inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

felix meijer


felix meijer
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Als je op basis van vertrouwen, respect en waardering werkt, is er geen ordeprobleem’

14 november 2015

felix meijer

Marcel van Herpen onttrekt uit de psychologische basisbehoeften (competentie, autonomie en relatie) zijn visie op gezag in de onderwijspraktijk. In de eenvoud van zijn verhaal, opgetekend door schoolleider Mariken Goris en eerder gepubliceerd in het blad Mensenkinderen, zit de kracht. ‘Als je op basis van vertrouwen, respect en waardering werkt, is er geen ordeprobleem en dus ook geen gezagsprobleem. Vanaf dag 1 dus alles inzetten op de relatie en laten zien dat je naar de kinderen verlangt.’ 

Vanaf het moment dat een kind wordt geboren, richt het zich vanzelfsprekend op de relatie. Door de relatie met de moeder krijgt het kind wat het nodig heeft: voedsel om niet te verhongeren, een doek of een deken om het niet koud te hebben. Tegelijkertijd spelen voordurend psychologische factoren een rol, omdat de moeder de signalen van het kind steeds beter ziet. Als het gaat om verbondenheid is voor Marcel van Herpen het startpunt daarom volstrekt helder, dat is altijd relatie.

Vanuit deze relatie ontwikkelt het kind een eigen identiteit, het kind wordt autonoom. Bijzonder is dat autonomie niet simpelweg staat voor ‘op zichzelf’. Marcel: ‘Autonomie ontwikkelt zich altijd in relatie tot de ander, of anders gezegd, de ‘ik’ is niet los te zien van de relatie met de ander, want iemand is autonoom ten opzichte van de ander.
Vanuit relatie ontwikkelt zich eveneens de prestatie die het kind kan leveren. Relatie, autonomie en competentie draaien voortdurend om elkaar heen. Maar het begint allemaal bij de relatie.’

Hoe bouw je een relatie op?
Marcel: ‘In een goede relatie kan de een zichzelf zijn en de ander ook; in de interactie zoek je uit hoe ver je kunt gaan en wat er nodig is. Zo ontstaat er verbondenheid. Verbondenheid is dan geen abstract begrip. Het is een kenmerk van een relatie waarbij de autonomie van
beiden gewaarborgd blijft. Zo’n verbondenheidsrelatie kan echter alleen ontstaan als er wederzijds vertrouwen is. Vertrouwen is daarmee de voorwaarde én het resultaat. In de interactie is vertrouwen nodig, is ruimte nodig waarin veiligheid wordt ervaren, zodat je je kwetsbaar durft op te stellen en weet dat de ander niet onmiddellijk een oordeel heeft. In
die ruimte is het mogelijk om vertrouwen te ervaren en vertrouwen te geven aan de ander. Vertrouwen en zelfvertrouwen dus. Het zijn twee kanten van dezelfde medaille. Zoals er geen autonoom persoon is zonder relatie.’

Je hebt ook duidelijke opvattingen over gezagsverhoudingen. Kun je omschrijven welke rol ‘relatie’ hierin speelt?
Marcel onderscheidt twee typen gezagsverhoudingen. Het eerste type is de natuurlijke gezagsverhouding (1). Het gaat om mensen voor wie je respect hebt, mensen tegen wie je opkijkt, mensen die voorbeeldgedrag laten zien. Bij het tweede type gaat het om gezag dat gekoppeld is aan een functie (2), bijvoorbeeld de agent op straat, de leraar in de klas, de directeur van een school.

Het gaat Marcel in eerste instantie om gezagsverhoudingen in de natuurlijke relatie (1). Hij zegt: ‘Als je kijkt naar de verhouding tussen leraar en kind, dan staat in de klassieke verhouding (2) de leraar boven het kind. Zo is ons onderwijs georganiseerd. De leraar heeft gezag en dat is strikt genomen niet onlogisch. Kinderen moeten kunnen rekenen op de veiligheid die de leraar garandeert, dat hij wat te vertellen heeft, dat hij kan ingrijpen indien nodig.


Kinderen hebben tegelijkertijd feilloos door of ze voor de leraar wel of geen natuurlijk respect (gezag) kunnen opbrengen. Ze ervaren dat er leraren zijn die eigenlijk helemaal geen respect voor kinderen hebben. Een leraar zei laatst tegen me… Lees verder (pdf)

Marcel van Herpen is medeoprichter van hetkind en auteur van  ‘Ik, de Leraar’. Mariken Goris is schoolleider a.i. van Donatushof in 
Bemmel en redactielid van Mensenkinderen. Dit artikel is met toestemming gepubliceerd.