inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Marcel van Herpen


Marcel van Herpen
Bekijk mijn profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Hoe kan er ooit verbinding ontstaan als ik me al door één zin uit het veld laat slaan?’ hetkind.org/?p=54668

Ongeveer 20 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Marcel van Herpen: ‘Denk je te lang na, dan is het moment voorbij.’

24 juni 2016

Marcel van Herpen

Marcel van Herpen begon zijn onderwijsloopbaan opmerkelijk: als afstudeerproject maakte hij een documentaire over de eerste school voor ErvaringsGericht Onderwijs in Nederland. Klein probleempje: zo’n school bestond nog helemaal niet. Toch kwam die film er. En meteen daarna hielp hij zelf de eerste EGO-school in Nederland te verwezenlijken. In dit interview uit Mensenkinderen gaat Marcel terug naar die start, naar zijn pedagogische grondhouding en naar wat hij bedoelt met Pedagogische Tact: ‘Je moet je bewust zijn van twee vragen: wie zijn deze kinderen? En van: in welke wereld staan we samen?’

Trommelmeisje grondhoudingOoit maakte jij, als Pabo-afstudeerproject, een film over een school die nog niet bestond. Je filmde een gedroomde werkelijkheid, op basis van echte beelden. Hoe ging dat in z’n werk?
‘ErvaringsGericht Onderwijs was heel nieuw. Het bestond in België, maar alleen nog voor het kleuteronderwijs. Een paar docenten hadden ons enthousiast gemaakt voor dat gedachtegoed. Samen met studiegenoot Lambert van der Ven stelde ik me voor hoe ErvaringsGericht Onderwijs eruit zou zien in de midden- en bovenbouw. Op zeven scholen filmden we werkvormen, zoals ze ook beschreven stonden in de literatuur en in de montage sneden en becommentarieerden we het zo, dat het leek alsof die eerste EGO-school er al was. Toen we de film presenteerden, bleek er iemand in de zaal te zitten, die net bezig was met de oprichting van zo’n school in Nederland. We konden meteen solliciteren.’

Hoe deed je dat op die eerste EGO-school: een praktijk opbouwen vanuit een concept?
‘We waren ambitieus en onbevangen. De basisboeken hadden we gelezen en we bezochten scholen, die innovatieve werkvormen hanteerden die rechtdeden aan onze principes. Om ons curriculum op te bouwen kochten we van veel materialen en lesmethodes één exemplaar, zodat we er ons eigen onderwijs mee konden maken. Naast het zorgen voor een goed aanbod benaderden we ons onderwijs ook omgekeerd: vanuit het kind. En dus was er een werkvorm en een middag in de week waarop de kinderen het initiatief kregen om zelf vorm te geven aan die tijd en ruimte. Het geven van die vrijheid maakte dat ze al snel veel verantwoordelijkheid wilden en konden nemen. Werkende weg kwamen we van concept naar praktijk. Samen met de kinderen.’

Als je denkt aan jouw pedagogische grondhouding, wat zijn dan je ankerpunten? En zijn die veranderd?
‘Eigenlijk was mijn belangrijkste ankerpunt er vanaf het begin: op onze school spraken wij heel bewust met elkaar af dat er niemand buitengesloten werd. Mensen die de film van Toshiro Kanamori hebben gezien, begrijpen dat onmiddellijk: als één kind niet gelukkig is, is niemand gelukkig. Wat daar onder ligt, is dat je de klas als geheel benadert, één gemeenschap waarin unieke individuen zitten die zich elk op een bepaalde manier tot elkaar verhouden. Van meet af gaf ik voorrang aan interventies die goed waren voor de hele groep. Je kon niet met jouw groepje vrienden iets gaan doen zonder rekening te houden met de rest. Een kleuter zei het ooit zo: “Je mag hier kiezen, maar niet de hele dag, want dan kunnen de anderen niks kiezen.”’

Die blik op de groep als gemeenschap heb je gemeen met Jenaplan.
‘Zeker. En meer: als Peter Petersen schrijft over de pedagogische situatie, wordt dat een heel krachtig fenomeen. Pedagogische tact maakt daar onderdeel van uit, want het gaat niet zozeer om de tact van een individuele leraar, maar om interactie. Je zet allebei de personen in die relatie als subject neer, die zich ten opzichte van elkaar en afhankelijk van elkaar verhouden.’

Marcel grondhoudingJe bent onder andere docent Pedagogische Tact bij het NIVOZ. Daar is tact gedefinieerd als ‘het goede doen op het juiste moment, ook in de ogen van de leerling’. Zou je die zinsnede eens kunnen ‘uitpakken’?
‘“Het goede doen” begint ermee dat je weet wat je te doen hebt met kinderen. Je moet je bewust zijn van twee vragen: wie zijn deze kinderen? En van: in welke wereld staan we samen? Met die eerste vraag houd je je bezig door het perspectief van de kinderen te nemen, door met ze op te trekken, door te weten wat ze bezighoudt. Bij die tweede vraag gaat het erom dat je de werkelijkheid zoals die zich voordoet als boeiend kunt ervaren, als iets om permanent te willen ontdekken. Dat maakt dat je gevoel krijgt voor het ‘goede’, waarbij ik dat goede zie als een afkorting voor ‘het goede, het ware en het schone’. Het gaat niet om iets normatiefs, maar om waardes en waarachtigheid. “Op het juiste moment” verwijst naar iets tactvols. Naar Fingerspitzengefühl voor de timing om iets net wel of net niet te doen. Dat kun je niet leren uit een handboek. Als je te lang nadenkt, is het moment voorbij. Als je te snel bent, kun je een situatie beschadigen.’

En die ‘ook in de ogen van de leerling’? Kun je tactvol zijn als het kind nog even niet snapt dat je met je ingreep ‘het goede’ deed?
‘Daar komt Petersens pedagogische interactie weer in beeld: het gaat niet alleen om wat de leraar doet, maar ook om hoe het binnen komt. Je zit aan elkaar vast. Of een leerling meteen je intentie moet begrijpen, is een complexe vraag. Het kan zijn dat een leerling net een frustratie doormaakt, als er een pedagogisch juiste interventie wordt gepleegd. Maar kinderen moeten wel snel zicht krijgen waarom je iets deed of juist naliet. Een leraar kan niet persoonlijk concluderen dat het oké was en dat ‘de kinderen dat nog wel eens gaan beseffen’. Of het nu een knipoog is of een evaluatie aan het eind van een voetbaltraining, er moet een gevoelde afstemming komen. Het is niet tactvol, als jouw handeling je leerling nog wekenlang een verstoord gevoel geeft.’

Tact hangt af van momenten. Hoe oefen je tact?
‘Je oefent tact door elke ochtend of elke les – zo kort als kan en lang als nodig – met je kinderen te praten over wat je van elkaar verwacht. Lees verder…

Cover MK 152 Mensenkinderen grondhoudingMarcel van Herpen is sinds 2006 verbonden aan het NIVOZ, initiatiefnemer van platform hetkind, auteur en veelgevraagd spreker op onderwijsavonden en studiedagen. 

Dit artikel uit Mensenkinderen is hier gepubliceerd met toestemming van de NJPV (Nederlandse Jenaplanvereniging). Eerder publiceerden we al dit interview met Hester IJsseling, over de taal van tact, uit hetzelfde nummer.

Fotografie: de foto van het trommelende meisje is van Larissa Rand. Het portret van de twee lezende jongens in het artikel is van Margo Remie. De foto van Marcel is uit zijn eigen collectie.