Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Geert Bors


Geert Bors
Bekijk mijn profiel

Stemming van hetkind
twitter
facebook
Jessica Mesman: ‘Vergadert u weleens over de dingen die goed gaan?’

30 januari 2017

Geert Bors

Soms valt je iets pas op, als het ontbreekt: meteen bij de start van de NIVOZ-Onderwijsavond met Jessica Mesman, is duidelijk dat de zaalverwarming niet werkt. Toch zijn het niet die uitzonderlijke fenomenen – topprestaties, mislukkingen, fouten – die Mesman centraal stelt in haar exnovatie-onderzoek in bijvoorbeeld ziekenhuisteams. Wil je als team echt collectief leren en elkaar vinden, dan is de blik op het buitengewone in wat ‘gewoon goed’ gaat een krachtige motor: ‘Juist door zaken in de schijnwerper te zetten die zo gewoon zijn dat ze niet meer opvallen, kunnen ze hun rijkdom tonen.’

Er zijn van die dingen die je pas opvallen, als ze ontbreken. Warmte bijvoorbeeld. Al bij binnenkomst in het Driebergense Maitland Theater zit er iets kils in de lucht. Bezoekers houden hun jas aan en verwarmen zich aan hun koffie. ‘Het verwarmingssysteem is kapot en lijkt momenteel niet gerepareerd te kunnen worden’, vertelt inleider Hartger Wassink.

Ook Onderwijsavond-spreker, Jessica Mesman, kan vanavond niet helemaal terugvallen op wat ze gewend is: de afstandsbediening voor haar presentatie werkt niet en ze heeft met de jongen van de techniek, daar ergens bovenin de zaal, afgesproken dat hij op haar teken de slides laat verspringen. En, zoals dat gaat met nieuwe methodes, is er wat onwennigheid. Waar de levende afstandsbediening in eerste instantie reageert bij iedere armzwaai van Mesman (en die zijn er nogal wat; ze spreken af het mondeling te doen: ‘Ik zeg wel “volgende graag”, anders wordt het een héél korte avond’), functioneert de man-made remote control later op de avond opeens niet meer: ‘O, ik zie dat mijn afstandsbediening zit te bellen’, expliciteert Mesman met een glimlach.

Het is dat spel met het tijdelijk doorbreken van de normale afspraken dat vanavond veel vaker tot een lachsalvo leidt. Maar het zijn niet zozeer de dingen die misgaan of ontbreken, waarop Jessica Mesman doelt met de titel van haar voordracht, ‘Wat doet ertoe, maar valt ons niet meer op?’ Integendeel, zo leidt NIVOZ Forum-redacteur Hartger Wassink haar in: ‘Het gaat vanavond over kijken, met nieuwe ogen naar onze eigen praktijk. Als we dat doen, vallen ons vaak allereerst onze fouten op. Dan constateer je fouten, ga je vergaderen over regels en protocollen om diezelfde fouten te voorkomen. Maar we vergeten vaak te kijken naar wat goed gaat. Want gelukkig gaat er in onze scholen en ziekenhuizen vooral ook heel veel goed. Hoe kun je zo kijken naar je praktijk dat je dat “gewone goede” ziet en hoe kun je meer naar buiten brengen wat bij jou goed gaat? De antropologische methoden waarmee ze in ziekenhuizen onderzoek doet, bieden ook aanknopingspunten voor het onderwijs. De focus op wat goed gaat, is in het onderwijs even ongebruikelijk.’

Antropoloog in het ziekenhuis: artsen als een vreemde stam

Dan is het podium aan Jessica Mesman, universitair hoofddocent op de vakgroep Technology and Society Studies aan de universiteit van Maastricht. Ze toont een operatiekamer. ‘U ziet hier mijn werkplek. Ik ben geen chirurg en ook geen verpleegkundige. Ik ben wel een onderzoeker van de medische praktijk. Mijn vakgroep doet in de breedte onderzoek naar de invloed van wetenschappelijke ontdekkingen en technologische ontwikkelingen op ons, op hoe wij in het leven staan, op hoe wij leven in een technologische cultuur. Vandaar dat die antropologische methodes: ik bezie artsen en verpleegkundigen als een vreemde stam, te midden van hun hoogtechnologische omgeving. Ik reis er niet voor naar verre landen, maar kan er op de fiets heen. Ik onderzoek hen, hun rituelen en de manier waarop ze samen zijn.’

Mesman doet niet alleen onderzoek in de Operatie Kamer (OK), maar ook op de Intensive Care en op EHBO-afdelingen. Dat is niet zozeer omdat ze die spanning zo graag opzoekt, maar om methodologische redenen: ‘Juist deze praktijken werken als een vergrootglas. Alles is er intenser. De tijdsdruk, de belangrijke beslissingen, er staat veel op het spel. Er zijn veel kwetsbare patiënten en is er veel technologie, dus deze critical care is een uitvergroting van wat er in de rest van het ziekenhuis gebeurt.’

Of je het over een school of over een ziekenhuis hebt, Mesman hanteert voor het begrip ‘praktijk’ een beschrijvende definitie. Zij volgt daarin John Law, die praktijk beschrijft als: ‘A choreography that involves the arrangement and distribution of events and actors in time and space’. ‘Hij beziet een praktijk dus als een choreografie – het gaat om dynamiek, om beweging, om hoe dingen ingedeeld en verdeeld zijn, over waarden, normen, mensen, gebeurtenissen, in tijd en ruimte.’ En tja, is dat geen heel lege definitie, vraagt Mesman zich hardop af: zo’n choreografie van spullen en mensen vindt ook plaats als je in de keuken staat te koken. Maar de onderzoeker stelt dat de definitie die je kiest werkt als een soort lens, waardoor je leert kijken. En precies deze lens doet de praktijk op zo’n manier aan je verschijnen, dat je zelfs in een voor veel mensen buitengewone omgeving als een operatiekamer via die choreografie ‘het doodnormale, de dingen die goed gaan en het hier en nu’ in beeld krijgt.

Snijd niet in het gezonde weefsel van je praktijk

Het is Mesman niet te doen om problemen, tekortkomingen, risico’s, mislukkingen. Maar juist om de kracht van een praktijk, van een team van een organisatie, van die ene docent te belichten. ‘Het gaat om positieve bijdragen’. Dat moest ze al uitleggen toen ze tien jaar geleden in haar eerste onderzoek naar patiëntveiligheid op een IC-afdeling kwam. ‘Toen ik zei: “Hallo, ik kom onderzoek doen naar patiëntveiligheid”, was er grote schrik alom. O jee, er komt iemand kijken en die gaat staan wachten tot wij iets uit onze handen laten vallen. “Nee, ik heb ontzag voor dit werk en ik kom onderzoeken waarom jullie dingen goed doen.” Gezien de complexiteit van de handelingen en de kwetsbaarheid van patiënten op een Intensive Care, zou je verwachten dat er iedere vijf minuten wel iets mis zou kunnen gaan. Maar dat is niet zo.’

Op de vraag hoe het dan kan dat er zo weinig mis gaat, was het antwoord: ‘Nou, we zijn goed opgeleid en we volgen de protocollen’. Maar dat was voor antropologisch onderzoeker Mesman niet genoeg: ‘Daarmee red je het niet. Er zijn altijd specifieke omstandigheden – de ene patiënt is de andere niet, de ene klas is de andere niet, het ene uur is het andere niet. Iedere situatie is altijd specifiek. Dus de grote vraag is: wat is dat “meer” dat er aan de hand is?’

Mesman peilt in de zaal of er op scholen weleens bij elkaar gezeten wordt om te praten over de dingen die goed gaat. Weinig respons. ‘U hoeft zich niet te schamen. Ik begrijp dat het vrij bijzonder is, want waarom zou je geld en tijd besteden aan iets dat goed gaat? Zo was dat in het ziekenhuis ook. Maar toch merk ik in tien jaar onderzoek dat, als er wél naar gekeken wordt, het een veel diepere doorwerking heeft dan alleen in die bijeenkomst.’

‘Als je alleen maar je praktijk aanpast op basis van een analyse van de fouten, weet je niet wat de gezonde delen, het gezonde weefsel van je praktijk is. Je zou per ongeluk dingen kunnen verstoren die goed gingen, die cruciaal waren om dingen goed te laten gaan. Juist omdat je geen weet hebt van de goede dingen, zou je met al je beste bedoelingen daardoor nieuwe problemen kunnen scheppen.’

Exnovatie: the ordinary is extraordinary

Er zijn meerdere methodes die uitgaan van het positieve, zoals de ‘appreciative inquiry’ en onderzoeken die kijken naar ‘positive deviance’. Waar de eerste uitgaat van problemen (maar ze niet meteen wil gaan oplossen, maar juist waarderend benadert, als uitdaging om te gaan leren), kijkt de tweede vooral naar dat wat opvallend en uitstekend is: een school met honderd procent geslaagden, een excellent team, een buitengewoon sterke leerkracht.

Mesmans methodologie is anders: ‘Wij kijken juist naar het gewone, omdat het gewone al heel bijzonder is. The ordinary is extraordinary. Als je zover kunt komen dat iets “gewoon” wordt, is er eigenlijk al heel veel gedaan.’ Als voorbeeld noemt ze de koortsthermometer – ooit een grootse, belangrijk uitvinding, nu te vinden in ieders huis. ‘Het gewone wordt niet gewoon geboren, maar moet ook “gewoon” gemaakt worden. Mijn punt is: we zitten op een pot met goud, maar hebben het niet door, omdat we alleen maar naar bijzondere dingen kijken.’

Daarmee sluit Mesmans onderzoek aan bij de jonge traditie van ‘everyday life studies’ en komt ze uit bij wat die blik op het alledaagse vermag: de Nederlandse pedagoog en wetenschapsfilosoof Rein de Wilde heeft het ‘exnovatie’ genoemd, als tegenhanger van ‘innovatie’. Mesman: ‘Exnovatie is het op de voorgrond plaatsen van wat er is, maar wat we niet meer zien omdat het zo gewoon is. Juist door die zaken in de schijnwerper te zetten, kunnen ze hun rijkdom tonen.’

Voor Mesman zijn innovatie en exnovatie complementair: ‘Innovatie gaat uit van het principe: laten we dingen naar binnen halen die nieuw zijn en dan kunnen we onze praktijk verbeteren. Dat gaat vaak uitstekend, maar je kunt ook uitgaan van wat er al is. En dan wordt het belangrijk te ontdekken wát het is dat er al goed gaat.’

Maar behalve elkaar aanvullen, wil Mesman met haar nadruk op exnovatie óók tegenduwen. ‘In deze tijd staat “nieuw” gelijk aan “beter”. Alles moet nieuw-nieuwer-nieuwst: de iPhone 4 gaat pijlsnel over in 5, 6, 7… In die enorme drang naar noviteit lijkt alles “nieuw” te moeten zijn om bijzonder te zijn en gewaardeerd te worden. Daarom is het voor mij ook een tegenbeweging, tegen het doordraaien, tegen weer nieuwe plannen, ideeën, methodes uit Den Haag of van centraal niveau. Ik vind het interessant te zien wat wij zelf al kunnen, wat er al goed is.’

Video reflexiviteit: met nieuwe ogen naar je alledaagsheid kijken

Maar hoe vind je nou een methode, waarin het alledaagse je gaat opvallen? Mesman noemt een voorbeeld van een vlek op je behang, waar je maandenlang aan voorbij kunt lopen, tot je gasten uitnodigt en – de maaltijd en de tafel voorbereidend – opeen met hún ogen door je eigen huis kijkt en die vlek waarneemt. Er bestaat zoiets als een binnenstaanders en een buitenstaanders perspectief. Dat komt een antropoloog ook tegen, stelt Mesman: eerst kom je nieuw een praktijk binnen en valt je van alles op, maar na een tijd krijg je zelf dat binnenstaandersperspectief. ‘Ik heb juist beide perspectieven tegelijk nodig. Ik wil dat een professional in een ziekenhuis of bij u op school zowel snapt waar het over gaat, maar de dingen ook van buitenaf kan bezien, waardoor u toch uw eigen werkomgeving vanuit andere ogen kunt bezien.’

Die gelijktijdigheid van perspectief heeft Mesman gevonden in video reflexiviteit: ‘De kracht van video is dat het de mogelijkheid geeft om van afstand te kijken, maar tegelijkertijd – omdat het over je eigen werkomgeving gaat – behoud je de kennis van waar het in die praktijk om draait. Klein voorbeeld: een foto van een neonatologie-afdeling, de afdeling waar zieke of vroeggeboren baby’s worden behandeld. Een buitenstaander ziet een extreem klein babyvoetje; de artsen en verpleegkundigen viel juist op hoe groot hun handen waren en hoe schoon hun nagels.

Groter voorbeeld: een filmpje over het aantrekken van steriele handschoenen. Verpleegkundigen filmden een aantal mensen die hun handschoenen aantrokken, en vervolgens werd het gesprek over die film opgenomen. In een gezamenlijke, constructie reflectie op het eigen handelen, zie je een meermalen groots gesticulerende arts in de lucht voordoen hoe hij zijn handschoenen aandoet; anderen reageren. Mesman vraagt haar toehoorders wat opvalt en waarom de verpleegkundigen dit zouden willen tonen. Een aantal suggesties uit de zaal. Mesman: ‘Ik moet zeggen: ik had zelf geen idee waar het over zou moeten gaan. Kun je een half uur praten over handschoenen?’

Ja dus. Want behalve dat de een zijn handschoenen in een rommeligere setting aantrok dan de ander, bleek er een verschil te zitten in hoe het papier waarin de steriele handschoenen verpakt zitten, werd opgevouwen. ‘Waar ze achter kwamen was dit: je handmaat is stabiel. Je hebt nou eenmaal maat 7 of 8. Dus elke dag trek je dezelfde maat handschoenen aan. Daardoor had nooit iemand in de gaten dat de maat 8 – door onduidelijke historische redenen – van een andere fabrikant was dan de maat 7, en dat die fabrikant een heel veel ingewikkeldere manier had van het openen van dat papier. Een voorbeeld waarin iets heel dagelijks getoond wordt en waaruit toch heel veel te leren en te verbeteren bleek.’

Andere manieren van omgaan met elkaar

In de drie kwartier die volgen gaat Mesman met chirurgische precisie en ethische zorgvuldigheid in op diverse aspecten van deze manier van je eigen praktijk vastleggen en er samen op reflecteren. Over hoe je reflecteert op wat er gebeurt, hoe het normaal gesproken gebeurt en hoe het zou moeten gaan. Dat alles om een gedeelde grond, een gedeeld vertrekpunt te zoeken, waarbij je niet het individu beoordeelt, maar kijkt naar de praktijk als geheel. Waarbij je gedeelde grond zoekt en het gezamenlijk leren in gang zet door het te hebben over ervaringen en over specifieke lokale kennis. Het blijkt nog niet zo vanzelfsprekend om de kwetsbaarheid en openheid te betrachten om samen te kunnen leren, laat staan om de gevonden resultaten breder te delen.

De zaal legt – denkend vanuit hun schoolteams – de nadruk op veiligheid: naar jezelf moet je leren kijken en je moet open kunnen spreken. ‘Dat is cruciaal’, beaamt Mesman: ‘Als er gedonder is in een team, moet je dit nooit gebruiken, want dan loopt het echt uit de hand.’

En, zegt de zaal: het is nodig te weten wat er met het vastgelegde materiaal gebeurt. ‘Precies’, zegt Jessica Mesman. ‘Er was ooit kort een serie op de commerciële omroep, waarbij de camera meekeek op een Eerste Hulp-afdeling. Dat heeft een enorme impact op mijn onderzoek gehad, want iedereen werd zenuwachtig: ligt mijn praktijk straks ook zomaar op straat?’ Het gaat om draagvlak, om nuance, om constructieve discussie, om ethische afstemming.

‘En is het nou een trucje voor verbetering’, vraagt Mesman hardop. ‘Ja, het is een instrument. Een instrument voor verbetering, voor van elkaar leren, voor de dingen die goed gaat beter maken. Maar het is meer dan dat. Wat ik persoonlijk het meest interessant vind, is dat het een vorm van leren is. Het gaat over een houding, die je in de loop van vele gesprekken krijgt – een houding over het leren. Elke keer gaat het over een specifiek iets in je praktijk, maar door de tijd heen leer je. Het gaat niet om praktische veranderingen aanbrengen in je praktijk, maar verandering als een vorm leren. Het gaat niet zozeer over het genereren van kennis of het achterhalen van de waarheid, maar het gaat om de deliberatie, het gesprek, het platform waarop je samen spreekt en samen leert. Je ziet andere manieren van omgaan met elkaar ontstaan.’

Met de zaal onderzoekt Jessica Mesman potentiële praktijken in het onderwijs, die onderzocht kunnen worden in hun alledaagsheid – de pleinwacht, de start van de schooldag, vergaderingen, leerlingbesprekingen of een doodnormale les.

In het gesprek voedt de groep zichzelf op

Het is een koude avond geweest en Mesmans presentatie is zeker geen vuurwerkshow, maar in de zaal lijkt een kleine veenbrand ontstoken. ‘Alles wat je aandacht geeft groeit’, stelt een psychologe over de voorgestelde nadruk op juist die alledaagse dingen die goed gaan. ‘Mooi, mag ik die lenen?’, lacht Jessica Mesman. NT2-leraar Rob Bekker stelt voor om eens naar de 95 procent van de leerlingen te kijken, die gewoon op tijd op school komt. ‘En begin je dan thuis?’, vraagt Mesman. ‘Dat vind ik een goede suggestie’, stelt Bekker, ‘Waarschijnlijk al op de avond voor de schooldag. Er gaat veel goed en dat vergeten we.’

Later vat hij Mesmans boodschap als volgt samen: ‘Jessica Mesman liet zien hoe binnen de eigen groep en binnen een aantal groepsafspraken gewerkt kan worden aan verbetering zonder dat dat als voice-over wordt ervaren. De groep stuurt als geheel, er is geen norm maar er zijn beelden en die beelden bespreek je met zijn allen. In het gesprek voedt de groep als het ware zichzelf op. Er is geen sprake meer van een norm die is vormgegeven in checklist, er is geen sprake van feedback, er is een dialoog en men verkent samen de toestand en de weg naar verbetering.’

Ook kunstdocente Eline Stolp is getroffen door het betoog: ‘Je ziet soms mensen zuchten en vraagt je dan af: hoe maak je hier de energie los? Het is ook wel eens lekker om te focussen op wat goed gaat. Dat alleen al is een motivatie om dit te willen.’ Mesman antwoordt door terug te komen op een voorbeeld van twee ziekenhuisafdelingen in Amerika, die gescheiden maar zeer intensief samenwerken, en waarbij de video reflexiviteit methode ervoor zorgden dat er niet alleen groot respect voor elkaars werk en allerlei nieuwe ideeën voor verbetering ontstonden, maar er ook extra energie in de tent kwam. ‘Mensen gingen blij aan de slag, met het gevoel: het gaat goed, maar het kan nog beter.’

‘Je spreekt mensen ook echt aan op hun professionaliteit, hun kunde. Er is een ongelooflijke hoeveelheid competentie die op de werkvloer wordt ingezet en waar vaak overheen gekeken wordt. Dat is veel groter dan in alle regels gevat kan worden, want iedere dag is anders en iedere dag moet het weer goed gaan.’ Daarmee vertrekt de zaal de nacht in. Om morgen weer op tijd op school te zijn en misschien alvast te kijken met een nieuwe blik naar het buitengewone gewone.

Verslag: Geert Bors

Tweets op de Onderwijsavond met Jessica Mesman:

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie