inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Jaap Kleinpaste


Jaap Kleinpaste
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘Ook de kinderen voor de bijl voor de complimenten, de stickers en de aanmoedigingen van juf Kiet’ hetkind.org/?p=56275

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
The master and his emissary: een leiderschapsboek voor deze onderwijstijd?

14 oktober 2016

Jaap Kleinpaste

Geplaatst in: Legitimering

In de hype aan breinboeken verschijnt The master and his emissary. The divided brain and the making of the western world van Iain McGilchrist. ‘Het zoveelste boek dat een graantje meepikt van de populair wetenschappelijke belangstelling voor het functioneren van het menselijk brein,’ reageert Jaap Kleinpaste, docent bewegingsonderwijs op de Calo. Hij is zich van zijn vooringenomenheid bewust. Maar waarom kiest zijn collega Biek Leissner –  als opleidingsdocent aan de Calo in Zwolle – juist dit boek als haar meest inspirerende boek?  Met zijn gesprekspartner probeert Kleinpaste de essentie van dit ‘rete-interessante’ leiderschapsboek – dat het blijkt te zijn – en de betekenis ervan voor het onderwijswerk te ontrafelen. ‘Het positioneren van ons denken op de uitersten van een continuüm tussen de rechter- en linkerhersenhelft is bijna fundamentalistisch exclusief denken.’

themasterAnders dan de meeste breinboeken zet McGilchrist zich af tegen de wijze waarop de cognitieve wetenschap het functioneren van de hersenen onderzoekt. De auteur verantwoordt haar werk met een grote variëteit aan bronnen uit de filosofie, literatuur, muziek en schilderkunst en wordt hoog gewaardeerd door vooraanstaande cognitiewetenschappers.  De titel van het boek The master and his emissary is ontleend aan een allegorie van Nietzsche:

Een wijze spirituele meester geeft zo goed leiding aan een gemeenschap dat deze tot bloei komt. Naarmate zijn rijk groeit, realiseert hij zich dat hij niet in staat is in te spelen op alle ontwikkelingen, maar ook dat hij er voor moet zorgen niet direct betrokken te raken om zijn vermogen te behouden de belangrijkste zaken goed in de gaten te houden. Dus hij benoemt zijn intelligentste en beste minister als zijn gezant om in de buitengebieden in zijn naam het werk te doen. De gezant krijgt daardoor het gevoel dat hij degene is die het echte werk doet en dat zijn meester irrelevant is. Hij trekt daarom zijn meesters kleren aan, neemt zijn autoriteit aan en maakt zich los van zijn meester. Ongelukkigerwijs weet hij niet wat het is dat hij niet weet. Het resultaat hiervan is dat zowel de meester en zijn gezant en het rijk dat zij beiden dienden in verval raakt.

In deze allegorie is de meester het symbool voor de rechterhersenhelft, die allesomvattend, gevoelsmatig, intuïtief en creatief georiënteerd is. De linkerhersenhelft wordt gesymboliseerd door de gezant en functioneert vooral gefocust, rationeel, methodisch en weloverwogen. De hersenhelften moeten dus complementaire, maar conflicterende taken uitvoeren en het is daarvoor noodzakelijk dat ze samenwerken. Deze samenwerking vereist verschil in functie tussen de twee hersenhelften. Het verschil in werking tussen de twee hersenhelften is te ervaren bij het bekijken van 3D-kaarten (zie afbeelding). In eerste instantie treedt er verwondering op bij het bekijken van de afbeelding. Vervolgens ga je meer focussen op de details, zoals de raketten op de kaart en ga je deze details nauwkeurig bekijken. Tenslotte neem je weer meer afstand van de kaart en kijk je met een wat wazige blik een beetje langs de afbeelding. Er ontstaat nu een extra dimensie, het driedimensionale. Je kunt globaal kijken, dan specifiek kijken en vervolgens moet je die twee met elkaar verbinden om met meer diepgang te kijken en opnieuw verwonderd te worden. Het geheel dat ontstaat is meer dan de som der delen. Dat is het basisprincipe waar McGilchrist in zijn boek van uit gaat, waarbij het primaat van het ervaren van de ons omringende werkelijkheid bij de rechterhersenhelft ligt.

Bij het toepassen van deze basisprincipes in het onderwijs kun je vaststellen dat onderwijs in eerste instantie iets is wat je overkomt, waar je in ondergedompeld wordt en dat verwondering, verrassing of angst in je losmaakt. Je kunt het misschien niet direct duiden, maar je bent in staat om er intuïtief en impulsief op te reageren. Deze vorm van leren is te typeren als ervaringsgericht, impliciet leren en is gebaseerd op het primaat voor heelheid, ervaring en het impliciete van de rechterhersenhelft.

In een latere fase van de opleiding, bijvoorbeeld het tweede semester of het derde jaar, worden de eerder geleerde kennis en vaardigheden expliciet gemaakt. Je gaat het nog eens meer gedetailleerd bekijken, je gaat het duiden op basis van een kader, zodat je er conclusies uit kunt trekken en de geleerde kennis en vaardigheden kunt positioneren in een systeem, model, procedure of format. Dit expliciteren van kennis en vaardigheden is gerelateerd aan de functie van de linkerhersenhelft, die de natuurlijke drang naar verzakelijking en mechanisatie van de werkelijkheid vertegenwoordigt. Vervolgens gaan we in ons onderwijs een laagje dieper, doe je opnieuw ervaring op gezamenlijk met anderen, dan wordt het weer even impliciet. Zo wordt voortdurend een beroep gedaan op de wisselwerking tussen de functionaliteit van de rechter- en linkerhersenhelft. Het leren verloopt daardoor dus op concentrische wijze van impliciet naar expliciet leren.

Wanneer we nu, het in het beroepsonderwijs alom gepropageerde, competentiegericht leren onder de loep nemen, dan zien we dat daar de complexe context van de kritische beroepssituatie als uitgangspunt wordt genomen. De onderwijsinstelling gaat vervolgens deze kritische beroepssituatie opsplitsen in geabstraheerde deelkennis of deelvaardigheden, die studenten zich met handzame afvinklijstjes eigen kunnen proberen te maken. Dat blijkt niet te werken. De lijstjes dekken de lading niet en moeten worden aangevuld tot steeds meer getallen achter de komma, waarmee we er steeds minder in slagen de relevante beroepscontext zichtbaar te maken. De onderwijsinstelling gaat dan aan de hand van deze delen weer het geheel proberen te duiden, terwijl we weten dat het geheel meer is dan de som der delen en dat we ons onderwijs zo moeten inrichten dat de studenten ook in de gelegenheid komen deze meerwaarde van de som der delen te ervaren. Het is een door controle en beheersbaarheid ingegeven constructie, die steeds verder af komt te staan van de levende werkelijkheid, waarvoor we onze studenten opleiden.

Het gaat er vooral om dat we onderwijsrendement en –kwaliteit kunnen verantwoorden, voor controlestructuren als de visitatie, de accreditatie, de interne audit, de interne kwaliteitstoets, want daar is de bekostiging aan gekoppeld. Het stopt daar bij de linkerhersenhelft! We toetsen over, maar integreren het vervolgens niet meer in het geheel. Het blijft daardoor bij losstaande kennis over iets in plaats van het creëren van wijsheid in iets. Ieder onderwijssysteem creëert haar uitvallers,  dus accepteer dat maar en probeer vervolgens de rest zo goed mogelijk te doen. We focussen ons nu de hele tijd op het maken van een waterdicht systeem en dat is per definitie onmogelijk. Dit betekent niet dat je het onderwijs en de onderwijsorganisatie niet zou moeten verbeteren, maar altijd in het perspectief van de zingeving voor de levende werkelijkheid waar wij deel van uitmaken.

Windesheim is zo’n grote organisatie, dat de medewerkers zich noodgedwongen terugtrekken in hun deelgebied, hun dienst, hun opleiding, hun resultaatverantwoordelijk team, waardoor ze het zicht op het grote geheel kwijtraken. Het inzoomen op de werkzaamheden  in zo’n deelgebied doet vooral een beroep op de functionaliteit van de linkerhersenhelft, zoals:  focus, detail, rationeel en zakelijk. Wanneer ik er in slaag om van dit deelgebied een betekenisvolle context te maken, dan kan ik de wisselwerking met de rechterhersenhelft weer activeren, waardoor ik zingeving kan verlenen aan mijn werk en verantwoordelijkheid kan nemen. In de huidige onderwijs dreigen ten gevolge van schaalvergroting de dingen zover van huis te gebeuren, dat je je er niet meer verantwoordelijk voor voelt en dat wanneer je teveel focust op je eigen deelgebied, je het grotere geheel uit het oog verliest.

biekEen voorbeeld hiervan was de zelfmoord 2 jaar terug alweer, van Tim Ribberink, een 20-jarige student aan de lerarenopleiding Geschiedenis. Hij pleegde zelfmoord omdat hij zijn hele leven werd gepest, getreiterd en buiten gesloten. Een woordvoerder van Windesheim verklaart dat Tim een positief ingestelde student was en dat pesten niet speelde op de opleiding. De werkgever van Tim zegt niets te hebben gemerkt van de problemen van hun werknemer, zijn vermeende homoseksuele geaardheid was in ijssalon Happy Days geen onderwerp van gesprek. Ook de ouders hebben niet of nauwelijks gemerkt dat Tim het slachtoffer was van langdurig en structureel pestgedrag. Ik geloof zeker dat er binnen de opleiding, het bijbaantje en het gezin van die jongen warm contact was, maar daarmee was die jongen nog steeds ongelukkig. Het zijn deelstructuren, maar ligt de verantwoordelijkheid voor het geheel, voor het feit dat hij zo ongelukkig is daarmee alleen bij hemzelf? Het is geen waardeoordeel, maar het zegt wel iets over waar je verantwoordelijkheid voor kunt en wilt nemen. Dat raakt me, het is een mens die is overleden, daar ben ik niet verantwoordelijk voor, maar ik voel me er op een dieper niveau wel verantwoordelijk voor in de zin van empathie, betrokkenheid en de gehele context. Niet in de zin van afrekenen, vergelden of opstappen. We hebben het er niet over, maar je weet dat het in alle deelstructuren speelt, want het is de overkoepelende context.

Het meer activeren van de rechterhersenhelft is niet het walhalla, maar een antwoord op de sterk toenemende tendens om regels, procedures en formats te ontwikkelen, die gebaseerd zijn op controle en beheersbaarheid, de primaire functionaliteit van de linkerhersenhelft. Voorbeelden in onze onderwijsorganisatie zijn het rondlopen van de no-show-medewerker, die kijkt of ingeplande ruimten niet leeg staan, het talloze aantal niet-gebruikersvriendelijk gecodeerde BlackBoard-cursussen bij één onderwijseenheid, het voorgeschreven aantal van drie SLB-gesprekken voordat er een studieadvies gegeven kan worden en het eisen van een masteropleiding voor docenten, zodat de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd kan worden.

Het handhaven van de controle en beheersstructuur leidt tot een organisatie met een leidinggevend waterhoofd, die niet meer ondersteunt maar stuurt. Hierin werken overwegend linkerhersenhelft-dominante medewerkers, waardoor de balans in de wisselwerking tussen de twee hersenhelften volledig verstoord raakt. McGilchrist stelt dat deze toenemende tendens tot instrumentalisering, mechanisering en verzakelijking al zichtbaar is vanaf het begin van de menselijke samenleving, terwijl het primaat van het ervaren van de wereld zoals we die zelf creëren bij de rechterhersenhelft ligt. Ons bewustzijn verandert in een technologisch georiënteerde wereld, door een overwaarderende bekrachtiging van de functies van de linkerhersenhelft door de ons omringende wereld. Dit leidt tot depersonalisatie van relaties, verlies van uniciteit, exploitatie van het individu, een overwaardering van cognitie en een verlies aan context.

Het is van het grootste belang dat de wisselwerking tussen de rechter- en linkerhersenhelft in balans is. Het is Yin-Yang! Kijk naar kinderen van verschillende culturen, die samen opgroeien, en impliciete ervaringen meenemen naar later. Wanneer ze een paar jaar later weer bij elkaar komen, wanneer de posities bekleed zijn en waarbij ze gevoed zijn vanuit de cognitie, dan krijg je een heel ander weerzien wanneer daar impliciete ervaringen onder liggen, dan wanneer dat niet zo is. Dat is ook de betekenis en de kracht van de heterogene propedeuse voor de ontmoetingen tussen de opleidingen, die expliciet gemaakt worden in de hoofdfase of in het werkveld.

Biek Leissner onderstreept dat we die ontmoeting moeten koesteren, dat wil niet zeggen dat we dat andere niet moeten doen, maar het moet in balans zijn. De mens is geneigd te zoeken naar mogelijkheden om dingen echt te duiden, beheersbaar te maken, meetbaar te maken, en te kunnen verwoorden. Aan dingen als intuïtie, impliciete ervaringen en het elkaar ontmoeten, hechten we helemaal geen waarde aan, omdat we de taal er niet voor hebben en dan ben je een softie als je het daar wel over hebt.

Beroepen, als priesters, dokters en docenten, die afhankelijk zijn van een mate van altruïsme zijn verdacht in een samenleving die zich richt op het in control zijn, volgens McGilchrist.  Het positioneren van ons denken op de uitersten van een continuüm tussen de rechter- en linkerhersenhelft is bijna fundamentalistisch exclusief denken. Dat leidt tot een disharmonische ervaring van de wereld om ons heen. Het ervaren van de wereld zou het resultaat moeten zijn van een samensmelting die de wisselwerking tussen beide hersenhelften ons oplevert.

Lees het volledige interview in deze PDF: Op het puntje van mijn stoel bij Biek Leissner

Jaap Kleinpaste is opgeleid aan de Pabo, de Academie voor Lichamelijke Opvoeding en heeft Onderwijskunde gestudeerd. Daarnaast is hij opgeleid als coach en supervisor. Na vele omzwervingen door verschillende typen onderwijs is hij sinds 2004 werkzaam aan bacheloropleiding en meer recent aan de masteropleiding van de Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding (Calo).