inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hartger Wassink


Hartger Wassink
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Steeds hetzelfde ‘meidengedoe’, wat moet je ermee? hetkind.org/?p=53624

Ongeveer 13 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Je kunt wel zeggen: ‘Ga leren’, maar kinderen geven die boodschap terug: ‘Doe het zelf eens!’

4 juni 2016

Hartger Wassink

‘Het grootste misverstand over het beroep is, dat het makkelijk is. “Those who can, do; those who can’t, teach.” Zo gaat de uitspraak toch?’ In dit artikel laat Hartger Wassink een jonge geschiedenisleraar aan het woord. Het artikel maakt deel uit van een portrettenserie waarmee Hartger Wassink reactie en discussie wil oproepen.  Hoe hangen de verschillende delen van ons onderwijssysteem samen? Hoe bevorderen we het leren van leerlingen? Hoe remmen we het juist af?

balloon-1373161_640Hij is historicus, begin dertig en sinds tien jaar docent geschiedenis. Hij deed, op zoek naar wat pit in zijn vak, de internationale variant van de lerarenopleiding. De school waar hij werkt, is evenmin een doorsneeschool. Leerlingen werken er in variërende groepen samen in blokuren. Leerstof wordt niet volgens methodes gegeven, maar is samengebracht in projecten. Leerlingen verwerken alle stof via hun persoonlijke laptop. De manier van werken vraagt veel flexibiliteit van de docent, om verschillende vormen toe te passen al naar gelang de behoefte van de leerlingen met wie hij werkt.

‘Achteraf had ik meer onderzoek willen doen tijdens mijn opleiding. Nu ik meer routine heb, kan ik meer nadenken hoe je het beter kunt doen. Dat zou iedere docent moeten hebben, zo’n lerende houding. Kinderen pikken het heel snel op, als je er zelf niet voor open staat. Je kunt wel zeggen: ‘ga leren’, maar kinderen geven die boodschap terug: ‘doe het zelf eens!’

Ik werk vier dagen per week, en het lukt me aardig om dat op vier dagen te houden. Mijn dag ziet er als volgt uit. Om een uur of 8 kom ik op school. Om kwart over acht gaan we met collega’s voorbespreken. Wat is goed gegaan, welke leerlingen hebben extra aandacht nodig? Dan een paar uur leerlingen begeleiden, en wat lessen geven. Tussendoor vind ik vaak wel tijd om voor te bereiden.

Het middaggedeelte starten we ook weer samen en om half vier sluiten we de dag af met de leerlingen. De docenten blijven allemaal tot vier uur op school, we evalueren dan ook weer hoe het is gegaan. Daar ben je wel tot 17:00u mee bezig. Er is veel overleg: teamoverleg, vakgroepoverleg, leerlijnen, een enorme waslijst. En ‘s avonds nakijken. Dat gebeurt toch, vooral naar examens toe, ook in het weekend.

Er is niet eens de belangrijkste manier waarop ik het leren van leerlingen beïnvloed. Ik probeer het als docent met ze over leren te hebben. Wat motiveert je? Daardoor kom je er als docent achter wat zij belangrijk vinden. En je moet ze uitdagen, dat is belangrijk. Het mag allemaal best wat wetenschappelijker. Je moet niet onderschatten wat kinderen aankunnen, ook brugklassers. Je ziet leerlingen dan kijken: wow.

Maar ook docenten worden onderschat. In Finland heeft iedereen een mastertitel op zak, dat mag je best van alle docenten vragen, vind ik. Dat zou betekenen dat er meer uitstroom zou zijn in de opleiding, maar uiteindelijk zullen we daar iets mee moeten. Als je allemaal goed opgeleide docenten hebt, kunnen beleidsmakers en schoolbestuurders meer ruimte geven aan docenten, zodat collega’s elkaar mee omhoog trekken.

Scholen zouden veel beter georganiseerd kunnen zijn. Elke school zit vast in een takenplaatje. Docenten zitten nu tot over hun oren in het nakijkwerk. Ik heb meer tijd nodig om dingen uit te werken, met collega’s te overleggen. Ze zeggen: je moet meer naar andere scholen toe! Leuk, maar wanneer dan? Ik doe het wel, maar heb daarvoor veel dingen naar het wekend verplaatst. In andere landen wordt door docenten 150 tot 200 uur minder les gegeven. Dat is echt gigantisch veel tijd.

Het grootste misverstand over het beroep is, dat het makkelijk is. Those who can, do; those who can’t, teach. Zo gaat de uitspraak toch? Maar er komt veel bij kijken. Je moet vakinhoudelijk sterk zijn, maar ook pedagogisch. Je moet bijblijven, vakdidactisch, maar inmiddels ook op het gebied van ict. Je moet maatwerk kunnen leveren. Iemand die dat kan, dat is een superheld. Het is een extreem zwaar beroep. En ook extreem leuk, ik krijg er veel energie van.

Het gaat om wederzijds serieus nemen. Dat begint bij veel vakkennis. Ik kon dingen doen, omdat ze mij serieus namen door mijn kennis. Die moet ik dus ook heel goed bijhouden. Dat wordt allemaal onderschat, daar gaat veel tijd en energie in zitten.

Je moet ook met een kind kunnen praten, dat kan ook niet iedereen. Hoe geef je goed feedback, hoe maak je een goede toets? Zelf ben ik juist gegroeid in de aandacht voor het pedagogische. Het is niet alleen maar vakinhoudelijk de lat omhoog leggen. Het zijn allemaal facetten die bij elkaar horen en die je goed moet doen. Dat je elkaar recht in de ogen kunt kijken is voor mij de kern van het onderwijs.

Het mooie van onderwijs vind ik dat kinderen, en dat verbaast me elke keer weer, het voor jou doen. Ze doen het omdat ze mij niet teleur willen stellen. Dat moet je beseffen: je bereikt meer als je elkaar aanspreekt op wat je drijft. Geïnspireerd zijn is het meest waardevolle wat je een mens kunt mee geven.

Wat ik zou willen veranderen, zijn de tegenstellingen die telkens gecreëerd worden. Politici, schoolleiding, consultants, iedereen wil uiteindelijk hetzelfde. Maar we houden elkaar in een houdgreep. Sta meer open voor andere mensen, ga het gesprek aan! Docenten zouden meer de verbinding met elkaar moeten zoeken, als beroepsgroep, niet alleen vakinhoudelijk. We staan niet sterk als beroepsgroep als geheel.

Als je vooruit wilt komen, moet je echt uit je comfortzone komen. Ook bovenschools, door een inhoudelijk netwerk op te bouwen buiten de school. Dat zou iedere onderzoeker, teamleider, of bestuurder moeten doen. Het is zonde dat het onbegrip er is, terwijl dat niet nodig is.

Hartger Wassink werkt als medewerker van het NIVOZ Forum aan de verbetering van de dialoog tussen onderzoek en praktijk in het onderwijs. Daarnaast helpt hij als zelfstandig adviseur leraren, leidinggevenden en bestuurders bij het voeren van de professionele dialoog in de school.