inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jeroen Goes


Jeroen Goes
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Over Rudie, na ruim een week schorsing: ‘Zonder extra aandacht hoorde hij er helemaal bij en was weer welkom’ hetkind.org/?p=55320

Ongeveer een uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Angst voor de inspecteur: ‘Scholen mogen meer zelfvertrouwen uitstralen, trots zijn op wat ze voor elkaar krijgen’

8 mei 2016

Jeroen Goes

Vorig jaar hoorde schoolleider Jeroen Goes onderwijsinspecteur Daisy Hombergen spreken op een congres. Haar verfrissend open houding maakte hem zo nieuwsgierig, dat hij haar opzocht op het hoofdkantoor in Utrecht. Het werd allerminst een bezoek aan een ‘Big Brother’-instituut. Met vertrouwen als gespreksonderwerp hoorde hij hoe de Onderwijsinspectie werkt aan een toezicht dat past bij de tijd. Hombergen: ‘De angst voor de Inspectie is mede in het onderwijs zelf ontstaan. Scholen mogen meer zelfvertrouwen uitstralen, trots zijn op wat ze voor elkaar krijgen.’ Een verhaal dat eerder gepubliceerd is in hetkind-magazine #3, dat ‘vertrouwen’ als thema droeg.

daisyIk ontmoette Daisy Hombergen voor het eerst op 25 juni tijdens het Congres over de Kwaliteit van Onderwijs. Tijdens een deelsessie bleek ook Hombergen een aangename bijdrage aan te leveren. Ze schroomde niet om de kwetsbaarheid van de oude, maar ook van nieuwe toezichtkaders te benoemen. Haar standpunten, maar vooral ook haar verfrissende openheid waren voor mij aanleiding om een aantal maanden later een bezoek af te leggen aan het Utrechtse hoofdkantoor van de Inspectie van Onderwijs.

Wie Inspectie van het Onderwijs zegt, denkt vooral aan hoofdinspecteur Arnold Jonk. Hij is het die vrijwel altijd naar voren treedt, wanneer de media aankloppen met vragen over primair en speciaal onderwijs. Dat Daisy Hombergen toch met een gesprek instemde, spreekt voor haar down-to-earth houding die ik ook al bij het congres in Nieuwegein had geproefd. Misschien wat onwennig, maar met vertrouwen. Ze staat open voor iedere vraag en de kritische noten die er gekraakt kunnen worden – een mooie basis voor een goed gesprek.

Zelfs wanneer de vraag van vertrouwen niet expliciet onderwerp van gesprek was, leek het thema toch telkens weer centraal te staan.
Dit in groot contrast met de meewarige blik waarmee de Inspectie vaak tegemoet getreden wordt. Zo roerde de zaal zich tijdens het
onderwijscongres zich met statements als: ‘Ja, maar dat moet toch van de Inspectie?’ en ‘Wat zou de Inspectie daar van vinden?’
Big Brother-imago en angstreflex Het beeld is hardnekkig: de Inspectie als een Big Brother die steeds maar weer zijn koele,
controlerende blik op jouw school richt – iets dat bij veel schoolteams tot een angstreflex leidt. Ik herken het uit de scholen waar ik leidinggevende ben geweest. Hombergen kan dergelijke reacties voorstellen: ‘Lange tijd had het toezichtskader de vorm van een eenzijdige controle en een eindbeoordeling aan het einde van het bezoek. Misschien riep dat niet altijd in alle gevallen evenveel vertrouwen op. Maar de angst voor de Inspectie is mede in het onderwijs zelf ontstaan. Veel van de door het bestuur of de school zelf opgelegde verplichtingen worden niet door de Inspectie geëist. En die ontstane angst blijkt in een aantal gevallen lastig uit te bannen. Directies en teamleden zouden meer zelfvertrouwen mogen uitstralen, trots zijn op wat ze voor elkaar krijgen.’

Zij aan zij door de school
‘Iedere tijd verdient zijn eigen toezichtkader,’ zegt Hombergen over de vernieuwingen in het toezicht (zie kader). ‘Het aantal zwakke scholen is in de afgelopen jaren gedaald van tien naar twee procent. Een prachtige prestatie voor het onderwijs én de kinderen. De ondersteuning van en stimulans door de Inspectie heeft daar, denk ik, een bijdrage aan geleverd.’

Hombergen bevalt de nieuwe houding van de Inspectie zeer goed, zonder zich daarbij uit te laten over haar waardering voor het oude toezichtkader. Liever richt zij zich op de positieve ervaringen die zij en haar collega’s recent hebben opgedaan bij de
Inspectiebezoeken volgens de nieuwe normen. Met name de samenwerking en de ruimte voor de scholen om zelf initiatief te
nemen om hun kwaliteit van onderwijs te kunnen tonen, ervaart ze als zeer positief. ‘Als onderwijsinspecteurs willen we scholen stimuleren een stap verder te komen. Scholen die dat goed begrijpen, nemen die ruimte met enthousiasme en trekken de dag van
het bezoek samen met de inspecteur door de school, om aan het einde van de dag hun eigen oordeel te kunnen meten met het oordeel
van de inspecteur.’

Erkenning voor diversiteit
De rol van de Inspectie is er nog meer dan voorheen om de individualiteit van de scholen te erkennen. Er is veel ruimte voor de diversiteit van scholen. Scholen mogen laten zien waar ze trots op zijn en waar ze goed in zijn. Directies kunnen tonen dat ze zelf in staat zijn om kritisch te reflecteren. Tijdens haar bezoeken bemerkt Hombergen dat scholen nogal geneigd zijn de minpunten uit te
vergroten. ‘Waarom zijn scholen zelf zo kritisch op hun organisatie? Een eventueel door de Inspectie als zwak beoordeeld onderdeel
wordt vaak uitvergroot en uitgebreid besproken, terwijl dat geen recht doet aan alles wat er goed gaat en ook als zodanig beoordeeld
is.’

Lees verder in PDF

Dit is een verhaal uit magazine #3 van hetkind , met als thema Vertrouwen. Jeroen Goes is schoolleider op basisschool de Werkplaats in Bilthoven.

cover magazine nr 4 (mei 2016) v11Magazine #4 Grenzen

Op 10 mei verschijnt het volgende magazine van het kind. Het vierde nummer draagt het thema Grenzen. U kunt nu al een aantal exemplaren bestellen voor uw school, uw organisatie of uw collega’s. Klik dan op deze link. De kosten zijn gering. Het magazine wordt verkocht per 5 of 10 stuks, juist om het gesprek over goed onderwijs te stimuleren, om te inspireren en om jezelf en elkaar in de praktijk te legitimeren.