inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rien Spies


Rien Spies
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Gisteren op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Wie nadenkt over verbetering van het onderwijs spreekt tegenwoordig graag over bildung’

1 februari 2016

Rien Spies

Geplaatst in: Legitimering

Volgens Denker des Vaderlands Marli Huijer ‘is het gemeengoed geworden om zich tegen het rendementsdenken te keren. Woorden als nut, winst en efficiëntie maken plaats voor het denken in termen van bildung.’ ‘Onderwijs moet weer draaien om de intellectuele, culturele en morele vorming van scholier, student en leraar. Bildung zou topprioriteit moeten zijn in het onderwijs,’ stelde minister Bussemaker in voorjaar 2015. Huijer betwijfelt of we van bildung inderdaad het antwoord op het rendementsdenken kunnen verwachten. Een interview van Peter Henk Steenhuis met Marli Huijer, Denker des Vaderlands.

marlihuijerWie nadenkt over verbetering van het onderwijs spreekt tegenwoordig graag over bildung of over brede ontwikkeling of een bredere kijk op goed onderwijs. Ook de Onderwijsraad doet dit. De raad constateerde in 2011 dat het onderwijs lange tijd gericht was op ‘meetbare doelen, in het bijzonder op het verhogen van taal- en rekenprestaties’. Maar volgens de Onderwijsraad heeft de samenleving ‘vooral ook behoefte aan mensen met creativiteit, probleemoplossend vermogen, culturele en morele sensitiviteit, zorgzaamheid en vakmanschap’.

Volgens Denker des Vaderlands Marli Huijer ‘is het gemeengoed geworden om zich tegen het rendementsdenken te keren. Woorden als nut, winst en efficiëntie maken plaats voor het denken in termen van bildung.’ ‘Onderwijs moet weer draaien om de intellectuele, culturele en morele vorming van scholier, student en leraar. Bildung zou topprioriteit moeten zijn in het onderwijs,’ stelde minister Bussemaker in voorjaar 2015.

Huijer betwijfelt of we van bildung inderdaad het antwoord op het rendementsdenken kunnen verwachten. ‘Dat hangt sterk af van de invulling die we aan het begrip geven. In morele, intellectuele en culturele zin lijkt er weinig tegen in te brengen, maar hebben we er in politieke zin ook iets aan? Kan bildung het denken in termen van nut en efficiency doorbreken? Ik ben bang dat politiek gezien de nadruk op bildung contraproductief werkt, omdat het de zo wenselijke politieke betrokkenheid eerder verkleint dan vergroot.’

Waarom zou dat zo zijn?
‘Dat bildung een depolitiserend effect kan hebben, werd al bij de opkomst van het begrip opgemerkt. “Waar het geleerde begint, houdt het politieke op,” schreven Goethe en Schiller in 1796. De grote aandacht voor het geestelijke of geleerde ging in het achttiende-eeuwse Duitsland ten koste van het politieke.
Anders dan Nederland nu was Duitsland in de achttiende eeuw een feodale standenmaatschappij. Het land bestond uit een lappendeken van staten; de economische en politieke macht lag in handen van de vorstenhoven. Het volk, dat van de landbouw leefde, had aan die macht te gehoorzamen. De adel aan de hoven richtte zich op Frankrijk: men sprak Frans en had Franse manieren. Maar anders dan in Frankrijk was de Duitse aristocratische bovenlaag ontoegankelijk voor mensen die niet van adel waren.

Begin achttiende eeuw begon het in Duitsland te gisten. Met de opkomst van een kleine elite van burgers groeide het verzet tegen de macht van de hofadel. Deze burgerij, het bildungsburgerdom, had weinig op met revolutie. Zij vreesden de macht van het ongeletterde volk evenzeer als de macht van de adel. Het protest tegen de standenmaatschappij werd daarom gezocht in geleidelijke hervormingen, die via de zedelijke en intellectuele opvoeding, de bildung, zouden worden bereikt.
De gedachte erachter was dat het volk pas tot een politiek oordeel kon komen als het eerst tot burger was opgevoed. Alleen een in zedelijk en intellectueel opzicht ontwikkeld individu kon tot de politiek juiste beslissingen komen.

De burgerlijke weerzin tegen de hofadel werd gevoed door een polemiek over de tegenstelling tussen “geciviliseerdheid” (Zivilisation) en “cultuur” (Kultur). Tegenover de adel, die zich voorstond op goede, beschaafde manieren, beriep het burgerdom zich op de zedelijke en culturele vorming om haar positie te legitimeren. De Duitse filosoof Immanuel Kant bracht deze tegenstelling als een van de eersten scherp onder woorden:

• De idee van de zedelijkheid behoort tot de cultuur. Wanneer deze idee echter zo wordt toegepast dat het enkel neerkomt op schijnzedelijkheid ter wille van de eer en op uiterlijk fatsoen, dan gaat het louter en alleen om civilisering.

• De burgerlijke intelligentsia zette de innerlijke culturele ontwikkeling, de bildung, in als wapen om zich te onderscheiden van de aristocratie. Bildung was het verzet tegen de gemaniëreerdheid, tegen het zogenaamd beschaafde.’

Het streven naar een eigen Duitse, en dus niet Franse, cultuur legde de basis voor Duitsland als ‘cultuurnatie’.
‘Ja. Hoewel er politiek gezien nog geen sprake was van een natie, bleek dat in taal en cultuur wél mogelijk. Dit ideaal van een “cultuurnatie” baande de weg voor de emancipatie van het individu door middel van bildung. De cultuur bood de Duitse burgers bovendien de gelegenheid om zich een nieuwe nationale identiteit aan te meten.
Om die identiteit op te bouwen wendde de intelligentsia zich tot de Oudgriekse polis, de stadstaat waar vrije jongemannen onder leiding van een wijze leraar intellectueel en zedelijk werden getraind om een goede burger, goede krijger en goed staatsman te worden.

Lees hier het hele interview dat Peter Henk Steenhuis hield met Marli Huijer (pdf).

3D-cover-350x500De Zaanse Agora op hetkind

De wereld verandert razendsnel, maar het aantal sferen waarin we ons bewegen, blijft door de eeuwen heen min of meer constant. Wellicht kunnen we in de acht sferen van het model – privé, privaat, publiek, politiek, religie, sport, kunst en filosofie – aanknopingspunten vinden voor toekomstgericht onderwijs.

Vanuit elke sfeer geven bekende Nederlanders en Zaankanters hun visie op Bildung, onder wie schrijfster Judith Koelemeijer, cabaretier Freek de Jonge, beeldhouwer Joost van den Toorn, wielrenner Mike Terpstra, burgemeester Geke Faber, restaurateur Bart Nieuwenhuijs en de directeur van het Zaans Museum, Jan Hovers. Denker des Vaderlands Marli Huijer diept het begrip Bildung verder uit. Via hetkind wordt een aantal verhalen in een wekelijkse serie gepubliceerd.

De samenstelling en redactie zijn verzorgd door Anneke Bax, Marja Bruinsma, Erno Eskens en Gerard van Stralen.

Klik hier om een exemplaar te bestellen