inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Ninke bepaalt zelf het tempo. Niet haar ouders, geen gestandaardiseerde toets en niet ik’ hetkind.org/?p=55348

Ongeveer 3 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Sjoerd weet al jaren dat het opsteken van vingers vooral nodig is voor de juf of meester’

5 oktober 2015

Ellen Emonds

‘Er schijnen klassen te zijn, scholen zelfs, waar ze het nog doen. Waar het zelfs normaal gevonden te worden. Waar kinderen, als zij zich autonoom tonen en ondanks de opdracht van hun leerkracht het dus níet doen, zelfs straf krijgen! Dat terwijl juist die kinderen al lang doorhebben dat het volstrekt zinloos is. En om eerlijk te zijn, ook ik ben er pas sinds een tijdje mee gestopt. Bij mij moest het niet, maar toch, het mócht wel: Je Vinger Opsteken.’ Ellen Emonds wijdt er een blog aan. 

Foto’s: Rene Wouters

Sinds dit jaar zit Sjoerd bij mij in de klas. Sjoerd is een slimme jongen van tien jaar en zit in groep 6. Sjoerd weet veel dingen, heel veel dingen. Hij is buitengewoon nieuwsgierig naar de wereld om hem heen en zijn moeder heeft hem veel geleerd. Sjoerd houdt ook van boeken, encyclopedieën bijvoorbeeld of atlassen. Sjoerd is een snelle denker, iemand die gemakkelijk associeert. En Sjoerd snapt al lang dat het onhandig is om je vinger op te steken. Hij weet al jaren dat het opsteken van vingers vooral nodig is voor de juf of meester. Namelijk om overzicht en orde te kunnen houden.

Maar Sjoerd kan niet mee in de organisatie van de leerkracht, Sjoerd kan het zoals het in het echte leven gaat. Dat heeft erin geresulteerd dat het lijkt alsof Sjoerd niet op zijn beurt kan wachten, terwijl hij in werkelijkheid steeds op het goede moment spreekt, namelijk wanneer dat wat hij wil zeggen ook aan de orde is. Alle oefeningen en afspraken ten spijt, niets hielp om Sjoerd in de organisatie van de leerkracht te krijgen. Belonen, straf, gesprekken, video-opnames: iedere keer was het effect van korte duur.

Sjoerd heeft mij dit jaar erg geholpen. Hij liet me zien hoe onnatuurlijk het is om je vinger op te steken en te wachten op je beurt. Want zeg nou eerlijk, bij wie worden er thuis aan de keukentafel vingers opgestoken als jullie de dag doornemen? Of als je de appelmoes wilt hebben? Wie steekt er zijn vinger op als je met vrienden aan het kletsen bent? Ja, als je bij de barman ondertussen wat te drinken wilt bestellen, maar anders toch niet? Zelfs in de rij bij de bakker beginnen mensen vanzelf te praten als ze zien dat ze aan de beurt zijn.

Wat wij kinderen leren op school, blijk je dus in het ‘gewone leven’ niet te gebruiken, daar is het zelfs vreemd. Voordat kinderen naar school gaan, redden ze zich al zo’n vier jaar zonder hun vinger op te steken. Praten wordt aangemoedigd door hun ouders en kinderen die aan de lopende band vragen stellen, leren de wereld beter kennen. Op school moeten kinderen stil zijn en mogen ze niet voor hun beurt spreken. In het ergste geval krijgen ze daar zelfs straf voor!

Sjoerd liet me zien dat hij al een level hoger zat. Hij kon het al lang zonder vinger! Nu de rest van de klas nog.

Tot dat moment was het in mijn klas niet verplicht om je vinger op te steken, maar mocht het nog wel. Als je nog niet zomaar durfde in te stappen in een gesprek, mocht je best je vinger opsteken en kreeg je de beurt. Maar van Sjoerd leerde ik dat het anders moest. Vingers opsteken is niet helpend, eerder belemmerend. Dus werd het verboden om in de kring nog je vinger op te steken. Iedereen moest net als Sjoerd leren om te praten op het moment dat het nodig is. En dat betekent dus ook dat je moet leren om ruimte te geven aan anderen, dus soms stil moet kunnen zijn.

Dat dit hele belangrijke, maar ook geen vanzelfsprekende vaardigheden zijn, wist ik pas echt zeker toen ik bij een vergadering aanwezig was waar ik tot mijn grote verbazing een leerkracht, met blosjes op de wangen, haar vinger zag opsteken. Terwijl de rest van de leerkrachten met elkaar spraken, onderbraken waar dat kon, soms met tact en soms zonder, stak deze leerkracht haar vinger op. ‘Ik kan er niet tussen komen,’ verklaarde ze toen de rest was stilgevallen. Je vinger opsteken doe je dus alleen in noodgevallen, als je het echt niet anders kan. Maar hoe zit dat in de klas?

Wat willen we kinderen eigenlijk leren door ze hun vinger op te laten steken? Dat je ook naar anderen moet luisteren? Dat iedereen wat wil zeggen? Dat je soms ook even stil moet kunnen zijn om een ander de ruimte te geven? Dit alles leer je juist níet door je vinger op te steken! Kinderen die hun vinger opsteken denken vanaf dat moment alleen nog aan hun vinger. Want bij die vinger hoort een vraag, of een opmerking. In ieder geval iets dat op dat moment relevant is.

Vaak krijgen kinderen die hun vinger opsteken niet direct een beurt, met als gevolg dat ze totdat ze wel aan de beurt zijn, moeten onthouden wat erbij hun vinger hoort. Vanaf dat moment kunnen ze het gesprek dus niet goed meer volgen, horen ze niet wat de ander zegt of vraagt en kunnen ze niet mee blijven doen aan het gesprek. En daarbij komt ook nog dat het niet meer nodig is om op te letten, de leerkracht bepaalt namelijk wanneer wie wat mag zeggen, dus waarom zou je ook? En het wordt pas echt frustrerend wanneer een kind eindelijk aan de beurt is, de opmerking die hij wilde maken niet meer relevant is en er niet meer toe doet. Of erger: als hij zijn opmerking vergeten is…

Nee, dat doen wij niet meer in de klas. Bij ons is het verboden je vinger op te steken. Met elkaar hebben we afgesproken dat we alleen nog vingers op mogen steken als dat functioneel is voor iedereen. Bijvoorbeeld bij een stemming, of wanneer je elkaars gezichten niet kunt zien, doordat je in groepjes of achter elkaar zit. Want je moet namelijk heel goed kijken naar lichaamstaal om in te kunnen schatten of die ander al klaar is met praten of op het punt staat iets te zeggen. Dat leidt tot ontzettend leerzame momenten in bijvoorbeeld de kring.

Een kind stak haar vinger op en ik reageerde gespeeld geschrokken: ‘Wat doe je? Dat is toch verboden?’ ‘Ja maar ik wil ook wat zeggen.’ Een ander kind reageerde daarop en zei: ‘Dan moet je dat doen, je mag gewoon meepraten.’ ‘Ja, maar jij bent de hele tijd aan het woord, dus misschien kun jij dan wat vaker stil zijn.’ Kinderen kunnen elkaar nauwelijks op deze manier aanspreken, wanneer ik de hele tijd bepaal wie wanneer wat mag zeggen. Juist nu leren zij van en met elkaar en heb ik alle ruimte om te observeren.

Dus in plaats van dat kinderen die geen vinger opsteken een handelingsplan krijgen, krijgen nu juist de kinderen die hun vinger nog wel opsteken een handelingsplan! Met een knipoog natuurlijk, maar ik maak wel expliciet dat het van groot belang is dat we dit allemaal leren en dat zij elkaar daarbij kunnen helpen. Er zijn immers veel te veel grote mensen die  hun mening niet durven vertellen of juist anderen niet uit laten praten.

En vind je het nog moeilijk? Kijk dan maar naar Sjoerd en naar de anderen die het al kunnen, zij kunnen je maatje zijn en je helpen het ook te leren!

Ellen Emonds is leraar van het jaar 2012, docente Pedagogische Tact bij het NIVOZ  en schrijft over haar onderwijservaringen op haar eigen blog.