Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Rikie van Blijswijk


Rikie van Blijswijk
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Schoolportret van Jenaplanschool de Lanteerne in Nijmegen

3 april 2017

Rikie van Blijswijk

Terwijl  ik in Nijmegen het speelplein van Jenaplanschool de Lanteerne op loop, heb ik nog geen idee in welke van de drie gebouwen ik directeur Hans Thissen zal ontmoeten. Stamgroepleider Martine wijst mij de weg naar zijn kamer en biedt mij en passant ook een kop thee aan. De oude gebouwen verraden niet dat achter hun muren wordt gewerkt aan goed onderwijs voor 700 leerlingen. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. In deze schoolreportage van hetkind-redacteur Rikie van Blijswijk staan de schijnwerpers gericht op drie vernieuwende thema’s: de dialoog, het Wereld- en het Leerplein.

Een bloeiende jenaplanschool

Thissen vindt in deze jenaplanschool een uitdaging, omdat ‘ in het primaire onderwijs een belangrijk fundament wordt gelegd voor de ontwikkeling van kinderen’. ‘Als nieuwe directeur zag ik naast veel potentie en talenten bij de stamgroepleiders ook een traditionele onderwijsvisie. Niet iedereen was opgeleid tot jenaplanleerkracht. Ik kreeg de dankbare taak om het gedachtegoed van Peter Peters hier weer te laten bloeien’.  ‘Het is onze intentie om leerlingen te laten groeien met aandacht voor  hoofd én handen. Als leraar mag je hier zijn zoals je bent. Er is veel professionele ontwikkeling in de school, waarvan het managementteam de motor is’, zegt Renate, die tien jaar werkzaam is op deze school.

Denken en werken vanuit de dialoog

Richtinggevende thema’s voor de school, zoals zingeving (de missie), een continurooster, unitonderwijs en hoe het team meer en meer kindvolgend onderwijs maakt, worden in dialoogsessies met elkaar verkend. Dat lukt beter dan in een debat (‘gaat uiteindelijk om het neerslaan van ieders perspectief’) en in een discussie (‘slingeren de argumenten over en weer’). Op de Lanteerne worden daarvoor 4 á 5 dialoogsessies van elk drie uur per jaar gepland. Ieder teamlid wordt uitgenodigd, maar deelname is niet verplicht. Ook de besluitvorming vindt in de dialoog plaats. ‘Soms hebben we meer tijd nodig dan gedacht en die nemen we dan ook’, aldus Hans.

Leraren Renate (10 jaar werkzaam op de Lanteerne) en Rosemarie (17 jaar werkzaam op de Lanteerne) nemen deel aan de dialogen. Renate doet dat pas sinds dit schooljaar, omdat ze daarvoor de schakelklas begeleidde. ‘Het zijn onze beste teamontmoetingen, over prikkelende onderwerpen’. De onderlinge gelijkwaardigheid telt daarin het meest. ‘Het gaat niet om belangen, zoals in reguliere teamvergaderingen. Je bent daar puur vanuit jezelf’.  Renate signaleert dat daardoor een meer diepgaander contact tussen de leraren ontstaat over professionalisering en schoolontwikkeling.

‘In de dialoog gaat het erom dat je zelf over het onderwerp je gedachten bepaalt met behulp van de inzichten, ervaring en perspectieven van de collega’s. Dat voelt inderdaad als een democratisch en gezamenlijk proces. We werken op deze school duidelijk bottom-up en nemen gezamenlijk besluiten’.

De dialogen bieden leraren een gevoel van waardering en erkenning van hun talenten. ‘Dat betekent voor ons eigenaarschap, verantwoordelijkheid en vertrouwen, die de basis vormen voor alles wat we hier doen met z’n vijftigen. Hans die de dialogen voorbereidt met Ria en José (MT) levert hieraan een betekenisvolle bijdrage, aldus de beide leraren.

Wereldoriëntatie op het Leerplein

‘Ik wil de passie van grote en kleine mensen wakker maken, want daarin zie ik de verbinding met wie iemand is. Dat is het uitgangspunt van de leerpleinen’, introduceert Thissen bij de rondleiding de rode tribunes waar leerlingen werken aan wereldoriëntatie, het hart van Jenaplanonderwijs. Zo’n 90 kinderen van 4 tot 12 jaar komen wekelijks naar het leerplein met hun eigen onderzoeksvragen. Samen of alleen gaan ze aan het werk in de uitvinderij, waar gezaagd, getimmerd wordt en proefjes gedaan kunnen worden. Of ze kiezen voor de proeverij, de stilte- of de ontdekhoek. Er is ook een buitentuin, om naar hartenlust te kunnen ontdekken, zaaien en oogsten en spelen.

Joris, uit stamgroep de Boomhut, weet nog dat de  amphy’s (‘ dat is een klankzuiver woord’, zegt hij achteloos tussendoor) werden opgebouwd. ‘Hoe werkt het op het leerplein?, vraag ik en prompt begint hij zijn verhaal: ‘In de stamgroep bedenk ik een onderzoeksvraag, dat ik op het planbord hang en later bij het atelier. Daarin schrijf ik voor de leraar van het leerplein wat ik daarvoor nodig heb. Speciale ingrediënten voor de proeverij mag ik zelf kopen op kosten van het leerplein, maar een begeleider bestelt de dingen voor de uitvinderij. Op maandagmiddag zit ik op het leerplein. Begeleiders of leerlingen doen de opening met muziek of kunst. Voor onderzoek heb je 3 x 1½ uur op het leerplein. Met de opening en de sluiting eraf is dat 3 x 1 uur. Je mag drie keer in hetzelfde atelier, maar je mag maar 1x in de proeverij. De begeleiders doen altijd de sluiting. Ik heb niet altijd iets af, maar ik heb wel altijd iets gedaan in dat uur leerplein. Het werkstuk mag na bespreking mee naar huis.

Bas, leerling uit stamgroep de Dolfijnen, is vooral fan van de uitvinderij en de proeverij. Afgelopen leerplein heeft hij verknoeid, want: ‘Ik ben geen stap verder gekomen en heb niets geleerd’. Dat ligt aan zijn voorbereiding, weet hij, want ‘dit keer heb ik op internet geen specifieke site kunnen vinden. Maar dat overkomt mij maar één keer, want de volgende twee speelpleinen weet ik wel hoe ik verder kan’. Ook Ties uit stamgroep de Boomhut vindt de uitvinderij het leukst.  De andere ateliers ook hoor, maar die kan hij thuis ook doen.

Nog wensen voor het Leerplein? Joris ziet wel iets in koper slaan in de uitvinderij. Bas wil er graag een sportatelier (vooral zwemmen en voetballen) bij en Ties pleit voor sterkere figuurzagen. Wellicht dat de Kinderraad daarin een rol kan spelen! Verder zijn ze blij, want ‘geen enkele andere school heeft leerpleinen.’

Het Leerplein zien de leraren Renate en Rosemarie als verlengstuk van hun stamgroepen, met ruimte en materialen t.b.v. de onderzoeksvragen van de leerlingen. De ruimtes zijn gebouwd vanuit de meervoudige-intelligentietheorie van Gardner. Twee leraren zijn op het plein werken met 100 leerlingen tegelijk, ondersteund door studenten van de PABO en de HAN, vrijwilligers en klassenassistenten. ‘De leerlingen zijn de echte werkers en lossen door de verschillende leeftijdsgroepen ook veel zelf op’, vertellen de leraren, ‘onze taak ligt vooral in het doorvragen en het optimaliseren van onderzoekend leren’. In de ateliers worden ook cursussen, zoals techniek aangeboden. Als voorbereiding op een project maken stamgroepleiders een expert mindmap rond een thema. Daarin worden de kerndoelen gedekt en is de eigen kennis weer up-to-date. Vanuit de expert mindmap wordt een klassenmindmap afgeleid en door leerlingen vertaald naar onderzoeksvragen. De kinderen maken daaruit een keuze, die ze op het leerplein onderzoeken en op verschillende manieren verwerken. Daarmee wekken we hun verwondering en brengen hun nieuwsgierigheid weer tot leven.

Stamgroepleiders, PABO-studenten en begeleiders vanuit de Hogeschool Arnhem overleggen hoe de kwaliteit van het Leerplein te verhogen. Elke maandagmiddag is er een HAN docent om stamgroepleiders en kinderen betere onderzoeksvragen te leren stellen, want dat valt nog niet mee. Harrie Stokhof, werkzaam op de HAN promoveert op het concept mindmapping. De samenwerking met de Lanteerne heeft een internationale onderwijsprijs opgeleverd.

Leren van elkaar in de units

‘We willen gaan werken in verticaal georganiseerde units met 100 kinderen van 4 tot 12 jaar met 4 tot 5 stamgroepleiders. Eén unit is er al. Op deze manier creëren we  in feite één grote stamgroep, waarin kinderen en leraren van elkaar leren. Didactisch heeft het voordelen, want een kind van 5 dat al goed kan rekenen kan zonder probleem doorstromen naar een betere instructiegroep voor hem. Pedagogisch is het beter voor kinderen, want ze blijven in hun eigen stamgroep en dat biedt op sociaal emotioneel gebied alle kansen voor verdere ontwikkelingen. ‘We hebben daarmee zowel tijd, ruimte als structuur aangepast aan de behoeften van elk kind, waarin de domeinen kwalificatie en socialisatie, door Gert Biesta benoemd, benaderen’. De subjectificatie vindt plaats in de stamgroepen. De stamgroepleiders kennen hun kinderen, hun ontwikkelingen vanuit verschillende disciplines. Door het werken in units praten en leren we vaak met elkaar.’

Het Groene Wereldplein

Er staat de kinderen nog iets moois te wachten op hun school. Hans: ‘De 3000m2 aan tegels om de school worden omgetoverd tot een Groen Wereldplein, om te spelen en te leren over UNESCO-thema’s als water, voedsel, energie, bouw en techniek. We hebben dit plan ontwikkeld in samenwerking met bureau Niche, de innovatieagenda van de stad Nijmegen, de HAN, het ROC en het MKB. Tegelijkertijd is het voor ons de opstap naar het nieuwe profiel van de leraar, want we beginnen daardoor interdisciplinair te werken. De stamgroepleiders worden daarin gesteund door de collega’s van de HAN, die ons leren hoe we de theorie naar de praktijk kunnen vertalen. We noemen het Spelend Leren Plein of het Wereld Spelen Plein. Daar zijn we nog niet uit.’

Basisschool de Lanteerne
ressorteert onder het Bestuur van Conexus.

 

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie