profiel

Alderik Visser


Alderik Visser
Bekijk mijn profiel

twitter

Een volgende Onderwijsavond in Driebergen. Iets wat je niet wilt missen. Op 11 januari. #leraar #schoolleider #ontwikkeling #pedagogischevragen twitter.com/nivoz/status/9…

Ongeveer 11 minuten geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Persoonsvorming als curriculaire uitdaging?!

9 december 2016

Alderik Visser

In het rapport over het curriculum van de toekomst van het Platform Onderwijs2032 wordt o.a. gepleit voor meer evenwichtige aandacht aan drie domeinen waarin onderwijs geacht wordt werkzaam te zijn, te weten de kwalificatie van leerlingen, hun maatschappelijke toerusting en hun persoonsvorming. Alderik Visser, auteur van – De geschiedenis herhaalt zich niet- probeert met dit paper, vanuit zijn functie van medewerker van de Stichting Leerplan Ontwikkeling in kaart te brengen wat er op dit moment leeft en gebeurt rond het wat diffuse thema ‘persoonsvorming’ op en door de school.

Inleiding

In januari 2016 presenteerde het Platform Onderwijs2032 haar rapport over het curriculum van de toekomst. Onderpersoonsvorming andere wordt daarin bepleit dat de curricula in het funderende onderwijs meer evenwichtig aandacht besteden aan drie domeinen waarin onderwijs geacht wordt werkzaam te zijn, te weten de kwalificatie van leerlingen, hun maatschappelijke toerusting en hun persoonsvorming. In het kader van een onderzoek naar bestaande praktijken van curriculum- en onderwijsontwikkeling op Nederlandse scholen en ter nadere bepaling van mogelijke ideeën omtrent een ‘curriculum van de toekomst’ probeert SLO onder andere in kaart te brengen wat er zoal leeft en gebeurt rond die domeinen ‘maatschappelijke toerusting’ en ‘persoonsvorming’. Omdat rond het thema ‘maatschappelijke toerusting’, en dan met name rond het deelaspect ‘burgerschap’ de laatste jaren al veel onderzocht en ook ontwikkeld is (o.a. Bron, 2006; Bron, Veugelers & Van Vliet, 2009),1 concentreren we ons in dit stadium vooral op het wat diffuse thema ‘persoonsvorming’ op en door de school. Diffuus is of lijkt dat thema in de eerste plaats, doordat niet zomaar duidelijk is wat persoonsvorming wel is en wat niet, en in hoeverre het conceptueel dan wel praktisch te scheiden is van socialisatie c.q. maatschappelijke toerusting. Niet alleen in een alledaags of meer professioneel gesprek, zelfs in kringen van experts bestaan daar soms zeer uiteenlopende ideeën over. Historisch en actueel zijn er verschillende termen voor in omloop, die elk verwijzen naar andere – filosofische, pedagogische, politieke en ook religieuze – opvattingen over wat kinderen in essentie zijn, wat zij als volwassen mensen kunnen en/of moeten worden, en hoe dat wordings- of ontwikkelingsproces (mede) op en rond de school bewust bijgestuurd kan (mag) worden.2 Ook is of lijkt de grens tussen persoonsvorming en kwalificatie, zoals we zullen zien, veel minder scherp dan wel wordt gesuggereerd. Het rapport van het Platform Onderwijs2032 omschrijft persoonsvorming onder andere in de volgende termen:

• ‘Onderwijs dat bijdraagt aan persoonsvorming, motiveert en vormt leerlingen in brede zin. Het sluit aan bij wat ze aanspreekt, maar verbreedt ook hun horizon en laat ze kennismaken met zaken waar ze niet uit zichzelf mee in aanraking komen.’

• ‘De school draagt bij aan de vorming van zelfstandige volwassenen die maatschappelijk verantwoord kunnen en willen handelen, zowel op de arbeidsmarkt als in de samenleving […] en helpt hen na te denken over hun persoonlijke drijfveren en ambities.’ (Bureau2032, 22).

Hiermee, alsmede met enkele andere toespelingen en verwijzingen, verspreid door de tekst, lijkt de commissie te haken naar verschillende opvattingen en tradities rond persoonsvorming. Bovendien lijkt zij haar direct dienstbaar te maken aan de andere domeinen, te weten kwalificatie en maatschappelijke toerusting. De belangrijkste vraag, namelijk of, en zo ja hoe, persoonsvorming überhaupt in termen van leerplannen kan worden gevat, wordt bovendien gesteld noch beantwoord. Om onderzoek naar concrete vormen of uitwerkingen van persoonsvorming als een eigenstandig domein mogelijk te maken, leek het raadzaam eerst meer conceptuele helderheid te krijgen over het begrip en haar verschijningsvormen. Met dat oogmerk is uitgebreid literatuuronderzoek gedaan en is er een expertmeeting georganiseerd met hoogleraren, lectoren, docenten én leerlingen.3 Verder zijn er ervaringen opgedaan met bezoeken aan scholen die duidelijk voorbeeldmatig zijn op het gebied van persoonsvorming en scholen die daar minder uitgesproken in zijn. Deze notitie is een voorlopige weerslag van het eerste deel van deze conceptualiserende fase en is vooral gebaseerd op het literatuuronderzoek. De opbrengsten van de expertmeeting, en van het onderzoek naar praktijken op scholen, dat immers nog in volle gang is, zijn hierin maar beperkt meegenomen. Daarmee is het laatste woord ten aanzien van persoonsvorming als curriculair thema dus ook nog lang niet gezegd. Centrale vraag in dit exploratieve onderzoek is, hoe persoonsvorming op en door de school geconcipieerd kan worden en hoe daar mogelijk concreet vorm aan kan worden gegeven – al dan niet in de vorm van een ‘curriculum’. Om die vraag te beantwoorden presenteren we hier eerst vier verschillende categorieën of stromingen, waarin persoonsvorming zich historisch heeft voorgedaan. Daarna beschrijven we drie vormen of varianten die in het huidige debat een rol spelen. Ten slotte schetsen we een drietal scenario’s over hoe persoonsvorming meer concreet op school kan worden gedacht en gedaan. Aan het einde presenteren we een zeer voorlopige schets van een inspiratiekaart ‘persoonsvorming op school’. We hopen dat deze notitie het denken van scholen, docenten en anderen die rond dit belangrijke, spannende, maar ook ingewikkelde thema werken, verder aan kan scherpen.

Historische perspectieven

Aandacht voor het thema persoonsvorming is in Nederland allesbehalve een nieuw verschijnsel. Vermoedelijk al sinds de late achttiende eeuw, en zeker vanaf het midden van de negentiende, wordt er over onderwijs gesproken in termen van ‘hoofd, hart en handen’ (Dekker & Baggerman, 2002; Los, 2005; Verhoeven, 1995).4 Wel is het zo dat de aandacht voor het persoonsvormende aspect of doel van het onderwijs min of meer cyclisch is, waarbij economische omstandigheden een bepalende rol lijken te spelen (Verhoeven, 1995; WRR, 2003). Thema’s als alzijdige vorming en ook persoonlijke (economische) ontplooiing speelden zo een rol bij de curriculumdebatten rond 1860, een periode waarin het relatief goed ging in Nederland (Stolk, 2015). Ook in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was persoonsvorming, in de gedaante van zelfontplooiing, een belangrijk onderwerp, dat in de jaren tachtig, onder invloed van de economische crisis, weer op de achtergrond verdween (Duyvendak, 2008; Hooge, 2014; Tonkens, 1999). Na een aantal decennia waarin outputsturing en kwalificatie een dominerende rol lijken te hebben gespeeld – maar het onderwijs niettemin een sterke socialiserende rol is toebedeeld (vgl. o.a. Brink, 2004; Onderwijsraad 2013) – lijkt persoonsvorming anno 2016 dus weer terug op de agenda. Over de vraag hoe het hart van kinderen op school moet worden aangesproken of gevormd, ontstonden in…….

Lees hier verder het gehele rapport (pdf)

Alderik Visser is historicus en historisch pedagoog. Hij werkt als leerplanontwikkelaar bij SLO en schrijft op eigen titel over onderwijs en aanverwante zaken.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie