inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Mieke van Stigt


Mieke van Stigt
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Werkdruk en de notie van volwassenheid: ‘Zie je hoe je jezelf in de tang kunt houden?’ hetkind.org/?p=54854

Ongeveer 2 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Pesten zou je de leerkracht kunnen verwijten, maar feit is dat het instituut onderwijs zélf kwetsbaar maakt voor pesten’

19 september 2016

Mieke van Stigt

Deze week (19-23 september) organiseert de Stichting School en Veiligheid de Week Tegen Pesten. Vandaag een blog van de hand van sociologe en pedagoge Mieke van Stigt. ‘Pesten is voor een belangrijk deel een definitieproces: de machtigen zijn ‘goed’: sterk, sportief, origineel, populair, de gepesten zijn juist zwak, stom, gemeen, dik, na-apers, huilebalken, etc. Deze definities maken dat veel pesten over het hoofd wordt gezien, het is immers logisch dat iemand niet mee mag spelen, hij is immers altijd agressief?’ 

‘Pesten hoort nu eenmaal bij de leeftijd’. Het is een van de hardnekkige misverstanden over pesten die volgens Mieke van Stigt nog altijd leven. En zo zijn er nog veel meer misverstanden, die een goede oplossing van het grote probleem in de weg staan. Maar wat kunnen scholen dan doen tegen pesten, en wat is hun eigen rol daarbij?

allesoverpestenPesten op scholen is een hardnekkig verschijnsel en zorgt voor enorm veel leed bij gepeste kinderen en hun ouders, en frustraties en gevoelens van machteloosheid bij docenten en scholen: hoezeer ze er ook tegen optreden, het steekt altijd wel weer ergens de kop op. Veel scholen voelen zich dan ook niet begrepen door de Haagse politiek die ze een verplicht anti-pestprogramma op wil dringen, ze doen het liever zelf. Maar werkt dat wel? Wat helpt er nou echt tegen pesten? Waar hebben scholen echt iets aan?

Even een stukje achtergrond. De afgelopen jaren is er veel aandacht voor pesten op scholen. Vanuit de overheid wordt gewerkt aan beleid en wetgeving rondom het aanpakken van pesten, de scholen zelf werken met verschillende programma’s, protocollen, themaweken of schoolbrede afspraken.

Tegen het verplicht gebruiken van een goedgekeurd anti-pestprogramma was veel weerstand bij scholen. Een belangrijke reden daarvoor was dat van veel programma’s nog niet bewezen is of ze effectief zijn (en zeker voor het voortgezet onderwijs zijn er nog weinig geschikte programma’s), maar ook willen scholen zélf bepalen hoe ze pesten aanpakken. Ze voelden zich door de Haagse politiek niet serieus genomen en een bepaalde richting op gedwongen. De PO-raad en de VO-raad hebben zich dan ook krachtig, en met succes, verzet tegen de verplichtstelling van (alleen) erkende anti-pestprogramma’s. (*1)

De meest recente afspraak (de Wet Sociale Veiligheid op Scholen die op 1 augustus j.l. van kracht geworden is) houdt dan ook in dat scholen zelf verantwoordelijk zijn om te zorgen voor sociale veiligheid, dat zij verplicht zijn pesten tegen te gaan en dat er vertrouwenspersonen zijn die kunnen bemiddelen in geval van pesten.

De vraag is natuurlijk: gaat dit echt helpen? Dat staat nog maar te bezien.

Bij scholen, besturen en leerkrachten/docenten is nog veel verwarring en onduidelijkheid over wat pesten eigenlijk is en wat eraan gedaan kan worden. Zo hoorde ik een schoolleider (vo) zeggen dat pesten nu eenmaal bij de leeftijd hoort (van pubers/adolescenten). Een afdelingsleider van het vwo zei: ‘We moeten van de staatssecretaris wat aan het pesten doen, maar volgens mij speelt dat op deze school niet echt. Nou ja, er zijn wel veel leerlingen die zich buitengesloten voelen. Maar ja, als ze dat aan de mentor melden, dan gaat die er in de klas iets mee doen – en dat willen ze al helemáál niet, want dan wordt alle aandacht op hen gevestigd.’ Waarop een begripvolle ouder zei: ach, als je een pestprotocol op de plank hebt liggen, ben je toch voldoende ingedekt? (*2)

Verder wordt pesten door de slachtoffers in de meeste gevallen niet gemeld, en als ze het wél melden krijgen ze nog vaak te horen dat ze zelf óók een aandeel in het conflict hebben of hun ouders krijgen te horen dat hun kind niet weerbaar genoeg is.

Misvattingen rond pesten

In een notendop zijn dit heel wat belangrijke misvattingen rond pesten, die een effectieve aanpak ervan behoorlijk in de weg kunnen staan. Daarom even in het kort (voor wie meer wil: lees mijn boek!).

Wat is pesten nou precies? Pesten is een groepsproces waarin één persoon (of soms een paar) stelselmatig wordt buitengesloten, genegeerd, geestelijk of fysiek beschadigd. Het pesten heeft een functie voor de groep: op deze manier wordt de machtsverhouding binnen de groep geregeld. Degenen die pesten hebben de macht, het pesten laat die macht zien en houdt deze in stand.

Pesten is voor een belangrijk deel een definitieproces: de machtigen zijn ‘goed’: sterk, sportief, origineel, populair, de gepesten zijn juist zwak, stom, gemeen, dik, na-apers, huilebalken, etc. Deze definities maken dat veel pesten over het hoofd wordt gezien, het is immers logisch dat iemand niet mee mag spelen, hij is immers altijd agressief? De definities kunnen zo sterk gedeeld worden (via voortdurende bevestiging) dat leerkrachten er deels in mee gaan, dit kind is inderdaad een huilebalk, altijd moeilijk, agressief, niet weerbaar. Terwijl dit gedrag van slachtoffers voor een belangrijk deel juist het gevolg is van pesten. En de groep het slachtoffer vaak helemaal geen kans geeft om te rehabiliteren, of om weerbaar te worden. Vaak zie je dat het slachtoffer van school gaat, en er vervolgens weer een nieuw slachtoffer in de groep is.

Maar pesten is niet onvermijdelijk!

Pesten heeft dus een functie in het groepsproces, maar dat wil niet zeggen dat het er onvermijdelijk bij hoort. Een groep zoekt naar hiërarchie, naar gemeenschappelijke waarden, naar saamhorigheid. Een positief geleide groep is een groep waarin mensen elkaar steunen, waarin iedereen gewaardeerd wordt om wie hij of zij is, zodat het beste van allen een kans krijgt en de groep als geheel succesvol is.

In die zin is pesten een teken van spanningen in de groep en van een negatief groepsproces. En dat is precies de reden waarom pesten schadelijk is voor iederéén. Niet alleen richt pesten, zoals bekend, enorme en langdurige schade aan bij het slachtoffer, ook is bekend dat daders in hun latere leven meer kans maken op crimineel gedrag. Daarnaast zijn kinderen nog sociaal aan het leren; in een negatieve groep vol spanningen en onveiligheid verloopt dit proces niet goed. Daarmee is pesten ook schadelijk voor de andere kinderen in de klas: de kinderen zijn vooral met elkaar bezig en komen aan leren niet of veel minder toe. Voor leren is immers verbinding en dus sociale veiligheid nodig.

De rol van de school bij pesten

Pesten is dus schadelijk voor het welbevinden en de prestaties van de hele school én het is een signaal dat het groepsproces niet goed pesten-19aprilverloopt. Dat er een gemis is aan positief leiderschap.

Dat zou je de leerkracht of docent(en) kunnen verwijten, maar feit is dat het instituut onderwijs zélf kwetsbaar maakt voor pesten. We zetten kinderen, die nog volop sociaal aan het leren zijn, bij elkaar op basis van hun leeftijd. Die “horizontale” groepen zijn niet natuurlijk: er is geen verloop, geen natuurlijke hiërarchie op basis van leeftijd (wat we in de geschiedenis van de mensheid wel gewend waren) en er is geen overdracht van kennis van het samenleven: kinderen moeten dat onder elkaar maar uitvinden. Vaak wordt dat dus uitvechten.

Daarbij dwingt de school de kinderen ook bij elkaar te blijven. Terwijl een normale, natuurlijke reactie op pesten zou zijn om weg te lopen uit de situatie, is dat op school onmogelijk. Er is leerplicht, presentieplicht. De pesters maken van die context gebruik, het is onderdeel van hun macht over het slachtoffer. Dit geldt ook voor de weg naar school, die door een totaal gebrek aan toezicht nog onveiliger kan zijn. Maar dit betekent ook dat scholen niet kunnen en mogen wegkijken bij pesten. Het kind is aan ze overgeleverd, en dat maakt de school medeverantwoordelijk.

Maar wat kunnen scholen doen?

De school is dus een kwetsbare plek: veel kinderen gedwongen bij elkaar, veel plekken buiten het zicht van volwassenen, leerkrachten die maar een deel van het proces zien, en veel misvattingen over pesten. Wat kan een programma hiertegen doen?

Het nadeel van een verplicht programma is dat het teveel als een belasting wordt ervaren, scholen kunnen dan hun kont tegen de krib gooien: wéér een verplichting vanuit de overheid. Zien die mensen dan niet dat we het al zo druk hebben? Of een anti-pestprogramma heeft te weinig oog voor de rol en de houding van de leerkrachten zodat pesten hardnekkig aanwezig blijft– waarna ze concluderen dat pesten onuitroeibaar is en nu eenmaal bij kinderen hoort.

Het grote risico van de vrijblijvendheid van de huidige “anti-pestwet” is dat er te weinig aandacht is voor scholen als onderdeel van het probleem, voor het belang van zelfreflectie bij docenten (en de kwaliteit van het team (*3)), en voor de waarde van kennis van wat pesten nu werkelijk is. Op de site van de overheid staat dat docenten, leerlingen en ouders tijdens regionale bijeenkomsten met elkaar gaan praten over pesten en verhalen en ideeën over pesten verzamelen (*4), maar als deze ideeën niet door wetenschappelijk onderzoek worden ondersteund, richten ze mogelijk nog meer schade aan.

Een veilige school begint bij kennis over pesten en sociale veiligheid en een gezamenlijke (om te beginnen in het team, daarna met de ouders en de leerling) inspanning om met elkaar een veilige leeromgeving te vormen, waar iedereen zich welkom voelt. Daarvoor is voortdurende samenwerking, zelfreflectie, overleg en positieve inzet nodig. Met deze inzet en de voortdurende bereidheid om de ogen open te houden en (elkaar) bij te sturen, is vrijwel ieder anti-pestprogramma succesvol, terwijl tegen domheid, onwetendheid en onwil geen enkel anti-pestprogramma opgewassen zal zijn. Een veilige school begint bij een veilig team, de beste garantie voor een effectieve aanpak van pesten is samenwerking, kennis en leiderschap. In het belang van gezond werken en gezond opgroeien, in het belang van veilig leren voor een goede toekomst. Wie wil dat nou niet?

Mieke van Stigt is sociologe en pedagoge en schrijft over jeugd, opvoeding, onderwijs, arbeidsmarkt en levensloop. Zij is schrijfster van het boek Alles over Pesten (Boom, 2014), vaste columniste voor Sociale Vraagstukken en blogster op www.miekevanstigt.nl

Ad *1. Zie ook: http://miekevanstigt.blogspot.nl/2014/06/hakken-in-het-zand-tegen-een-verplicht.html
Ad *2. Voorbeeld uit mijn boek Alles over Pesten (2014) p. 202
Ad *3. Want ook onder collega’s kan pesten voorkomen. Een onveilig team kan niet de basis vormen voor een veilige school.
Ad *4. https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/veilig-leren-en-werken-in-het-onderwijs/inhoud/veiligheid-op-school