inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ronald Heidanus


Ronald Heidanus
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 15 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Ronald laat Wessel weer los: ‘Zijn Eiffeltoren maakt hij af, let maar op!’

24 oktober 2015

Ronald Heidanus

Leraar Ronald Heidanus kwam Wessel tegen op de gang van de basisschool.  Bijna iedere dag verliet hij wel één keer het klaslokaal. Boos en telkens die blik van onmacht; van het niet meer weten en het niet meer begrijpen. Een introverte jongen, het gezicht verbeet zich… Wessel bezorgde zijn toenmalige  groepsleider en andere collega’s soms hoofdbrekens. Maar Wessel was ook een doorsnee-kind, zo’n kind waarmee alleen iets valt te beginnen als er vertrouwen en veiligheid is. Ronald bouwt het contact langzaam op, stapje voor stapje, om hem vervolgens ook weer los te laten als de tijd zich aandient.

chocomelToen…

Voor mij was Wessels emotionele uitbarsting altijd het moment om naar de drankenautomaat te lopen. ‘Ik haal even een beker chocomel,’ riep ik naar Mill, mijn gouden assistent in groep 8. Zij wist dan direct ‘hoe laat het was’. Zonder iets te zeggen nam zij de verantwoordelijkheid van de klas over.

Op de terugweg kwam ik Wessel altijd ‘toevallig’ tegen. De eerste keren ging ik bij hem ging zitten en voelde al snel dat hij niets tegen mij zou gaan zeggen. Waarom zou hij ook? Er was nog niets dat op een relatie leek. En daarbij was hij vaak boos en gefrustreerd. En dan zit er ineens een leerkracht naast je. Ja, wat doe je dan? De chocomel leek hem overigens wel te smaken!

Een week later probeerde ik de grens te verleggen en benoemde wat ik zag. Een jongen die ergens boos of verdrietig over leek te zijn. De vraag of dit klopte volgde. Alleen een knik was het antwoord. Op mijn vervolgvraag kwam nog niets. Nou ja, niets? Zijn schouders zakten wat.

ENGels?

Ondertussen hadden we met het bovenbouwteam afgesproken dat we de Engelse lessen ‘op niveau’ zouden geven. Groep 7 zou ik doen, de klas van Wessel. De eerste lessen kwam Wessel niet opdagen. Ik liet het gebeuren en na wat getrek (soms ook letterlijk!?) door zijn groepsleerkracht heb ik Wessel nog eens expliciet verteld dat hij welkom was en dat ik het ook goed zou vinden als hij er al ‘gewoon’ bij zou zijn! Hij hoefde van mij niets te doen! Er alleen maar zijn. Voelen dat het oké is.

Mijn hypothese was dat hij door zijn ogenschijnlijk lage zelfbeeld totaal blokkeerde. Dat zijn gevoel van ‘ik kan toch niets’ hem parten speelde. Ook het eventuele gevoel van onveiligheid betekende dat ik hem eerst veiligheid wilde laten ervaren, het eerste doel! De vervolgstappen waren die van het zoeken in het donker, op de tast. Trial and error.

Nadat Wessel de eerste les niet kwam opdagen, heb ik zijn vaste groepsleerkracht op het hart gedrukt vertrouwen te houden, een lange adem te hebben. Ik wist dat hij zou komen, maar hij liet zijn tempo niet door ons bepalen! Zover was mij allang bekend.

En ja hoor, de tweede les kwam Wessel na een half uur aangelopen. Onzeker. Ik gaf hem niet meer aandacht dan een knipoog en wees waar hij kon gaan zitten. Een plek die ik voor hem had vrijgelaten. Midden in de groep. Bewust! Om te ‘toetsen’ of de andere leerlingen misschien een extra ‘prikkel’ voor hem waren. Dit was niet het geval.

Langzaam, heel langzaam ging hij zich veilig voelen in de groep. Tijdens één van de volgende lessen had ik een instapboekje Engels voor hem neergelegd. Ik zei niets. Geen opdracht en druk, zelfs geen uitleg. Na een aantal lessen begon hij er in te werken. Zijn werktempo nam toe en hij merkte het niveau te simpel was. Hij ervoer: ‘Ik kan iets!’

Ook de gesprekken op de gang – buiten Engels om – namen andere vormen aan. Langzaam maar zeker ging Wessel open. In zijn eigen woorden gaf hij aan dat het ‘blokkeren’ te maken had met zijn onzekerheid en het ervaren van onveiligheid in de klas. Daarom durfde hij eigenlijk geen vragen te stellen, zo onzeker. Ook voelde hij zich onbegrepen. De onzekerheid leek gevoed te worden door een taalprobleem. Hij benoemde het als reden. Terugkoppeling volgde, al bleefchocomeltijd een vaak terugkerend ritueel.

De BEKENDe

Een jaar later was ik werkzaam op een andere school binnen de stichting en kreeg ik als mentor, net voor de start van het nieuwe jaar, de lijst met leerlingen. Ik las de naam van Wessel. Hij stond erbij!? Een dubbel gevoel. Enerzijds mijn angst. Ik was onderdeel geweest van een systeem op zijn SO-school. Anderzijds ben ik wel altijd in hem blijven geloven! Wat zou dit jaar ons brengen?

Het antwoord laat zich raden. Wessel deed het ongelooflijk goed, was gemotiveerd en wilde laten zien dat hij het wel kon! Even wat data ter illustratie. In het eerste jaar zat hij over de 100 keer in ‘de time-out’, het tweede jaar nog maar 10 keer, waarvan de helft op eigen verzoek. Dit om aan te geven dat niets is wat het lijkt!

Het was een moeilijk en zwaar jaar voor Wessel, zijn ouders gingen uit elkaar. Een traumatische ervaring, waarvan hij het verloop en zijn eigen verwerkingsproces maar moeilijk begreep. Vele gesprekken volgde, soms weer met chocomel. De open en eerlijke communicatie met zijn ouders zorgde ervoor dat Wessel het steeds meer een plek kon geven. Er was altijd ruimte om ergens op terug te komen.

Ondanks alle tegenslagen maakte Wessel een enorme groei. Of waren het juist de tegenslagen die hem motiveerde ervoor te gaan?

leerMEESTER

Op een dag kwam Wessel naar me toe met de vraag of hij zijn spreekbeurt buiten de school mocht houden. “Graag!” Ik heb mijn leerlingen altijd proberen te motiveren om buiten de schoolmuren te leren. Wessel nam initiatief, totaal onverwachts. En ergens juist ook weer niet! “Ik wil de klas graag de werkplaats laten zien, u weet wel, waar ik mijn eerste werkstuk over heb gemaakt.”

Aan zijn eerste werkstuk heeft hij vol overgave gewerkt. Voor mij als leerkracht was het heerlijk om hem met zijn vragen te helpen. Gefocust en alles tot in de puntjes willen uitwerken tekende zijn kracht en talent. Als hij ergens iets in ziet en het is duidelijk hoe hij het gaat aanpakken, is hij los!

“Maar meneer, we hebben vervoer nodig!?” Ik kon niets anders dan hem bevestigen en stelde hem direct de wedervraag: hoe dacht hij dit te gaan regelen? Met grote ogen keek hij mij aan. Hij had in eerste instantie geen idee. Na even nadenken riep iemand door de klas: “Ouders mailen!” Met een lach – waaronder zich ook wel een mate van onzekerheid verschool – draaide hij zich om.

Een dag later ontving ik een nette mail van Wessel aan alle ouders, met het verzoek of er ouders waren die wilde rijden. Vol trots stuurde ik de mail door naar alle ouders. En zoals zo vaak – in mijn context – kreeg de mail, op twee ouders na die aangaven niet te kunnen rijden, geen enkele respons. Hoe zou ik dit Wessel nu weer gaan vertellen? Eerlijk zoals het was.

De teleurstelling was op zijn gezicht af te lezen, maar die maakte direct weer plaats voor de wil om dit alsnog te laten slagen. “Mag ik dan andere leerkrachten vragen?” Op proactief zoeken naar oplossingen kan ik geen nee zeggen. Dus weg was Wessel.

Die dag – op de technische afdeling van een koekjesfabriek – was er één om nooit meer te vergeten. Wessel, die binnenvetter, met een omgeving die hem vaak niet begreep, beplakt met verschillende stempels die zijn onzekerheid alleen maar deed groeien, die Wessel gaf een rondleiding langs alle machines! Hij was de ‘master’ en wij zijn leerlingen! Iedereen was stil tijdens zijn uitleg, wachtte rustig af tot vragen gesteld konden worden.

Wessel leek helemaal in zijn element!

lasserZijn spreekbeurt was formidabel opgebouwd. Van het uitleggen en voordoen van de verschillende machines naar uiteindelijk iedereen leren lassen! Onbewust gaf hij mij een fantastische metafoor mee. Wat is nodig om goed te kunnen LASsen? En wat is nodig om met – in de ogen van de omgeving – LAStige leerlingen te kunnen werken? De bevestiging vond ik in de LAS die ik mocht maken! Wessel, dankjewel!

Het moge duidelijk zijn dat Wessel de sector ‘techniek’ heeft gekozen. Voor hem waren alle Praktische Sector Oriëntatielessen totaal overbodig! Hij is losgekomen, heeft ‘tussendoor’ misschien het meest verschrikkelijke dat een kind kan meemaken meegemaakt en heeft tegelijkertijd onwijs veel inzet getoond. Hij heeft ons naar zijn geliefde praktijk gebracht en heeft zichzelf, mij en de hele klas veel gebracht.

De BOUW

De laatste opdracht van het jaar waar Wessel aan heeft gewerkt, was het solderen van de Eiffeltoren met ijzerdraad. Vol enthousiasme begon hij, in de les, maar ook thuis. Het leek een soort van ‘zelftherapie’. Het leek hem rust te brengen. Het project was aan het einde van het jaar nog niet af. Maar ook de Eiffeltoren is niet in één jaar gebouwd. Wessel nam zijn tijd. Ook met zijn reguliere werk. Op een bepaald moment zei hij tegen mij: “Ik doe al een maand niets aan mijn werk, ziet u dat niet dan?”

Natuurlijk zag ik dat wel, maar ik legde hem uit dat ik een aantal jaren terug een engagement met hem was aangegaan, één van vertrouwen! Ik vertelde dat zijn ‘niets doen’ niet ‘niets doen’ was. Dat hij met ‘niets doen’ ook in beweging was, maar dat het zíjn zoektocht was. Ik kon maar één ding doen: vertrouwen houden in wie hij is!

Aan het einde van het jaar wenste ik hem veel succes en plezier voor het volgende jaar. Loslaten, een even fijn, als moeilijk moment.
Zijn Eiffeltoren maakt hij af, let maar op!

Ronald Heidanus is leraar in het speciaal onderwijs, op het Brederocollege in Breda, onderdeel van stichting Het Driespan/Koraalgroep.