inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Sarina Hoogendam


Sarina Hoogendam
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Bemoediging, een pedagogische uitdaging: ‘Vaak wordt vergeten moeilijke kinderen te bemoedigen, omdat je niets goeds meer ziet of omdat het als pedagogisch onjuist wordt ervaren.’

8 november 2015

Sarina Hoogendam

Sarina Hoogendam las het nieuwe boek van Beate Letschert, Jos Letschert en Maria Clasen over bemoediging. Over hoe een pedagogische houding van bemoediging het verschil kan maken in de ingewikkelde opvoed- en onderwijspraktijk van alledag. Juist in moeilijke situaties. ‘Sommige kinderen vragen veel aandacht en tijd van de leerkracht. Als deze al begrijpt wat de reden is van opvallend en claimend gedrag, kost het buitengewoon veel moeite dit gedrag te keren. En al helemaal om daarbij ook de ouders te betrekken en inzicht te geven in deze ongewenste effecten van hun (goed bedoelde) opvoedpraktijken.’

letschert‘Ik ben gisteren zo geschrokken,’ zegt een jonge lerares tegen haar iets oudere collega. ‘Ik was na schooltijd nog in mijn klas samen met een paar kinderen, toen plotseling de moeder van Marc -je weet wel- mijn lokaal binnenstormde en me luidkeels uit begon te schelden. Waar de kinderen bij waren natuurlijk. Hoe ik met haar zoon omging en zo. Ik merkte dat ik helemaal rood werd en kon van schrik niets meer zeggen, en ook de kinderen waren erg geschrokken. Toen ze uitgeraasd was liep ze snuivend en met een rood hoofd het lokaal uit, waarbij ze me nariep dat dit nog lang niet alles was. Ik wist echt niet wat ik moest doen en ben in tranen uitgebarsten.’

Herkenbaar? Dit is één van de vele praktijkvoorbeelden uit het nieuwe boek van Beate Letschert, Jos Letschert en Maria Clasen, Ist mir doch egal!, -vrij vertaald ‘Boejuh!’– . Centraal staat hoe je met een pedagogische houding van bemoediging het verschil kunt maken in de ingewikkelde onderwijspraktijk van alledag. Het boek heeft drie thema’s: Opvoeding thuis, School en onderwijs en Onderwijsbeleid en samenleving. Door praktijkvoorbeelden te koppelen aan deze drie thema’s lukt het de schrijvers om duidelijk te maken hoezeer al deze niveaus met elkaar in relatie staan en elkaar beïnvloeden.

De laatste jaren komen leerkrachten steeds meer onder druk te staan in de uitoefening van hun beroep. Onhandelbare, verwaarloosde of verwende kinderen, onmachtige ouders, de invloed van social media en het onderwijsbeleid dat steeds meer de nadruk legt op presteren. Allemaal factoren waar de leerkracht bewust of onbewust mee te maken heeft. In het boek wordt uitgewerkt hoe en waarom de pedagogiek van de bemoediging het verschil maakt in allerlei (ingewikkelde) situaties waar je als leerkracht mee te maken hebt. De kern van het boek is het hoofdstuk over het voeren van gesprekken met kinderen. Het is een uitvoerige analyse over hoe je dit kunt  aanpakken.

Opvoeding thuis
Kinderen zijn een product van hun opvoeding. Hoewel de meeste ouders het goed menen, pakken ze de opvoeding van hun kinderen niet altijd handig aan. Vaak met de beste bedoelingen zijn ouders te streng, te beschermend of ontnemen ze hun kinderen mogelijkheden om te leren. Beate ziet daar een voorbeeld van als ze in de wachtkamer van de dokter zit:

De deur van de wachtkamer gaat open en een moeder komt binnen met haar vierjarige dochter. Voor de kapstok blijven ze staan. Het meisje weet al wat er gaat komen en strekt gehoorzaam haar armen uit. De moeder ontdoet haar van de muts, wanten en sjaal en knoopt de jas van het meisje los. Intussen dwaalt de blik van het meisje door de wachtkamer en blijft rusten op de speelhoek. Zodra de moeder klaar is loopt ze naar de tafel en buigt zich over een houten puzzel met rode knopjes. Snel en probleemloos haalt ze de stukken eruit, om ze er vervolgens weer in te leggen. Dat gaat echter niet zo makkelijk. Met zichtbare verbazing stelt ze vast dat niet ieder stukje zomaar past. Ze probeert er één uit alle macht in de uitsparing te drukken maar het werkt niet. Het meisje begint na te denken, houdt wat puzzelstukjes omhoog, kijkt goed naar de vormen en vergelijkt deze met de uitsparingen. Het wordt duidelijk stiller in de speelhoek. Net als ze voorzichtig probeert een stukje in de juiste uitsparing te passen staat haar moeder luid zuchtend op. Ze loopt naar haar dochter, pakt het stukje uit haar hand en zegt: ‘Kijk, zo moet het.’ Achter elkaar legt ze de stukjes terug, waarbij ze hier en daar eerst een stukje in de verkeerde uitsparing probeert te passen. Uiteindelijk zijn alle stukjes terug gelegd, op twee na. ‘ Zo, die twee kun je wel alleen maken.’ Het meisje bekijkt de twee overgebleven stukjes en legt ze erin. ‘Geweldig!’, zegt de moeder. ‘Dat heb je goed gedaan!’ Een oudere vrouw die met plezier zit te kijken klapt in haar handen en lacht het meisje toe.’

De thuissituatie van een kind is dus van grote invloed op het functioneren op school. Is een kind de eerstgeborene en heeft het moeite met de rol als oudste? Krijg je van je ouders voldoende ruimte om fouten te mogen maken? Zijn je ouders overbezorgd of krijg je als kind altijd je zin?

Bepaalde opvoedingsstijlen werken “externe attributie” in de hand. Dat wil zeggen dat je alles wat je overkomt wijt aan omstandigheden van buitenaf. Je denkt dat je geen invloed op de situatie hebt gehad en niet in staat bent er iets mee te doen of aan te veranderen. Terwijl leren juist effectief wordt door interne attributie, de bereidheid om te groeien en te leren van alles wat je overkomt. Kinderen die extern attribueren vragen veel aandacht en tijd van de leerkracht. Als een leerkracht al begrijpt dat dit de reden is van opvallend en claimend gedrag, kost het buitengewoon veel moeite dit gedrag te keren. En al helemaal om daarbij ook de ouders te betrekken en inzicht te geven in deze ongewenste effecten van hun (goed bedoelde) opvoedpraktijken.

School en onderwijs
Beate verzorgt nascholing voor leerkrachten en krijgt daar vooral veel vragen over het omgaan met storende kinderen of moeilijk groepen. De leerkrachten hopen op kant en klare tips of willen -liefst zo snel mogelijk- hulp van een expert. Gedurende het traject blijkt echter vaak dat ze het zelf beter doen dan ze denken. Ze zijn zo gewend de aandacht te richten op wat mis gaat dat ze hun eigen goede interventies niet meer zien. Door de leerkrachten te bemoedigen kunnen veel problemen op eigen kracht opgelost worden. Jammer genoeg worden ook leerkrachten niet vaak bemoedigd. Leerkrachten zouden versterkt moeten worden in hun kwaliteiten, en niet moeten worden afgerekend op hun tekortkomingen.

Schoolleiders zitten soms zelf ook met de handen in het haar als het gaat om storende kinderen. Beate, die ooit schoolleider was, omschrijft in het boek het zoveelste gesprek met Hinnerk, een jongen “waar iets mee gedaan moet worden…”:

‘Een collega komt tussen de middag woest snuivend mijn kamertje binnen, een jongen stevig bij zijn bovenarm vastgeklemd. Vlak voor mij laat ze hem los, geeft hem nog een duwtje in de rug en schreeuwt: ‘Nu is het genoeg! Doe iets, maakt niet uit wat, maar DOE iets!’ Natuurlijk was het de schuld van de andere kinderen, de één had dom gekeken, de ander wat afgepakt en de derde had hem getrapt. Mijn poging om op enigerlei wijze iets van het voorval duidelijk te krijgen kostte mij de rest van de enige pauze die ik deze dag nog had. Aan het eind van het gesprek raapte ik mijn laatste krachten bij elkaar en maakte ik hem duidelijk dat het zo niet langer ging. Hij zou zijn gedrag moeten veranderen of anders moest hij uit de klas gezet geworden of nog erger, zelfs van school verwijderd. Toen waren we klaar. Hij zichtbaar opgeknapt en ik volledig uitgeput. Terwijl ik hem nog één keer indringend aankijk om mijn woorden nog meer kracht te geven kijkt hij geïnteresseerd naar boven en wijst naar een atletiekbeker die boven op de kast staat. Wie heeft eigenlijk die beker gewonnen die daar boven op die kast staat? Die gouden daar?’

Dit gesprek was al klaar voordat het begon, stelt Beate. De uitkomst boeide Hinnerk geenszins en droeg al helemaal niet bij aan een oplossing voor het probleem. Het lijkt zo logisch om ongewenst gedrag van een kind door sancties of het stellen van grenzen te stoppen. ‘Dat moet ie maar gewoon leren, zo gaat dat hier nu eenmaal, daar moet hij maar doorheen.’ Maar bij langdurige gedragsproblemen gaat het niet om het kortstondig corrigeren van slechte gewoontes. Het gaat om een diep, ingrijpend en langdurig leerproces dat, hoe moeilijk het ook is, door een goede pedagogische aanpak wel het gewenste effect kan hebben. Daarbij is het belangrijk het kind te versterken. Natuurlijk zijn correcties daarbij nodig, maar de volgende stap is het kind een andere richting te wijzen. Daarbij moet je bedenken dat de destructiefste kinderen ook het meest ontmoedigd zijn. Heel vaak wordt vergeten juist deze moeilijke en storende kinderen te bemoedigen omdat er niets goeds meer wordt gezien of omdat het pedagogisch als niet juist wordt ervaren.

Onderwijsbeleid en samenleving
kubus
Vanuit de maatschappij wordt via onderwijsbeleid invloed uitgeoefend op het curriculum. Hoe dat curriculum wordt samengesteld is afhankelijk van veel factoren zoals in de curriculumkubus is te zien. Visie, doelen, inhoud, leermiddelen, leeromgeving versus kiezen, ontwerpen, uitvoeren, reflecteren en waarderen, op het niveau van leerkracht tot en met beleid en alles wat daar tussen zit. Alles is met elkaar verbonden en veranderingen op het ene niveau hebben altijd effect op het andere.

Nemen we het niveau van waarderen dan zien we al snel dat er veel ruis kan ontstaan als niet duidelijk is wat er geëvalueerd wordt of zou moeten worden. De PISA-metingen zijn daar een goed voorbeeld van. Die scores geven vaak aanleiding tot veranderingen in onderwijsbeleid, met als gevolg veranderingen in de leeromgeving waar de leerkracht weer mee moet omgaan. Terwijl maar de vraag is of die scores echt de kwaliteit van het geboden onderwijs weergeven en of het echt noodzakelijk is in te grijpen.

We weten dat nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht essentieel zijn om tot leren te komen. Helaas groeien kinderen tegenwoordig op in een wereld die weinig aan de verbeelding overlaat. Wat voor waarden en normen zien kinderen in reclames en tv programma’s? Hoe stevig is een vriendschap op social media? Kinderen ontlenen hun identiteit maar al te vaak aan oppervlakkige rolmodellen. In vergelijking met vroeger is er een veel grotere diversiteit aan religieuze, levensbeschouwelijke en culturele opvattingen. Ouders en leerkrachten kunnen zich niet ook niet meer zo makkelijk optrekken aan van oudsher geldende normen en waarden. Daarnaast hebben ze vaak volle agenda’s en staan ze onder enorme tijdsdruk. Maar al te vaak geven ouders de leerkracht of school de schuld van de gedragsproblemen van hun kind zonder naar hun eigen aandeel te kijken. Van leerkrachten wordt verwacht dat ze leerlingen opvoeden tot burgerschap terwijl bij sommige jongerengroepen de moraal en het respect ver te zoeken is. Het is logisch dat leerkrachten zelf ook soms niet meer weten waar ze op terug kunnen vallen en onzeker worden. Voeg daaraan toe dat in de media en de politiek veel over onderwijs wordt gezegd en gevonden, maar lang niet altijd op een gefundeerde en genuanceerde manier.

Het boek roept leraren op weer eigenaarschap over hun beroep te nemen. Daarbij is het belangrijk dat de leraar dit wil, kan, doet en mag. Binnen de speelruimte van de maatschappelijke verwachtingen en de competenties van de leerkracht zelf is nog veel mogelijk. Vooral als de relatie met de leerling voorop staat en de leerkracht zijn verantwoordelijkheid niet uit de weg gaat. Het ontbreekt de leerkracht vaak niet aan het gevoel het ‘goed’ gedaan te hebben, maar wel aan het vermogen om uit te leggen ‘waarom’. Daar kan dit boek zeker een bijdrage aan leveren.

Droge kost? Helemaal niet! Het boek leest makkelijk weg, zelfs in het Duits. Een absolute aanrader voor iedereen in het onderwijs die worstelt met de alledaagse praktijk of zich wil verdiepen in de pedagogiek van de bemoediging.

‘We moeten leren met de ogen van de kinderen te kijken, met de oren van de kinderen te horen, met de harten van de kinderen te voelen en in de schoenen van de kinderen te staan. – A. Adler –‘

Je kunt het boek bestellen via bol.com

Sarina Hoogendam schreef eerder al een verslag van de onderwijsavond die Beate Letschert verzorgde in 2012 over het thema ‘Ermutiging’ (bemoediging). 

Sarina Hoogendam werkt als docent op HBO Drechtsteden in Dordrecht en als  leerkracht hoogbegaafden bovenbouw op basisschool Kronenburgh in Rijswijk.