inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Thyne (19) laat een nieuw perspectief zien: ‘Kinderen met ASS willen niet als een sneeuwvlokje behandeld worden’ hetkind.org/?p=56292

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Leraar, op wie zit je te wachten? Jíj mag het gaan doen!’

11 juni 2016

Marcel van Herpen

Een tijdje geleden ontving Marcel van Herpen twee opvallende mails – heel verschillend, van heel andere afzenders. Maar beide berichten sloten naadloos aan bij Marcels visie op goed onderwijs. Daarin laat de leraar zich zien als autonoom individu, die zijn pedagogische verantwoordelijkheid met verve draagt en die stevig inzet op de relatie met zijn leerlingen. ‘Als je weet dat de relatie goed is, kun je elkaar óók tot de orde roepen en kun je óók iets verwachten van elkaar.’

still-life-851328_640Onlangs ontving ik de volgende boodschap via LinkedIn: ‘Enorm bedankt voor het delen van je visie op onderwijs! Je hebt echt een ontwikkeling in beweging gezet. Een ontwikkeling waar ik al een tijdje op zit te wachten. Dan vraag ik mezelf af, waarom heb ik dan zitten wachten…‘ Ik was erg blij met die reactie. Kernachtiger had ik niet kunnen weergeven wat ik bedoelde, toen ik sprak voor de zaal waar deze leraar me gehoord had.

Tijdens lezingen merk ik steevast dat leraren individueel hetzelfde idee hebben over wat goed onderwijs is. Er is instemming over de slogan ‘Zonder relatie geen prestatie’.“Ja, dat is waar”, zeggen ze, “en het is belangrijk, maar…”
Op dat punt komen de externe attributies – het toeschrijven van oorzaken voor je handelen aan factoren buiten jezelf: leraren beginnen dan over tijdsdruk, over de regels uit Den Haag, de bureaucratie, de Inspectie, de kerndoelen. Zo presenteer je jezelf als een speelbal van je omgevingsfactoren. En als je daar maar lang genoeg mee doorgaat, ga je daar nog in geloven ook.

Ik spreek leraren daarom nadrukkelijk aan als actor, en niet als factor: “Ik weet dat je het druk hebt, maar pedagogisch is het niet juist dat je jezelf neerzet als een verlengstuk van een systeem waar je geen deel van wilt uitmaken.” Het is niet eens zo erg als je even stoom wilt afblazen op een familiefeestje of onder collega’s, maar sommige leraren trekken hun handen expliciet van ‘het onderwijs’ af in het bijzijn van hun leerlingen. Ik maak me daar zorgen over, omdat je als pedagoog verantwoordelijkheid moet nemen. Je ongenoegen uiten over een toets of een regel waar je het niet mee eens bent, oké, maar niet waar je kinderen bij zijn. Dan moet je de volledige verantwoordelijkheid nemen als leraar voor hen en voor hun ontwikkeling.

Halverwege mijn verhaal hoor ik leraren vaak verzuchten: “Ja, het kan inderdaad makkelijk. Dít is waar ik op zat te wachten.” Maar dan zijn we er nog niet. Het besef dat nog moet volgen is: op wie of wat wacht je dan? Er is niemand die de oplossingen voor je komt aandragen. Jíj gaat het doen. Met jouw klas, in jouw school. Vandaar dat ik zo blij was met die LinkedIn-mail. En wat je dan gaat doen?

Dat het niet allemaal met groots en meeslepende gebaren hoeft, bewijst een tweede bericht dat ik in dezelfde week kreeg: mijn neef stuurde me een mailwisseling met zijn economieleraar op, waarin hij op een vroege vrijdagavond gevraagd had of zijn leraar de antwoorden van een oefentoets van vorig jaar nog beschikbaar had. De leraar mailde een uurtje later de antwoorden door. Hij schreef erbij dat hij de toets zelf nog even had moeten maken en dat een beloning van tien euro op zijn plaats zou zijn. Mijn neef vroeg daarop lachend of het ook in orde was als hij een goed punt zou halen. Toen hij een dag later kon melden dat hij een ruime 8 gehaald had, antwoordde zijn leraar: “Zo goed hoefde nou ook weer niet. Zeer nice.”

De implicatie van zo’n fragment is dat een kind beseft over zijn leraar: “Jij bent dicht bij mij. Je bent beschikbaar als ik je nodig heb.” En de leraar weet: “Ik heb een goede relatie met mijn leerling.” Zo klein kan het zijn om het samen goed te hebben. Maar hoe bescheiden die momenten, handelingen en gebaren ook zijn, wanneer je weet dat de relatie goed is, kun je elkaar óók tot de orde roepen en kun je óók iets verwachten van elkaar. Het gaat dus niet om de grootte van de zaak, maar om de volgorde.

Veel leraren hebben het over ‘het onderwijs in Nederland’. Dat is een construct, dat is helemaal niet je speelveld en mag al helemaal geen vlucht zijn. Waar een leraar zich druk over moet maken, zijn de kinderen in zijn klas. De concrete kinderen, de concrete relaties en de concrete dagen van het jaar, waarop je samen telkens weer iets moois, verrassends en spannends kunt laten gebeuren.

Marcel van Herpen is sinds 2006 verbonden aan het NIVOZ, initiatiefnemer van platform hetkind, auteur en veelgevraagd spreker op onderwijsavonden en studiedagen.