inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Helmar Niemeijer


Helmar Niemeijer
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 27 minuten geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Van Herpen houdt met “Wij, de leraar” een pleidooi voor open en eerlijke relaties’

29 augustus 2016

Helmar Niemeijer

Helmar Niemeijer las … Ik, de leraar (2013) van Marcel van Herpen. En daarna Wij, de leraar (2016), van dezelfde auteur en kakelvers van de pers. ‘Als ik leraar was dan wist ik het wel: de studiedagen komend schooljaar zouden vorm krijgen met deze twee boeken. Eerst ingaan op een ieders rol en verantwoordelijkheid voor het aangaan van relaties, daarna met elkaar betekenisvolle verbindingen creëren.’ Haar blog.

Een leraar ben ik niet, in de vertrouwde, maatschappelijke zin van het woord. Wel ben ik moeder van drie jongens. In totaal hebben mijn jongens er inmiddels 21 jaar primair onderwijs en twee jaar voortgezet onderwijs op zitten. Daarnaast heb ik jarenlang met circa 1400 docenten mogen samenwerken: iets waardoor er een diepe bewondering is ontstaan voor al die mensen die zich dag in, dag uit, inzetten voor goed onderwijs.

Cover_1.inddOver Ik de leraar

Ik woon in een Vinex-wijk waarin jarenlang de meeste kinderen van Nederland werden geboren. Scholen barstte er uit hun voegen. De twee grootste scholen van de wijk hadden ieder al snel meer dan duizend leerlingen en kende diverse nevenlocaties. Ook mijn kinderen gingen naar zo’n enorme school, de jongste doet dat overigens nog steeds.

Vaak brachten vrienden en bekenden dit onderwerp ter sprake: was dit niet hartstikke slecht voor onze kinderen, dat ze op zo’n leerfabriek zaten? Ik merkte al snel dat dat voor onze jongens niet uitmaakte. Hun klas werd er niet groter door, de sfeer veranderde niet en door de nevenlocaties was het blijkbaar prima te overzien voor ze.

Wat wel uitmaakte, was ‘wie’ er voor de klas stond. Maar dat gold ook voor mijn eigen schooltijd. Ik denk dan vooral aan meester A., mijn meester in klas 5 van de basisschool. Omdat hij mij met het lootjes trekken voor Sinterklaas een vulpen gaf en een mooi gedicht over hoezeer ik van schrijven hield. Hij zág mij.

Al met al hanteerde ik als moeder al snel het persoonlijke credo dat goed onderwijs valt of staat met de man of vrouw voor de klas. Vanuit dit credo sloeg ik Marcel van Herpens boek dan ook met gezonde nieuwsgierigheid open. Want ja, de leraar.

In zijn boek Ik, de leraar – makkelijk leesbaar – beschrijft Van Herpen hoe de leraar bij zichzelf te rade mag gaan. Zich mag beseffen dat elke leerling doet wat híj doet, niet wat hij zegt. Zichzelf mag afvragen wat hem drijft in zijn werk: wat is zijn pedagogische opdracht? Waarom doet hij nu wat hij doet? Het is een manifest om een beweging te creëren: een beweging die bijdraagt aan waardevolle relaties tussen leerkracht en leerling en een onderwijsomgeving waarin ‘waarderen’ belangrijker is dan normeren.

Het boek riep bij mij iets op dat erg aansluit bij mijn eigen ideeën over onderwijs. Onderwijs dat valt of staat met de verbinding tussen leerlingen en leerkrachten. Een verbinding waarin leerling en leerkracht gelijkwaardig zijn, maar niet elkaars gelijke. Een verbinding waarin beide ‘verbindingselementen’ verantwoordelijkheid kennen voor hun eigen rol: een leerkracht die zichzelf kent en niets liever wil dan ook een leerling zichzelf laten kennen; en een leerling die zich ontwikkelt daar waar dat past.

Ik kan niet inschatten in hoeverre docenten vandaag de dag datgene wat Van Herpen beschrijft meekrijgen of misschien zelfs al doen. Wel weet ik dat ik daar een groot voorstander van ben. Als ouder wil je niets liever dan dat je kinderen gezien worden, dat vanuit verbinding het ware potentieel zich kan ontwikkelen.

Het boek kwam qua structuur soms wat springerig op mij over, maar de boodschap is helder: wees je als leraar bewust van je rol en ‘be the change you want to see’. In beweging komen, niet wijzen naar een kritische onderwijsinspectie, een log bestuur, grijze collega’s of wie dan ook: zelf verantwoordelijkheid nemen. Zorg ervoor dat leerlingen full partner worden van hun eigen leerproces en vooral: wees moedig. Betekenisvolle woorden!

wijdeleraarOver ‘Wij de leraar’

Daar waar Ik de leraar zich vooral richt op de leraar zelf, gaat Wij de leraar als een uiterst logisch vervolg over alle opvoeders die voorbijkomen in het leven van een kind. Van Herpen stelt dat een kind opgroeit met verschillende ‘pedagogen’ om zich heen: ouders, grootouders, ooms en tantes, buren, leerkrachten op school, trainers op de sportvereniging, enzovoorts. Met elkaar vormen deze mensen ‘het pedagogisch netwerk’ van een kind.

Van Herpen doet een appèl op iedere schakel in het pedagogische netwerk. Het is waardevol als er vooral gebruik wordt gemaakt van de goede relaties in dit netwerk: die ene voetbaltrainer die dat ene kind altijd op de juiste manier weet te prikkelen, die ene leerkracht die een speciaal soort humor met dat ene kind deelt. Zij kunnen wellicht iets betekenen in de verbinding van het totale netwerk, ook in verbindingen waar een sprankelende relatie moeizaam verloopt.

Samen optrekken is nodig om te voorkomen dat kinderen uitvallen of worden buitengesloten. Samen optrekken is nodig zodat iedereen (samen) verantwoordelijkheid kan nemen als een kind door zijn gedrag laat zien dat het niet goed gaat.

Als ouder en schakel in minstens drie van zulke netwerken raken deze woorden me. Educatief partnerschap of ouderbetrokkenheid gaat voor mij niet over luizen pluizen of voorleesmoeder zijn. ‘It takes a village to raise a child’, of zoals Van Herpen zegt ‘It takes connected adults (in a village) to raise a child!’ Hoe mooi kan het zijn als iedere netwerkschakel vanuit zijn eigen talenten en eigen verbinding met een kind, een kind kan begeleiden in het opgroeien; in het helpen om het kind te laten zijn wie het is.

Het boek is gericht op leerkrachten, maar ook als ouder (of hockeycoach of pianoleraar) meer dan goed te lezen. Misschien zijn we tenslotte allemaal een leraar. Van Herpen houdt met zijn boek Wij de leraar een pleidooi voor open en eerlijke relaties. Mensen die met kinderen werken of leven zullen openheid moeten creëren: eerst naar zichzelf toe, om vanuit die openheid leerlingen te kunnen laten leren en ervaren.

Als ik leraar was dan wist ik het wel: de studiedagen komend schooljaar zouden vorm krijgen met deze twee boeken. Eerst met Ik de leraar ingaan op een ieders rol en verantwoordelijkheid voor het aangaan van relaties, dan met Wij de leraar betekenisvolle verbindingen creëren.

Of ik zou een pilotklas in het leven roepen om samen met ouders en sporttrainers op basis van Wij de leraar het netwerk vastere vorm te geven en de leerling daadwerkelijk centraal te laten staan.

Maar goed, ik ben geen leraar.

Wel ben ik een ouder en deel van netwerken waarvan mijn drie kinderen ook onderdeel uit maken. Het gedachtengoed van Marcel van Herpen zal ik, al dan niet in de vorm van het boek, dan ook zeker delen met mijn andere ‘leraren’ in deze netwerken.

Helmar Niemeijer is moeder van drie jongens, werkte meerdere jaren voor een grote onderwijsorganisatie en draagt nu met Buro Zuiver bij aan verbinding tussen kinderen, ouders en scholen.