inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Lex wil niet leren. Dat zegt school. En hij is niet testbaar’ hetkind.org/?p=54795

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Hoe blijft een leraar fris en bij de tijd? ‘Pas als je je oprecht verder wil ontwikkelen, kan het echte werk beginnen’

12 april 2016

Rikie van Blijswijk

Wanneer je leraren met elkaar in gesprek laat gaan over professionele ontwikkeling, kunnen er mooie dingen ontstaan. Zo ondervond hetkind-redacteur en oprichter van De Leerschool Rikie van Blijswijk vorige maand, toen zij zes Amerikaanse leraren over had laten komen voor o.a. een gesprek met hun Nederlandse collega’s. Het gesprek leverde prachtige overpeinzingen op over kinderen en onderwijs: ‘Als leraar wil je meestal graag snel en goed antwoord geven op vragen. Uitleggen is je passie. Een deel van de door jou verstrekte informatie zal daardoor echt binnenkomen bij leerlingen, maar wanneer ze het antwoord op de vraag zelf mogen en kunnen ontdekken, zal de opbrengst veel groter zijn.’ Lees hier wat de leraren over hun vak en ontwikkeling te vertellen hadden.

dialoogIn het voorjaar van 2008 vlieg ik via Pisa naar Siena voor een vervolgcursus Italiaans. Vlak naast mij zit de toenmalige DSB-schaatsploeg, op weg naar hun zomertraining. Onderweg analyseren de sporters hun techniek met laptop beelden. Simon Kuipers en Mark Tuitert vertellen dat ze 50 weken per jaar trainen en in hotels en uit hun koffer leven. Als ik vraag naar waarom al die moeite om die ene tiende van een seconde sneller te worden op de 1500 meter antwoordt Kuipers: ‘Ik wil mijzelf elke dag verbeteren’.

‘Dat is het’, bedenk ik mij meteen, ‘die intrinsieke motivatie heb je nodig om elke dag het werk te doen om beter te worden. Hoe zou het zijn als elke leraar daarvoor gaat?’

Al acht jaar lang bezoek ik The Essential Schools. Hun leraren kennen elke leerling goed, want ‘pas als een kind zich gekend, veilig en ondersteund weet, kan het immers zijn belangrijke werk doen’, een missie die weerspiegeld wordt in The Ten Common Principles. Professionele ontwikkeling is vanzelfsprekend. Op zo’n school vraagt een leraar aan zijn leerling: ‘Welke leraar moet ik zijn om jou het beste onderwijs te bieden’.

In maart 2016 nodigen mijn collega Edith van Montfort (Stichting Katholiek Basisonderwijs Oss (SKBO)) en ik zes Amerikaanse leraren van Essential Schools in New York en Boston uit om naar Nederland te komen. Naast schoolbezoeken en het congres Be Kind-Work Hard, houden we met Nederlandse collega’s een goed gesprek over professionele ontwikkeling op de Nieuwste School in Tilburg. Vier vragen staan centraal.

  1. Hoe blijft een leraar fris en bij de tijd?

Joop Berding (auteur Ik ben ook een mens) en Angela Horsten (manager schoolontwikkeling Xpect Primair) signaleren na afloop drie belangrijke voorwaarden. Een nieuwsgierige grondhouding, van waaruit je jezelf en je professionaliteit wilt blijven ontwikkelen. Het gesprek/de dialoog met kinderen/leerlingen, collega’s en andere betrokkenen, zodat ‘leraren uit hun geïsoleerde bestaan, hun “cel” moeten breken en veel meer samen met anderen activiteiten moeten ondernemen, deze evalueren en met “de wereld” delen. De derde voorwaarde is een (school)beleid om naast de lesgevende en andere taken ook tijd te besteden aan het bijhouden van het vak.

Corinthia Mirasol, lerares op The Neighborhood School , blijft door ProjectTime ‘nieuw’. Ze zegt It is precisely having conversations like the one that you facilitated that keep me “new”.  Finding and creating an occasion for me to ask this and play with this question on a daily basis is exactly what allows me to remain new. While I strive to think about this throughout my day, in my classroom, I am most connected to this inquiry during Project Time. This is a non-negotiable part of my curriculum and is a time when children engage in a project of their choosing. It is a time when children are given the occasion to live with big, interesting problems that they pose and to do so for an extended period of time without the urgency to solve them. The ways in which they then grapple with those big interesting problems, they create also questions for me about my role. It requires that I too engage in the same process as I work with them— a process which I have to acknowledge- can sometimes push against my own boundaries and my perceived capacities at the moment, just as it does the children. It is a process which forces me to take a risk to live my life in inquiry and to live with the thought that there are just some things I don’t know… yet. It is from that lens that I remain new.’

‘The most effective changes come from authenticity. To remain new, I often remind myself to stay open minded. As hard as this can be, I try to self reflect at the end of my work day and think about how can I be the better version of myself to help my children take risks in their learning. To remain new, I keep the interests of my students in my mind, planning how I can support their learning by giving them the space and time for them to explore and have ownership of their learning, vult Haydee Reyes, lerares op The Spence School, aan.

  1. Hoe verzekert een school dat ze de nieuwste blijft?

Voor Bas Leijen, manager onderwijs & expert Humanics op De Nieuwste School, voelt deze vraag meteen als een opdracht. ‘Het mooie van dit gesprek was dat het niet alleen ging over mooie woorden, ideeën en plannen, maar dat de boodschap vooral was: ‘De nieuwste blijf je niet zomaar. Dat vraagt reflectie en actie’.

  1. Hoe kunnen studenten, leraren en de school voor een langere tijd met grote interessante problemen leven, zonder de urgentie ze op te lossen?

‘Als leraar wil je meestal graag snel en goed antwoord geven op vragen. Uitleggen is je passie. Een deel van de door jou verstrekte informatie zal daardoor echt binnenkomen bij leerlingen, maar wanneer ze het antwoord op de vraag zelf mogen en kunnen ontdekken, zal de opbrengst veel groter zijn. Het proces kan van veel groter belang zijn dan het product. Dit werkt voor de ‘kleine vragen’, maar in veel sterkere mate natuurlijk ook voor ‘grote vragen’. De manier waarop leerlingen en leraren van de Nieuwste School vorm geven aan deze manier van onderwijs in combinatie met het traditionele onderwijs, heeft echt indruk op mij gemaakt’, aldus leraar Ingrid Krooshof, verbonden aan de Onderwijscoöperatie.

José Sandin, ook leraar op The Spence School,This question is about uncertainty––about being comfortable when the unknown surrounds you.  It is a question that foreshadows the 21st century.  Specifically, to me this is a question that brings to words what can happen in a classroom (and a school) that offers children the occasion to be in the genuine pursuit of their own interests and fascinations. When classroom work departs from a question of interest and time spent on it goes uncounted, then in my experience the learning there is substantial, long-lasting, and applicable to varying content and a multitude of situations.  On the contrary, giving children answers to questions they have never asked, is awfully vague and impatient.  School should not be the place where answers are given, but it should be the time where questions are chased after––regardless of the result. 

That teachers be given the same opportunity for their own learning and development, that they be encouraged and supported to chase after questions and problems without feeling pressured to solve them, is in my view the moment when the teaching profession is not only carefully honored but also best aligned to support the very preparation we expect will be needed to meet the demands of the next century’.

‘Wat op Suzanne Niemeijer, docente Pedagogische Tact van het NIVOZ, indruk maakt ‘..is dat kinderen leren te leven in het niet-weten, zonder tot een oplossing te hoeven komen. Het onderzoek is van belang, het hoeft niet ergens uit te komen. Er werd een voorbeeld gegeven van een jongen van 8 die een helikopter wilde maken waar hij zelf in kon zitten en die ook echt kon vliegen. Zijn juf stelt hem alleen vragen. Hij heeft het project ook een tijd losgelaten, omdat het even niet ging. Na een paar maanden pakte hij het weer op. In de tussentijd zag zijn juf hem vol concentratie onderzoeken hoe draai- en wielsystemen werkten. Voor haar was het niet relevant of er ook echt een helikopter zou komen of niet. Ze zei: ‘Als je values zich richten op de ontwikkeling van het kind, is het makkelijk om een stap achteruit te doen en kinderen zelf te laten ontdekken. Vragen stellen en verder niets. Je wil kinderen steun geven, dus dat is wat je doet.’

  1. Hoe ontwikkelt een leraar haar interne kompas voor ontwikkeling en hoe kunnen volwassenen haar steunen in die groei?

Door ons gesprek realiseert Caroline Beasley, lerares op The Francis W. Parker Essential School, zich dat ‘professional development for teachers, or growth for anyone, starts with an honest, humble realization that one can, needs, or wants to improve.  When there is a sincere desire to progress in one’s development, then the real work can begin.  It’s important that this work not done in isolation, but rather in community.  Community provides accountability, feedback, suggestions, experimentation, reflection and inspiration.  For these elements of community to exist, trust amongst everyone must first exist.  When trust exists, authentic accountability, feedback, suggestions, reflection and inspiration can play its part in growth.  When a process is authentic, its results are stronger, because are fewer holes or hiding places.  Moreover, a community needs to commit to growth, so it’s members can have the freedom and support to grow.’

Peter Möhlmann, locatieleider rk/pc Jenaplanschool Kristalla, vindt het mooi om te zien dat de visie op onderwijs grotendeels door iedereen op dezelfde wijze wordt gezien. ‘Het kind staat centraal. Welbevinden, betrokkenheid en motivatie maken dat kinderen mede-eigenaar zijn van hun eigen ontwikkeling. Door als leerkracht een coachende rol aan te nemen en in gesprek te gaan, voelt het kind zich gewaardeerd en bovendien veilig. Dit is toch de basis om tot ontwikkeling te komen!’

Deze vraag zette Thea Nabring , leraar en verbonden aan de Onderwijscoöperatie, het meest aan het denken: ‘Door gesprekken met de collega’s en leerlingen realiseerde ik me dat je soms vast zit in je eigen routine. De bijeenkomst leerde mij dat je door het stellen van vragen niet alleen je eigen denkbeelden kunt verversen, maar ook de leerling zijn eigen potentie kunt laten ontdekken. Ik ben vaak oplossingsgericht aan het werk terwijl de weg naar een oplossing veel interessanter kan zijn voor jou als leraar maar ook voor de leerling.’

Aan het gesprek over professional development op 24 maart 2016 op de Nieuwste School in Tilburg namen verder deel: Anne van Hees, onderwijskundige; Wilma van Esch, directeur pedagogiek kinderopvang; Eunice, leraar NY; Jorus Rompa, pedagoog; Marije Boot, organisatieadviseur; Resi van de Coer, directeur/adviseur; Alex Otten, directeur; Manon Melkert expert Engels; Camiel Kamerling, mentor; Christine Brons, grondlegger beeldcoaching; Michelle, leraar NY; Sarina Hoogendam, leraar; Edith van Montfort, CvB SKBO.