profiel

Nynke Bos


Nynke Bos
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Iedere dag is een nieuwe

27 oktober 2016

Nynke Bos

Geplaatst in: Partnerschap,

Er zijn zoveel kinderen/jongeren in Nederland die noodgedwongen thuis of op de verkeerde plek zitten. Dit is het verhaal van een van hen, geobserveerd en beschreven door Nynke Bos, (inval)leerkracht in het vso. Wat doe je als school met een leerling die niet veilig in de klas kan zitten, maar aan wie je wel een onderwijsverplichting hebt? Nynke schetst de soms schrijnende realiteit en hoe zij probeert bij te dragen. 

red-love-heart-alone-6068Een goede plek voor Alex vinden is een langdurig zoekproces, bemoeilijkt door nog langere wachtlijsten, observaties en formulieren. Dus is hij hier, op het vso. Een jongen van 15 jaar, met een stoornis binnen het autistisch spectrum. Hij vertoont onvoorspelbaar gedrag; loopt zomaar weg van school of is opeens agressief. Voor zichzelf opkomen noemt hij dat. Maar daar had zijn plan om een mes te halen uit de keuken omdat de docent hem aanspoorde een werkje te maken natuurlijk niet zoveel mee te maken. Alex maakt morbide grapjes en bespreekt  zijn donkerste gedachten. Doordeweeks woont hij op de groep waar hij ’s middags om twaalf uur al naar toe sjokt. Een hele schooldag is gewoon teveel voor hem. Al een aantal keer is hij in de crisisopvang beland.

De afgelopen maanden heeft Alex buiten de klas gewerkt, voor zijn eigen veiligheid, die van zijn klasgenoten en zijn docenten. Op zijn laptop brengt hij eenzame uren door in een prikkelvrij kamertje. Weinig stimulerend voor een jongen die eigenlijk graag met zijn klasgenoten omgaat. Omdat ik als vliegende kip ‘over ben’ de eerste schoolweken ontstaat het plan dat ik hem kan begeleiden tijdens zijn lessen.

Alex ziet het wel zitten, zijn ouders en begeleiders ook. Als een schaduw volg ik hem, ik signaleer ieder zuchtje, iedere frons. Ik houd mijn adem in als hij een spelletje memory dreigt te verliezen. Ik ondervang mogelijke spanning en loods hem zo door de dag heen. Die eerste dagen gaan prima, hij geniet zichtbaar van het contact met zijn klasgenoten, van schouderklopjes en grapjes. Een dag in de week heeft hij praktijkdag, dat betekent dat hij met zijn klasgenoten naar de werkplaats gaat en daar allerlei klussen doet. Ijzerplaatjes buigen, schroefjes in elkaar draaien, snoeren oprollen en  nepnagels sorteren. Maar eigenlijk nog belangrijker; hij leert er door te zetten, vragen te stellen, hulp te vragen en zelfs de saaiste klusjes tot een goed einde te brengen. De stofjas staat hem goed en de machines spreken hem aan. Het kliktellertje daagt hem uit ver boven zichzelf uit te stijgen.

Er zijn ook moeilijke momenten, ik ben er immers niet voor niks. Als hij op een maandagochtend te laat op school aankomt heeft hij de uitleg voor de kookles al grotendeels gemist. Dat maakt hem niet uit, bami lust hij toch niet. Futloos wast hij zijn handen, pakt wat pannen, draait de gasknop open en maakt een grap over het lokaal laten ontploffen. ‘Zelfmoordpoging, haha.’ Ik kijk hem aan, hij zucht. ‘Zullen we maar gaan?’, oppert hij. Dat is inderdaad de afspraak. Op zijn rustplek komt het eruit: ‘Ik moet hier weg, naar een andere school. Maakt mij niet uit, ik vind het hier toch stom. Niemand vindt mij aardig. Ja, ze vinden mij wel aardig maar niemand zegt het. Iedereen heeft ook al een vriendinnetje en ik niet.’

Ook op de praktijkdag gaat het mis. De klus is saai en te zwaar voor zijn handen. Mijn voorstel om het werk samen af te wisselen slaat hij af. Het vooruitzicht van een ander klusje na de pauze is ook niet voldoende voor hem om door te zetten. ‘Het hoeft al niet meer, hij kan toch niks en zou het niet beter zijn om niet meer te leven? Verdrietig is hij toch al. Het komt allemaal door zijn hoofd, zijn rare hersenen. Waarom kunnen die niet gewoon doen wat andere hersenen ook doen?’

De slechte dagen worden afgewisseld met goede dagen. Een uur werken in de rekenles, een kwartier tekenen bij beeldende vorming, een kletspraatje over een computerspel; het zijn kleine lichtpuntjes. Dagelijks bespreek ik met de betrokken intern begeleiders en Alex’ mentor hoe de lessen verlopen zijn. Belangrijk voor ons is het natuurlijk om op één lijn te blijven. Ook hogerop wordt vergaderd over de situatie, met bijna alle betrokken partijen; school, woongroep, leerplicht en behandelaars. Een concrete oplossing biedt deze bijeenkomst echter niet. Als het geld voor de extra uren die nu voor Alex worden ingezet op is, is het enige alternatief onderwijs op afstand. Thuis zitten dus en daar wachten op een geschikte woon- en leerplek.

Maar zover is het (gelukkig) nog niet. Het belangrijkste voor mij tijdens het werken met Alex is dat ik dag voor dag beleef. Niet terugkijken, niet vooruit kijken. Een scheldpartij laat ik achter me, een goede dag zegt niets over de volgende. Iedere dag is een nieuwe.

Nynke Bos werkt als invalleerkracht op het vso. Volgende maand verschijnt Nynke’s boek Verstoppertje in de tempel, over het jaar dat zij in Laos woonde met haar gezin. Met verhalen die wij eerder publiceerden andere verhalen over het land, opvoeden, onderwijs en boeddhisme. 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie