inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Ellen Emonds


Ellen Emonds
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Nog steeds live te volgen. Onderwijsavond Driebergen. De leraar als instrument. youtu.be/Mtv5mzWaOWI twitter.com/nivoz/status/8…

Ongeveer 10 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Met 21 bazen in de klas: ‘Bij vrijheid hoort verantwoordelijkheid’

9 juli 2016

Ellen Emonds

Bij vrijheid hoort verantwoordelijkheid, altijd weer en overal. De kinderen in de klas van Ellen Emonds hebben dat vanaf dag één gehoord. Maar andersom ook: als een kind de verantwoordelijkheid neemt in het belang van alle kinderen, heeft het daarbij ook de ruimte nodig om autonoom te kunnen handelen. In deze bijdrage komt mooi naar voren hoe Ellen zichzelf als leraar en de klas op de proef stelt, bijvoorbeeld als twee kinderen uit de klas meer geld uit de klassenpot besteden dan afgesproken was.

Kortgeleden hadden we een klassenvergadering. Ik zag al een tijdje dat mijn kinderen meer en meer verantwoordelijkheid nemen in de groep. Opruimen doet vrijwel iedereen vanzelf, evenals starten met werken, fruit eten op het moment dat ze trek hebben en elkaar ondersteunen in alles wat zich aandient. Ik was benieuwd naar wat ze nog meer in hun mars hebben.

Tijdens onze vergadering spraken we over hoe het gaat in de groep, waar kinderen tevreden over zijn en waar ze graag verbetering willen zien. De kinderen gaven aan dat ze graag meer willen organiseren en regelen in de klas. Ze hebben veel ideeën, variërend van de inrichting van de klas tot het plannen van uitjes en het geven van workshops aan elkaar.

We kiezen ervoor om baantjes te vormen in de klas. Bijvoorbeeld het zorgen voor onze kanariepiet Klaas. We komen op tien verschillende baantjes en ze worden verdeeld naar interesses. Dat betekent dat sommige baantjes druk bezet zijn, andere wat minder. Dit vonden de kinderen beter dan bijvoorbeeld loten, want ‘dat is eigenlijk niet echt eerlijk, maar gewoon geluk hebben.

Jesse en Teun worden ‘de baas van Klaas’. Ze verschonen zijn kooi, geven hem elke dag schoon water en vers voer en maken een opvangschema voor tijdens de schoolvakanties. Op een dag merken ze op dat het schelpenzand en het voer van Klaas bijna op is. Ze willen dat graag voor hem kopen en vragen mij om geld uit de klassenpot. Ik ben echter niet de baas van het geld, dat is Timo. Samen met de jongens reken ik uit wat ze ongeveer nodig hebben. Omdat we niet precies weten wat het kost, krijgen Jesse en Teun een tientje mee. In het weekend gaan ze naar de dierenwinkel en zullen daar de spullen kopen die nodig zijn en het wisselgeld met bonnetje maandag mee naar school nemen.

Maandagochtend komt Jesse de klas binnen met zijn moeder. ‘Jesse wil even iets aan je vertellen,’ zegt zijn moeder. Jesse wordt een beetje ongemakkelijk en laat een stilte vallen. Ik kijk hem vriendelijk aan en vraag wat hij te vertellen heeft. ‘Nou, kijk, het zit zo…’ Hij twijfelt even en vervolgt dan: ‘Teun en ik waren met mijn moeder in de dierenwinkel en daar hebben we schelpenzand en vogelzaad gekocht. Toen hadden we nog best veel geld over en dachten we dat het voor Klaas wel leuk zou zijn als hij een keer een nieuw speeltje zou krijgen.’

Hij wacht weer even en ik blijf hem vriendelijk aankijken. Zijn moeder vertelt dat de jongens daar deden voorkomen alsof zij het hele tientje mochten opmaken aan Klaas en vraagt mij of dat zo ook echt afgesproken was. Ik weet precies wat afgesproken is, maar geef de vraag terug aan Jesse. ‘Ik weet het niet precies, Jesse. Wat hadden we ook alweer afgesproken?’

Nu hij bij mij staat, valt het niet mee om het verhaal dat hij zijn moeder verteld heeft, vol te houden. ‘We hadden afgesproken dat we alleen schelpenzand en vogelzaad zouden kopen. Maar ja, voor Klaas leek het ons wel leuk om een cadeautje te krijgen. En als het niet van de klassenpot kan dan betalen we het zelf terug, dat heb ik al met Teun afgesproken.’

Hij kijkt me aan en wacht op een antwoord, net zoals zijn moeder. Ik zeg hem dat ik het lief van hem en Teun vind dat ze zo betrokken bij Klaas zijn, maar dat ik hier natuurlijk geen besluit over kan nemen. Ik ben immers niet de baas van de klassenpot. Ik zeg hem dat we dit even met Timo moeten bekijken, hij weet vast wel raad.

Timo komt binnen en ik vertel hem het verhaal. Jesse is ondertussen aan het werk en heeft me nog verteld dat het speeltje (een grote plastic kanariepiet, waar Klaas doodsbenauwd voor blijkt te zijn) drie euro kostte. Timo is erg sympathiek en vindt het vooral aardig van Jesse en Teun. ‘Ze zorgen heel goed voor hem en dit is lief bedoeld. Ik vind dat ze het niet terug hoeven te betalen.’

Ik vraag Timo of hij zeker weet of we het geld kunnen missen. Ja, dat is niet zo’n ramp dus daarvoor hoeven we het niet terug te hebben. Dan neem ik even de proef op de som. ‘Maar Timo, stel je eens voor dat ze in plaats van een speeltje voor Klaas een ijsje voor zichzelf hadden gekocht, omdat ze in het weekend helemaal naar de winkel zijn gegaan. ‘Dat mag niet,’ is zijn antwoord. Het geld is van de klas, niet voor een ijsje voor twee kinderen. ‘Dat geldt dan toch ook voor het speeltje? Dat hadden we toch niet afgesproken? Stellen afspraken dan niks voor en mag je telkens gewoon zelf weten wat je doet?’ Nee, dat mag ook niet volgens Timo.

Hij denkt even na. ‘Ik vind het toch nog steeds beter als we het speeltje uit de klassenpot betalen. Ze hebben het lief bedoeld, ook al was het niet afgesproken en ze hebben niets voor zichzelf gekocht, maar juist voor een ander. Misschien kunnen we het voor één keertje goed vinden en dan niet meer. Dan kunnen we het nu ook meteen aan de rest van de klas uitleggen.’ Ik vertel hem dat ik vertrouw op zijn keuze, hij is niet voor niets baas van het geld. Timo praat vervolgens Jesse en Teun bij en het probleem is opgelost.

Mijn kinderen hebben vanaf dag 1 bij mij in de klas gehoord dat bij vrijheid verantwoordelijkheid hoort, altijd weer en overal. Andersom geldt het echter ook: als je verantwoordelijkheid neemt, heb je daarbij ook de ruimte nodig om autonoom te kunnen handelen. Op het moment dat je de verantwoordelijkheid overal waar het in het belang van de kinderen is, terug aan hen geeft en jij als leerkracht een betrouwbare steunbron bent, zullen zij precies op de momenten waar ze je nodig hebben een beroep op je doen. Want dat weet geen leerkracht beter in te schatten dan de kinderen zelf.

Ellen Emonds