inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Martine Huurman


Martine Huurman
Bekijk mijn profiel

Arno van Uden


arnovanuden
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 16 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Een bijzonder tweeluik over verlies: ‘Degene die me toen begreep was de conciërge. Hij steunde me met z’n knipoog’

28 oktober 2015

Martine Huurman

‘Nu besef ik pas hoe lastig het moet zijn geweest voor mijn omgeving. Een puber die rouwt. Aan de ene kant wil je dat iedereen normaal tegen je doet, maar je wil ook dat er rekening met je wordt gehouden.’ Arno van Uden en Martine Huurman besloten samen een tweeluik te schrijven, omdat hun eigen ervaringen met verlies elkaar raakten. Beiden schreven een blog met autobiografische elementen, waarin het perspectief van zowel een leerling als een docent beschreven wordt. Het eerste deel, geschreven door Van Uden, ging over een pubermeisje wier vader overleed. In dit tweede deel schrijft Huurman vanuit het perspectief van de leraar. ‘Ik begrijp haar gevoelens en gedachten. Hoe je zo graag wil dat alles weer normaal is. Dat je niet zielig gevonden wilt worden.’ 

photo-1439902315629-cd882022cea0 (1)Ze kwam al snel weer naar school. We waren natuurlijk allemaal op de hoogte gebracht van het overlijden van haar moeder. Aangeslagen waren we, alle collega’s. Ongeloof, mededogen en medelijden. De boodschap raakte me diep in mijn eigen verlies. Gevoelens die ik veilig had opgeborgen meldden zich onaangekondigd. Het overviel me. Maar ik zei niets.

‘Ik wil haar steunen met mijn blik’

Ze komt door de gang aanlopen. Ik voel mijn hart kloppen in mijn keel en adem hoog. Bij iedere stap die ze zet bedenk ik iets anders wat ik tegen haar ga zeggen. Als ze tegenover me staat zeg ik ongemakkelijk ‘Gecondoleerd, kom binnen.’ Verder niets. Ze kijkt me aan. Wat zie ik in haar blik? Het maakt iets los. Ik voel me ongemakkelijk. Het loopt zo anders dan ik zou willen. Nu en toen. Tijdens de les kan ik me niet goed concentreren. Ik wil naar haar kijken. Haar steunen met mijn blik, maar ik merk dat ik haar ogen ontwijk als ze naar me kijkt. Ze geeft het op en ik voel me enigszins opgelucht en schuldig tegelijk. Terug naar de orde van de dag. Hetzelfde gebeurt in de aula, de lerarenkamer en op het plein. Ze fietst naar huis. Alleen.

Onderweg naar huis zet ik de radio in de auto hard aan. De pijn van mijn eigen verlies voelt bijna weer vertrouwd. Ik ben weer even die puber van toen. Een gevoel van onmacht overvalt me. Ik ben boos. Op het leven? Nee, op mezelf. Waarom ben ik haar uit de weg gegaan? De confrontatie met haar verlies maakt me onzeker. Ik zou beter moeten weten. Morgen doe ik het anders. Deze opluchting laat mijn tranen stromen tot de muziek stopt.

De volgende dag

De schoolbel gaat en ik kijk de gang in. Ze verschijnt niet. Dan besef ik dat het de dag van de begrafenis moet zijn. Weer een steek door mijn maag. Hoe kan het dat zulke ingrijpende gebeurtenissen aan mijn aandacht kunnen ontsnappen? Ik raak verstrikt in mijn wirwar aan emoties en besef dat ik dit niet alleen kan. ‘Verlies klopt op de meest onverwachte momenten weer aan de deur.’* Daarover heb ik wel eens gelezen. Zo waar. Ik denk ik dat ik steun nodig heb. Voor mezelf, zodat ik haar kan opvangen. Het begint met een mailtje naar de zorgcoördinator. Zij vertelt me dat ik welkom ben. Weer tranen. Wat gebeurt er toch met me?

Het gesprek heeft me goed gedaan. Ze wist niet van mijn eigen verlies en vertelde me dat het belangrijk is voor collega’s om dit van elkaar te weten. Juist als je met kinderen werkt. Verlieservaringen raken elkaar. Dit kan je sterk, maar ook kwetsbaar maken. Het kan betekenen dat je de aangewezen persoon bent om de kinderen op te vangen of juist niet.

Alles in me roept dat ik haar wil helpen

Ik begrijp haar gevoelens en gedachten. Hoe je zo graag wil dat alles weer normaal is. Dat je niet zielig gevonden wilt worden. Dat praten over je overleden ouder heel moeilijk kan zijn. Dat je dat soms wel wilt, maar niet weet hoe. Dat je dit niet steeds weer opnieuw uit wil leggen. Dat je soms wou dat je onzichtbaar was. Dat je jaloers kunt zijn op die anderen. Die anderen die toch niet begrijpen hoe jij je voelt. Hoe oneerlijk het leven voelt. En hoe je op momenten uit zou willen schreeuwen: ‘Kan het dan helemaal niemand schelen hoe ik me voel?!! Zijn jullie het alweer vergeten?’

De enige die me toen voor mijn gevoel begreep was de conciërge. Hij steunde me met zijn knipoog. Wanneer hij even de andere kant op keek als ik wat later was, omdat ik mijn vader wilde troosten. Hij me aanspoorde naar de les te gaan als ik mezelf tijdens een pauze verloor. Hij was er altijd. Zo voelde het.

Nu besef ik pas hoe lastig het moet zijn geweest voor mijn omgeving. Een puber die rouwt. Aan de ene kant wil je dat iedereen normaal tegen je doet, maar je wil ook dat er rekening met je wordt gehouden. Hoe geef je dat als docent vorm? Het was toen voor weinigen weggelegd. Dat ga ik nu veranderen.

Een paar weken later

Ik heb haar uitgenodigd om na school wat langer te blijven. Dit deed ik door haar even apart te nemen. Ik zag haar verbazing en verwondering. ‘Oké’, en een korte glimlach. Tijdens de les keek ik haar af en toe aan. Een knikje dat zij alleen oppikte. Ze ontspande. Ik ook.

Sinds die middag ontmoeten we elkaar regelmatig. We praten over haar weekenden, sporten, haar hond en die rare tante die steeds welbedoeld over de vloer komt. Heel af en toe vertelt ze over haar moeder. Ik hoef er niet naar te vragen. Het gaat vanzelf. Ze vertelt wat we op school voor haar kunnen betekenen. Het gaat in overleg.

Een enkele collega vraagt wel eens of ik niet bang ben dat ze heel hard gaat huilen. Dan antwoord ik met een lach op mijn gezicht ‘Wat zou dat mooi zijn, want dan kan ze zichzelf zijn bij me.’ Input voor een collegiaal gesprek.

‘Niet voor de school maar voor het leven leren wij’

Ik heb zelf besloten om me meer te verdiepen in wat verlies betekent voor jongeren. Door erover te lezen weet ik beter wat te doen. Dit betekent ook dat ik door mijn eigen land van rouw moet. Maar met de juiste steun en mensen om me heen is het een waardevolle reis. Ik ben blij dat de school me ruimte biedt om invulling te geven aan de uiting ‘Non scholae sed vitae discimus: ‘Niet voor de school maar voor het leven leren wij.’ Want bij het leven hoort verlies.

Wanneer leerlingen met een verlieservaring het gevoel hebben dat de school geen oog heeft voor hun behoeften en gevoelens, wordt het voor hen lastig om de verbinding met school te blijven voelen. School, de plek waar ze iedere dag zijn. Ik wil er voor de kinderen zijn die te maken krijgen met verlies. In welke vorm dan ook. En niet alleen voor de kinderen, ook voor mijn collega’s zodat zij kinderen een veilige plek kunnen bieden, waar ze welkom zijn met álles wat bij ze hoort.

Drs. Martine Huurman is leerkracht geweest, locatiedirecteur, intern begeleider en behandelcoördinator in het speciaal onderwijs voor kinderen met (ernstige) gedragsproblemen. Ze werkt nu vanuit haar eigen organisatie Streep.

Lees hier deel 1 van het tweeluik

* Herbergen van Verlies – Riet Fiddelaers – Jaspers & Sabine Noten,
De rouwende school – Riet Fiddelaers-Jaspers,
Met mijn ziel onder de arm – Riet Fiddelaers – Jaspers