inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hans Bakker


Hans Bakker
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Over de praktijk van Juf Kiet: ‘En dit vinden we goed in het land van Theo Thijssens De Gelukkige Klas?’ hetkind.org/?p=56258

12 seconden geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Het verhaal van de lerende. Ofwel: ‘Als je niet echt kiest voor het kind, dan gaat het nooit goedkomen’

2 maart 2016

Hans Bakker

Hans Bakker – ‘Ik ben iemand die nooit stil staat op het gebied van educatie’ – sprak begin januari in het onderwijscafé in Ede.  ‘Ik heb een aantal studies gedaan in de avonduren. Waardoor ik na 15 jaar in het basisonderwijs ook nog Nederlands, pedagogiek, onderwijskunde en communicatiewetenschappen heb gedaan. En zelfs op de opleiding journalistiek heb gewerkt.’Zijn betoog scheert via zijn eigen biografie langs het lectoraat in Ede, de weerbarstige praktijk op een school in Nijkerk naar waar het hem om altijd en overal om te doen is: het welbevinden van het kind. De leidende vraag: hoe zet je een kind in zijn kracht?

Hans Bakker (1953) is momenteel docent onderwijspedagogiek en vormt met Jan Kaldeweij een duo-lectoraat op de CHE in Ede, Talenten en Opbrengsten. Hans’ lectorale rede is hier te vinden en draagt de titel: Leer jij jouw leerlingen hun talenten kennen? … en levert dat ook wat op? Dit is een geredigeerde weergave van zijn presentatie op woensdagmiddag 6 januari, ten overstaan van 15 onderwijsbetrokkenen (studenten, leraren en docenten, onderwijsadviseurs uit de omgeving)

‘Op het moment dat je de kramp eruit haalt, en het kind niet meer in zijn nek blaast, gaat het zelfbeeld omhoog’

‘Ik heb een hele zoektocht gehad in de theorie, en in mijn promotieonderzoek alles een beetje bij elkaar gestopt. Maar het meest gemotiveerd ben ik als ik eens in de zes weken voor groep 5 sta. Eén dag. Dat heb ik mezelf verplicht sinds ik lector ben geworden. Ze vroegen mij om lector te worden, dus toen zei ik ‘Ja, dat wil ik wel, maar het moet ook praktisch zijn. En het moet gaan om het kind.’

Jullie krijgen van mij straks de lectorale rede mee. In elk geval gaat het om het verhaal van ‘de lerende’. Van hoe vertel je nou je verhaal? En daar bedoel ik mee; dat heeft een achtergrond. Ik probeer het in te leiden. Dat doe ik met een prentenboek. Zelfs in groep 8 worden er veel prentenboeken gebruikt. Om gewoon iets te kunnen neerzetten. En dít vind ik een geweldig prentenboek: Als de geit leert zwemmen. In dit boek (en filmpje) moeten de dieren allerlei dingen doen waar ze niet voor geboren zijn. Zoals dit paard dat in een boom moet klimmen. En die wordt daartoe gedwongen en dan raakt-ie gefrustreerd. Want die kan het niet. Zo zijn er allerlei dieren die allerlei dingen moeten doen. Ik lees even een conclusie die aan het einde staat: ‘Kijken naar talentontwikkeling. Als de meesters in dit boek mee hadden gewerkt met de leerlingen – en vragen hadden gesteld – en hen hun verhaal hadden leren vertellen, dan hadden ze waarschijnlijk veel meer bereikt. En hadden ze hun leerlingen ‘beter’ les kunnen geven en vorderingen kunnen laten maken.

Nou, dat is zomaar een conclusie uit dit boek van waarvan ik zeg: ja, hier gaat het dus om. We zijn met een groep 5 bezig op De Hoeksteen in Nijkerk. Dat is een van onze onderzoekscholen. We hebben expres die groep gekozen, omdat die leerlingen vanaf groep 3 bekend staan als een ‘weerbarstige’ groep; waar de groepsdynamica eigenlijk op zijn gat ligt; waarbij op het schoolplein juist die leerlingen uit die groep de zaak terroriseert. (ZIE OOK BLOG van maandag)

Vanaf eind vorig schooljaar zijn we in contact gekomen met de leerkrachten van die groep, en met degene die nu die groep heeft, Grethe de Koster. Zij is ook afgestudeerd op de CHE, heeft inmiddels onderwijspedagogiek gestudeerd aan de VU in Amsterdam. En met haar heb ik een deal eens in de zes weken, dan sta ik voor de groep. We hebben samen een plan bedacht, om te kijken: ‘hoe zet je nou kinderen in hun kracht? Hoe zorg je nou dat dat ene kind zijn verhaal vindt, maar dat die groep ook een verhaal heeft? Want ze hebben nu een verhaal dat ze een ‘weerbarstige’ groep zijn.
Allereerst hebben we die kinderen geconfronteerd met dat imago. We hebben gezegd: ‘Jullie staan bekend als kinderen die pesten, die pootje haken, die andere kinderen van het klimrek duwen, die groepsvorming hebben…’ We hadden namelijk een aantal opinieleiders ontdekt, zoals ik dat nu even noem, een stuk of drie. En eentje ervan gaf zelfs kinderen wachtwoorden, dus als ze het wachtwoord wisten dan hoorden ze bij de clan, zeg maar. Nou, dat heeft een paar weken zo geduurd. En dat gebeurde ook binnen de sociale media. Dus ook op Facebook werden die kinderen uitgesloten die geen wachtwoord hadden, dus het ging behoorlijk ver…
En toen hebben we de zaak bij elkaar gelegd, en gesteld: hier moeten we wat aan doen. Nou, in die tijd was ons lectoraat net in opbouw. Dus ik zei, ik ga mijn verhaal richten op dit onderwerp. Van, hoe zet je nou kinderen in hun kracht, hoe maak je nou een mission-statement als groep? En daar wil ik jullie iets van laten zien…’

‘Dit is deugdethiek’

We hebben een experiment gehad waarbij de kinderen vanaf het voorjaar van 2015, groep 8 als voorbeeld genomen, we hebben gezegd, op 3 juli krijgen jullie allemaal 2 minuten spreektijd. Want dan is namelijk de afscheidsavond. En dan mogen jullie aan je ouders presenteren wat jullie op deze school hebben geleerd en wat je in je rugzak meeneemt naar het voortgezet onderwijs. En we hebben ze gevraagd: wat zijn nou waarden, wat zijn nou normen? Wat is nou morele vorming? (Zonder dat begrip te gebruiken). Wat wil je eigenlijk meenemen in je rugzak als je naar het voortgezet onderwijs gaat? Nou, kinderen noemden een aantal dingen, die hebben we opgeschreven, en die gingen we clusteren, analyseren, literatuur erbij pakken… En toen kwamen we tot de ontdekking: ‘Dit is deugdethiek.’.

1001004002172080In die tijd las ik ook deze twee boeken: Karaktervorming van Thomas Lickona, dat is een Amerikaan die heel veel geschreven heeft over karaktervorming van leerlingen in school. En dit boek: Een kwestie van karakter, van Paul Tough dat gaat over, waarom doorzettingsvermogen en nieuwsgierigheid belangrijker zijn dan IQ ? Dus EQ en IQ – die verhouding – van hoe kun je nou een kind in zijn kracht zetten, zodat je zijn talenten kan waarderen? En toen ben ik tot de ontdekking gekomen, eigenlijk door Dirk de Wachter, dat is een psychiater in België, en die zegt: ‘Je moet ook kinderen leren om ongelukkig te zijn.’

Karaktervorming
Een belangrijk boek, Education for Character: How Our Schools Can Teach Respect and Responsibility, van Thomas Lickona1, vertelt over succesvolle programma’s, uitgevoerd in veel scholen in Canada en de Verenigde Staten, die ethiek gebruiken om wederzijds vertrouwen tussen leraren en leerlingen te ontwikkelen. Verder bespreekt het: ‘Hoe scholen respect kunnen leren, verantwoordelijkheid, hard werken, mededogen en andere waarden die zo dringend nodig zijn in de hedendaagse samenleving.’ De schrijver verwijst naar gewoonten van het denken, van het hart en bij het handelen, die tezamen morele volwassenheid tot stand brengen. Kinderen leren hoe te beoordelen wat goed is – ‘zelfs onder druk van buitenaf en van verleiding van binnenuit’ (blz. 51). Eén leraar zei het als volgt: ‘Wij moeten van onszelf geven en niet alleen onze leerstof.’ Dr. Lickona legt de nadruk op de betekenis van het leveren van goed werk en het in praktijk brengen van zelfdiscipline.

Een kwestie van karakter
Een baanbrekend boek dat ons op een heel andere manier laat kijken naar opvoeding en onderwijs. Wat bepaalt of je slaagt in het leven? Heel lang dacht men dat intelligentie de doorslaggevende factor was. Een hoog IQ en goede cijfers op school zouden kinderen de grootste slagingskans geven. Maar Paul Tough laat zien dat vaardigheden als doorzettingsvermogen, nieuwsgierigheid, optimisme en zelfbeheersing de basis vormen voor een geslaagd leven. Tough vertelt de verhalen van onderwijzers en onderzoekers die met vallen en opstaan ontdekken hoe we onze kinderen kunnen helpen deze vaardigheden te ontwikkelen. Wat blijkt? Een sterk karakter valt aan te leren.

9789047008118-240x300Hebben jullie enig idee wat de gelukkigheidsfactor is in Nederland, op dit moment? Dat is 7.8, we zijn het derde land in de wereld wat gelukkigheid betreft, op grond van Dirk de Wachter. Via de NTR is er ook een heel mooi filmpje. Hij noemt namelijk de maatschappij van nu, de borderline-maatschappij. Ook Trudy Dehue – een hoogleraar wetenschapsgeschiedenis van de Universiteit van Groningen, heeft er een boek over geschreven, Depressie-epidemie. En ook zij komt tot de ontdekking: de maatschappij van nu is een borderline-maatschappij.

Hoe komt het dat er zoveel ADHD’ers en depressieve mensen zijn? Omdat de maatschappij depressief is. De maatschappij zit vol met aan autisme verwante stoornissen. En het is niet gek dat mensen in die maatschappij ook verwant raken met autisme en depressie en borderline-achtige verschijnselen krijgen. Toen dacht ik ja, inderdaad. Martin Seligman, dat is de man van de positieve psychologie, die zegt: je moet kinderen ook leren om ook iets niet te hoeven kunnen.

‘Als ze 14 jaar zijn – ze hebben ze  al 110 keer hebben gehoord dat ze dom zijn’

Ook is er een onderzoek in de Verenigde Staten geweest, dat was zo’n beetje 2003, waarbij ze twee groepen kinderen uit groep 7 bij elkaar hebben gezet. Gelijk verdeeld qua jongens en meisjes en qua intelligentie (IQ), ik geloof 2 x 100 kinderen. Ze hebben naar rapporten gekeken, het eerste rapport in oktober. ‘Oké, jij hebt een 4 voor rekenen, een 6 voor taal, een 7 voor aardrijkskunde… Die groep gaan we lesgeven in die vakken waar ze niet goed in zijn.

Vervolgens pakten ze een experimentele groep, daar zeiden ze: je mag een of twee onvoldoendes hebben, maar we gaan je in je kracht zetten, in wat je toch al goed kan. Namelijk die 7 voor aardrijkskunde, dat kan de volgende keer een 8 zijn. Dus we gaan je leren hoe je topografie moet leren. Nou, die kinderen trainden zich kapot, die haalden de volgende keer vaker een hoger cijfer. En door die 8 voor aardrijkskunde, kregen ze een kick, zodanig dat hun zelfbeeld erdoor werd opgekrikt.

Op een gegeven moment werd die eerste groep, die dus bezig was om beter rekenen te kunnen – daar zag je dat bij sommige kinderen het rapport een half punt omhoog ging, maar bij veel kinderen gelijk bleef. En dat er dus – eigenlijk cijfermatig – in dat vakgebied nauwelijks iets veranderde. Terwijl bij die andere groep de kinderen al in de derde maand zeiden van: ‘Ja, maar als ik een 8 haal voor aardrijkskunde, dan pak ik die 4 voor rekenen ook aan. Want dat is toch wel heel erg vervelend. Kan ik geen bijles krijgen voor rekenen?

Dus die kinderen gingen vanuit intrinsieke motivatie vragen stellen. En dat kwam doordat hun zelfbeeld werd opgekrikt. En dat verbind ik aan de theorie van Dirk de Wachter die zegt: ‘Je moet kinderen ook leren met teleurstellingen om te gaan.’ En de eerste teleurstelling kan zijn ‘ik ben slecht in rekenen’ en dat accepteer ik. Op het moment dat je daar de kramp eruit haalt, en het kind niet meer in zijn nek blaast, gaat het zelfbeeld omhoog. En dat heb je nodig om dat rekenen straks weer op te pakken. Want hoeveel frustratie zit er niet in leerlingen? Uit onderzoek blijkt dat kinderen die in het vmbo zitten gemiddeld – als ze 14 jaar zijn – al 110 keer hebben gehoord dat ze dom zijn. Dat blijkt uit onderwijskundig onderzoek. Ja, wat doet dat met je?

‘Dus hoe zet je nou een kind in zijn kracht?’

Nou, dat project op De Hoeksteen in Nijkerk heeft heel veel te weeg gebracht. Die twee minuten spreektijd, daar waren die ouders laaiend enthousiast over. ‘Jullie hebben onze kinderen echt iets meegegeven’. Nou, die ervaring uit dat project namen we mee naar groep 5, maar eigenlijk ook naar de hele school, als een soort drietrapsraket. We hebben gezegd: we moeten ze op kind-niveau, maar ook op leraar-niveau en ook op schoolniveau in hun kracht zetten.

Nou, als je onderwijskundig leren in de school analyseert, dan kun je onderscheid maken in organisatie-leren, in teamleren en op individueel niveau (op kind-niveau). Die drie aspecten hebben we opgepakt in de school. Via de academische opleidingsscholen en de studenten van de CHE. Daar zie je dat leerkrachten aansluiten. Die vinden het interessant wat die studenten doen met die kinderen, welke onderzoeken ze doen en welke literatuur ze hebben doorgewerkt. Ook die leerkrachten raken gemotiveerd, dat ze zeggen: ‘wij willen ook leren ons verhaal te vertellen!’

Dus we gaan nu op teamniveau die leerkrachten trainen om gewoon in 2 minuten een soort van elevator-pitch te doen: hier sta ik voor en ik wil dat kind in zijn kracht zetten en daar ga ik dat voor realiseren. Een aantal leraren is dan heel schroomvallig. ‘Ja, maar dan krijg ik mijn boekje niet uit aan het einde van het schooljaar.’ Nou en?, reageer ik dan. Je hebt wel kinderen in hun kracht gezet.

Je ziet nu een hele beweging in dat team op De Hoeksteen in Nijkerk ontstaan, waarbij hulpvragen worden gesteld en daar gaan we nu ook mensen voor inhuren. Van hee, je hebt die hulpvraag, en jij die hulpvraag, dat brengen we bij elkaar en daar gaan we dan een training op zetten. En zo’n verandering komt van binnenuit.

Ik heb veel literatuur gelezen van Nonaka en Takeuchi, dat zijn twee Japanners die onderzoek hebben gedaan naar de knowledge creating company (de kennis creërende onderneming). Hoe krijg je nou een kennis creërende organisatie? Dat krijg je doordat je bottom-up processen bij elkaar brengt en top-down, en die noemen dat middle-up down management. Dat is nodig in de basisschool. En dat is ook mijn conclusie van mijn promotieonderzoek. Veel gebeurtenissen in de school, dat zijn eerste orde-leerprocessen. Dat komt nooit bij je hart, omdat het van bovenaf wordt gedropt.

Ik heb gekeken, waarom gaan scholen nou over van een programma-gericht naar een ontwikkelingsgericht onderwijs? Ik heb bijna 80 diepte-interviews gevoerd, waar ik er 60 van gebruikt heb. Mensen zeggen: ‘Wij willen wel, wij willen dat kind in zijn kracht zetten, maar juist doordat we zien dat die kinderen in hun kracht komen, willen wij ook zelf in onze kracht gezet worden.’ En dat betekent dus dat er een bepaald type leiderschap nodig is.

Ik doe in mijn onderzoek de conclusie dat onderwijskundig leiderschap – gekoppeld aan transformationeel leiderschap – de beste leiderschapstypologie is om een verbinding te maken naar die professionaliteit van de leraar. Want je moet uitgedaagd worden om cursussen te volgen, om op woensdagmiddag hier in dit café te zijn, om met elkaar over onderwijs te spreken, om elkaar als het ware te bemoedigen dat het gaat om dat kind.

Even dat filmpje.

Het onderzoeksthema van De Hoeksteen is ‘Het verhaal van de leerling en de leraar voor optimale participatie in de school en de samenleving’. De beoogde opbrengst is een persoonlijk mission statement te vormen, te beargumenteren en te presenteren.

‘Op het moment dat je kinderen een stem geeft…’

Het gaat dus om het verhaal van die leerlingen. En dat is een middel om hun stem en invloed te laten gelden. Dus je moet kinderen een stem geven, dat is eigenlijk de kern. En op het moment dat je een kind een stem geeft, dan raakt-ie veel intrinsieker gemotiveerd. Nou, zo hebben we door die bewuste groep 5 een mission statement laten opstellen. En dat ziet er dan zo uit.

We willen een groep (kinderen) zijn die verbonden is met elkaar, die er voor elkaar is als we elkaar nodig hebben. We willen behulpzaam zijn en voor elkaar opkomen, waarin we de talenten van elkaar zien, noemen en gebruiken. Ook willen we een eerlijke groep zijn, waar respect is voor elkaar. Dit statement helpt ons om de goede dingen te doen en om een echte groep te zijn. Het helpt ons ook om te ontdekken wie we willen zijn in de wereld om ons heen, nu en in de toekomst.

En elke keer pakken we zo’n regel, en die vergroten we uit.

Ik kwam net voor de jaarwisseling, in die laatste week was ik bij die groep, en ik liep 8.15 uur het schoolplein op en toen kwamen er 2 kinderen naar me toe: meester, er is al 14 dagen niet gepest in de school. O, dat hebben jullie bereikt? Ja, dat hebben wij bereikt en daar zijn we trots op. Maar als leerkrachten zijn we daar ook heel erg trots op. En ik ben heel trots op Grethe die dat in elk geval met die groep heeft bereikt. En op elke slak zout legt. En deze dingen bespreekt. En ze is geloof ik drie weken achter met rekenen… En?

Ik ga afronden…

Ik heb drie vertogen opgebouwd in mijn verhaal dat op papier staat, dat krijgen jullie straks mee. Ik heb namelijk vanaf januari tot en met de zomer gekeken wat voor stukken er van het ministerie OCW afkwamen. En die heb ik geanalyseerd. En dan blijkt dat er drie onderwerpen belangrijk zijn, die OCW op de agenda heeft gezet. Namelijk Kennis, daarnaast hoe maak je nou verbinding, dus die sociale kant, en hoe vorm je nou leerlingen? Dus als het gaat om burgerschap en sociale cohesie, hoe geef je nou die vorming erin? Ik vat dat even samen in Jip en Janneke-taal.

  • Kennisvertoog- Vaardig
  • Bindingsvertoog – Aardig
  • Vormingsvertoog – Waardig

De drieslag van Biesta (kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming) zit er in elk geval in.

Talenten en Opbrengsten, dat geeft een spanningsveld. Met name Hanneke Schots (studente CHE Pabo die de café’s organiseert) is daar ook mee bezig in haar scriptie: de spanning tussen de normatieve professionaliteit en de instrumentele professionaliteit. Maar daar hebben jullie het in je werk mee te doen, mee te stellen. De spanning tussen: je moet voldoen aan de eindcriteria, want de inspectie rekent je daarop af. Maar hoe zit dat nou met die normatieve kant? Het blijkt namelijk dat de pedagogiek verloren is gegaan, de laatste tientallen jaren. En dat zie je weer terugkomen in de school.

We hebben de opdracht gekregen vanuit het management van CHE: maak een lectoraatsthema. Veel mensen gaan dan achter hun bureau zitten en daar wat bedenken. Wij hebben scholen aangeschreven die mee willen doen, om gesprekken te voeren. Scholen in Veenendaal (twee), in Ede (twee), en zo ook een in Den Haag – een zwarte school. En we hebben gevraagd: waar zit bij jullie de handelingsverlegenheid? Wat denken jullie dat het gros van de antwoorden op uitkwam? Waar denken jullie dat de spanning zit voor mensen die voor de klas staan?
Werkdruk, dat is de instrumentele kant hé? Zo goed mogelijk de dingen doen, ook naar ouders toe.

Ik zit nu voor het vierde jaar aan tafel bij inspectie. En ik zie een verschuiving. De sociale opbrengsten beginnen ook belangrijk te worden. Want we leven, we gaan toe naar een netwerk-samenleving. Vandaar dat Bindingsvertoog.

Hoe leer je nou verbinding te maken? Het EQ lijkt daarbij belangrijker te zijn dan IQ. Als je contact kan maken met de ander, en je ben sociaal, en je kunt in een team functioneren, en je weet wat je niet goed kan, dan ga je zelf compensatie zoeken in dat wat je niet goed kan. Dus je gaat in een netwerk zitten waar iemand wel goed kan rekenen, als jijzelf een 4 voor rekenen hebt. En dat moet je weten te organiseren. En dan sta je niet in de kramp, want dan heb je iets bij te dragen.

Want je hoeft namelijk helemaal niet goed te zijn in rekenen als je in een team gaat werken. Als jij dan maar weer goed bent in taal bijvoorbeeld, als jij dat leuk vindt. Dan krijg jij die taaltaken die ook nodig zijn. En daarmee zet ik jou in je kracht. En dat is heel belangrijk. Dus mijn missie is ook om leerkrachten te ondersteunen in ‘leer kinderen ook gewoon om rekening te houden met dat wat je niet goed kan. En dat ook een plekje te geven in je leven.’

‘Er wordt te weinig gesproken over de visie op onderwijs’

Ik sluit even af met de conclusie van mijn onderzoek. Er wordt eigenlijk in een team van een basisschool te weinig gedialogiseerd, ik noem dat discours. In een team wordt er te weinig gesproken over de visie op onderwijs. Heb ik ontdekt, ook in mijn onderzoek.

Een van de beste scholen in mijn onderzoek is de Openbare Julianaschool in Schagen, in Noordholland. Die directeur is daar net een jaar of vijf directeur. Je weet bij een openbare school is de gemeente het bestuur van de school, dus die hadden een manager bedacht en die werd destijds voorgesteld aan het team. Het team moest die middag nog eventjes kennismaken met die man. Maar ze zeiden: We willen hem niet. Want hij denkt niet vanuit het kind. Nog dezelfde avond hebben ze een protestbrief geschreven. Ze zeiden: als je die man benoemt, dan lopen we allemaal weg. Toen is de benoeming heroverwogen. Ze hebben iemand uit het team naar voren geschoven, die is directeur geworden en die doet het goed. En die school is nu in mijn onderzoek het beste eruit gekomen.

Hij organiseerde een etentje. Waarbij hij gezegd heeft, ik nodig jullie allemaal uit bij mij thuis, mijn huis is veel te klein, maar dat kan me niets schelen, je zoekt maar een plekje, en we gaan het met elkaar over onderwijs hebben. En hoe, dat bepalen jullie. Nou, de eerste avond verliep wat rommelig. Toen zei d’r eentje, ik heb een groter huis. Een keer per maand komen ze nu bij elkaar. Gaan ze samen een maaltijd klaarmaken en ze hebben het over onderwijs, Ze hebben die onderwijsvergaderingen afgeschaft. Notulen hebben ze daar niet. Want ze zeggen, die gooien we aan het einde van het jaar toch wel in de prullenbak. Maar we gaan mondeling aan elkaar vertellen en doorgeven, wat neem je nou mee uit deze vergadering? En wat zet ik in mijn eigen portfolio?

Dus die directeur heeft die leraren in hun kracht gezet en op een plek gezet in de school waar die betreffende man of vrouw het beste tot zijn recht komt. En dat gaat als een trein. Ze zitten heel dicht op elkaar in hun ontwikkeling. Ik kom er vaak, en als je daar om hals zes aan komt, dan moet je vaak de kinderen wegsturen. Moeten jullie niet gaan eten? Ja, maar we moeten dit nog even afmaken, hoor je kinderen dan zeggen. Dat gebeurt daar. Die leerkrachten krijgen zoveel inspiratie door de kinderen. Ordeproblemen zijn er niet, gepest wordt er dus daarom niet. En hoe komt dat? Doordat ze met elkaar het gesprek aangaan.

Wat is nou een discours?

indexDat is ‘een samenspraak in de vorm van een gezamenlijke betekenis-onderhandeling, in processen van co-creatie en in leerwerkgemeenschappen en kwesties.’ En een kwestie is gewoon een onderwijsonderwerp. Dit zetten we op de agenda. Een kwestie staat voor betekenisvolle visie en ideeënontwikkeling, visie. En dat is expansief leren. En daar gaat mijn proefschrift over. Hier komt ook het begrip subjectivicatie (ook wel persoonsvorming) van Gert Biesta om de hoek zetten. Persoons- en karaktervorming is heel belangrijk, zingevingsvragen, via interventie van de ander (van Levinas). Want heel veel leren in de school is alleen maar buitenkant. Koning, keizer, admiraal, baas in eigen klaslokaal. Mensen zeggen ‘ja’ in een vergadering, en ze doen ‘nee’ achter de deur. Dus de vraag: Hebben jullie je huiswerk gedaan, hebben jullie het uitgeprobeerd? Ja, maar ze doen het niet. En dat komt omdat het niet beklijft, het raakt je hart niet. Want dat is derde orde leren. Daar zit je hart, want je doet leren alleen maar vanuit het hart. En wat doen veel leraren? Ze houden de kruisjeslijstjes bij en hebben dan voldaan in de ogen van de inspectie. Aan hun instrumentele professionaliteit.

Je ziet en voelt dat leerkrachten wegebben bij de core-business waarom ze ooit voor de klas zijn gaan staan, namelijk: ik kies voor kinderen. Dus je hebt eerste orde, tweede orde, derde orde. Je moet als leraar dus naar die derde orde.

De conclusie van mijn onderzoek is dat er drie type scholen zijn die vernieuwen, dat zijn de innovators, die zijn verder gevorderd en die hebben met elkaar een discours gevoerd. Weet je waarom ik het woord discours zo mooi vind. Daar zit het Franse ‘coeur’ in.

‘Je le dit avec mon coeur. Ik zeg het met mijn hart’

Dus discours noem ik dis-coeur. En dan heb je het met elkaar over het hart van het onderwijs, en dat is het kind. Dus ik noem het liever discoeurs dan dialoog. En dat gebeurt bij scholen die het goed doen. Daar worden hartengesprekken gevoerd bij het kopieerapparaat. En dat zijn de mooiste gesprekken zeggen de mensen.

Mensen blijven hangen tussen oude en nieuwe systeem. Ik heb scholen bezocht waar ze PGO en OGO (programmagericht onderwijs en ontwikkelingsgericht onderwijs) door elkaar hadden. En daar was geen leider die de knoop doorhakte. En er was ook niet een leider die dat promootte. En een coach, want je moet coachen.

Ook het woord coach vind ik een heel mooi woord. Als je dat op zijn Engels schrijft, dan betekent dat co-achen. En co betekent samen en to ache, is pijn lijden. Dus coachen is voor mij samen pijn lijden. En een echte coach die voelt de pijn van het loslaten, want je moet namelijk die excel-bestanden loslaten.

Dus je moet niet denken vanuit de instrumenten, maar vanuit de normativiteit, en dat is de pedagogiek. En daarom ben ik pedagoog. En mensen die blijven treuzelen, die willen van twee walletjes eten. En dat kan niet in het onderwijs, want dat gaat ten koste van het kind.
Als je niet echt kiest voor het kind, dan gaat het nooit goedkomen.

Hans Bakker is onderwijspedagoog en lector aan de pabo van de Chr. Hogeschool Ede.

Literatuur