inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Astrid Ottenheym


Astrid Ottenheym
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Dit was een les die ik gaf met tranen in mijn ogen. Diepe, rauwe gesprekken werden in deze klas gevoerd’ hetkind.org/?p=53693

Ongeveer 14 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Help, waar ligt de grens?’ Grenzen aan ondersteuning

30 april 2016

Astrid Ottenheym

Grenzen stellen is lastig. Kijk maar naar de discussie over grenzen bij vluchtelingen. Hoeveel mogen er binnen? Willen we de grenzen open of dicht? Of neem de vele cursussen over je eigen grenzen. Durf je nee te zeggen? Welke grenzen stel je in de opvoeding? De taal die we hierbij hanteren is helder en neigt naar regels. Woorden als ‘stop’, ‘nee’, ‘limiet’, ‘glashelder’ en ‘scheidslijn’ worden veel gebruikt – met de benodigde spierballentaal – om de grens te bewaken. Bij de ondersteuning aan kinderen gaat het om grenzen in ons kunnen. Maar zijn die wel zo strak aan te geven? Een overdenking van Astrid Ottenheym, algemeen directeur Passend primair onderwijs Noord-Kennemerland.

CovergrenzentitelGrenzen zijn binnen onderwijs en opvoeding een klassiek thema. Maar waar enerzijds een roep is om meer en hardere grenzen, voelen we anderzijds ook een verlegenheid bij het stellen van die grenzen. Waar komt dat ongemak vandaan en hoe gaan we ermee om? Het vierde magazine van hetkind draagt het thema GRENZEN. Op 11 mei a.s. rollen er 6000 exemplaren van de drukpers, omdat de interesse en de waardering uit het onderwijsveld almaar toeneemt. Het magazine is daarom nu al te bestellen via deze link.

Samen met de scholen ontwikkelt ons samenwerkingsverband een nieuw format voor het schoolondersteuningsprofiel. Er is veel behoefte aan een paragraaf over grenzen aan ondersteuning. De vraag die scholen hier willen beantwoorden is: welke kinderen kan onze school niet opvangen? Dat scholen dit haarscherp willen formuleren is begrijpelijk. Motieven zijn bijvoorbeeld de angst dat de hoeveelheid extra ondersteuning de school boven de pet groeit. Of de angst dat andere kinderen er last van hebben. En soms hebben scholen simpelweg een rechtvaardiging voor zichzelf nodig om ‘nee’ te kunnen zeggen – want ze hebben een groot hart voor kinderen.

Is er een scheidslijn?
Het woord grens triggert me. Kun je wel een scherpe scheidslijn aangeven tussen wat we kunnen of niet kunnen? Is de grens wel zo exact aan te geven? En zo niet: wat is er dan wel aan te geven? Of mag je vanwege de internationale inclusiegedachte van Salamanca Statement (Unesco 1994) helemaal geen grens stellen?

Duidelijk
Vaak lukt het scholen wel om duidelijk te zijn over de deskundigheid, vaardigheden, aanpakken en ambities die ze in huis hebben. Ook is het niet ingewikkeld om de beschikbare randvoorwaarden te duiden. Denk dan aan de protocollen, middelen en de hoeveelheid steun en begeleiding waarover ze beschikken. Een stap verder lukt ook nog: de vergelijking maken tussen wat een school in huis heeft en wat een kind nodig heeft aan passend onderwijs, opvoeding en zorg. Matchen de mogelijkheden van de school niet met de behoeften van het kind? Dan ligt daar de grens in wat de school kan bieden. De volgende stap is dan: kijken wat de school kan bieden vanuit externe bronnen.

Niet zo duidelijk
Lastiger wordt het, wanneer we het hebben over attitude en belastbaarheid. In het lerarenberoep zijn grenzen moeilijk te bepalen en te handhaven. Grenzen in het kunnen worden beïnvloed door hoe leraren denken over hun beroep en door de complexiteit van de schoolpopulatie. Dit betekent dat grenzen verschillen per leerkracht en per school. Ze kunnen zelfs verschillen per dag! Heb ik een offday of zie ik alles zonnig?

Ook zie ik leerkrachten en scholen met een groot hart, met veel pedagogisch optimisme. Zij gaan ver – soms zelfs over de eigen grenzen heen. Dat dit niet gezond is voor de professionals in kwestie is vanzelfsprekend, maar komt het dan wel ten goede aan de ontwikkeling van het kind? Léért het kind? Krijgt het kind gereedschappen die de competentie, autonomie en relatie vergroten? Wanneer leerkrachten en scholen hun grens te lang negeren, dan kan de situatie flink escaleren. Want de school kan bijvoorbeeld ineens niet meer aan de te hoge verwachtingen voldoen. Of ouders hebben niet in de gaten welke inspanningen de school voor hun kind verricht en zijn deze als standaard gaan zien. Wanneer de school zulke kwesties uiteindelijk bespreekbaar maakt, komt dat voor ouders als donderslag bij heldere hemel. Niet wenselijk voor alle partijen.

Analyse, eerlijkheid en helderheid zijn belangrijk om de grens van ons kunnen te bepalen.

Je grens aangeven is gezond voor jou en het kind
De grens in ondersteuning is niet scherp. Het aangeven van grenzen is maatwerk. Wat kunnen we verantwoorden in het belang van de ontwikkeling van het kind? Hierover moeten we duidelijk en eerlijk zijn. Niets is zo frustrerend als allemaal op je tenen lopen en toch geen resultaat zien. Ga dus het gesprek aan, voordat je denkt: ‘Het gaat niet meer.’ Bekijk samen met kind en ouders hoe het zit, wat er nodig is en hoe je dit kunt realiseren. Dat is verantwoord, gezond handelen. Dus geen inclusie kost wat kost. Het belangrijkste is dat het kind zich optimaal kan ontwikkelen en krijgt wat daarvoor nodig is.

Dus die paragraaf over grenzen aan ondersteuning, ja die hoort erbij. Maar die gaat dan over hoe je samen optrekt met kind en ouders en hoe je grenzen stelt. Over hoe je samen kijkt wat het beste is voor het kind.

Astrid Ottenheym is algemeen directeur Passend primair onderwijs Noord-Kennemerland.