inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Simon Verwer


Simon Verwer
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
‘De definitieve bevestiging van de heropleving van de onderwijspedagogiek in Nederland’

18 februari 2016

Simon Verwer

Glashelder. Erudiet. Ontroerend. Met hier en daar nog onbenut potentieel. Dat stelt in een notendop de recensie door Simon Verwer van het recent verschenen Ik ben ook een mens: opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt van pedagoog Joop Berding. De verschijning van dit boek mag gezien worden als de definitieve bevestiging van de heropleving van de onderwijspedagogiek in Nederland. Zoals iemand op Twitter schreef tijdens de boekpresentatie op een praktijkschool in Rotterdam: ‘De pedagogiek is definitief terug’.

ikbenookeenmensJoop Berding, historisch wijsgerig pedagoog verbonden aan de Hogeschool van Rotterdam, heeft een boek geschreven waarin hij de lezer op een vriendelijke wijze meeneemt naar een drietal gesprekken met drie klassieke denkers: de Poolse arts-pedagoog Janusz Korczak, de Amerikaanse opvoedingsfilosoof John Dewey en de Joods-Duitse politieke denkster Hannah Arendt. Een interessante vraag is waarom Berding – onder meer bekend van het met zijn kompaan Wouter Pols geschreven Schoolpedagogiek – juist deze drie bij elkaar heeft gebracht. In de woorden van Berding zelf:

‘Wat het bijeenbrengen van deze drie interessant maakt, is dat door hun inbreng allerlei concepten en opvattingen zijn gaan ‘schuiven’. Ze hebben een toegevoegde, diepere betekenis gekregen. Naar mijn overtuiging (…) bieden deze drie tezamen een dynamisch geheel van veelbelovende gezichtspunten op opvoeding en onderwijs. Veelbelovend in het licht van de vragen waar de politiek, de samenleving en om te beginnen vele opvoeders dag in dag uit mee te maken hebben: wat betekent het voor de oude generatie dat er een nieuwe wereld is gekomen? Wat is er voor nodig om die generatie in de wereld te laten ‘verschijnen’, niet alleen als biologische wezens, maar in de volle betekenis van ‘mens’?’ (p. 12).’

De volle betekenis van ‘mens’. Dat is nogal wat. Een streven waar een auteur zich gemakkelijk aan vertilt. Maar dat gebeurt niet. Berding brengt Janusz, John en Hannah tot leven met een uiterst prettige combinatie van bronnen, genres en stijlen: biografische informatie, primaire teksten, secundaire literatuur en zelfs een deel uit een zelf geschreven theaterstuk. Het leidt tezamen tot een tekst die de lezer op vriendelijke wijze uitnodigt in dialoog te gaan over wat het mens zijn kan en zou moeten betekenen.

Wat vooral bijzonder is: na afloop had ik het gevoel Korczak, Dewey en Arendt daadwerkelijk beter te hebben leren kennen: Korczak met zijn daadkracht, ondanks zijn twijfels. Dewey, die dankzij zijn vrouw meer pedagoog dan filosoof werd. En Arendt wiens tegendraadsheid en verlangen naar onafhankelijkheid ook een zeker ongemak in de omgang betekende. Hieronder kort wat reflecties per denker.

Janusz Korczak (1878 – 1942)

Het deel over Korzcak opent met een door Berding eerder geschreven kort theaterstuk. Dat werkt goed. Het is een fijne binnenkomer en Korczak verschijnt direct als betrokken pedagoog.  De foto van Dom Sierot, het weeshuis waar hij op zolder werkte maakt het nog tastbaarder. Wat volgt is een gedetailleerde beschrijving van Korczak zijn pedagogische Bildung: een verhaal vol dramatische ups en downs. Berding mengt deze biografische verhaallijn met citaten uit verschillende bronteksten, wat een een prettige afwisseling is voor de lezer. Ook prettig is dat Berding, zo nu en dan, lessen durft te trekken uit het oeuvre van de verschillende denkers. Zo schrijft hij over Korczak:

‘De grote les uit Korczaks praktijk en de manier waarop hij daarop reflecteert is vooral het idee dat je in de opvoeding steeds opnieuw kunt beginnen. Korczak liet zich door de mislukkingen die hij meemaakte niet ontmoedigen, maar probeerde het opnieuw. Zijn pedagogiek, of beter: zijn praktisch pedagogisch handelen, wordt gekenmerkt door een groot inzicht in de werkelijke praktijk.’ (p. 58).

In het hierop volgende deel illustreert Berding hoe Korczak abstracte idealen als participatie en rechtvaardigheid verwezenlijkt in de vorm van een kinderrechtbank, met wetboek en al. Korczak heeft zo een essentiële bijdrage geleverd aan de realisatie van het denken in termen van kinderrechten. Uiterst fascinerend, zeker voor die tijd, en inspirerend voor de onze. Zoals Berding zelf schrijft:

‘Hoewel Korczak de kinder- en leerlingparticipatie nu ruim een eeuw geleden heeft ‘uitgevonden’, moet deze nog steeds tot volledige ontwikkeling komen in het onderwijs en ander instellingen voor jeugd en jongeren.’ (p. 77).

Wat ik vooral sterk – en soms zelfs ontroerend vond – is hoe Berding Korczak tot leven brengt als actuele, kwetsbare pedagoog die ons veel te leren heeft over de relatie tussen de praktijk, de reflectie daarop en ons streven de onderlinge omgang tussen kinderen te vermenselijken.

John Dewey (1859 – 1952)

De tweede denker is John Dewey, waar Berding in 2011 al een overzichtswerk van verzorgde, getiteld: John Dewey over opvoeding, onderwijs en burgerschap. Een keuze uit zijn werk.

Het denken van Dewey wordt hier behandeld in drie korte hoofdstukken met aandacht voor zijn leven, werk en kernbegrippen, zijn visie op het curriculum en zijn visie op spel. Hieruit blijkt dat Dewey niets aan actualiteit heeft ingeboet, of wie weet er zelfs wel aan gewonnen heeft. Wat Berding ook duidelijk maakt is dat Dewey te vaak onzorgvuldig wordt ingezet als karikatuur van het nieuwe leren.

In het eerste hoofdstuk komt de op het moment felle strijd tussen ‘traditoneel’ en ‘progressief’ onderwijs aan bod. Een fel debat, bijvoorbeeld op het moment in de UK, waarin Dewey vaak wordt genoemd, zij het te vaak op basis van te losse associaties. Berding is hier uitgesproken over en corrigeert het beeld dat Dewey beschouwd zou kunnen worden als een voorloper van het ‘nieuwe leren’. Hij laat dit onder meer zien met een bespreking van een toespraak uit 1933, die na afloop ook in de New York Times verscheen, met de veelzeggende titel: ‘Dewey Outlines Utopian Schools’.

Het gegeven dat Berding diepgravende kennis bezit over Dewey is uiterst plezierig voor de lezer. Uitspraken worden in de historische context geplaatst, zonder de kracht ervan voor het heden daarmee te willen relativeren. Het Chicago waarin Dewey leefde is bijvoorbeeld van groot belang om zijn labschools initiatief goed te duiden, even als de pedagogische invloed van zijn vrouw Alice Chipman.

Lees het vervolg van deze recensie op onderwijsfilosofie.nl

Simon Verwer was in 2011 uitgeroepen tot ScienceGuide student van het jaar. Hij zat in de eerste lichting student-docenten van het project – Eerst de Klas- , het traineeprogramma voor excellente academici in het bedrijfsleven en het onderwijs. Daarin heeft hij uitgeblonken met zijn inzet en inhoud over veel meer dan zijn vakgebied filosofie. Verwer publiceert regelmatig op het blog Onderwijsfilosofie en op andere fora. Met Eke Rebergen vormt hij samen Denkfiguren. Zij zoeken verfrissend positieve en doordachte vergezichten voor de alledaagse onderwijspraktijk.