inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hester IJsseling


Hester IJsseling
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Zijn we vergeten hoe het is als je wereld op zijn kop staat door dingen die volwassenen niet begrijpen?’ hetkind.org/?p=54825

Ongeveer een uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
De paradox van het leraarschap: open blijven en toch besluitvaardig zijn

12 juli 2016

Hester IJsseling

In 2013 verscheen de bundel ‘Het Alternatief’. Een spraakmakend boek, dat zelfs in de Tweede Kamer aandacht kreeg. Hester IJsseling schreef er een hoofdstuk in, dat nu online beschikbaar is. Hoeveel is er sinds 2013 veranderd? En wat is er nog hetzelfde? Hesters essay is een welsprekend pleidooi om je oordeel over kinderen én hoe de wereld in elkaar zit voortdurend op te schorten, terwijl je intussen wél ieder moment beslissingen moeten nemen. Hoe kun je die vitale kracht-in-onzekerheid zichtbaar maken? ‘Het is aan ons, leraren, een eigen taal te ontwikkelen die recht doet aan de werkelijkheid van het onderwijs.’

Lees op de site van beroepseer.nl Hesters essay. Hieronder, ter inleiding, vast een paar hoofdlijnen.

Het Alternatief1) De leraar als evenwichtskunstenaar: niet-zeker-weten en toch moeten handelen

Een leraar is een evenwichtskunstenaar, stelt Hester IJsseling. Want enerzijds moet je als leraar voortdurend je oordeel opschorten, proberen ‘het zekere weten’ over de wereld en je klas te voorkomen, gemakkelijke aannames over een kind, zijn moeizame leerprestatie of die ruzie net op het plein voorkomen. En tegelijkertijd ben je degene die constant, van moment tot moment, besluiten moet nemen.

Hester schrijft: ‘Ik móet handelen, keer op keer, en in dat handelen toch steeds de onzekerheid uithouden, beletten dat de geslotenheid van een systeem de overhand krijgt, weerstand bieden aan de schijnzekerheid van protocollen en grafieken en de kwetsbaarheid koesteren. (…) Dat spanningsveld bewaren, tussen open blijven staan en toch besluitvaardig zijn, dat beschouw ik als mijn verantwoordelijkheid als leraar.’

Hoe doe je dat? Even verderop schrijft Hester: ‘Om die verantwoordelijkheid te kunnen dragen, en steeds opnieuw de wijsheid te vinden die nodig is om te kunnen oordelen, moet ik met al mijn zintuigen, mijn verstand en mijn gevoel openstaan voor de koers die mijn innerlijk kompas me aangeeft.’

2) Het gesprek over goed onderwijs op school als tegenwicht tegen beleidstaal

Beleidsmakers, politici, managers en controleurs spreken in een taal die probeert te omvatten, te omsluiten, te beheersen. ‘Zij lijken het onderwijs te zien als een soort productieproces dat van begin tot eind gecontroleerd en beheerst kan worden’, schrijft Hester. En even verderop: ‘Het onbeheersbare is in deze taal volledig uitgebannen. Alles lijkt berekenbaar, toetsbaar, meetbaar en controleerbaar. Nergens lijkt enig besef door te schemeren van het geweld en het onrecht dat kinderen, leraren en het onderwijs hiermee wordt aangedaan. Wat niet meetbaar is, bestaat niet, en waar geen taal voor is, dat heeft geen realiteit.’

Misschien, oppert Hester, is dat wel onvermijdelijk en ontkomt een toezichthoudende instantie niet aan het optuigen van een generaliserend systeem, en misschien vraagt de overheid ook juist daarom aan leraren om hun professionele ruimte in te nemen. ‘Is het denkbaar dat de overheid die tegenstem van leraren wíl en dat ze ook zelf inziet dat ze die nodig heeft?’

Interessante vraag, natuurlijk. En mooi dat Hester ook hierin het ‘zeker weten’ opschort. Anders dan vaak de neiging is in onderwijsdiscussies, maakt ze met haar pas-op-de-plaats van de overheid geen anoniem ‘systeem’, geen vijandig monster dat er moedwillig op uit zou zijn om leraren tegen te werken en kinderen niet wenst te zien voorbij hun toekomstig economisch nut als werker en consument.

In plaats daarvan spreekt Hester over de verantwoordelijkheid die je als leraar zelf kunt nemen: ‘Het is aan ons, leraren, een eigen taal te ontwikkelen die recht doet aan de werkelijkheid van het onderwijs. Zolang wij als leraren een dergelijke taal niet spreken, en ons behelpen met geleende beleidstaal, leveren we ons bij voorbaat uit aan een wereldbeeld dat ons niet past. Zolang wij niet over een eigen taal beschikken, zijn we onvoldoende weerbaar tegen de druk die van buitenaf op het onderwijs wordt uitgeoefend.’

Hester IJsseling 023) Een eigen taal voor tact, voor het ongewisse, voor het handelen

En intussen schrijft Hester prachtig over de lol die ze beleeft aan het onderwijs. Een plezier dat komt met een verantwoordelijkheid die je moet willen dragen en een onzekerheid die je moet kunnen uithouden: ‘Voor mij als leraar is het belangrijk dat ik veel weet over de wereld en er plezier in schep om erover te vertellen. Dat ik de lust om te leren en de blijdschap die ik voel bij het ontdekken van nieuwe dingen weet over te brengen op de kinderen.

Dat ik de blijmoedige nieuwsgierigheid en het aangeboren zelfvertrouwen waarmee kinderen de wereld tegemoet treden koester. En mochten die nieuwsgierigheid en dat zelfvertrouwen reeds beschadigd zijn, dat ik ze tracht te herstellen door te luisteren naar hun vragen en door oog te hebben voor de vragen die ze nog niet hardop stellen.

Samen gaan we op zoek naar mogelijke antwoorden en stuiten we op nieuwe vragen. Samen spelen we met de werkelijkheid, en ik laat de kinderen kennismaken met alle aspecten van de werkelijkheid waarvan ze nog geen vermoeden hebben. Ik wil ze laten zien dat er altijd iets te ontdekken blijft, dat er altijd nóg een horizon is achter de horizon, en dat dat een reden is tot vreugde.’

Lees hier Hesters essay.

Hester IJsseling (1967) is groepsleerkracht en middenbouwcoach op OBS De Kleine Reus in Amsterdam, edublogger en doctor in de wijsbegeerte. 

Komend jaar gaat Hester, op basis van subsidie van het Leraren Ontwikkel Fonds (LOF), onderzoek doen naar datgene waarin ze in dit essay al pleitte: een eigen taal die recht doet aan de werkelijkheid van het onderwijs. Het begrip ‘persoonsvorming’ staat in haar onderzoek centraal. Ook een goed idee voor onderwijsverbetering? Het LOF heeft een nieuwe aanvraagronde vanaf 1 augustus, met als deadline 10 oktober. 

De afgebeelde foto van Hester in haar klas is van Ula Mirowska en werd eerder gebruikt in dit Mensenkinderen-artikel over de taal van tact, op onze site.