Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Anton Nanninga


Anton Nanninga
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Een experiment van een leraar: ‘Het is persoonlijker, kwetsbaarder en spannender als je feedback krijgt in plaats van cijfers’

28 januari 2017

Anton Nanninga

‘Hoe kan het dan dat de leerlingen die ik in de klas heb bij het binnenkomen lusteloos in de stoel gaan zitten afwachten wat er deze les weer gaat gebeuren?’ Anton Nanninga  is leraar economie op het RSG Pantarijn in Wageningen. Een betrokken leraar, die manieren zoekt om de intrinsieke motivatie van de leerlingen te ontsluiten. Hoe? Eén weg is om de oorlog te verklaren aan dat eeuwige ‘leren voor een cijfer…’ Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van het magazine Van12tot18. ‘Als cijfers wegvallen ga je op een andere manier naar de leerling kijken. Niet meer door de ogen van de toetsresultaten, maar door mijn eigen ogen.’

Ze is nu 17 maanden, mijn dochter. Toen ik haar vanochtend uit bed haalde was ze druk bezig haar knuffeltje over de rand van haar bedje te gooien, om vervolgens te kijken of ze hem tussen de spijlen door weer kon pakken. Met een beetje hulp van mij ontdekte ze dat ze verder kon reiken als ze niet recht naar voren greep, maar opzij met haar wang tegen de spijlen. Eén voorbeeldje op een dag waarop er weer talloze momenten zijn waarop ze iets nieuws probeert. De bal zo ver mogelijk weggooien, drinken uit papa’s grote theemok, op de vensterbank klimmen en vlak voor het raam uitademen om vervolgens een tekeningetje te maken in de condens op het raam. En zo gaat het de hele dag door, al bijna anderhalf jaar lang. Zolang het buikje vol is en ze genoeg energie in haar lijf heeft, lijkt het of ze elk moment van de dag bezig is met leren. En daar hoef ik als vader niet zoveel aan te doen.

Hoe kan het dan dat de leerlingen die ik in de klas heb bij het binnenkomen lusteloos in de stoel gaan zitten afwachten wat er deze les weer gaat gebeuren? Hoe kan het dan dat ik wel een heel bijzondere werkvorm moet verzinnen wil ik de klas het hele uur actief bezig houden? Hoe kan het dat mijn meeste leerlingen pas de week voor de toets bij mij komen met vragen over de lesstof?
Ik zit nu in mijn vierde jaar voor de klas. En in de afgelopen jaren was ik blij als ik de leerstof redelijk kon overbrengen, als ik leuk contact had met leerlingen en als mijn toets- en examenresultaten niet te ver naast die van collega’s zaten. En toch, ondanks dat ik die eerste jaren misschien wel drukker was met mezelf en met de leerstof dan met de leerling, begon het al snel
te knagen. En dat zat hem voornamelijk in één ding: cijfers.

Als ik een leuke opdracht had ontworpen was de eerste vraag: is dit voor een cijfer? Als ik een nagekeken toets teruggaf aan leerlingen ging het ze vaak maar om twee zaken: hoe deed ik het
ten opzichte van mijn klasgenoten en bij welke vragen zou ik er nog een puntje bij kunnen krijgen? Als ik een gesprek had met collega’s of ouders over een leerling zorgde ik ervoor dat ik de
cijfers van die leerling kende, dan kon ik in elk geval iets nuttigs over die leerling zeggen.

En dan ga je nadenken over de vraag: ben ik nu de docent die ik wil zijn? De docent die de cijfers meer centraal heeft staan dan de leerling zelf, de docent die ervan uitgaat dat de leerling niet uit zichzelf gemotiveerd is en dat cijfers nodig zijn om de leerling te motiveren, de docent die baalt als zijn klas op het CE lager scoort dan op het SE, de docent die meer focust op prestaties dan op inzet en ontwikkeling? Nee, die docent wil ik niet zijn.

Maar ondertussen ben ik ook niet de docent die precies weet hoe het dan wél moet, allesbehalve. En dus probeer ik dingen, gewoon om eens te kijken wat de gevolgen zijn. En zo mag ik dit jaar op mijn school een klas een jaar lang ‘cijferloos’ lesgeven. En dan is de vraag, nu de klas en ik een paar maanden met het experiment bezig zijn, of ik nu dan wél de docent ben die ik graag wil zijn. Een volmondig ‘ja’ durf ik nog niet te geven, maar het heeft mij in ieder geval al veel gebracht. Als het gaat om de relatie met de leerling ben ik gedwongen terug te gaan naar de basis. Als cijfers wegvallen ga je op een andere manier naar de leerling kijken. Niet meer door de ogen van de toetsresultaten, maar door mijn eigen ogen. Wat zie ík in de leerling en wat laat hij aan mij zien? Het is persoonlijker, kwetsbaarder en spannender als je feedback krijgt in plaats van een cijfer. Zowel voor de leerling als voor mijzelf. Maar als dat eerlijk, open en oprecht gebeurt, brengt het zowel de leerling als mij verder. Veel verder dan die 3 of die 8.

Het experiment dwingt mij dieper na te denken over motivatie van de leerlingen. Als cijfers wegvallen, verdwijnt de extrinsieke druk van het moeten presteren op een bepaald moment. Hoe
krijg ik leerlingen dan voorbereid in de les of actief aan de slag met een werkstuk? Verbondenheid en verantwoordelijkheid voor elkaar, persoonlijke ruimte voor elke leerling, de ontwikkeling
in beeld en vertrouwen uitstralen in de ontwikkeling van elke leerling. Het zijn waarden waarvan ik altijd zeg dat ze de basis voor mijn lessen (zouden moeten) vormen. Maar nu word ik
gedwongen er ook écht invulling aan te geven. Het is de eeuwige zoektocht naar intrinsieke motivatie, die het onderwijs zo mooi en uitdagend maakt en die een diepere laag heeft gekregen voor
mij de afgelopen maanden.

Zo kreeg ik laatst de vraag toen ik een toets voorzien van feedback teruggaf: ‘Wanneer mag ik laten zien dat ik deze vraag wel begrijp nu we hem hebben besproken?’ Dát is zo’n magisch moment
op een gemiddelde schooldag, een moment dat me inzicht geeft in het waarom van toetsen, een moment dat voldoende energie geeft voor de rest van de dag. Een ander gevolg is dat ik de leerlingen niet meer kan positioneren ten opzichte van elkaar. Als cijfers wegvallen is er geen referentiekader van bijvoorbeeld het klasgemiddelde. Het mooie hiervan is dat de focus automatisch meer komt te liggen op de individuele prestaties. Het gaat er niet meer om of een leerling onder of boven het gemiddelde scoort, iets waar leerlingen zelf ook altijd erg nieuwsgierig naar zijn, maar of een leerling zich ontwikkeld heeft ten opzichte van eerdere prestaties.

Ik wens mijn dochter over elf jaar, als ze op de middelbare school zit, dezelfde innerlijke drive om te leren toe die ze nu heeft. Ik weet niet of cijfers dé reden zijn dat veel leerlingen die drive snel verliezen, het speelt vast en zeker een rol. Ik geloof niet dat het afschaffen van cijfers dé weg is om tot meer gemotiveerde leerlingen te komen. Waar ik wel in geloof is dat we moeten blijven nadenken over hoe wij ons onderwijs ingericht hebben en wat de gevolgen hiervan zijn. En dat de ontwikkeling van leerlingen én docenten hierin centraal moet staan. Ik hoop dit jaar in beide
meer inzicht te krijgen en deze inzichten te delen, zodat we samen het onderwijs en onszelf verder kunnen ontwikkelen.

Anton Nanninga is leraar Economie op het RSG Pantarijn, en voormalig trainee van Eerst de klas.


Magazine Van12tot18

DEZE MAAND:
Over grenzen – Internationaliseren in 2017

Lees meer.

Van Twaalf tot Achttien schrijft over zaken die het voortgezet onderwijs betreffen. Het spectrum van onderwerpen is breed, net als het voortgezet onderwijs zelf. De artikelen hebben altijd tot doel om het werk van de school te verrijken. Dat doen de artikelen door te duiden, te beschouwen of eenvoudigweg door informatie te geven. Soms gaat het over het ‘grote verhaal’ van onderwijs in Nederland, soms slechts over een specifiek thema dat wel in een algemene lezersbehoefte voorziet, bijvoorbeeld een thema als ‘ouderbetrokkenheid’. Van Twaalf tot Achttien schrijft voor de hele school; voor docenten, docententeams.en management.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie