inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Kim van Haeften


kimvh
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Klassikaal onderwijs! Omdat het altijd zo is geweest of vanuit een bewuste, pedagogische keuze en visie?’ hetkind.org/?p=55579

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Dat wordt een rode kaart’, hoor ik mezelf zeggen

26 september 2015

kimvh

Kim van Haeften haalt op het op schoolplein twee vechtende leerlingen uit elkaar. ‘Dat wordt een rode kaart’, denkt ze, terwijl ze de leerlingen meeneemt naar een rustige plek om te praten. Onderwijl bedenkt ze zich. Ze gaat het anders aanpakken. ‘Mijn frustratie en drang om te doen, te oordelen, te vervolgen, heeft te maken met angst. Angst die eigenlijk niet van mij is.’ Haar blog: ‘Maar het is mijn wens om kinderen iets te leren en dat is geen angst.’

fight-spam-1Voor mijn neus boksen Jan en Tarik.

Tarik lacht en duwt Jan steeds verder in een hoekje. Als antwoord op mijn vraag ‘Is dit leuk of niet leuk voor jullie?’, lacht Tarik als een echte winnaar en gaat Jan huilen.

Mopperend neem ik ze mee naar een rustige plek. ‘Dat wordt een rode kaart’, hoor ik mezelf zeggen. Gefrustreerd en klaar met een oordeel omdat Jan en Tarik eerder deze week al gevochten hebben en omdat de moeder van Jan me heeft aangesproken over Jan . Jan is niet blij en hij wordt gepest.

De trappen oplopend met de jongens achter me aan, denk ik na. Een rode kaart wordt op school gegeven als je spuugt, schopt of slaat. Er zit een stappenplan bij en natuurlijk gaat dat gepaard met gesprekken en afspraken.

Maar wie krijgt de kaart? Diegene die heeft geleerd zich te verweren met zijn vuisten en het nog niet met zijn mond kan? Of degene die het bewust of onbewust uitlokt? Wat brengt een rode kaart deze jongens? Al die vragen en nog geen antwoorden. Een gesprek is er altijd, de rode kaart is een signaal voor kind, ouder en de leerkracht na mij. Er is angst voor een rode kaart, want die heeft gevolgen.

Maar het is mijn wens om kinderen iets te leren en dat is geen angst.

Angst voel ik nu zelf.

Mijn frustratie en drang om te doen, te oordelen, te vervolgen, heeft te maken met angst. Angst die eigenlijk niet van mij is. Het gaat om het voldoen aan verwachtingen die horen bij het functioneren naar behoren op school, binnen een bestaand kader, verwachtingen van ouders, verwachtingen van handelen bij pestgedrag.

Het voelt niet goed, het is niet van mij. Ik vertrouw op de kracht van deze kinderen en dat geef ik ze liever mee.

Ik laat los en luister. Schouders laag, dikke zucht.

We zitten aan de hoge tafel. De jongens al rustiger en afwachtend wat ik ga doen.

Jan zegt dat hij buiten steeds gepest wordt en dat hij dan terug mag slaan. Hij zeg dat hij niet weet wat hij kan doen op het plein en daarom deed hij een pakspel. Hij had een medestander gevonden en samen zijn ze op pad gegaan naar de tegenpartij. Het werd een boksspel van twee tegen drie. Het ging te hard en het werd vechten. Een klasgenoot stond net tussen de boksers in. Jan zegt dat hij stop heeft gezegd en niet naar de overblijfmeester kon lopen.

Tarik wacht aan tafel het verhaal van Jan half af en roept dan dat hij niks deed en dat de anderen erbij horen en dat zij zelf begonnen. Dat het eerst gewoon leuk was. Hij heeft ook geen stop gehoord en het gezicht van Jan zag hij niet. Tarik is al groot en maakt zich nog groter. Zweet en spuugdruppels komen van hem af als hij ons, en wellicht zichzelf, probeert te overtuigen.

Wanneer ik benoem dat ik het naar vind dat het zo gelopen is – met de ruzie van de dag ervoor in gedachten – komt Tarik ineens met de zin: ‘Maar ik vind  het ook zo vervelend dat Jan mij steeds aan het tikken was. Daar werd ik boos om.’

‘Werd je zo boos dat je hem terug ging pakken tijdens het boksen?’, vraag ik.

‘Ja, eigenlijk wel. Sorry dus’. Tarik kijkt Jan verwachtingsvol aan en wil bijna direct van tafel. Sorry en klaar! Tarik draait zich van ons weg. Zijn hele houding straalt iets uit van ‘Ach ja, ik ben weer de pineut, het zal wel, de volgende keer doe ik het heus wel weer zo’. Er straalt een soort verdriet en hardheid van uit. Het gevoel van alleen staan.

Jan kijkt sip, eigenlijk net als Tarik. De jongens zo laten gaan, voelt niet goed.

Dan vraag ik ze nog even met me mee te denken, ik denk hardop. ‘Jullie hebben iets nodig, maar ik weet niet wat. Jan, jij kunt voor jezelf kiezen, jij doet het goede, je kunt voor jezelf opkomen, je gevoel laten zien, wat fijn is, je kunt het ook heel goed vertellen, je kunt terug boksen, en jij Tarik, kunt heel goed met je lijf winnen van anderen. Jij bent voor anderen een soort leider. Je weet veel en kinderen luisteren graag naar je. Je bent een doorzetter en geeft niet op. Eigenlijk kunnen jullie alle twee al goed van je af boksen want de ene doet dat in de klas meer en de ander moet dat thuis wel eens doen bij zijn twee oudere broers. Jullie weten prima wat goed voor je is en hoe je dat kunt regelen. De een meer met woorden en de anderen meer met zijn lijf’.

‘Nou’, zegt Jan, ‘maar ik sta ook wel eens tussen iemand in die ruzie heeft’. ‘Ja’, zegt Tarik ‘en ik kan me ook verdedigen met woorden. Dat moet ik thuis ook vaak doen.’

Ze kijken me verwachtingsvol en wat stoerder aan. Benieuwd naar wat nu gaat komen.

‘Ah’, zeg ik, ‘wat knap dat jullie dat al allemaal kunnen. Dus die talenten hebben jullie al in huis! Wat heb je dan nog nodig?’

Jan kijkt verwonderd: ‘Ik wist niet dat dat al zo knap was. Ik dacht dat ik dat allemaal nog niet kon’.

Nu kijk ik hem verwonderd aan. ‘Heb jij van mij dan soms nodig dat ik dat vaker benoem?’

We kijken wat naar elkaar. Ogen die al meer sprankelen, er wordt serieus nagedacht.

‘Ik weet het!’, zegt Tarik dan plots: ‘Wij zijn net als de bazen van het leger en onze vrienden de soldaten. Wij moeten alleen niet tegen elkaar vechten. We vechten samen. Wij kunnen elkaar helpen. Ik help als het buiten misgaat met anderen door ertussen te gaan staan en dan te regelen’. ‘Ja’, zegt Jan en hij veert wat meer overeind, ‘en dan help ik Tarik als het met voetballen misgaat, dan kom ik helpen met praten’.

‘Hebben jullie dan nog iets van elkaar nodig? Eigenlijk lijken jullie wel een beetje op elkaar, vind ik’.

‘Ja’, zegt Tarik ‘maar niet met onze haren. Maar ben jij wel onze scheids bij voetbal want daar gaat het vaak mis bij mij’. ‘Ja, en ik kan daar ook bij helpen’ zegt Jan, ‘want ik ken de regels misschien wel beter dan jij juf’.

‘Is dit dan nou de rode kaart?’,  is de laatste zorg van Jan. ‘Ik wil niet dat Tarik de rode kaart krijgt door iets wat ik ook deed’.

Dan laat ik hem mijn papier zien. Ik heb alles opgeschreven en schrijf er groot ‘contract’ boven.

We zetten onze handtekening en besluiten dat dit ons verbond is.

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein.