inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Ode aan onze helden. Niet vanwege lessen of uitleg, maar door vertrouwen en aandacht’ hetkind.org/?p=54786

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Leerling: ‘Ik zei vanmorgen al dat ik een kort lontje had. Maar nu had ik geen lontje’

3 november 2015

Ellen Emonds

Geplaatst in: Opvoeding, Moreel Kompas,

Rik heeft een kort lontje. Hij wordt snel boos en heeft daar vooral zelf last van. Als hij zijn lerares in een woede-aanval uitscheldt, realiseert deze zich dat hij juist haar nodig heeft. Dat ze hem niet mag ‘verliezen’. Een column van Ellen Emonds.

Ik ben één dag per week  ambulant en sta dan niet in mijn groep 8. Gisteren hoorde ik van mijn stagiair hoe de schooldag verlopen was. ‘Pfff, heftig dagje.’

Hij vertelde dat Rik flinke ruzie had met Gijs en Thomas. Ze werkten samen aan een project, waar Rik naar zijn mening te weinig invloed op had. Hij werd er niet bij betrokken. Dat maakte hem boos. Zo boos dat-ie van plan was het werkstuk te vernielen. Hij was al onderweg met een schaar… De ruzie liep hoog op en Rik is door mijn stagiair tot bedaren gebracht.

Rik kan snel boos worden. Hij heeft, zogezegd, vaak een kort lontje. Degene die er het meeste last van heeft, is hijzelf. Regelmatig – en de laatste week zelfs dagelijks – ontploft hij. Dat kan komen doordat hij een plan heeft dat niet door kan gaan, iemand in de weg staat, hij zijn spullen kwijt is of omdat iemand hem plaagt.

De volgende ochtend startten we met elkaar in de kring. Ik vroeg wie aan zichzelf kon merken dat de koek bijna op is, dat het hoog tijd is voor de kerstvakantie. Rik stak onmiddellijk zijn vinger op. Toen ik vroeg wie zich ook extra prikkelbaar voelde, zag ik zijn hand weer direct omhoog schieten. Met hem waren er nog meer. Veel kinderen zijn toe aan vakantie. Ik gaf aan dat we dan misschien elkaar maar wat ruimte moeten geven, ons even terug moeten kunnen trekken als dat nodig is en dat ik voor iedereen steeds in de buurt zal zijn als ze me nodig hebben.

Een uur later staan we met groep 7 op de kunstijsbaan in het dorp. We mogen een klein uurtje schaatsen en de kinderen gaan vol goede moed de ijsbaan op. Na een half uur gaat het mis. Rik komt in botsing met Jelle uit groep 7. Binnen twee tellen liggen ze op het ijs te vechten en trapt Rik met zijn schaats richting Jelle. Ik haal ze onmiddellijk het ijs af en zet ze op apart op een bankje. Rik ontploft.
– ‘Die mongool haalt mij onderuit, dat pik ik niet. Dan krijgt ie van mij op z’n donder. Hij begon en nu moet ik er ook af. Jij geeft mij de schuld!’
– ‘Ik geef niemand de schuld, ik stop jullie gevecht.’
– ‘Ik was niet aan het vechten, ik geef hem op z’n donder. Dat is heel wat anders. Ik schopte hem niet, mijn been schoot per ongeluk uit.’

Woedend is hij. ‘Rik, ga daar zitten. Probeer even tot jezelf te komen en dan kijken we samen naar hoe we dit aanpakken.’ Briesend loopt hij weg. ‘Hoer! Val dood!’ Ik kijk naar hem en hij kijkt weg. Ik loop naar hem toe en hij loopt weg. Het is pas tien uur, we moeten de hele dag nog en straks hebben we kerstdiner. Dat haalt hij nooit zo en juist dat kerstdiner zal hem zo’n goed doen. Wat er ook gebeurt, hij moet terug naar zichzelf, met mij erbij. Ik mag hem niet ‘verliezen’.  Juist met mij moet hij vertrouwd blijven, we hebben elkaar dit jaar nog hard nodig.

Mijn collega die hem vorig jaar in de klas had, zei me: ‘Bel z’n ouders.’ Dat deed ik meteen. Ik kreeg zijn vader aan de lijn. ‘Met Ellen. Ik heb je hulp nodig, het gaat niet goed met Rik. Ik twijfel over wat ik moet doen, jij kent hem het beste.’ Dan pas vertel ik wat er gebeurd is en wat hij naar me geroepen heeft.

Zijn vader schrikt, verontschuldigt zich voor zijn zoon en stelt vervolgens voor om hem even aan de lijn te laten komen. Rik zit inmiddels op een bankje en kijkt me verdrietig en boos tegelijk aan. ‘Ik heb je vader voor je gebeld, ik dacht dat je dat misschien wel fijn zou vinden.’ De boosheid verdwijnt direct van zijn gezicht. ‘Ja, heel fijn.’ Hij neemt de telefoon aan en loopt weg.

Ik ga op een plek staan waar ik hem kan zien, hij ziet mij niet. Ik zie hem zijn verhaal vertellen, zijn gebaren zijn groot en onrustig. Na een minuut gaat hij zitten, na twee minuten zie ik zijn schouders ontspannen, na drie minuten huilt hij. Ik loop naar hem toe, leg mijn hand op z’n schouder en hij laat het toe. Hij rond het gesprek af. ‘Ik…, weet je…, het is gewoon…, sorry. Sorry. Ik had niet zo tekeer moeten gaan. Ik ging veel te ver, dat had ik niet tegen je moeten zeggen. Ik zei vanmorgen al dat ik een kort lontje had. Nu had ik geen lontje.’

Hij huilt, herpakt zich en vertelt me wat hem zo boos maakte en sluit af met zijn excuses. Ik vertel hem waarom ik deed wat ik deed en vraag hem wat hij gedaan zou hebben als hij in mijn situatie was geweest. ‘Hetzelfde denk ik.’
‘Ik vond het niet leuk dat je schold, maar ik begreep meteen dat het niet om mij ging. Kom, we gaan terug.’

‘s Avonds komt hij met jasje en stropdas op school voor het kerstdiner. Zijn vader brengt hem. Rik staat onzeker tussen ons in. ‘Wat fijn dat je er bent en wat zie je er mooi uit. Kom maar gauw binnen.’ Zijn vader kijkt naar me, ik glimlach naar hem. In het voorbijgaan geeft hij me een kneepje in mijn arm.

Dat zegt alles, woorden zijn overbodig.

Ellen Emonds werkte hier als leerkracht op EGO-school ‘De Bonckert’ in Boxmeer. Ze is docent ‘Pedagogische Tact’ bij het NIVOZ. Verder werkt ze als projectleider voor het Expertisecentrum Ervaringsgericht Onderwijs