inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Dieuwke Vermeulen


Dieuwke Vermeulen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer 6 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Jij was helemaal niet boos. Jij was heel bang. Klopt dat?’

22 april 2016

Dieuwke Vermeulen

‘Je ziet hoe de meester een stap naar achteren doet en zijn armen wat spreidt, alsof hij de groep achter zich op die manier tegen jouw onweersbui wil beschermen.’ Als Dieuwke Vermeulen een leerkracht aan het coachen is, maakt ze kennis  met een jongetje dat na de gymles draait met zijn gymtas. Steeds harder en harder, tot hij de andere kinderen dreigt te raken. De leerkracht grijpt in, maar het is net te laat. Zijn eerste reactie: boosheid. Het gevolg: verdriet. Hoe komen meester en kind dan toch nog weer bij elkaar? Dieuwke observeerde en zag iets moois gebeuren.

tasJe gymtas draait wild om je heen wanneer je hem aan de topjes van je vingers vast blijft houden. Met je arm hoog en laag en vormt het op die manier een mooie golfbeweging. Zachtjes hoor je het suizen wanneer hij keer op keer vlak om je heen draait. Zoeffff…zoefffffff…
Ronddraaiend loop je achteraan in de rij. Je geniet.

Een aantal kinderen voor je ergert zich zichtbaar aan jouw tas. Hardop zuchtend zie je ze omkijken, anderen aanstoten en naar je wijzen. Het maakt je angstig. Je bewegingen worden wilder, je tolt harder en je maakt er springende bewegingen bij. Hard gaat je tas nu op en neer. In hoekige lijnen draait hij om je heen, het is nu wachten tot je iemand raakt.

Vanuit je ooghoek zie je hoe iemand uit de rij zich losmaakt en naar de meester loopt. Wanneer die stopt draait hij zich om. Je ziet hoe de andere kinderen even hun pas inhouden en ook de beweging van de meester volgen. Jouw benen lijken niet te willen luisteren, zij huppelen en dansen door.

Vierentwintig hoofden draaien zich naar je om en zien hoe jij als vijfentwintigste hard tollend de rij in dreigt te draaien. Je ziet hoe de meester een sprint naar je trekt zoals alleen hij dat kan. Met grote passen rent hij op je af om een botsing te voorkomen. Zijn grote armen voor zich uit om de klap van jouw tas met zijn handen op te vangen.

‘Pas op, vent! Je gaat botsen!’ hoor je nog net, maar het is te laat.

Met een doffe dreun klap je tegen hem aan. Een grote ‘oefff’ ontsnapt uit je mond. Met ogen groot van schrik kijk je omhoog naar de meester die rustig je tas van je over wil nemen. Roerloos kijk je naar zijn grote handen om jouw tas. Dit maakt je nog angstiger dan je al was.

‘Geef maar hier man, ik neem hem mee, er komen alleen maar brokken van.’

Het lijkt alsof er plotseling een onweersbui in je losbarst. In je buik een vreemde kriebel, je mond verstrakt. Je lijfje verkrampt en je handen klemmen zich om je tas. In je ogen is de bliksem in alle hevigheid uitgebroken. Vonken spatten stuk op de jas van meester wanneer je hem toeschreeuwt dat die tas van jou is.

‘Blijf. Er. Vanáááf. Hij is van mij!’

Je ziet hoe de meester een stap naar achteren doet en zijn armen wat spreidt, alsof hij de groep achter zich op die manier tegen jouw onweersbui wil beschermen. Zijn ogen blijven op jou gericht, zijn gezicht is bewegingsloos. Je kunt hem niet lezen. O, wat is dat eng. De angst giert nu door je lijf.

‘Oké, ik zie dat je heel boos bent nu, maar dat draaien met die tas is heel gevaarlijk. Ik wil dat je daarmee stopt.’

‘Hij. Is. Van. Mij!’

De wanhoop golft inmiddels door je stem wanneer je dit roept. Je bent helemaal niet boos, je bent bang, doodsbang! Vuurspuwend schieten je ogen heen en weer van meester naar de groep die inmiddels afkeurend naar je zucht. Hete tranen biggelen over je buitenrodewangen. De zon maakt er zichtbare spoortjes van. Zilveren angst en wanhoop schitteren op je kraag.

‘Je mag je tas houden, als je nu stopt met draaien en gewoon mee gaat lopen,’ klinkt de rustige stem van meester.

Met je tanden op elkaar geklemd kijk je hem strak aan. Je doet wanhopig je best datgene wat hij zegt ook binnen te laten komen, maar in je hoofd buitelen de woorden over elkaar heen. Er komt geen woord meer uit je mond. Het is één grote chaos in je lijfje. Paniek is je nu volledig de baas. Je trilt hevig en kijkt naar de grote handen van de meester.

‘Jongens, drie minuten tikkertje op het plein. Pieter is hem,’ roept de meester, terwijl hij rustig voor je blijft staan.

Ergens registreer je dat de groep uiteen gaat. Je voelt het aan de lucht die ineens fris op je af komt en je gedachten wat in de goede volgorde lijken te gaan blazen. Je ziet hoe de meester voor je gaat zitten en naar je kijkt. Trillend blijf jij naar zijn handen kijken, oogcontact is je nu teveel. Zuchtend hou je je adem in.

‘Dat was niet handig van me net. Jij was helemaal niet boos. Jij was heel bang. Klopt dat?’

Langzaam adem je uit. Met het uitspreken van deze zin lijk je het trillen ook wat onder controle te krijgen. Langzaam knik je naar de grond. Bibberend adem je opnieuw in. Met je vuist veeg je je eerste tranen van je warme wangen.

‘Je was bang omdat je niet wist wat de anderen zouden doen. Klopt dat?’

Opnieuw een bibberende knik.

‘Het is ook moeilijk. Je weet gewoon nooit hoe een ander gaat reageren. Ik weet dat jij geniet van draaien en suizen, daarom mag je ook achteraan in de rij, maar de anderen die weten dat niet nog zo goed. Zij weten niet precies hoe jouw hoofd werkt. Daarom doen ze zo.’

Voorzichtig kijk je op. Je ziet hoe de meester naar je kijkt. Je voelt dat hij je écht ziet. Dat je er gewoon mag zijn. Achter hem zie je hoe je klasgenootjes vrolijk rondrennen. Niemand die het vervelend vindt dat ze even op je moeten wachten. Je laatste snik slik je in, de laatste traan veeg je weg. Met een plof laat je je tas op de grond vallen. En met die val buitelt de angst ook van je af en stroomt de opluchting naar binnen.

‘Dan moeten we ze dat maar vertellen, hè mees? Mijn gebruiksaanwijzing is niet zo moeilijk.’

‘Dat gaan we doen. Vandaag nog, maar nu….,’ tikt de meester op je schouder terwijl hij in een huppeltje wegspringt naar de spelende groep, ‘nu ben jij hem! Rennen!’

Stuivend gaan ze uiteen, mij genietend achterlatend.

Dieuwke Vermeulen is werkzaam als intern begeleider, leer- en gedragsspecialist en coach. Ze is moeder van drie zoons en heeft een eigen, persoonlijk, blog.