Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

profiel

Sabine Wassenberg


Sabine Wassenberg
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Groepsdruk: als iedereen hetzelfde zegt, geef jij dan nog jouw antwoord?

30 april 2017

Sabine Wassenberg

Aan het staartje van de filosofiemaand april, stelt wijsgerig juf Sabine Wassenberg ook nu vragen. Indringende vragen. Aan kinderen op een multiculturele basisschool. Ging het de vorige keer over emoties en je ‘ik’, dit keer gaat het over kiezen, aan de hand van drie beroemde psychologische experimenten. Kun je zelf kiezen? En hoe werkt het als iedereen om je heen collectief iets kiest dat jij verkeerd vindt? Kun je dan trouw blijven aan jezelf? Filosoferen over groepsdruk, autonomie en keuzevrijheid.

In de nasleep van de moord op Theo van Gogh werden Sabine Wassenberg en collega Maaike Merckens gevraagd te gaan filosoferen met Amsterdamse kinderen. Ze bouwden een lesmodule ten behoeve van burgerschapsvorming in de klas: ‘Leerlingen hoeven beslist geen brave burgers te worden, maar we willen wel graag dat ze zelfdenkende, reflectieve mensen worden, met een eigen en goed onderbouwde mening’, schrijft Sabine in haar boek Kinderlogica, dat een weerslag is van tien jaar filosoferen op Amsterdamse multiculturele scholen.

Vrij, zelfs als niet álles kan

Deze les ga ik drie filmpjes laten zien over psychologische experimenten. We gaan het hebben over een heel wezenlijk thema dat iedereen aangaat. Ik loop naar het bord en begin te schrijven. “Kun… je… zelf… kiezen…?”, hoor ik achter me de groep meelezen.
“Nee, heel vaak niet, want dan kiezen je ouders voor je”, zegt Chaima direct.
“En je mag niet kiezen dat je niet naar school gaat, want dan krijg je straf”, zegt Mohammed.
“Jawel, dat kun je wel kiezen, maar dan wéét je gewoon dat je straf krijgt”, redeneert David.
“Dus je kunt het alsnog kiezen?” vraag ik. “Terwijl je weet wat de consequentie is, het gevolg? De klas stemt in met David.
“Ja, maar”, zegt Marlies, “dan kun je dus niet kiezen om niet naar school te gaan zónder straf. Je kunt ook niet zomaar een moord plegen. Het kán wel, maar dan ga je naar de gevangenis. Dus een moord plegen zonder gevangenis, daar kun je niet voor kiezen.” Ze kijkt voldaan vanachter haar brilletje de klas in, wachtend op repliek.
“De keuzes zijn dus wel beperkt”, help ik met een samenvatting. “Je kunt niet zomaar álles kiezen, los van de gevolgen.”
Dat klopt wel, vindt de klas.

Welk streepje is het langst?

Ik wacht nog even op meer reacties, maar als die uitblijven zet ik het eerste filmpje aan (voor de drie filmpjes, zie de links onderaan dit artikel, red.) Het is een experiment uit de jaren tachtig, gedaan door Solomon Asch, een Pools-Amerikaanse onderzoeker die aan de wieg stond van de sociale psychologie. Eén echte proefpersoon weet niet dat de andere zogenaamde proefpersonen eigenlijk acteurs zijn. Er is hem verteld dat het een ogentest is: hij krijgt verschillende streepjes op een scherm te zien en moet aangeven welk streepje volgens hem het langst is. Eerst doet onze echte proefpersoon het nog goed, maar de acteurs beginnen collectief foute antwoorden te geven. En dan gaat onze proefpersoon plotseling overstag met een pijnlijke frons op zijn gezicht: hij kiest ook het verkeerde antwoord.

De kinderen zijn perplex. “Waarom doet hij dat?” roept Felicity. “Dat is verkeerd!”
“Hij ziet het heus wel”, vindt Marlies. “Maar hij durft niet.”
“Hij durft niet een ander antwoord te geven dan de groep. Dan denkt hij dat hij er niet bij hoort of zo”, legt Stefanie uit.
“Dat heet groepsdruk”, weet Wouter.
“Wouter slaat de spijker op de kop”, zeg ik. “Nu terug naar de vraag: kun je wel écht zelf kiezen, als je weet dat er zoiets als groepsdruk is?”
Ze moeten de nieuwe informatie even op zich in laten werken.
“Ik zou dat nooit doen!” roept David.
“Dat weet je niet”, zegt Joy wijs.
“Alleen die man doet dat. Dit is een hele oude test!” zegt Abdelrachman. Het filmpje doet ouderwets aan, met kleding uit de jaren vijftig.
“Ja, maar als het wetenschap is, dan klopt het wel hoor”, zegt Pieter.
“Niet iedereen in die test deed dat toch?” vraagt David. “We zagen nu alleen deze!”

Ik vertel dat het experiment uitwees dat 32 procent van de proefpersonen volledig met de foute antwoorden van de groep meedeed. Alle antwoorden fout na-apen dus. 75 procent deed in elk geval één keertje mee met de groep. En 25 procent lette niet op de rest en bleef zelf steeds het goede antwoord geven. “Ze zijn dan niet meer eerlijk”, zegt Joy beteuterd.

‘Help’, kreunt de man op de metrovloer

Een ander filmpje dat ik opzet gaat ook over een vorm van groepsdruk. Het heet The Bystander Effect. We zien een verwaarloosde man liggen, in een oude spijkerbroek en een te grote zwarte jas. Hij ligt bij de ingang van een metrostation in New York waar in de ochtendspits veel zakenmensen op weg zijn naar hun werk. De man kreunt continu en vraagt duidelijk om hulp, maar iedereen loopt straal langs hem heen.

“Waarom helpt niemand hem?” vraagt Felicity zich zuchtend af.

Het experiment herhaalt zich, ditmaal met een actrice die lijkt te slapen, misschien laveloos, op diezelfde stoep. Het duurt twintig minuten voordat iemand haar benadert om te vragen of het wel goed gaat. En als dat eenmaal gebeurt, volgen er ineens meer mensen die zich om haar blijken te bekommeren.

“Ja, nu ineens wel!”, constateert Mohammed verontwaardigd.

In een derde deelexperiment is degene op de grond vervangen door een man in een net pak. Ook hij ligt erbij als iemand die mogelijk gevloerd is door te veel alcohol. Maar dit keer duurt het nog geen zes seconden voor er mensen hem omhoog willen helpen. “Are you alright, sir?” Ze noemen hem zelfs ‘meneer’.

“Zooooooo!”, gaat het door de klas.
“Zes seconden!”, roept Abdelrachman. “Wat oneerlijk!”

‘Dan ben je gewoon een na-aper’

Ik vraag naar een verklaring.
“Nou, omdat hij er netjes uitziet, met een pak en zo”, zegt Ayoub slim.
“Ja, dan denken ze dat hij geen zwerver is”, begrijpt Stefanie.
“Ze gaan zelf naar hun werk”, voegt Wouter toe, “dus dan denken ze dat hij misschien ook op dat bedrijf werkt.”
“Dat het een vriend is…”, zegt Joy.

Het is de analyse die ook de psychologen achter dit experiment hebben gemaakt: mensen identificeren zich met iemand die eruitziet als henzelf. En zo iemand help je sneller. “En nog even terug naar dat eerste deel: wat was daar aan de hand?” vraag ik.

Ayoub: “Nou, er lag een man op de stoep…” Hij begint het hele filmpje na te vertellen. “Die lag daar wel tien minuten of langer en riep “Help, help”, maar niemand wilde hem helpen. Iedereen liep gewoon voorbij!”
Marlies is nu al moe van Ayoubs langdradige verhaal: “Maar toen er één die vrouw ging helpen, was er ook groepsdruk!”
Ayoub kijkt beteuterd, maar snapt dat wat Marlies zegt wel hout snijdt. Dit is waar ik ook naartoe wilde.
“Kiezen die mensen dus zélf?” vraag ik. Lees verder…

Sabine Wassenberg werkt als filosofiejuf op multiculturele scholen in Amsterdam. Meer over haar en haar werk vind je op: WonderWhy en sabinewassenberg.com.

Haar boek Kinderlogica is o.a. hier te bestellen.

Dit artikel werd met toestemming overgenomen uit Mensenkinderen.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie