inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Kim van Haeften


kimvh
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Zoon is er klaar mee: ‘Het valt niet mee, maar ook hier komt hij wel doorheen’ hetkind.org/?p=53615

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Bram en de portemonnee: wat is goed en fout?

2 juni 2016

kimvh

Wie bepaalt wat goed of fout is? Als er in groep 5 op basisschool de Torenuil in Ijsselstein in het kader van een goede-doelen-project een markt wordt georganiseerd, heeft niet iedereen door hoe er daar met geld omgegaan dient te worden. Kim van Haeften verhaal over Bram en de portemonnee. Over morele ontwikkeling, kwetsbaarheid, leren en hoe burgerschap op een basisschool vorm krijgt.

books-colorful-colourful-shopHet basisonderwijs heeft vanaf 2006 de taak om aan burgerschap aandacht te besteden. Op de basisschool waar ik werk – de Torenuil in Ijsselstein – kun je dat onder meer terugvinden in het Wereldschool project. Binnen dat project sponsoren we nu een weeshuis in Cambodja. Het weeshuis – en vooral de kinderen uit het huis – onder de aandacht brengen is een doel. Samen ontdekken we Cambodja, het huis, het andere leven en wordt er besloten samen geld op te halen en Cambodja in beeld te brengen, het verhaal te delen. Iedere groep leerlingen doet dat op een eigen manier.

Bram – een jonge leerling die nog steeds zijn plek aan het vinden is in groep vijf – komt met stralende ogen naar mij toe. Hij vertelt: ‘Ons groepje gaat cupcakes bakken en ik ga ze thuis met mama alvast maken en dan verkopen.’ Brams is niet vaak zo enthousiast, dit is een goed teken. In de week vooraf aan de markt zijn de leerlingen bezig geweest met een eigen plan maar sommige criteria zijn nog onbesproken, zo blijkt later.

In de klas worden vooraf flyers, kranten en powerpointpresentaties gemaakt. De directeur van het sponsorproject wordt uitgenodigd en vertelt over het project. Later die week worden de marktkramen in orde gemaakt. Op de valreep komt er een spaarpot waar alle winst in zal komen. Ook Bram is er klaar voor. Kleed, cupcakes, prijslijst, spaarpot en een kruk.

Dan is het zover. Zeven uur in de avond: de kinderen komen eerder binnen dan hun ouders. Er is ook een kraam met spulletjes waarvan de winst direct gaat naar het sponsorproject (Dara Europe). De kinderen maken hun kraam op en stallen hun laatste spullen uit, trekken kleedjes recht en gaan rechtop klaar staan. In de gang waar de markt is lopen de kinderen uit groep vijf druk en stoer heen en weer. Bij de wereldschool komen ouders altijd in de klas maar dit is nieuw en zelf vormgegeven door de kinderen. Er hangt een zinderende energie en hun taak is groot.

Bram verkoopt vlot aan de bezoekende ouders en opa’s en oma’s. Hij straalt. Zijn cupcakes zijn goed gebakken en prachtig versierd. Zijn groep is er druk mee geweest en ze hebben meer cake dan ze hadden afgesproken. Het geld dat hij verdient gaat in de daarvoor bedoelde spaarpot en die wordt goed bewaakt onder zijn arm. Tussendoor vang ik een glimp op van zijn glunderende gezicht. De kinderen hebben onderling afgesproken hun rollen te verdelen, om zo ook even rond te kunnen lopen, dus Bram staat niet de hele tijd bij zijn kraam.

Trotse ouders en familieleden snoepen van de cakes en drinken de mierzoete ranja. Geld rolt. Na anderhalf uur loopt het ten einde. We ruimen op en kloppen elkaar op de schouders van trots.

Dan komt Brams moeder langzaam naar me toe. Ze kijkt even om zich heen en praat zacht: ‘Eh, ik wilde even zeggen dat Bram zijn verdiende geld deels heeft gespendeerd aan een portemonnee van de dames van de Dara Europe kraam. Ik heb hem erop aangesproken en morgen neemt hij geld mee uit zijn spaarpot om het terug te betalen.’ Moeder lijkt zich wat te generen voor het koopgedrag van haar zoon en heeft dus geregeld dat hij zijn eigen geld meeneemt om de ‘fout’ in orde te maken. Bram zie ik nergens.

De dag erna kijk ik Bram even aan en knipoog wanneer hij een rode blos op zijn wangen krijgt. Ik vraag hem, of het goed is dat we met de groep napraten over de markt en zacht vraag ik hem of het oké is dat ik bespreek wat er gisteren gebeurde: over het geld, de portemonne, zijn moeder en de oplossing. Hij kijkt me recht aan en laat zijn schouders ontspannen hangen. Hij knikt.

Eerder die ochtend heb ik het zakje met geld in zijn vuist gezien, maar het is nu nog in zijn beheer. Na ons gesprekje gaat Bram gaat recht op zijn stoel zitten, naar de groep gedraaid. Hij is er klaar voor, zo lijkt hij uit te stralen. Klaar voor het gesprek, klaar voor reflectie, klaar voor het aanhoren van gedachten van anderen, wetende dat het in onze klas op een prettige manier besproken zal worden.

Na een korte samenvatting van mij over het voorval bespreken we in de klas wat ‘goed’ is en ‘fout’. Wat is goed als je denkt aan het leren leven in onze maatschappij? Wat weten kinderen al? Wat kunnen zij en wat hebben zij nodig? Wat geven wij als opvoeder en onderwijzer mee? We kunnen goed burgerschap aanbieden volgens vaste burgerschapslessen maar voor mij is deze ervaring het meest waardevol. Een kind leert vooral door ervaring en kan daarop reflecteren met een ander om zo perspectieven te ontdekken, die hij eerder niet had maar die helpen de wereld te begrijpen.

Eén kind vertelt: ‘Bram heeft het wel goed bedoeld volgens mij, want het geld gaat naar Cambodja.’ ‘Ja’, reageert een ander direct, ‘maar hij had het ook allemaal kunnen geven.’ ‘Nou, het geld gaat toch naar Cambodja en Bram heeft hard gewerkt.’ Bram verblikt of verbloosd niet op dit moment. Ik knik hem even bemoedigend toe en laat hem weten dat ik het dapper vind dat hij toelaat dat we zijn handelen bespreken ook al is dit een wat lastige kwestie. Wanneer ik vraag voor wie dit lastig is lijkt het een gekke vraag. Je hoort een soort van ‘huh’ in de klas. De kinderen hebben er helemaal niet zoveel moeite mee.

Bram begrijpt dondersgoed dat het weeshuis het geld nodig heeft, daar doen we het project voor. Bram weet ook goed dat je geld verdient en dat je dat kunt uitgeven. De kinderen in de klas vonden het niet eens raar wat Bram deed. Bram had er zelf hard voor gewerkt en in de groep is uitgegaan van het idee dat we al het geld aan het weeshuis doneren, alleen is die verwachting niet besproken en vastgelegd. Dat was het missende onderdeel in onze vastgestelde criteria.

Ik denk dat Bram een ervaring rijker is. Het leren weerstand bieden (aan een koopimpuls), het ervaren van veiligheid in zijn klas, het lef hebben om het middelpunt van gesprek te zijn. Ik leer ook als leerkracht. Dat is genieten.

‘Elke keer dat wij, opvoeders en onderwijzers, een kind ontmoeten, moeten we onze verantwoordelijkheid nemen door situaties te scheppen waardoor zij in de wereld kunnen komen en hun vrijheid kunnen ontdekken met daarbij tevens het gemeenschappelijke’ (Philippe Meirieu, 2007/2016).

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein

Referentie:

Meirieu, P. (2007). Pédagogie: Le devoir de résister. Issy-les-Moulineaux: ESF éditeur.