profiel

Sabine Wassenberg


Sabine Wassenberg
Bekijk mijn profiel

twitter

‘Werk vooral opbrengstgericht, goede cijfers, dat is je plicht’ hetkind.org/?p=64323

Ongeveer 3 uur geleden op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Wat is je ‘ik’? Zijn dat die poppetjes in je hoofd? Filosofieles met Pixars Binnenstebuiten

11 april 2017

Sabine Wassenberg

April. In deze maand van de filosofie heeft hetkind extra aandacht voor filosofie in relatie tot onderwijs en opvoeden. Vandaag een passage uit Kinderlogica, het kersverse boek van Sabine Wassenberg. In haar lessen leren kinderen anders kijken naar hun wereld en zichzelf. Maar de kinderen op veelal multiculturele scholen laten ook Sabine in de spiegel kijken: ‘Ik word stevig aan het denken gezet. Het gaat erom radicaal bescheiden te zijn over je eigen standpunt en op socratische wijze begrip te hebben voor dat van een ander.’

‘Misschien’, stelt de elfjarige Joy, ‘moeten we een nieuw woord verzinnen voor de antwoorden bij filosofie. Het is niet goed of fout, het is niet ja of nee, maar allebei tegelijk. “Jee.” Of “na”.’ Sabine Wassenberg, filosofiejuf op multiculturele basisscholen in Amsterdam, gebruikte Joys uitspraak als motto voor haar boek Kinderlogica.

Precies daar begint het: bij goede vragen, waarop geen eenduidig antwoord te geven is. Een ‘Jee’ dat misschien wel ‘ja’ wordt en onder sommige omstandigheden toch weer ‘nee’ is. Toen Sabine zelf nog op school zat, zag ze kennis, informatie en waarheid zo ongeveer als synoniemen:

‘Ik slikte de informatie die mij op school gegeven werd voor zoete koek. Alle theorieën die werden aangereikt, leerde ik omdat het moest. Het was allemaal wat “de wetenschap” had onderzocht en dus “waar”. Pas tijdens mijn studie filosofie begon er iets te dagen, bij het vak wetenschapsfilosofie. Het zijn slechts “theorieën”, beelden van de werkelijkheid die (soms, tijdelijk) bruikbaar zijn. En dat is niet precies gelijk aan “de waarheid”. Waarom had ik dat op school nooit geleerd?’ (Kinderlogica, p.22)

Het nadenken en praten met elkaar over moeilijke vragen, het ter discussie stellen van je eigen standpunten – dat kwam in haar filosofielessen nog wat scherper in beeld toen ze in de nasleep van de moord op Theo van Gogh werd gevraagd om met collega Maaike Merckens te gaan filosoferen met Amsterdamse kinderen ten behoeve van burgerschapsvorming in de klas: ‘Leerlingen hoeven beslist geen brave burgers te worden, maar we willen wel graag dat ze zelfdenkende, reflectieve mensen worden, met een eigen en goed onderbouwde mening.’ (p.26)

Om dat te bereiken gaat haar boek zeker niet alleen maar over religie, etniciteit of radicalisering. In dit eerste socratische gesprek, dat als voorpublicatie verscheen in Jenaplan-blad Mensenkinderen, spreekt Sabine met een klas over het ‘ik’. Wat bepaalt nou wie je bent? Aan de hand van die vijf stoeiende, spelende, overleggende en ruziënde emoties uit Pixars Binnenstebuiten:

Wat is je ‘ik’? Zijn dat die poppetjes in je hoofd?

Als stimulus laat ik vandaag de trailer zien van de animatiefilm Inside Out, of in het Nederlands: Binnenstebuiten. Het enthousiasme is groot. Sommige kinderen hebben de film al gezien en willen dat ook graag aan iedereen kenbaar maken. De trailer is een scène waarin het twaalfjarige meisje Riley aan tafel zit met haar vader en moeder. We zijn niet alleen toeschouwer van wat er op het eerste gezicht gebeurt, maar ook van het proces in hun hoofd: bij ieder zitten vijf poppetjes in een soort cockpit van waaruit ze de persoon waarin ze zitten, besturen.

Zo heeft iedereen blijkbaar vijf typetjes: de boze, de verdrietige, degene met afkeer, de vrolijke en de angstige. In het fragment vraagt moeder hoe het was op Rileys nieuwe school, is vader aan het dromen over voetbal, doet Riley stug en brutaal, wordt vader boos. Uiteindelijk raakt moeder teleurgesteld in vader en dagdroomt dan over de Braziliaanse piloot die ze ooit heeft afgeslagen.

“Mogen we de hele film zien?”, vraagt Ayoub hoopvol, maar natuurlijk ga ik nu niet de hele film laten zien. “Kijk die maar in je vrije tijd”, zeg ik.

“In het echt zijn er meer emoties, juf”

Voordat de film begon had ik de opdracht gegeven om zélf filosofische vragen te bedenken en op te schrijven, tijdens de film. Nu ik de opdracht herhaal gaan de meesten pas schrijven. “Dus niet ‘Waarom heeft Riley rode gympen aan?’, maar grote vragen, moeilijke, waar je diep over kunt nadenken.”

“Ja, dat weten we wel, juf”, zegt Manal.

“Waar je over kunt discussiëren!”, roept Ayoub nog. Ik knik hem bevestigend toe.

Als ze allemaal iets op papier hebben, vraag ik het op. Ik neem plaats achter het toetsenbord waarmee ik tekst kan typen op het digibord. Dat werkt beter als ik veel tekst verwacht, want ik schrijf niet zo netjes. Als ik op het bord schrijf of typ zijn kinderen meestal even stil. Waarschijnlijk omdat ze het leuk vinden om met hun ogen te volgen wat er op het bord verschijnt.

“Waarom komt er vuur uit het hoofd van die rode?”, vraagt Ayoub. De rode is het boze poppetje. “Omdat hij boos is natuurlijk!”, roepen veel kinderen direct. Dat vuur moet niet letterlijk genomen worden, maken ze duidelijk. Er ontstaat een discussie over welke kleur poppetjes voor welke emoties staan: de gele is plezier, de rode dus boos, en dan zijn er nog de angstige paarse, de groene van afkeer, en de verdrietige blauwe.

“In het echt zijn er nog meer poppetjes”, roept Mohammed. “Bijvoorbeeld jaloers.”

“Ja, of verliefd”, zegt Felicity.

“Opgewonden!”, roept Regilio. De klas moet lachen.

Droste-effect

Dan komen de vragen.

Stefanie: “Hebben alle mensen poppetjes?”

Mohammed komt met een prachtige: “Als er poppetjes zijn, en ook poppetjes in hún hoofd, gaat het dan altijd door?” Hij raakt hiermee het paradoxale probleem van het bewustzijn. Als je de actor, de keuze-maker, je ‘ik’ als een soort klein poppetje, homonculus in het Latijn, in je hoofd lokaliseert, dan kun je bij dat poppetje alsnog afvragen hoe zijn bewustzijn werkt. Zit er in het hoofd van dat poppetje dan ook een nog kleiner poppetje? En gaat dit dan oneindig door, zoals bij de bekende afbeelding op een Droste-blik of een Russische Matroesjkapop?

Ik peil even of iedereen deze vondst van Mohammed snapt, door hem het nog eens te laten herhalen. Niet de hele klas vindt het zo fascinerend als ik, maar sommigen vinden het best leuk. Ik zie dat Joy het zeker begrijpt en Chaima ook. De anderen lijken vooral zelf liever aan de beurt te willen komen.

“Hoe beslissen de poppetjes wat er gebeurt?”, vraagt Marlies. Lees verder…

Sabine Wassenberg

Sabine Wassenberg werkt als filosofiejuf op multiculturele scholen in Amsterdam. Meer over haar en haar werk vind je op: WonderWhy en sabinewassenberg.com. Kinderlogica is o.a. hier te bestellen.

Dit artikel werd met toestemming overgenomen uit Mensenkinderen.

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie