inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martine Huurman


Martine Huurman
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 13 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Misschien is hij gewoon een lastig kind. Zou het dan toch?’

9 september 2015

Martine Huurman

De vraag ‘Waarom doe je dat toch, je weet toch beter dan dat?!’ geeft sommige kinderen het laatste zetje om het bijltje erbij neer te gooien. Dat overkwam ook Stijn, een jongen van elf jaar, die overtuigd raakte dat hij gewoon een lastig kind is. Martine Huurman vertelt het verhaal van zijn ontwikkeling. ‘Langzaam is duidelijk geworden wat hem dwars zit. Waarom hij niet altijd aan de verwachtingen van de omgeving kan voldoen. Dat hij zo zijn best doet, maar het niet lukt.’

failureStijn. Een sportieve jongen van elf. Aangekomen in groep 7. Zo voelt het. Voor hem, zijn ouders en ook de school. Hoe het hem gelukt is weet hij zelf eigenlijk ook niet. Een kwestie van moed houden, wat langzaam over gaat in volhouden en uiteindelijk uithouden. Maar, na een lastig jaar lukt het niet meer. Hij kan het niet langer. Het is op.

Er gebeurt van alles om hem heen. De volwassenen zoeken naar oorzaken voor zijn buien. Zijn dwarse brutale uitingen. Zijn weigergedrag. Zijn blokkades en ongemotiveerde houding. ‘We hebben alles geprobeerd, nu moet hij het toch echt zelf doen. Hij weet wat we van hem verwachten.’

De frustraties lopen hoog op. Waar iedereen zijn best doet wordt er niet een keer aan Stijn gevraagd hoe het echt met hem gaat. Er wordt over hem gediscussieerd, geïnterpreteerd en geconcludeerd. Hem is niet meer Stijn, hij is één geworden met zijn gedrag. Het gaat alleen nog maar om dat gedrag. Ze zijn Stijn uit het oog verloren.

Er worden afspraken bedacht, waar hij zich niet aan kan houden. Er worden consequenties ingezet, zonder gewenst resultaat. Het lijkt alleen maar erger te worden. Uiteindelijk is de conclusie dat hij niet wil… Hij weet inmiddels toch wat de bedoeling is? Sterker nog, bij andere kinderen werkt het wel.

Nachtenlang ligt hij wakker in bed. Hij voelt zich dom, onbegrepen en waardeloos. De pijn die hij voelt als hij het verdriet en de onmacht van zijn ouders ziet. Zo herkenbaar. Een broer waar hij tegenop kijkt. Waarom lukt het hem wel?

Hij merkt dat het niet alleen op school misgaat. Buiten raakt hij steeds vaker in de problemen. Ook op de sportclub, de enige plek waar hij nog graag kwam, lukt het niet meer.

Misschien is hij gewoon een lastig kind. Zou het dan toch? Hij voelt zich verloren.

Soms heeft hij het gevoel dat hij het op wil geven. Hoe dat precies moet weet hij niet. Maar zo voelt het wel. Het maakt niet uit hoe goed hij zijn best doet. Het lukt toch niet. En dát gevoel. Dat maakt dat hij het soms uitschreeuwt. Dat hij wegloopt. Het liefst wil hij aan al die mensen vertellen hoe hij zich voelt. Hoe het wel werkt voor hem. Wat hij nodig heeft. Maar daar kan hij nooit de goede woorden voor vinden. Daarom zegt hij maar niets. Maar die boosheid, die nare buien kan hij niet stoppen. Die komen er uit, zonder dat hij er invloed op heeft. Steeds heftiger. Het maakt hem bang.

Daarna heeft hij spijt. Sorry zeggen heeft geen betekenis meer. Niet voor hem en niet voor zijn omgeving. Het hoort er blijkbaar gewoon bij, verder niet.

Een half jaar later

Stijn wandelt met zijn hond. Hij groet. Voorzichtig, niet uitbundig. Maar hij groet. Tijdens een kort gesprekje krult zijn mond een paar keer in een voorzichtige glimlach. Hij gaat inmiddels naar een andere school. De leerkrachten daar begrijpen hem. Stijn voelt zich er welkom. Een gevoel wat nieuw is voor hem. En nog zo breekbaar. Want wat als het alsnog misgaat? Het lag toch altijd aan hem?

Stukje bij beetje wordt duidelijk dat Stijn, als gevolg van taal- en informatieverwerkingsproblemen, verschillende vaardigheden niet voldoende heeft ontwikkeld. Dat heeft hem met leren en later ook in de omgang met anderen sterk in de weg gestaan.  Langzaam is duidelijk geworden wat hem dwars zit. Waarom hij niet altijd aan de verwachtingen van de omgeving kan voldoen. Dat hij zo zijn best doet, maar het niet lukt.

Er wordt ingezet op het zoveel mogelijk voorkomen van problemen. Daar is de omgeving hard voor nodig. Er wordt gepraat en overlegd. Ook met Stijn. Hij is de bron van informatie. Er wordt gezocht naar reële oplossingen, samen met Stijn. Het beeld wordt steeds duidelijker. Wát en wanneer iets lastig voor hem is. Wat wel lukt. Wat hij nodig heeft. Stijn wordt steeds meer een bondgenoot. Hij voelt zich gehoord en gezien. Hij krijgt een stem en voelt zich serieus genomen. Langzamerhand krijgt hij weer moed. Hij praat steeds vaker over doelen. Over wat hij graag wil, nu en in de toekomst. Zijn inzet is groot. Zijn angst om te falen ook. Want jarenlang worstelen verdwijnt niet zomaar.

Maar… steeds vaker betrapt de leerkracht hem op het maken van grapjes. Kinderen vragen spontaan hoe zijn weekend is geweest. Hij is zelfs begonnen met het lezen van een boek. Stijn keert langzaam terug.

Hij is er nog niet en heeft een lange weg te gaan.

Lees verder.

Epiloog

NaamloosDe ouders van Stijn zijn na een jarenlange zoektocht in aanraking gekomen met de benadering van Dr. Ross W. Greene. Schrijver van Lost at School en ‘Het explosieve Kind’. Zij hebben ervoor gekozen om, onder begeleiding, de problemen van Stijn volgens de werkwijze van Greene te benaderen (Collaborative & ProActive Solutions, ea. CPS). De grootste ommekeer voor de ouders is dat ze het gedrag vanuit een totaal andere hoek hebben leren bekijken en samen met Stijn aan oplossingen werken. ‘Nu begrijpen we waarom het hem vaak niet lukt. Dat geeft ons de mogelijkheid om haalbare verwachtingen te hebben. Stijn voelt zich steeds meer begrepen door ons. De puzzelstukken vallen in elkaar.’ De ouders merken dat het voor de omgeving vaak wat langer duurt om met andere ogen naar Stijns gedrag te kijken. Maar door een goede samenwerking met de school, krijgen ze nu ook de sportclub langzaam mee. De positieve verandering motiveert alle betrokkenen.

Greene’s CPS-werkwijze is gebaseerd op jarenlang neurowetenschappelijk onderzoek. Zijn model biedt ouders, leerkrachten en hulpverleners een alternatieve werkwijze om kinderen met (extreem) uitdagend gedrag te begrijpen en hen te helpen.
Wanneer volwassenen zijn benadering toepassen door achterblijvende vaardigheden en onopgeloste problemen te identificeren, leggen ze het fundament voor het gezamenlijk oplossen van deze problemen. Kinderen leren op die manier hoe ze obstakels kunnen overkomen. De frustratie van leerkrachten, ouders en klasgenoten verdwijnt, wat het welbevinden en leren van alle leerlingen ten goede komt. Het is geen techniek, geen truc of tactiek. Het is een benadering. Met andere ogen naar gedrag kijken en gezamenlijk werken aan oplossingen, waardoor problemen voorkomen worden.

Een bron aan (gratis) informatie over de CPS-werkwijze is te vinden op www.livesinthebalance.org.

Martine Huurman heeft bij Ross Greene de opleiding gevolgd om volgens de CPS-benadering te werken. Zij begeleidt ouders en leerkrachten en is in Nederland het aanspreekpunt. Meer lezen? Dit is haar website.