inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Hoe kan er ooit verbinding ontstaan als ik me al door één zin uit het veld laat slaan?’ hetkind.org/?p=54668

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Marcel van Herpen: ‘Geef kinderen de vrijheid die past bij de verantwoordelijkheid die ze aankunnen’

3 maart 2016

Marcel van Herpen

In een Indiase sloppenwijk zag Marcel van Herpen hoe een agressieve jongen tot bedaren gebracht werd door mensen die hem vasthielden. De jongen mocht zelf zeggen, wanneer hij weer kalm genoeg was om losgelaten te worden. In Nederlandse instellingen heeft Marcel heel wat minder humane interventies waargenomen. In dit slot van zijn serie over trends in onderwijs en opvoeding, bespreekt Van Herpen individualisering, emancipatie en het mooiste dat pedagogisch werk te bieden heeft: ‘Jij staat midden in het veld waar het gebeurt. Jij bent erbij als kinderen bezig zijn zichzelf te worden.’

Marcel India 02,jpgLaat ik beginnen met twee observaties, in twee heel verschillende landen. Het eerste is iets dat ik bij herhaling gezien heb in Nederlandse jeugdgevangenissen. Ik ben getuige geweest van hoe kinderen die door het lint gaan, tot bedaren gebracht worden door ze in isoleercellen te stoppen, waarbij het afvoeren van zo’n kind zeker niet altijd even chique gaat. Soms worden ze in een scheurjurk gestoken en daarna gaat de deur uren op slot. Ook heb ik gezien hoe kinderen uit ‘de isoleer’ komen. Vaak teruggetrokken, klein en gebroken.

In India deed ik jaren geleden een heel andere ervaring op. Ik zag daar in de sloppenwijken hoe, toen daar een jongen over de grens ging, het isoleren van dat kind en zijn destructieve gedrag een zaak van de menselijke maat was en bleef. Een aantal mannen wierpen zich op hem: de een hield een been in de bedwang, een ander een arm. Vervolgens kon de jongen zelf aangeven wie er wanneer weer vanaf ging: ‘Jij mag van mijn arm.’ ‘Nu wil ik mijn benen weer vrij.’ Toen de jongen toch te onrustig bleek, werd er nog even gewacht. Maar samen met hem werd bepaald wanneer de normale situatie weer hersteld kon worden. Daarna haalde iemand koffie en werd er rustig gesproken. Ze hadden er geen isoleercel of protocol nodig; alleen mensen. Geen klinische cipiers, maar mensen met pedagogisch inzicht.

Ellen Key eeuw van het kindDe emancipatie van het kind

In 1900 riep de Zweedse pedagoge Ellen Key de twintigste eeuw uit tot ‘de eeuw van het kind’. Je zou die eeuw nog talrijke andere positieve en negatieve labels kunnen geven, maar inderdaad: het was óók de eeuw van het kind. Vanaf de laatste drie generaties groeit het besef dat bij de grote emancipatiebewegingen van de twintigste eeuw ook de emancipatie van het kind hoort. Misschien is het wel de laatste grote emancipatie, die zich voltrekt, terwijl de andere nog niet voltooid zijn. Meer en meer is er het besef dat kinderen van zichzelf zijn en dezelfde psychologische basisbehoeftes net zo serieus vervuld willen zien als volwassenen: je hebt er je leven lang voor nodig om je te verhouden tot anderen en jezelf te leren kennen in relatie tot anderen.

Die verschillende twintigste-eeuwse emancipatiestromingen lopen grotendeels parallel aan de individualisering die onze samenleving heeft doorgemaakt. Anders dan tendensen die ik eerder beschreven heb, zoals de medicalisering en economisering, die mij grote zorgen baren, zie ik individualisering grotendeels als een behulpzame trend voor de emancipatoire opdracht die wij als pedagogen hebben om een ander zichzelf te laten worden. Individualisering heeft gemaakt dat wij ons niet meer noodzakelijkerwijs opgesloten voelen in een traditie, in een zuil of in de verwachtingen van onze ouders met betrekking tot onze loopbaan. Dat teruggeworpen (mogen) zijn op jouw persoonlijke zelf, maakt dat er een proces van emancipatie, van zelfbewustzijn, van zelfverwezenlijking, van wording kan plaatsvinden.

Marcel India 01Autonomie en relatie: jezelf leren kennen in de context van de groep

Toch zie ik ook een andere kant: in sommige ontwikkelingen heeft de individualisering de neiging te ontsporen of over de kop te slaan, niet in de minste plaats omdat we gaandeweg onze ervaring hebben moeten opdoen hoe met de krachten van individualisering om te gaan. Misschien hebben opvoeders – ouders, leraren, schoolleiders, trainers, begeleiders – zich zo senang gevoeld bij het fenomeen dat ze het een beetje veronachtzaamd hebben.

Individualisering is afgeleid van onze behoefte aan autonomie: de mens is van zichzelf en heeft behoefte om als eigen persoon, met zijn eigen naam en profiel, herkenbaar in de wereld te staan. Maar aan de andere kant van de medaille is er de even grote behoefte aan relatie: we zijn uiteindelijk ook groepsdieren, die samen verder komen dan alleen en die bestaan bij de gratie van elkaar. Voor de opvoeding – thuis, op straat en op school – betekent dat dat het niet draait om jouw behoeftebevrediging, maar vooral om je bevinden in een veld waarin je je bewust bent van de vrijheid, de verantwoordelijkheid, de ruimte en behoeftes van de anderen. Het is aan het individu om zichzelf te leren waarderen en te leren kennen niet los van de groep, maar in de context ervan.

Kanamori 01Zo veel vrijheid als je verantwoordelijkheid kunt dragen

Als het gaat om het evenwicht tussen autonomie en relatie, hanteer ik een eenvoudige opvoedkundige regel: kinderen mogen de vrijheid nemen die correspondeert met de verantwoordelijkheid die ze kunnen dragen. Het is soms een wankel evenwicht: permiteer je jezelf een te grote vrijheid en kun je de gevolgen ervan niet meer overzien, dan is het aan de opvoeder om je speelveld tijdelijk kleiner te maken. Totdat kind en opvoeder zien dat het weer kan.

Dat is wat ik zie in de film van Toshiro Kanamori. Dat is wat ik zag in de Indiase sloppenwijk. Dat is gelukkig ook wat ik tegenkom bij veel Nederlandse leraren. Een teveel aan vrijheid en een teveel aan verantwoordelijkheid kan kinderen uit de bocht doen vliegen. Dan grijp je als pedagoog in –met de blik op het kind, in verbondenheid, uitgaande van de menselijke maat.

Maar ik meen te zien dat er in algemene zin juist een tendens is om kinderen te weinig vrijheid en verantwoordelijkheid te gunnen. Kinderen zijn tot veel in staat, als ze worden uitgedaagd om meer verantwoordelijkheid te dragen. Het is precies in dat spanningsveld van ‘wording’, waar je als pedagoog – of je nou ouder, schoolleider, begeleider, trainer of leraar bent – aanwezig bent. Waar de wetten van de rechtstaat zich vooral curatief bezighouden met de vrijheid die iemand neemt ten opzichte van een ander, zit een pedagoog aan de preventieve kant. Als pedagoog werk je midden in het veld waar het gebeurt. Jij bent erbij als kinderen aan het leren zijn zichzelf te worden.

‘Ik wil ook in de werkplaats werken’, zei Yasin.
‘Maar daar zitten kinderen die dat aankunnen.’
‘Ik kan dat ook…’
Ik kijk hem aan en zeg niets.
‘Mag ik het proberen?’
‘Denk je dat je weet hoe het moet?’
Hij knikt.
‘Hoe lang denk je?’
‘Een half uur?’
‘Ik dacht tien minuten.’
‘Twintig?’
‘Oké.’
Na tien minuten ga ik naar Yasin en zeg: ‘Het gaat prima. Als we de twintig minuten nu in laten gaan, heb je een haf uur.’ Hij grijnst en gaat door…

Marcel van Herpen
i.s.m. Geert Bors

Marcel van Herpen werkte tussen december 2015 en nu aan een serie blogs over trends in opvoeding en onderwijs. Eerder besprak hij de volgende thema’s:

– Economisering: Marcel verbaast zich: leerlingen die commerciële examentraining krijgen van hun eigen leraren
– Medicalisering: Dit kind heeft ADHD. Dan weet je het wel!’ Wát weet ik dan wel?
– Radicalisering: ‘Hoeveel keer Parijs, Londen of Beirut hebben we nog nodig?’
– Infantilisering: ‘Kinderen wíllen met jou op pad. Daarvoor moet je wel jezelf laten zien.’
– Standaardisering: Het leven laat zich niet standaardiseren. Waarom doen we dat wel in ons onderwijs?’