profiel

Nicole Wouters


Nicole Wouters
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
De zoon, de moeder en de Pokémonkaarten

1 februari 2017

Nicole Wouters

Geplaatst in: Opvoeding, Legitimering

Als de zesjarige zoon van Nicole Wouters in de ban raakt van het verzamelen en ruilen van Pokémonkaarten, kan Nicole het niet laten hem in bescherming te willen nemen tegen de ingewikkelde sociale interacties die ermee gemoeid gaan. Ze heeft al snel spijt van haar bemoeienis, maar kan het toch niet loslaten. 

Een paar weken geleden kwam onze zoon (6 jaar) met een Pokémonkaart thuis. Ikzelf heb helemaal niks met Pokémonkaarten. Ik zie er de meerwaarde niet van in. En ik snap ook eigenlijk niet wat hij met die kaarten moet. Maar ach, als hij het leuk vindt, lekker laten gaan, dacht ik.’

Binnen een aantal dagen werden het er meer. ‘Die heb ik gekregen’, was zijn antwoord als ik hem ernaar vroeg. Mijn onderbuik zei me dat er iets niet klopte. Dat kwam mede doordat zijn gedrag de laatste dagen anders was. Krijgt hij die kaarten dan zomaar? Als die kaarten zo belangrijk voor kinderen zijn, dan geven ze die toch niet zomaar weg? Misschien vinden ze hem zo aardig dat ze hem die kaarten geven. Of wordt hij gechanteerd? Of dwingt hij ze af? Of pakt hij ze af? Ik kon er de vinger nog niet op leggen, dus liet ik het even gaan en wilde er op vertrouwen dat hij deze op een eerlijke en fatsoenlijke manier gekregen had.

Het weekend daarna mocht hij van zijn eigen geld iets kopen in de speelgoedwinkel. Hij besloot om er Pokémonkaarten van te gaan kopen. Hij kon niet wachten tot de winkel openging. We hebben nog geprobeerd om hem in te laten zien dat hij waarschijnlijk van wissels voor zijn lego-trein veel meer plezier zou hebben, maar dit was zijn keuze. Trots kocht hij een stapel Pokémonkaarten. Nu had hij veel kaarten om te kunnen ruilen met zijn vriendjes.

Langzaam kwam er meer informatie bij ons binnen over het hele gebeuren rondom de Pokémonkaarten. Zijn zus vertelde ons dat er vorige week een kaart van hem kapot was gescheurd door een grote jongen uit groep 6. Tja, dat kan gebeuren. Maar het gaf me geen fijn gevoel. Zonder te weten wat er gebeurd was en hoe het opgelost was zag ik mijn kleine kwetsbare mannetje al staan tegenover een grote jongen die zijn kaart doormidden scheurde.

Regel

Ik merkte dat ik dat ‘kleine kwetsbare jongetje’ wilde beschermen. Maar met die hele stapel zou hij nog kwetsbaarder zijn tegenover de grote jongens. Snel besloot ik dat hij maar zes kaarten mee naar school mocht nemen om te ruilen. En niet die hele stapel. Er kwam veel weerstand bij hem op de door mij gestelde regel.

Later voelde ik ongemak in mijn lijf en in mijn hoofd. Waarom luisterde ik niet eerst naar het hele verhaal maar reageerde ik meteen vanuit mijn leeuwinnen-moeder-gevoel? Waarom legde ik hem eigenlijk een beperking op over het aantal kaarten dat hij mee mocht nemen? Waarom liet ik hem niet zelf een oplossing bedenken? Waarom wilde ik eigenlijk controle over deze situatie en kon ik het niet gewoon laten zijn zoals het is?

Eigen angsten

Ik besefte heel goed dat mijn eigen angsten hier een rol in speelden. En dat die mogelijk veel meer over mij vertellen dan over zijn kwetsbaarheid. En ik besefte ook heel goed dat ik hem daardoor mogelijk een leermoment ontneem. Een ervaring die hij beter nu kan hebben dan later in zijn puberteit. Natuurlijk gun ik hem die ervaring, maar wel op zo’n manier dat die behapbaar voor hem is. Mijn moedergevoelens en mijn eigen angsten zitten me in de weg en ik voel me onrustig.

Op maandagochtend vertelt hij me vrolijk ‘mama, kijk maar in mijn jas, ik heb er zes kaarten in gedaan’. Ik vertel hem dat ik daar niet in hoef te kijken omdat ik hem vertrouw.

Op dinsdagochtend, wanneer we op het punt staan het huis te verlaten om naar school te gaan, kijkt hij me met grote ogen aan. Ik lees in die ogen dat er iets niet helemaal klopt. Ik vraag hem of ik even in zijn jaszak mag voelen. Daarin zit de helft van de grote stapel van zijn kaarten. Ik vertel hem dat we afgesproken hebben maar zes kaarten mee naar school te nemen. Ik voel tegelijk mijn ongemak, want dit was geen afspraak, dit was een regel die ik ingebracht heb.

Ruilen 

Hij krijgt tranen in zijn ogen en wordt boos. ‘Nu kan ik niet ruilen!’, roept hij door de gang. Ik vraag hem welke van de kaarten hij mee naar school wil nemen. Hij kiest er zes uit en we vertrekken. Ik vraag hem met wie hij zo graag al die kaarten zou willen ruilen. Hij noemt de naam van zijn vriendje. Als ik hem voorstel om in de vakantie met dat vriendje af te spreken om kaarten te ruilen roept hij boos ‘maar die heeft er helemaal niet veel, die heeft maar één kaart en die heeft hij nog van mij gekregen ook!’

Onderweg vraag ik hem of hij misschien de kaarten mee wil nemen voor de grote jongens. Dat wil hij. En al pratende komen we erachter dat hij het wel interessant vindt dat de grote jongens de kaarten met hem willen ruilen. Hij voelt zich gezien. Ik stel hem de vraag of hij het belangrijk vindt dat mensen hem aardig vinden om wie hij is of om wat hij heeft. Hij antwoordt dat hij het belangrijk vindt om wie hij is. En of hij het dan belangrijk vindt dat zijn vrienden en klasgenoten hem aardig vinden of grote jongens… Hij vindt het belangrijk dat zijn vrienden en klasgenoten hem aardig vinden…

Controle en loslaten

De rest van de ochtend laat het me niet los. Ik zou het zo graag los willen laten. Loslaten omdat ik er zelf veel te onrustig van word. Loslaten omdat ik hem zijn eigen leermoment gun. Loslaten omdat ik besef dat ik te veel controle over deze situatie wil. Loslaten omdat er strijd ontstaat in huis. Loslaten omdat ik zie dat ik hem beklem en belemmer.

Ik ben me bewust van mijn eigen behoefte aan controle. Controle omdat ik bang ben voor de gevolgen voor hem. Ik weet waar die behoefte bij mij vandaan komt, maar ik weet nog niet hoe ik die los moet laten. Ik bedenk dat vertrouwen hebben hierin een sleutelwoord zou kunnen zijn. Vertrouwen hebben in mijn zoon, in de grote jongens en de leerkrachten op school. En die gedachten geven me wat rust.

Maar twee dagen later komt hij na schooltijd trots met een muntje van vijf cent in zijn hand naar me toe. Ik vraag hem hoe hij daaraan komt. ‘Die heb ik van een grote jongen gekregen, ik heb een Pokémonkaart aan hem verkocht.’ Ik moet even slikken, maar besluit om niet vanuit mijn emotie te reageren. Ik merk aan mijn gevoel dat het loslaten nog niet echt gelukt is. Want het raakt me opnieuw, dat er nu ook al geldhandelingen plaatsvinden op school rondom die kaarten, met veel leeftijdsverschil tussen de kinderen… Daarom vraag ik hem hoe hij zich daarbij voelt. ‘Ik voel me er goed bij’. ‘Gelukkig maar’, antwoord ik hem en daar laat ik het eventjes bij.

Aan het eind van de middag bel ik mijn man. Ik vertel hem het verhaal van de verkochte kaart en mijn reactie daarop. Ik vraag hem of hij het met onze zoon op wil pakken omdat ik er emotioneel toch nog te veel in zit en ik vind dat ik onze zoon daardoor belemmer. Ik fluister hem ook alvast in dat onze zoon zelf zo’n 25 cent voor iedere kaart betaald heeft, dan weet hij alvast welke insteek hij kan pakken.

Leermoment

Zodra papa thuis komt rent onze zoon trots op hem af: ‘Papa, ik heb een Pokémonkaart verkocht en daardoor heb ik weer geld!’ Papa vraagt hoeveel geld hij ervoor gekregen heeft en rekent samen met hem uit hoeveel hij zelf voor elke kaart betaald heeft. Ik zie aan het gezicht van mijn zoon dat hij zich bedonderd voelt. ‘Dan moet die jongen morgen nog 20 euro aan mij betalen!’, roept hij uit boosheid. ‘Ik denk dat je 20 cent bedoelt, maar denk je dat die jongen dat nog gaat doen?’ vraagt mijn man. ‘Ik denk het niet’, antwoordt hij teleurgesteld. ‘Ik neem gewoon mijn Pokémonkaarten niet meer mee naar school, dan ben ik van die grote jongens af!’

En vanaf dat moment voel ik een rust in mijn lijf en kan ik het loslaten. Hij heeft het leermoment gehad en nu neemt hij een besluit om zichzelf te beschermen. Hopelijk heeft hij net zo veel van deze situatie geleerd als ik… Al vrees ik dat zijn leermoment wel eens kleiner geweest kan zijn doordat ik nog zo veel te leren had. Het leermoment was in ieder geval wel behapbaar voor hem en misschien daardoor ook wel voor mij. En gelukkig is hij pas zes jaar en krijgt hij vast nog veel van zulke leermomenten. En ik ook.

Nicole Wouters is leraar op basisschool Klinkers in Tilburg.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie