inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Alderik Visser


Alderik Visser
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Ode aan onze helden. Niet vanwege lessen of uitleg, maar door vertrouwen en aandacht’ hetkind.org/?p=54786

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
PrestatiePijn, een moderne kwaal: hoger presteren, meer uitzonderlijk zijn, meer van jezelf leveren. Hoe komen we hier uit?

8 juli 2016

Alderik Visser

In februari 2017 publiceren Fransiscus Kusters en Alderik Visser een bundel onder de werktitel PrestatiePijn, tevens de naam van een filosofische zoektocht/project. In de komende maanden onderzoeken ze wat de cultuur van presteren en meten op school, maar ook in de samenleving zoal doet, waar ze vandaan komt, en hoe er mogelijk een weg uit vinden is. De twee samenstellers schrijven de twee samenstellers elkaar brieven waarin ze proberen de ontwikkeling van hun gedachten rond Prestatiepijn te schetsen. Onderstaande tekst is [een fragment uit] de laatste brief – in dit geval van Alderik aan Fransiscus.

Meritocratie
Lieve Frans
Enschede – Utrecht (en vice versa), juni 2016

Ik kan het toch niet laten er (redelijk) snel weer een tweede brief achteraan te sturen. Ik denk, zoals ik je schreef, dat prestatiepijn geen individueel probleem is, of althans niet iets dat op individueel niveau is op te lossen. Om dat aannemelijk te maken, moet ik wel even een flinke omtrekkende beweging maken…

Allebei stelden we al vast dat ‘prestatie’ als woord haar wortels in het economische, en daarmee ook in het juridische domein heeft. Wie iets presteert in economische zin, die levert iets, een goed of een dienst. Daarmee gaat zij of hij ook een belofte aan, staat zij in voor wat zij belooft te doen of te maken.
In ons huidige taalgebruik lijkt die oorsprong vrijwel verloren. Hebben we het over een prestatie, dan gaat het om een bijzondere verrichting op enig vlak – sportief, artistiek, cognitief, whatever – die een individu of een team levert. Net als bij kwaliteit (eigenlijk: ‘van hoge kwaliteit’) drukken we bij prestatie (eveneens: hoge of uitzonderlijke prestatie) in onze alledaagse taal de maat niet expliciet uit, maar denken we haar als het ware wel mee. Een prestatie is een hoge prestatie, vaak op een denkbeeldige, een relatieve schaal.
Een belangrijke oorzaak waardoor prestatie op school pijn doet of kan doen, zit precies hier. In het spreken over prestatie swingt die oude, economische betekenis namelijk nog steeds, ja, misschien wel eens te meer mee. In een (min of meer) meritocratisch bestel – zo zal ik hieronder proberen aan te tonen – verwachten we van kinderen bij elke toets, bij elk examen niet letterlijk dat ze een goed of dienst, maar wel dat ze zichzelf leveren, voor zichzelf instaan. Mede doordat de maat van die ‘prestatie’ niet wordt uitgedrukt maar alleen gedacht, is zij relatief en in potentie grenzeloos: in vergelijking met anderen kun je altijd nog hoger presteren, meer uitzonderlijk zijn, meer van jezelf leveren.

We kunnen ons zorgen maken over deze prestatiepijn, ons druk maken over de toets- en afrekencultuur, we kunnen kritiek hebben op het neoliberalisme, het kapitalisme, op van alles en nog wat. Maar in feite we zitten allemaal – wij leraren, wij ouders, wij beleidsmakers – in hetzelfde schuitje: in al onze welwillendheid hebben we van kinderen producenten gemaakt, producenten van een ánder, namelijk van hun beste, hun slimste, hun nog excellentere zelf.

Hoe zijn we daar gekomen??

Pedagogisering

Laat ik er even wat geschiedenis en wat begrippen ingooien 🙂 Sinds de industriële revolutie is onze samenleving er een stuk gecompliceerder op geworden. In de taal van de systeemtheorie is dat een grotendeels autonoom, of autogeneratief proces: door nieuwe technologieën ontstaan niet alleen nieuwe producten, maar ook nieuwe kennis, instituties en beroepsgroepen, die allemaal weer nieuwe technologie, kennis, instituties en beroepen produceren, enzovoort et cetera. Op die manier is de samenleving, op nationale, maar inmiddels ook op wereldschaal, een steeds ingewikkelder geheel geworden van systemen, sub-systemen en sub-sub-systemen die onderling sterk van elkaar afhankelijk zijn, maar evengoed opereren als semi-aparte domeintjes, met eigen regels en (kwalificatie)systemen.

Een van de manieren waarop de samenleving deze veranderingen in goede banen heeft proberen te leiden is door het uitbreiden van het onderwijs, een proces dat ook ook wel ‘pedagogisering’ is genoemd: het steeds langer en intensiever opleiden en opvoeden van steeds meer kinderen onder leiding van professionals teneinde hen beter toe te rusten op een complexe wereld c.q. een veranderende arbeidsmarkt. Dat proces begint ook in Nederland al in de late achtiende- , maar krijgt vooral z’n beslag in de negentiende en de twintigste eeuw. Het is daarbij niet alleen zo dat steeds meer kinderen steeds langer naar school gaan; de standaarden van wat zij minimaal geacht worden te kennen en te kunnen, en wat de juf dus moet helpen aanleren zijn, in ieder geval in het basisonderwijs, sinds pakweg 1800 flink omhoog geschoven. In het vo geldt dat (waarschijnlijk) minder, maar daar staat tegenover dat dat domein – met ook het hoger onderwijs enorm gegroeid is. Ging rond 1920 nog minder dan 1 op de 10 kinderen naar het VO, nu is dat praktisch 95% (De Beer & Van Pinxteren, 2016).

Je zou kunnen denken dat het onderwijssysteem haar maximale omvang en complexiteit inmiddels al wel bereikt heeft, maar het tegendeel is waar. De ‘pedagogisering’ van het kinderleven gaat onverdroten voort, bijvoorbeeld in verschillende voorstellen voor verplichte voor- en vroegschoolse educatie voor kinderen van 0 tot 4. Ik liet me daar in de vorige brief ook al iets over ontvallen. Maar ook verschillende ‘velden’ als de psychologisering annex medicalisering van reële of vermeende leerproblemen – het labellen van kinderen, dus, al dan niet om het schoolse falen te maskeren (Dehue, 2014), allerhande gedoe rond passend onderwijs en thuiszitters, de opkomst van een schaduwmarkt voor huiswerk- en toetstraining, de oproepen voor ‘een leven lang leren’: je zou ze allemaal kunnen zien als uitlopers van eenzelfde trend richting meer en langer georganiseerd, schools en doorgaans cognitief geörienteerd leren.

Meritocratie
Die pedagogisering, die dus ook een institutionalisering van de kindertijd en de jeugd is, zou je met Foucault kunnen duiden als disciplinering: via de school worden kinderen gevormd, die van de minder gegoede standen zelfs verheft, tot aangepaste, deugdzame en nuttige, dat wil zeggen productieve burgers. Dat is zeker waar – en ook vaak in zulke termen geduid – maar in zoverre dat tegelijk een diskwalificatie inhoudt, is dat niet volledig en misschien ook niet eerlijk. Onderwijs heeft namelijk, ook al voor de Tweede Wereldoorlog, kinderen uit de ‘volksklassen’ daadwerkelijk kansen geboden om sociaal te stijgen, via de HBS en de Kweekschool vooral. Na die oorlog, en met name vanaf de jaren zestig, werd die sociale mobiliteit zelfs het speerpunt van onderwijsbeleid. Tot 1968 bleef het schoolsysteem nog standsgewijs georganiseerd, maar na de Mammoetwet bood een transparant, aangesloten systeem ruim baan aan de stapelaars – in ieder geval een tijdje …

Het mooie verhaal, het verhaal ook dat we zelf het meest graag geloven, is dat Nederland tussen pakweg 1960 en 2000 zo een meritocratische samenleving is geworden: wat telt is niet waar je wieg heeft gestaan, maar wat je kunt en wat je daarmee doet. En inderdaad, door ‘verdiensten’ of ‘verdienstelijkheid’ centraal te stellen, zijn de oude standen ogenschijnlijk verdwenen, en hebben twee generaties Nederlanders stevige vormen van sociale mobiliteit meegemaakt. Bovens & Wille (2012) rekenden in hun bekende boek ‘Diplomademocratie’ voor dat anno nu (vrijwel) iedereen in de Tweede Kamer universitair geschoold is. Meer dan de helft van die Kamerleden komt echter niet uit de traditionele elite, maar uit families van sociale stijgers. Pure verdienste dus!?

Dat deze ontwikkeling ook een schaduwzijde heeft, komt pas sinds kort heel duidelijk aan het licht. Door de toename van het aantal hoogopgeleiden is de relatieve waarde van opleidingen (ten opzichte van elkaar dus), gedaald. Dat betekent dat grote groepen mensen formeel wel hoger zijn opgeleid dan hun ouders, maar daar wat betreft inkomen of maatschappelijke status niet zo veel mee zijn opgeschoten. Wat betreft die relatieve positionering blijkt er veel meer continuïteit te zijn in de samenleving dan lang is aangenomen.

Fnuikender – en voor onze discussie ook het meest relevant – is de mogelijke tijdelijkheid, volgens sommigen ook het mogelijk totalitaire van deze meritocratie. In een samenleving als de onze, waar kennis en opleidingen hoog staan aangeschreven, is het hebben van een goed werkend verstand een voorwaarde voor verdienste. Met dat verstand moet je dan vervolgens ook nog iets doen, dus erkende prestaties leveren ☺

Het vervelende is nu, dat het hebben van verstand en ook het leveren van prestaties onder mensen ongelijk zijn verdeeld, en bovendien in hoge mate erfelijk zijn – biologisch, vermoedt men, maar zeker, en in hoge mate ook sociaal. De belangrijkste voorspeller voor schoolsucces heet in onderzoeksland daarom SES (socio-economische status), en is ’t gemakkelijkst te visualiseren als de lengte van de boekenkast van vader en moeder. Hoogopgeleide mensen produceren door de bank genomen hoogopgeleide kinderen en gaan – maar dat is een heel ander verhaal – ook steeds meer afgezonderd van niet-hoogopgeleiden leven, wonen, werken en stemmen… Waar opleiding al met al eerst de sociale stratificatie – het klassensysteem – doorbrak, lijkt zij meer en meer zelf een nieuw soort klassensamenleving te veroorzaken.

Statusangst
gescheidenissssMisschien ben je inmiddels ongeduldig geworden: waar blijft nou de prestatiepijn? Geduld! Nog heel even wat sociologie…

Lees verder op de website van PrestatiePijn en volg ons op @infopijn

Alderik Visser is docent geschiedenis en filosofie, historicus, historisch pedagoog en onderwijskundige. Hij blogt op zijn website over onderwijs. Recent verscheen een boek met een bundeling van columns van zijn hand: De geschiedenis herhaalt zich niet – kanttekeningen bij het onderwijsdebat.

PRESTATIEPIJN

Een filosofische zoektocht naar oplossingen voor een moderne kwaal

Waar ooit nog het gezegde gold dat je ‘je kop niet boven het maaiveld moet uitsteken’ is ook in Nederland recent het taboe op ‘excellentie’ doorbroken. Presteren mag – nee – presteren moet! Maar wat betekent het voor ons, voor onze samenleving, voor onze kinderen vooral, om steeds maar langs allerhande latten te worden gemeten en meer dan ‘je best’ te moeten doen? Samen willen we zoeken naar oorzaken, bronnen, uitingen, uitwerkingen – negatief, ja, maar zeker ook positief – van deze verschuiving. Is dit prestatievertoog inderdaad een recent verschijnsel, een uitingsvorm van het ‘neoliberale’ kapitalisme, zoals wel wordt beweerd? Of zijn er ook andere bronnen van de oneindige stress, de druk die we onszelf en onze kinderen opleggen? Voor dit project benaderen we gerenommeerde schrijvers uit binnen – en buitenland – filosofen, psychologen, pedagogen. Maar ook gaan we in gesprek met ouders, met leerlingen, met schoolbegeleiders, schooleiders en beleidsmakers. En: we willen graag ook in gesprek met jou ! Wat zijn jouw ervaringen met prestatie en met pijn, met prestatiepijn?? Deel ze via ons blog

Het PROJECT

In hoeverre is presteren van waarde voor onszelf en de samenleving? In onze zoektocht proberen we zoveel mogelijk mensen te spreken en activiteiten te ontplooien als input voor het boek.

DE BIJDRAGERS

Allerlei mensen dragen bij aan het boek door interviews, columns, kunst en andere manieren. Van filosofen tot pedagogen en leerlingen. Ook een bijdrage leveren? Graag!

HET BOEK

De zoektocht zal onder meer resulteren in een boek, uitgegeven door Phronesis. Hierin proberen we uit te leggen wat PrestatiePijn is, wat de oorzaken zijn en mogelijke oplossingen voor de toekomst.

De website: www.prestatiepijn.nl
Twitter: @infopijn

Ontsnappen aan prestatiepijn: op onderzoek met leerlingen