profiel

Henk Boer


Henk-Boer
Bekijk mijn profiel

twitter

‘Hoe meer mens ik ben, hoe makkelijker het voor mijn leerlingen en mij wordt om elkaar als zodanig te behandelen’ hetkind.org/2017/12/17/hoe…

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter Web Client

facebook
Opdracht aan het onderwijs: ‘Uit de stress, via de intuïtie, naar het hart’

21 november 2016

Henk-Boer

Geplaatst in: Samenleving, Legitimering

Toch vreemd dat het gegeven dat er zoveel vrouwen in het onderwijsveld functioneren, dit niet heeft geleid tot het creëren van innerlijke rust in hetzelfde onderwijsveld. Zegt Henk Boer – voorheen als pedagoog verbonden aan de HAN in Arnhem. Hij verbaast zich over de almaar toenemende stress, burn-out en depressies. En ook weer niet. Zolang we het mannelijke profileren niet integreren met de vrouwelijke hang naar verbondenheid is er sprake van disbalans. De opdracht voor het onderwijs: ‘Aandacht voor de innerlijke intuïtieve kant en de intelligentie van het hart.’

1001004001331049De Nijmeegse psycholoog Hubert Hermans (Self narratives, 1995) ontwikkelde een waardentheorie met daarin het Z- en A-motief. De man is gericht op zichzelf, profileert zich in de buitenwereld, en streeft naar zelfbevestiging (Z-motief). De vrouw is gericht op de ander, ze streeft naar verbondenheid met anderen en doet dit vanuit de afstemming op de binnenwereld (A-motief). Het ligt in de bedoeling – volgens deze theorie – om ons te ontwikkelen als ZA-typen met zowel een streven naar zelfbevestiging als naar innerlijke ontwikkeling en verbondenheid. Dit maakt ons heel, volgens Hermans, en heeft een helend effect op onszelf en tevens op de buitenwereld.

Maar wat zien we daarvan nu terug in onze Westerse wereld?

Het mannelijke Z-motief van profileren heeft de overhand en de vrouw die wel geëmancipeerd is doet mee in dit spel van jezelf neerzetten. Dus ook de vrouw leeft steeds meer vanuit dit Z-motief. In hoeverre was dat de intentie van de feministische beweging in de zeventiger jaren van de vorige eeuw?

Joke Smit (Het onbehagen bij de vrouw, 1967) geeft aan dat vrouwen ook dienen te kiezen voor hun vitale belangen. Ze voegt daaraan toe dat, indien ze dit verwaarloost zij ook geen goede opvoeder kan zijn. De vrouw neemt vervolgens in de volgende decennia in steeds meerdere mate haar werkplek in in de samenleving. Dat neemt niet weg dat de zorg, inclusief de opvoeding veelal op haar schouders is blijven rusten. Zij voelt zich echter vanuit haar essentie, vanuit het A-motief schuldig in het loslaten van haar gerichtheid op de ander en brengt dit schuldgevoel over op haar, ook nog ongeboren, kinderen (Man Gyllenhaal, In Utero. Life before Birth, in the Womb, 2016).

Natuurlijk speelt hier de man ook een belangrijke rol in. Hij houdt veelal vast aan zijn mannelijke, naar buiten profilerende rol, het Z-motief. Dit alles levert de nodige stress op in het gezinsleven als het gaat om uitvoering van de gezamenlijke zorgtaak. Ook die spanning wordt door beide ouders meegenomen in de interactie met het kind, wat weer zijn invloed heeft op het, ook nog ongeboren, kind.

Feminisering heeft niet geleid tot de inbreng van het vrouwelijke A-motief maar heeft zelfs meer geleid tot het versterken van het Z-motief bij de vrouw, waarin ‘je waarmaken in die samenleving’ voorop staat. In ‘onze’ Westerse wereld is aldus sprake van een disbalans die doorslaat naar het mannelijke profileren bij zowel de man als de vrouw. Emancipatie van de vrouw heeft gezorgd voor, een misschien tijdelijke, versterking van het mannelijke motief en niet voor opheffing van de disbalans. In de niet-Westerse Wereld heeft ook het mannelijke naar buiten gerichte gedrag de overhand, echter met dit verschil dat daar de vrouw wordt onderdrukt en letterlijk meer binnen gehouden wordt. Hier is dus sprake van onderdrukking van de vrouw.

Geconcludeerd kan worden dat in beide systemen het mannelijke naar buiten gerichte profileren zich naar voren heeft gedrongen en leidend is, het welke leidt tot spanning en stress of onderdrukking.

Het snelle leven in onze prestatiemaatschappij maakt dat veel mensen vergeten zijn wat zij zinvol vinden in hun bestaan, zowel privé als in hun werk. Weten wij nog wel wat ons wezenlijk raakt? Wat ons vervulling geeft? Onze eigen mening hierover vertroebelt vaak door de mening van onze omgeving, familie, vrienden en collega’s’  Janneke Kreek (2015)

Janneke Kreek – verbonden aan leiderschapsprogramma’s van De Baak  – is van mening dat we niet meer de regisseur van ons eigen leven zijn. Zij geeft aan dat het massale verlangen naar status binnen onze maatschappij een boosdoener is en belemmerende gedachten ons ervan weerhouden om echt te doen wat ons hart ons ingeeft.

Kort na het nieuws waarin wordt aangekondigd dat Donald Trump de nieuwe president van Amerika is geworden, realiseer ik me dat het wat betreft het zoeken naar een nieuw evenwicht hoegenaamd niets uitmaakt. Trump vertegenwoordigt in sterke mate het mannelijke profileren. Maar Clinton is op haar beurt weer de exponent van de harde politiek geschoolde vrouw die zich in het mannelijke bolwerk ook vanuit het Z-motief heeft ontwikkeld. Misschien ziet het Amerikaanse volk de komende vier jaar in dat er daadwerkelijk verandering nodig is, gericht op innerlijke ontwikkeling.

value_based_education_tex-055-300x168In het onderwijs is de opbrengstgerichte en prestatiegerichte werkwijze nog steeds het belangrijkste uitgangspunt van handelen. Daarentegen wordt de waardengerichte benadering – ‘Value Based Education’ – wel benoemd, maar niet beleefd en zeker niet nageleefd. In het werk staat het logische redeneren, gericht op absolute maten en getallen binnen een lineair aangestuurde organisatie nog steeds voorop. Bovenstaande is bijvoorbeeld te onderkennen in de omgang met complex gedrag. Leerkrachten sturen kinderen aan op datgene wat zichtbaar is, namelijk het gedrag (de behavioristische aanpak), in plaats van zich te verdiepen de achtergrond ofwel het verhaal van het kind (de narratieve benadering). Opvallend is dat er steeds meer gedragregulatie-programma’s alsPositive Behavior Support’ op de markt komen.

Wat ik voorzichtig vaststel is dat het mannelijke motief dat gericht is op profilering ook in het onderwijs als voornaamste doelstelling wordt beschouwd. Dat houdt in dat juist het inlevingsaspect, vanuit het A-motief gemanifesteerd, zich ook niet door de feminisering heeft kunnen ontwikkelen in het onderwijs. En als we luisteren naar Marja de Vries (De hele olifant, 2007) is dat juist waar de behoefte van de samenleving ligt.

Onrust, stress, burn-out en depressies nemen namelijk toe in onze hele samenleving. We beschrijven dit ook wel als disbalans en chaos. Marja de Vries wijdt dit aan het feit dat – ook al voelen we ons uit evenwicht gestrest etc. – ‘we vasthouden aan het bestaande systeem, wat leidt tot reproductie zonder leerproces en zonder ontwikkeling. Indien we ons niet verdiepen in de innerlijke route blijft ons leven zich als een zich steeds herhalend patroon openbaren, waarin geen daadwerkelijke verandering plaatsvindt.’

Jürg Thölke (2016)  – voorheen lector Innovatie en Leren op de HAN – wijst ons erop dat we veelal niet moedig genoeg zijn om te kiezen voor het aangaan van de innerlijke intuïtieve route. De naar buiten gerichte benadering houdt ons af van onze innerlijke reis, de z.g. intuïtieve benadering.

Zijn er nu in het onderwijsveld wel voorlopers te onderscheiden die kiezen voor deze innerlijke route?

Biesta Beautiful RiskGert Biesta (Het prachtige risico van onderwijs, 2015) reflecteert op, wat hij noemt: de ‘zwakke’ kracht van het onderwijs. Hij is van mening dat onderwijs dat zich richt op kwalificatie, socialisatie en subjectificatie, alleen kan functioneren op deze zogeheten zwakke, existentiële krachten en niet op z.g. ‘krachtige’ metafysische werkwijzen. Een meer ‘vrouwelijke’ insteek wordt mijn inziens door hem gemaakt als hij onderwijs ziet als een ontmoeting tussen mensen. En leraren hebben daarin niet de taak om het vat te vullen (van buiten naar binnen), maar om het vuur te ontsteken (van binnen naar buiten). Als je dit risico niet neemt, dan geef je onderwijs vanuit slechts sociale reproductie. Maar als we ons durven te bevinden in het ‘niet-weten’ (zie ook Scharmer (Leading from the emerging future, 2013) komt er ruimte voor het ‘in de wereld komen’ van vrije en unieke individuen die in staat zijn zowel naar binnen als naar buiten te durven kijken en leven.

Biesta stelt: ‘Als we alle risico uit het onderwijs verbannen, is er een grote kans dat we het onderwijs zelf elimineren.’

Ken Robinson (2016) geeft aan dat filosofen als Adorno en Habermas al reeds wezen op de gevaren van instrumentalisering, welke leiden tot rationaliteit, wetmatige beheersbaarheid, oorzakelijkheid. En juist die drang tot beheersing (het Z-motief) leidt volgens hem tot een grote druk op mens en samenleving – en niet in het minst op onze kinderen en jongeren. Hij pleit ervoor om terug naar de basis te gaan, naar de essentie van onderwijzen. En dat is niet ‘taal en rekenen’, dat zijn immers slechts instrumentele vaardigheden.

We dienen ons kritisch te verdiepen in vier kernvragen en te zoeken naar de betekenis ervan voor het onderwijs (Robinson):

  1. Wat is ons economisch perspectief?
  2. Hoe ziet ons cultureel perspectief eruit vanuit verschillende culturele gezichtspunten?
  3. Wat houdt ons sociaal engagement in?
  4. Hoe wordt de persoonlijke ontwikkeling gestimuleerd?

Wat mij betreft raakt Ken Robinson Gert Biesta met zijn inbreng inzake een onderwijsbedoeling met betrekking tot Bildung. Ook de kijk op het leraarschap vertoont veel overeenkomst. Robinson stelt dat leraarschap een ‘art-form’ is, met de gerichtheid op engagement en Gert Biesta het heeft over ‘het vuur aanwakkeren’. Daarvoor zijn leraren nodig die zowel ‘naar binnen’ als ‘naar buiten’ te durven kijken en leven.
Ook op de HAN wordt geïnvesteerd in het exploreren van de innerlijke intuïtieve route (A-motief), al is het nog slechts aan de zijlijn. Systemische trainingen, alhoewel in klein verband, vinden plaats. Kwalitatief onderzoek vindt plaat over de waarde van pedagogische tact, in de omgang met kinderen die moeilijk gedrag vertonen (Sipman 2014).

Marja de Vries helpt mij nogmaals op weg als zij me eraan herinnert dat reeds de Grieken en de oude Egyptenaren de waarde van de integratie van de mannelijke en de vrouwelijke motieven onderkenden. Zij noemden deze samensmelting ‘de intelligentie van het hart’.

Het wordt hard tijd dat het hart zijn waardevolle plek in onderwijs en samenleving vindt. Laat jouw school een voorloper in onderwijsland worden. Meer dan veertig jaar jaar heb ik in het onderwijs mogen werken en in de onderstroom heb ik deze innerlijke weg vele malen mogen ervaren. Ik spreek dan ook de hoop uit dat de integratie van het mannelijke en het vrouwelijke – het verstand en het hart – tot stand wordt gebracht. Eerst dan werken we aan datgene wat Tex Gunning (2011) ons reeds meegaf, namelijk: ‘De enige opdracht voor een kind: met glans jezelf worden.’

Mijn vragen aan u als lezer, onderwijswerker?

In het voorwoord wees ik op De opdracht voor het onderwijs, namelijk: ‘Aandacht voor de innerlijke intuïtieve kant en de intelligentie van het hart.’ Graag zie ik actuele voorbeelden hiervan uit het onderwijsveld tegemoet. U kunt mij schrijven en mailen: hbr4@online.nl

Henk Boer was tot deze zomer als pedagoog verbonden aan de HAN in Arnhem.

Literatuur:

  1. Hermans, H. J. M. & Hermans-Jansen E. H. (1995). Self narratives. The Construction of meaning in psychotherapy. New York: The Guilford Press.
  2. J. (2007). Het onbehagen bij de vrouw. Artikel in het tijdschrift Opzij. Utrecht: Veen Media.
  3. Man Gyllenhaal, K. (2016), In Utero. Life before Birth, in the Womb. Cinematografische documentaire: Kidred Media and communication.
  4. Vries de, M. ( 2007). De hele olifant. Inzicht in het bestaan en de werking van Universele Wetten en de Gulden Snede. Deventer: Ankh-Hermes b.v.
  5. Timmermans, P. (2016). In mail aan Thölke, J. e.a. .d. 5 november 2016
  6. Thölke, J. (2016). In mail aan Timmermans, P. e.a. d.d. 6 november 2016
  7. Gunning, T. (2011). De enige opdracht voor een kind: met glans jezelf worden. Lezing uit de reeks NIVOZ-lezingen. Driebergen: hetkind.
  8. Karels, M. (2015). Reflectie op het boek “Het prachtige risico van onderwijs –Gert Biesta”. Wij leren.nl. kennisplatform voor het onderwijs.
  9. Scharmer, O. (2013). Leading from the emerging future, from ego to eco system economies. San Francisco: Barrett-Koehler P)ublishers, Inc.
  10. Robinson, K. (2016). How to change education – from the ground up. In association with Samsung. Rotterdam: RSA

 

 

 

 

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie