een last van de eigenaar, of deze zich daar echt van bewust is of niet. Het is echter ook een last van de mensen in de directe omgeving van die eigenaar, met name voor de kinderen. Die erven namelijk geen lege, maar een halfvolle of zelfs volle kast. Het ene kind lijkt van nature de eigen kast een beetje leger te kunnen maken, andere kinderen daarentegen lopen tegen hetzelfde aan als hun ouder(s)/opvoeder(s): ze hebben geen idee wat ze met de spullen aan moeten en stoppen alles ook maar in de kast. Hoe het hen werd voorgedaan, leven ze het na. Zo gaat de rommelkast met zijn inhoud van generatie op generatie door.

Als ouder horen dat je je kind(eren) een volle rommelkast hebt meegegeven is niet leuk. Het is echter wel iets waar we als ouder/opvoeder rekening mee moeten houden. Ontkennen dat je iets met de rommelkast van je kinderen te maken hebt is geheel nutteloos. Het helpt niemand. Bewustwording daarentegen wel. Door je bewust te worden van je impact op je kinderen en de generaties erna kun je streven naar een betere manier van omgaan met je rommelkast.

For a long time this taboo against condemning parents for their actions toward their children prevented me from clearly seeing and formulating the parents’ guilt. But above all I was unable to question the actions of my own parents because of my lifelong fear of the feeling that reexperiencing my former situation might arouse: my sense of dependence on parents who had no inkling of either their child’s needs or their own responsibility. For everything they did to me and failed to do for me, I always found countless explanations, so I could avoid asking: “Why did you do that to me? Why didn’t you, Mother, protect me, why did you neglect me, ignore what I said? Why were your versions of me more important than the truth, why did you never tell me you were sorry, confirm my observations? Why did you blame me and punish me for something for which you were clearly the cause?”

These are all questions that as a child I was never able to ask. And later, in my adult life, Of course I knew the answers, or thought I did. I told myself: My mother had a hard time as a child, repressing everything and idealizing her parents; she believed in the kind of upbringing everyone believed in then. She didn’t know how I suffered because, as a result of her own history, she couldn’t possibly have any sensors for a child’s soul and because society bolstered her opinion that a child must be raised as an obedient robot, at the expense of its soul. Can we blame a woman who didn’t know any better? Today I would say that we not only can but must blame such a parent so that we can bring to light what happens to children hour by hour and also enable the unhappy mothers to become aware of what was inflicted on them in their childhood. For the fear of blaming our parents reinforces the status quo: The ignorance and the transference of child-inimical attitudes persist. This dangerous vicious circle must be broken. It is precisely the ignorant parents who become guilty – knowledgeable parents do not.

~ Alice Miller, Banished Knowledge – Facing Childhood Injuries (1990)

Je kunt ongelukkig zijn, terwijl je denkt gelukkig te zijn. In die gevallen zijn er spullen niet alleen ín de rommelkast gezet, maar ook achter een geheime wand van die rommelkast. Een plek waar je niet zo even weer bij komt. Door hoe de geheime wand geopend moet worden, komen er bij iedere keer dat die geopend wordt scheurtjes in de fundering. Aan de buitenkant van de woning is er niemand die het ziet. Zelfs de bewoner merkt niks aan de binnenkant, maar de schade is er wel degelijk.

Die geheime wand is er uit zelfbescherming. Op het moment zelf een cruciaal onderdeel voor de overleving, maar op de lange termijn kan de wand – zolang alles wat erachter zit niet alsnog verwerkt wordt – enorm destructief worden. Hoe vaker het gebeurt, hoe slechter de fundering. Hoe voller het achter die wand wordt, hoe groter de kans dat de rommelkast spontaan open springt. Het huis zelf zal op een gegeven moment ook onbetrouwbaar zijn, met alle gevolgen van dien.

Lees verder.

Hiranthi Herlaar is mede-oprichter van ouderplatform KROOST en schrijft daarnaast op de websites Liefdevol Opgroeien en Montessori Thuis.