inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Natascha Leffers


Natascha Leffers
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

Gamification, spel en Harry Potter: ‘Leuk is het zeker, maar (nog) niet het grote succes waar ik op had gehoopt’ hetkind.org/?p=56186

Ongeveer 4 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
‘Wil je me niet gewoon vertellen wat er aan de hand is?’

8 oktober 2016

Natascha Leffers

Geplaatst in: Partnerschap,

‘Ik wil graag met u blijven praten, mag dat? U bent, ik weet niet, warmbloedig.’ In september 2012 is er één leerling die steeds ter sprake komt in de lerarenvergaderingen Opvallend gedrag en slechte cijfers voeren de boventoon. De leerling vertrouwt biologielerares Natascha Leffers dingen toe, die maken dat er een speciale band ontstaat. En toch kan ook zij de leerling niet binnenboord houden. Natascha vertelt over de turbulente schoolloopbaan en het lijntje dat zij niet wilde loslaten.

garden-sitting-grass-shoes

September 2012

Je komt aanlopen met een norse blik op je gezicht. Je bent niet van plan te blijven, ik zie het in je ogen. Ik begroet je met een glimlach. Het schooljaar is vijf weken oud, net als onze wat onstuimige relatie. Ik ben nieuw op school, jij ook.

‘Fijn dat je er bent. Kom binnen’, zeg ik, en ik houd de deur van het biologielokaal voor je open. Je komt niet in beweging, stapt niet naar binnen… het verrast me niet. Als je blijft staan doe ik een stap jouw kant op. ‘Ik kan niet blijven, ik moet weg’, zeg je. Naast het lokaal staat een bankje waarop ik ga zitten, ondertussen het oogcontact tussen jou en mij herstellend. Jij wilt dit ook niet, dit gedoe. Het feit dat je niet wegloopt geeft me moed, dus stel ik de vraag die ik al een paar dagen wil stellen ‘Wil je me niet gewoon vertellen wat er aan de hand is?’ Je bruine ogen krijgen iets triests.

In het kwartier dat volgt vertel je me dat het thuis niet goed gaat. Je slaapt daarom al een paar weken bij een vriend in de schuur. Ik schrik van je verhaal, en zie het verdriet op je gezicht. Je bent ongelukkig. Ik vraag je of ik wat je me hebt verteld mag delen met je mentor, maar dat wil je absoluut niet. En nee, ik kan niets voor je doen. ‘Dag mevrouw’. En weg ben je.

Ik houd je in de gaten, kijk het gebouw rond om te zien of je er bent. Gelukkig kom je wel iedere dag naar school. Je cijfers zijn zo slecht dat na nog geen twee maanden in het team al de twijfel wordt geuit of jij je diploma wel gaat halen. Je cijfers en gedrag zijn zorgwekkend.

Ik zie je twee keer per week gedurende honderd minuten… te weinig. We hebben nog maar weinig conflicten sinds je me in vertrouwen nam. Ik vraag iedere les even aan je hoe het met je gaat. Dat wat je zegt en wat je uitstraalt zijn dan twee verschillende dingen.

Op een dag sta je in de deuropening naar mijn lokaal. Je hebt een glimlach op je gezicht, maar je ogen lachen niet mee. Ik maak me zorgen om je. Ik draai het scherm van mijn computer jouw kant op en laat je zien waar ik naar kijk. Je vraagt of ik niet te oud ben voor Tupac, terwijl je tegenover me komt zitten. Als ik glimlach om je opmerking lijk je wat te ontspannen.

Je begint uit jezelf te vertellen en ik bevraag je. Ik wil weten hoe je erbij zit en jij gooit alles op tafel. Het gaat niet goed met je zus. Je ouders hebben hun aandacht bij haar en wat jij doet lijkt alleen maar negatief op te vallen. Je maakt je zorgen, maar je bent ook boos. Jij bent ook een kind, maar wie zorgt er voor jou?

‘Hoe kan ik er voor je zijn?’, vraag ik je. ‘Ik wil graag met u blijven praten, mag dat? U bent, ik weet niet, warmbloedig.’ Als ik zeg dat ik dat fijn zou vinden sta je op en vertrekt.

Ik denk nog lang na over ons gesprek. Het is pijnlijk om te zien dat jij je niet gewenst voelt. Dat je niets goed lijkt te kunnen doen in je eigen ogen en die van je ouders. Hoe kan ik ervoor zorgen dat jij wat positiever denkt over jezelf en het leven? Je bent gevoelig, maar doet er alles aan om sterk over te komen. Je draagt een masker, iedere dag, en dat valt je zwaar.

De weken erop kom je steeds minder vaak met me praten. Collega’s klagen over je gedrag, je werkt niet en reageert brutaal. Waar jij bent, ontstaat gedoe. Ik wil mijn collega’s wakker schudden. Als ze nu maar wisten wat er allemaal vanbinnen bij je gebeurt, maar ik heb je mijn woord moeten geven. Dus zeg ik alleen dat er heel veel gaande is thuis, dat je het zwaar hebt en dat ze moeten proberen door je gedrag heen te prikken, dat je dat verdient.

Je komt aanlopen met een norse blik op je gezicht. Je bent niet van plan te blijven, ik zie het in je ogen, maar ook jij moet nablijven als je je werk niet doet. Daarin ben je niet anders dan je klasgenoten. Ik begroet je met een glimlach. Als ik de deur voor je openhoud stap je mijn lokaal binnen. ‘Ik kan niet blijven, ik moet weg’, zeg je. Ik lach om je opmerking. Ook jij realiseert je dat we dit eerder hebben meegemaakt zie ik, terwijl een lach zich over je gezicht verspreidt. Je vraagt me of wat je mij vertelt tussen ons blijft, en ik zeg ja. Terwijl je begint te vertellen zie ik je worstelen. Je hebt zoveel zorgen en verdriet en je uit dat op school met grensoverschrijdend gedrag. Als de tranen komen zeg je dat je het niet kúnt vertellen. Je loopt van me weg, letterlijk en figuurlijk.

Nu, zo’n drie maanden na ons eerste gesprek heb je je ook voor mij afgesloten. Je vermijdt vrijwel ieder contact. Ik ben je kwijt. Ik blijf het proberen, je bent het waard, al lijk je zelf niet in staat dat te zien.

Januari 2013

Als ik na twee dagen ziek zijn terug kom op school lees ik in een email dat je extern bent geschorst. Je gedrag is uit de hand gelopen en school achtte je niet meer hanteerbaar. Ik ben boos – op de situatie, op jouw onmacht mijn hulp te vragen, op de organisatie en zijn grenzen en op mezelf.

Schooljaar 2014

Na maanden sta je ineens in de deuropening van mijn lokaal. Blij verrast valt het me op dat je er goed uitziet.

Je vertelt dat je je hebt ingeschreven bij een MBO-instelling en zij informatie over jou willen inwinnen. ‘Ik zou zo graag willen dat ze met u praten mevrouw want u kent mij helemaal, niet alleen mijn slechte kant.’ Natuurlijk wil ik je docent dolgraag vertellen wie jij écht bent en ik geef je mijn telefoonnummer.

Als ik je vraag hoe het met je gaat en of je iemand hebt om mee te praten haal je je schouders op. ‘Ik ben er voor je als je me nodig hebt. Dat is niet veranderd omdat je niet meer op school zit. Vergeet dat niet.’ Met een lach neem je weer afscheid van me.

Blijkbaar ben ik er nog niet klaar voor je los te laten en besluit je een paar weken later te mailen. Ik vraag je of je bent aangenomen en of je inmiddels naar school gaat. Ook vraag ik hoe het met je gaat. Na een dag lees ik je woorden in een mail: ‘Hoi mevrouw, bedankt dat u nog steeds aan me denkt. Ik ben wel aangenomen, gelukkig en gaat wel beter. Als het niet gaat kom ik wel. U heeft een aparte plek bij me. Uw steun zal ik nooit vergeten. Dit noem ik een echte docent. Groetjes terug.’ Als ik je woorden lees moet ik even slikken, want ik realiseer me dat jij ook een aparte plek hebt in mijn hart.

Natascha Leffers is docente biologie op MAVO Schravenlant XL in Schiedam.