inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Elles Vink


Elles Vink
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Een meisje van van 12 jaar en al twee keer eerder uit huis geplaatst’ hetkind.org/?p=54819

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Over gipsmaskers, pedagogisch contact, loslaten en eigenaarschap: ‘Het wordt geregeld, maak je niet druk juf’

14 mei 2016

Elles Vink

In de aanloop naar carnaval besloot Elles Vink – leerkracht van groep 7/8 van Nutsbasisschool Teteringen – om gipsmaskers met haar leerlingen te maken. Het werd een betekenisvolle ervaring, door de kwetsbaarheid die het vroeg en het vertrouwen dat gegeven werd. Elles blikt er hier op terug. ‘Ik heb mij, net als de kinderen, overgegeven aan een ervaring waarbij communiceren lastig was en waar kinderen zelf verantwoordelijkheid namen voor hun handelen en eventuele gevolgen ervan.’

woman-girl-beauty-maskIn Venetië kent men het gebruik van maskers tijdens carnaval. Oorspronkelijk bedoeld om de sociale status te verbergen, omdat deze door het masker niet meer te bepalen was, kon men zich tijdens de feesten lekker laten gaan.

Ook in mijn groep 7/8 waren de voorbereidingen al in volle gang voor carnaval. Geruime tijd liep ik al rond met het idee rond die tijd gipsmaskers te gaan maken met de kinderen. Toen ik het idee opperde aan de groep waren ze enthousiast, op drie kinderen na.

De drie gaven aan het niet fijn te vinden om iets op hun gezicht te krijgen door anderen. Dat kan en mag natuurlijk. Toen ik doorvroeg gaven twee kinderen aan niet graag aangeraakt te worden in hun gezicht. Dat is natuurlijk ook best wel ‘intiem’ en het materiaal is koud en nat. Ik bedacht met deze kinderen een andere opdracht waarbij ze wel de techniek van het gipsen kunnen oefenen

Voorbeeldgipsen

De andere kinderen hadden er zin in. Met de eerste vier rolletjes gipsverband gingen we de dag erop de uitdaging aan. Het was een soort experiment: hoeveel rolletjes zouden we nodig hebben? Waar gaan we liggen? Hoe lang gaat het duren? En natuurlijk de hamvraag: gaat het lukken?

De twee teams die mochten beginnen hadden een oneven aantal, dus om de groep even te maken sloot ik me bij de ‘gipsers’ aan. We spraken af dat ik één van de jongens van groep 7 zou gaan gipsen, Koen. Koen vond het prima om als voorbeeld dat te doen. Zonder erbij na te denken smeerde ik zijn gezicht met vaseline in om er vervolgens drie lagen gips op aan te brengen. Ik kon op deze manier laten zien op welke wijze de opdracht kon worden.

Aan het einde van de middag vroeg ik wat ze er van vonden. ‘Super’ was het eenduidige antwoord. De andere kinderen konden niet wachten tot ze ook aan de beurt zouden zijn de volgende dag. Katrien voegde toe: ‘Juf, jij moet je ook laten gipsen door Koen.’ Mijn eerste gedachte was ‘maar wie gaat hier de boel dan regelen?’ Maar die gedachte verdween weer snel toen Koen aangaf het graag te willen doen.

Later hoorde ik van de ouders van de Koen terug dat hij thuis vol trots had verteld dat hij de opdracht samen met de juf mocht doen en dat het de volgende dag zijn beurt zou zijn om mij te gipsen.

Met de hele klas

De dag erna werd de helft van de groep gegipst, waaronder ik. Het was inderdaad gek, want communiceren wordt lastig. Omdat mijn functie als juf op dat moment wegviel, was het een hele nieuwe ervaring. Het water dat langs mijn gezicht liep (oh jee, alles komt onder te zitten), het moment dat mijn mond dichtgesmeerd wordt (nu kan ik echt niks meer regelen). Ik was echt even de controle kwijt.

Toen het digibord ook onder het gips kwam te zitten werd er door de kinderen zelf een oplossing gezocht. Inmiddels waren mijn ogen namelijk ook dicht want daar liepen de druppels in. Ik hoorde alleen nog maar in de verte gepraat. ‘Nee, de juf kan niet helpen, die ligt op de grond.’ ‘O, zoek een doekje.’ ‘Nee, dan krijg je strepen, we hebben toch zo’n flesje schoonmaak.’ Op dat moment had ik het liefst willen opspringen, maar ik liet het gaan. De kinderen werden eigenaar.

Ineens hoorde ik de stem van mijn collega. ‘Waar is juffrouw Elles dan?’ De kinderen legden uit wat we aan het doen waren en voegden toe ‘Het wordt geregeld, maak je niet druk juf.’

Alle kinderen, waaronder Koen, deden hun uiterste best om er iets moois van te maken. Er werd gedept met doekjes, de ‘gipsers’ vertelden hun ‘gegipsten’ stap voor stap wat ze zouden gaan doen en de anderen lieten het gewillig en gerust over zich heen komen. Ik vond het een leuke, spontane bijzondere ervaring waarbij ik heel erg deel van de groep werd.

 Terugblik

Tijdens het voorbeeldgipsen vroeg ik onze directeur foto’s te maken van het proces en hij wees mij op het pedagogische, fysieke contact [een goede aanraking, op het juiste moment, óók in de beleving van het kind, red.] wat plaatsvond in de klas.

Erop terugkijkend heb ik gemerkt dat de kinderen elkaar hielpen, plezier hadden. Het voelde vrij en ontspannen en dit zag ik ook zo terug (voor zover dat mogelijk is met een masker op je gezicht). Er werden inventieve dingen bedacht om toch te communiceren: via boeken waarin woorden werden opgezocht en briefjes die in de lucht geschreven werden.

Wat hier gebeurde is voor mij heel natuurlijk. Ik ben een persoon die andere mensen snel aanraakt, redelijk lijfelijk ingesteld. Ik kom uit een warm nest en heb een goede band met mijn ouders en broer. In de weekenden moest mijn vader weleens werken ,maar door de week was hij dan veel thuis. Dit zorgde ervoor dat wij dan dingen konden doen die in andere gezinnen in het weekend gebeurden. Zo kwamen mijn ouders ons op woensdagmiddag ophalen met vouwwagen en surfplank en gingen we dan surfen. Voorlezen met z’n vieren op bed. In de schuur timmeren met papa, maar ook met opa. En oma ging altijd met ons zwemmen in de zee. Allemaal warme herinneringen uit mijn jeugd. Toen ik ouder werd en uitging kwam mama op zondagmorgen koffie brengen en dan vertelde ik honderduit. En wanneer mijn vader nachtdienst had gebeurde dit zelfs al ’s nachts. Zelfs nu ik 41 jaar ben kan ik mijn ouders nog echt beetpakken voor een knuffel.

Ik merk altijd snel of mensen dit vervelend vinden en benoem dan dat ik dit doe en er op zal letten. Maar dat is bij volwassenen. Ik zie het in hun ogen (meestal een verbaasde of geschrokken blik). Soms houden mensen echt letterlijk afstand, hun hoofd naar achteren getrokken. Zelfs zo dat ik daar op mijn beurt weer van schrik en me afvraag of ik iets verkeerds doe.

Misschien is het omdat ik als onzeker kind juist zo’n behoefte had aan die letterlijke aai over mijn bol, dat ik dit in mijn groep ook zo doe.

En soms voel ik aan kinderen dat ze het bijvoorbeeld niet gewend zijn of niet fijn vinden. Wanneer je dat niet prettig vindt moet/mag je het tegen mij zeggen, zoals ze eigenlijk alles wel tegen mij kunnen en mogen zeggen. Maar wanneer ik zie dat een kind een kroel nodig heeft benoem ik het ook en die kan er één krijgen. Het is een onderdeel van het leven, contact, mits dit op een voor iedereen prettige manier plaatsvindt. Dat is wat je ze volgens mij mee moet geven.

Zoals één van mijn, al grote pubermeiden, zo mooi zei. ‘De aanraking bij het gipsen was wel anders dan bij het rugbyen van de week. Toen was ik net even iets meer bezig met mijn lijf en de aanraking ervan. Ik merkte dat ik dat toch ongemakkelijker vond omdat ik groot word.’ Waarop de jongens in haar team reageerden: ‘O, helemaal niet bij stilgestaan. Gewoon tegenhouden die bal.’

Elles Vink is leerkracht op de Nutsbasisschool in Teteringen.