inspiratie, legitimatie en verbinding
Deze website wordt inmiddels elke maand meer dan 150.000 keer bezocht! De verhalen komen van leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders/opvoeders en onderwijsbetrokkenen zelf.
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Hartger Wassink


Hartger Wassink
Bekijk mijn profiel

Luc Stevens


Luc Stevens
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter

‘De beste leerschool blijkt maar weer dat je de dingen zelf moet ervaren’ hetkind.org/?p=57360

Ongeveer 2 weken geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Het is steeds weer de pedagogische vraag: hoe ontsluiten we de magie – altijd sluimerend aanwezig – in het onderwijs?

26 januari 2017

Hartger Wassink

Geplaatst in: Samenleving, Legitimering

Als we leraren vragen wat hun werk zo boeiend maakt, dan zeggen negen van de tien: het contact met leerlingen. Als we dan doorvragen, dan geeft dat contact vooral voldoening op de momenten dat het lukt om zo’n leerling verder te brengen dan hij of zij zelf gedacht had, en misschien ook wel verder dan de leraar dacht. Niet voor niets is er een middelbare school met het motto ‘Verbaas jezelf.’ Luc Stevens en Hartger Wassink schreven over de magie in de onderwijspraktijk. En hoe die te ontsluiten. Hun conclusie: ‘Het is steeds weer de pedagogische vraag.’ Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van het onderwijsmagazineVan12tot18. Lees verder.

Voor de magie in het onderwijs hoeven we niet ver te zoeken. Die is in aanleg overal in de school aanwezig, in de vorm van nieuwsgierige, creatieve en verantwoordelijke leerlingen die zichzelf, hun leraren en hun ouders weten te verbazen. Maar klopt dat wel? Is dat ook zo in die klassen vol verveelde en snel afgeleide leerlingen? Waar is dan die nieuwsgierigheid, of de creativiteit, of de eigen verantwoordelijkheid? Precies hier ligt de paradox: hoewel we de magie in het onderwijs aanwezig weten – besloten in de eigen natuurlijke drijfveer van leerlingen – lukt het ons nog niet voldoende ruimte te creëren om deze te ontsluiten.

Sterker nog: veel van het regel- en organiseerwerk in scholen perkt de ruimte van leerlingen in om hun eigen nieuwsgierigheid te volgen of hun verantwoordelijkheid te nemen. Vaste roosters en methoden suggereren de zekerheid dat alle leerlingen op hetzelfde moment hetzelfde leren – terwijl iedereen snapt en ziet dat het een illusie is om te verwachten dat dat mogelijk is. De schoolgids besteedt een of twee pagina’s (if any) aan de pedagogische visie, terwijl de nauwgezette uiteenzetting van de regelingen rondom het PTA en de overgangsnormen daar doorgaans een veelvoud van beslaat. En dat terwijl tijdens de overgangsvergaderingen die harde overgangsnormen keer op keer veel zachter blijken te zijn dan gedacht.

Legitimering
Kennelijk weten we heel goed waar het om gaat in het onderwijs. Namelijk om de kwaliteit van interactie tussen leraar en leerling, waarin de nieuwsgierigheid van leerlingen geprikkeld wordt en ruimte ontstaat voor hun creativiteit en verantwoordelijkheid. Tegelijk wordt er in de dagelijkse praktijk door leraren maar weinig bewust gereflecteerd op de kwaliteit van relatie en interactie. Hoe kan dat?

Een gemakkelijk antwoord zou zijn: omdat de kwaliteit van relatie tussen leraar en leerling nu eenmaal een kwestie van een zekere magie is. Je hebt het of je hebt het niet. Zo’n antwoord is niet alleen intellectueel gemakzuchtig, maar doet ook onrecht aan de vele leraren die dag in, dag uit hard werken om de kwaliteit van hun relatie met leerlingen telkens weer te verbeteren. Een beter antwoord is daarom, dat we verleerd zijn om over onderwijs ook in pedagogische termen te praten. De leraren die ervaren dat een goede relatie met hun leerlingen belangrijk en
lang niet altijd makkelijk is, zijn vaak op zoek naar legitimering van de energie die zij hierin willen steken en naar houvast in ‘hoe dat dan werkt’.

De kunst van het lesgeven
Die legitimering is wel van groot belang, en hiervoor vormt de pedagogiek een belangrijke bron. Als het woord ‘pedagogiek’ valt, dan denken veel leraren aan probleemleerlingen. En dan hoor je al snel: ‘Daar ga ik niet over. Ik geef gewoon les, en opvoeden doen ze maar thuis.’ Leerlingen die het om wat voor reden dan ook lastig hebben, worden verwezen naar hun mentor of een andere hulpverlener, zodat ‘de les door kan’. Maar iedere les kent pedagogische aspecten; een les staat of valt namelijk met de vraag of het lukt het vertrouwen van leerlingen te winnen. Je kunt je nog zo goed voorbereiden, of het gaat ‘lukken’ is iedere keer weer de vraag. Dat geldt ook andersom, voor de leerlingen. Voor hen is het iedere keer weer de vraag of ze  een leraar treffen op wie ze kunnen vertrouwen, in de zin dat die leraar iets voor hen gaat betekenen, ook in inhoudelijk opzicht. Leerlingen verlangen naar betrouwbare oriëntaties en naar een goed oor.

Welke ruimte durf ik mijn leerlingen te bieden om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen
en durf ik ook teleurstellingen te accepteren?

Lesgeven is daarom misschien niet zozeer een kwestie van toveren; het is een kunst. Iedere keer zul je als leraar een goede match moeten vinden in de wederzijdse responsiviteit tussen jezelf en de leerlingen. De responsiviteit van de leraar is gelegen in het ingaan op de onderliggende vraag, die misschien wel niet letterlijk gesteld wordt. Die te horen, vraagt van leraren zelfonderzoek, op basis van dagelijkse reflectie. Versta ik mijn leerlingen goed? Waar liggen pedagogisch gezien mijn grenzen en hoe verhouden die zich tot wat de school wil? Welke ruimte durf ik mijn leerlingen te bieden om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen en durf ik ook teleurstellingen te accepteren?

Expertise en engagement
Dat zijn allemaal vragen van leraren uit de dagelijkse praktijk. Het zijn ook specifiek pedagogische vragen, omdat ze gaan over wat je als leraar beoogt met betrekking tot de vorming van leerlingen. Het zijn andere vragen dan die van het type ‘Hoe kan ik mijn leerlingen het meest effectief laten leren?’ Het gaat hier namelijk niet om wat ‘effectief’ is, maar om wat ‘het goede’ is. Wat ‘het goede’ is, is bij iedere leerling, in iedere situatie weer anders. En daarom is de relatie tussen leraar en leerling zo van belang. Om die behoeften van leerlingen te herkennen, moet je de leerling kunnen zien voor wie hij is. En daarvoor is het weer nodig dat je weet wie je zelf bent, als leraar. Pas als jij weet wie je bent en in staat bent om te herkennen hoe de invloed van jouw ‘zijn’ doorwerkt in hoe je lesgeeft en hoe je omgaat met leerlingen, kun je onbevangen naar de leerling kijken. Als je je niet bewust bent van de bril die je op hebt, van het perspectief dat je hanteert, dan ben je je ook niet bewust van het impliciete oordeel dat je hebt over de leerling.

Hier kan het onderscheid van de Leuvense hoogleraar Geert Kelchtermans tussen expertise en engagement behulpzaam zijn. Volgens hem zijn expertise en engagement twee onlosmakelijk met elkaar verbonden aspecten van de professionaliteit van de leraar. Expertise gaat over je vakkennis en over je didactische vaardigheden: datgene wat min of meer objectief vast te stellen en aan te leren is. Bij engagement gaat het om wat je drijfveren zijn, wat jij zelf, persoonlijk zo belangrijk vindt in het onderwijs en wat je ziet als jouw taak als leraar. Hoe je je bewust bent van hoe jij gevormd bent door jouw geschiedenis en welk beeld je hebt van de toekomst. Onbewust spelen deze aspecten een rol in de manier waarop je lesgeeft. Ze bepalen wie jij bent als persoon en vormen het kader voor de kleine en grote morele afwegingen die je als leraar maakt in interactie met je leerlingen. Met andere woorden: wat jij ‘het goede’ vindt om te doen, waar het gaat om het stellen van grenzen, het geven van vertrouwen, het stimuleren van verantwoordelijkheid, vindt zijn oorsprong in je engagement. En om je te ontwikkelen als leraar, zul je niet alleen je expertise moeten onderhouden, maar ook op je engagement moeten reflecteren.

Onvoorspelbaarheid
Het onderling spreken over je engagement, vraagt misschien wel een andere taal dan doorgaans gebezigd wordt in scholen. Het gaat namelijk, zoals gezegd, niet om wat het in het algemeen ‘beste is’, om ‘wat werkt’ en of we daar bewijs voor hebben. Hier gaat het om wat ‘het goede’ is, en welke legitimering je daarvoor hebt. Wat ‘het goede’ is, ligt besloten in de kwaliteit van de relatie, wat we hierboven aanduidden met wederzijdse responsiviteit.
De wederzijdsheid zit erin, dat de ervaring van de leerling mede een criterium is voor de kwaliteit van de relatie. Om die ervaring te kunnen peilen en positief te beïnvloeden, zul je je open moeten stellen voor wie de leerling is, vragen moeten stellen, ruimte moeten laten. Wat er dan gebeurt, is altijd spannend en niet te voorspellen zoals een chemische reactie of de draagkracht van een brug dat is. Leerlingen hebben, omdat ze mensen zijn, een aangeboren capaciteit, sterker nog, een diepgevoelde behoefte om zelf verantwoordelijkheid te nemen, om dingen te creëren en om van betekenis te zijn voor anderen. Pedagogiek in het onderwijs gaat over het herkennen van die behoeften en daaraan ruimte geven, zodat de leerling zich kan ontwikkelen.

‘Om je te ontwikkelen als leraar
zul je niet alleen je expertise moeten onderhouden,
maar ook op je engagement moeten reflecteren.’

Essentie van het leraarschap
Pedagogiek is, zo beschouwd, een belangrijke pijler onder je professionaliteit. Want naast de externe zekerheid van ‘het bewijs’ dat van buiten komt, heb je de innerlijke zekerheid nodig van het professionele oordeel. Zodat je telkens ‘het goede’ kunt doen in de kleine, subjectieve, moreel geladen beslissingen die gaan over de relatie met de leerling,
Als leerlingen zich erkend voelen in wie ze zijn, zullen ze in staat hun nieuwsgierigheid te laten zien, dingen uit te proberen, verantwoordelijkheid te nemen, iets nieuws te creëren. Wat ze dan creëren, waartoe ze in staat zijn, is onvoorspelbaar en dat is tegelijk wat we zo mooi vinden. En datzelfde geldt voor leraren.
Als leraren erkenning voelen voor hun eigen zoektocht naar hun professionele zelf in relatie met de leerling, dan ontstaat er ook nieuwsgierigheid en verantwoordelijkheid. En daarmee zijn we terug bij het begin, bij de vraag wat leraren het meest voldoening geeft: de interactie met hun leerlingen, en dan met name als die leerling daarin een bijzondere, onverwachte ontwikkeling laat zien. Dat is dan niet zomaar een leuk extraatje, maar misschien wel de essentie van het leraarschap. •

Luc Stevens is emeritus hoogleraar orthopedagogiek en directeur van het NIVOZ. Hartger Wassink is organisatiepsycholoog en hoofd van het wetenschappelijk forum van NIVOZ.


Magazine Van12tot18

DEZE MAAND:
Over grenzen – Internationaliseren in 2017

Lees meer.

Van Twaalf tot Achttien schrijft over zaken die het voortgezet onderwijs betreffen. Het spectrum van onderwerpen is breed, net als het voortgezet onderwijs zelf. De artikelen hebben altijd tot doel om het werk van de school te verrijken. Dat doen de artikelen door te duiden, te beschouwen of eenvoudigweg door informatie te geven. Soms gaat het over het ‘grote verhaal’ van onderwijs in Nederland, soms slechts over een specifiek thema dat wel in een algemene lezersbehoefte voorziet, bijvoorbeeld een thema als ‘ouderbetrokkenheid’. Van Twaalf tot Achttien schrijft voor de hele school; voor docenten, docententeams.en management.