profiel

Kim van Haeften


kimvh
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Een winters avontuur van betekenis: ‘Sil en Merlijn maken nieuwe vrienden over de grens’

14 juni 2017

kimvh

Lerares en onderwijsblogster Kim van Haeften vertrok in januari met haar 10-jarige zoon Sil, als vrijwilligers, naar een vluchtelingenkamp Kara Tepe op het Griekse Lesbos. In dit verhaal schrijft ze over haar overwegingen, de ervaring zelf en de betekenis die het mogelijk nog kan hebben voor het onderwijs in bredere zin. Er is door regisseur Kim Brand namelijk een korte film van gemaakt, Hallo Salaam, die in het najaar zal verschijnen op televisie en op documentairefestivals als het IDFA. Bij deze korte film is ook een handleiding geschreven voor het onderwijs en voor andere kindbegeleiders. De docu laat zien dat ‘ontmoeten en verbinden’ door spel en taal op iedere plek in de wereld van wezenlijk belang is. ‘Kinderen begrijpen de boodschap,’ vertelt Kim, die de lessen al in de praktijk heeft kunnen uitproberen. Lees mee, een blog recht uit het hart.

Inpakken voor de kinderen in het kamp, tassen met warme kleding gaan mee. Dat is mijn taak, dit kan ik doen. Terwijl ik aan het handelen ben, denk ik niet. Ik denk niet aan wat het gaan naar een vluchtelingenkamp doet met mijn zoon, mijn vriendin en haar zoon, mijn gezin, mijn leven. Het vrijwilligen in het kamp in Duinkerke – in 2016, het jaar daarvoor – was rauw en heeft me veel goeds bezorgd, maar ook wekenlang zweterige dromen over mensen in de modder. De vermoeidheid in denken en doen heeft best even geduurd. En nu neem ik zoonlief mee. Een hele week. In een huisje wat we niet zelf hebben geregeld. In een plan dat langzamerhand pas ‘mijn plan’ is gaan worden.

Het plan is ‘helpen, daar waar mensen het nodig hebben’. Daarbij onze kinderen, mijn zoon en die van mijn vriendin laten zien wat er in onze wereld nog meer is en wat je kunt leren omdat zij daar vraag naar hebben, wat je kunt zien, kunt zijn. Helpen door onze handen uit de mouwen te steken, helpen door te filmen – met een filmcrew de ervaring van kinderen op het kamp vastleggen, met elkaar. Meewerken aan een film die in de maatschappij van betekenis kan zijn als het gaat om de waarde voor kinderen van ‘ontmoeten en verbinden’.

Alles wat bij mij hoort maakt dat ik dit aanga, bijna zonder twijfel. Helpen omdat mijn hart groot genoeg is, mijn situatie liefdevol en zeker, mijn kind sterk en nieuwsgierig, mijn opleiding tot ecologisch pedagoog gebaat bij onderdompeling in een totaal andere ongemakkelijke pedagogische situatie en de vriendschap met mijn vriendin sterk. Het geloof in ‘het goede’ delen, door middel van de realisatie van een film met een crew die op ons pad kwam, een top idee voor kinderen op de basisschool en de middelbare school, vinden wij. Een film vanuit kinderogen voor kinderen, wereldwijd.

De twijfel, die toch even om de hoek komt kijken, bestaat uit het feit of ik ‘voorbereid’ moet gaan of niet. Het niet weten, omdat het niet te weten is of op onderzoek uitgaan? Tot nu weet ik het niet. Wat had me voor kunnen bereiden op de ervaring? Ik had kunnen lezen over de hulp die geboden is, de weg die de gevluchte mensen afleggen, hoeveel kinderen er zijn, hoeveel nationaliteiten, hoe we de samenleving daar tegelijk kunnen steunen, wat het dagprogramma is en meer. Maar niets had me kunnen voorbereiden op de veelheid aan gevoelens. Het eerste gevoel dat me het meest bijblijft is ‘indrukwekkend’. Indrukwekkend dat het kamp aan een weg ligt, naast een Lidl, met een slagboom, een kampmanager met een verhaal dat niet zou misstaan op politiek niveau. Maar het meest indrukwekkend zijn de kinderen, de mensen.

Na de de entree bij de slagboom zijn we in het kamp. Onwennig klitten we samen. Kijkend om ons heen. Aftastend en zoekend naar iets wat we kunnen doen. Als ik help bij het ontbijt uitdelen bij alle huisjes hoef ik niet te denken en te voelen. Hard werken en nieuwsgierig ben ik naar wat andere hulpverleners beweegt om hier te zijn. Indrukwekkend dat sommigen er al lang zijn. Nog indrukwekkender is dat de vluchtelingen zelf deel uitmaken van het hulpteam en te zien wat hun rol is en hoe zij omgaan met elkaar en met ons. Zíj zijn gemakkelijk en vriendelijk, behulpzaam, hard en serieus werkend, met oog voor de ander.

Mijn zoon Sil maakt kennis en hij en zijn vriend Merlijn – een jaartje ouder – gaan op pad. Ze voetballen, basketballen, spelen. Zonder ons, hun moeder. Dat voelt even gek, maar goed. Het is vriendelijk op het kamp. Iedereen lijkt verbonden, warm, geïnteresseerd en zo verzorgd als de situatie toelaat. Wanneer ik niet meer vlucht in het oppakken van taken komen er gesprekken die al snel de diepte in gaan. Samen huilen, dat heelt. Niet te vaak, want het raakt me enorm. Ik draag het mee. Koester wat de ander deelt.

Een jongen vertelt, bij een kop koffie net even buiten het kamp in een cafeetje. Over zijn baan en verantwoordelijkheid in het kamp. Zijn rol. Zijn rol als ‘gelukbrenger’ in het kamp, in deze moeilijke tijden. Over verloren vrienden, achtergelaten familie, en naar Turkije ‘moeten’ terwijl je vader in Duitsland zit en je in Turkije nooit meer aan eenzelfde goede baan kan komen en waar geen Engels wordt gesproken, terwijl jij dat goed kunt. Het zijn trauma’s die te diep zijn om over tafel te delen, zeg je. De tranen vloeien met je familie in je huisje. Maar niet elke dag, want dat is te zwaar, geef je aan.  Je hebt het gevoel een soort acteur te zijn geworden. ‘Een leven kun je overal opbouwen,’ hoor ik je zeggen ‘maar hier maak je een tweede leven, zo goed als je kunt. Je zegt er de kracht voor te hebben. Niet omdat je dat wilde, maar hé, je hebt geen keus. Nu wacht je. Maanden al. Jij hebt pech dat je boven de achttien bent. De rest van je familie niet. Jullie raken versplintert.

Aan dit tafeltje vertelt je me dit alles, aan mijn vriendin en mij. Eerst hield je het nog tegen, maar nu komt het toch. Omdat het goed is en voelt om even het masker te laten zakken. Wij verbijten onze tranen. Het kan niet zo zijn, denk ik even, dat ik harder ga huilen dan deze jongen, met al zijn pijn. Ik voel heel diep respect.

Mijn zoon en zijn vriend ‘ontmoeten’ op een andere manier. Op hun wijze. Zij maken vrienden en horen spannende verhalen over bommen op een iPad en gooien daarna sneeuwballen naar elkaar. Mijn zoon vertelt het mij, wordt tussendoor nog even ziek van alle frietjes en saus. Na een paar dagen vol eerste indrukken wil hij gewoon graag spelen. Het lijkt alsof het leven voor hem begint te wennen. Vriendschappen en gewoonten keren terug. Er wordt Engels gesproken en via een vertaal-App komen de gesprekken op gang. Hij heeft het gevoel op een soort camping te zijn, maar dan toch anders. Kampvuur, koekjes, thee en zelfs een frietje met saus wordt aan onze jongens aangeboden.

Het is goed het einde in zicht te hebben. Ik zit zelf vol. Vol van de rol als moeder, helper, mederegelaar voor het filmgebeuren, mens met empathie. Ik bescherm me door niet al te veel één op één de diepte in te gaan, terwijl de mensen daar dat juist zo fijn vinden. Het kopje thee na het uitdelen van het ontbijt werkt verbindend. Er wordt gedeeld, veel geknuffeld, gekletst en gedanst. Maar na deze week heb ik meteen weer mijn gezin, het werk en de studie. Ik ken mijn grens en houd me soms even liever op de achtergrond.

Nog een keer raak ik met een meisje in een diepgaande ontmoeting. Het is heel wat, wat zij geeft en wat ik krijg. Zij vertelt over haar leven dat ze graag zo had willen houden, want het was goed. ‘Ik had een mooi huis,’ zegt ze, ‘een hond, school en vrienden en mooie spullen. De school was al een tijdje bij mij thuis, met een juf. Waarom? Op mijn eigen school werd er iets in je drinken gedaan en werd je ontvoerd en moest je vader geld sturen, anders ging je vingernagel eraf. Toen was er een bomexplosie op mijn vaders werk. De Taliban zei dat hij samenwerkte met Amerika. Toen moesten we vluchten. Ik ben al op vijf plaatsen, in vijf landen, geweest. Op één plek zijn we door de politie verjaagd. Ze noemden ons ‘honden’. Soms noemen ze ons vluchteling, maar ik weet het niet meer. Wat ben ik nu?  Ik ben toch helemaal iets meer. Wie ben ik?’

Ze huilt op mijn schoot. We drinken thee en snikken samen zachtjes verder. Kroelend. Er zijn geen woorden. Het delen, kijken, luisteren, vasthouden van een hand is van grote waarde voor haar. En dat geldt voor iedereen, zo horen we terug. De meeste mensen en kinderen willen zodra het veilig is weer terug naar hun eigen land, hun thuis. Nu zijn ze gedwongen tijdelijk als ‘traveller’ elders neer te strijken. De boodschap is simpel. Zie ons, raak ons, maak ons zichtbaar en laat ons niet alleen, ook niet als we ergens gaan wonen.

Mijn zoon heeft vrienden gemaakt, gespeeld, een ervaring geleefd en hij wil terug. Terug naar zijn vrienden, weten hoe het ze vergaat. Terug naar iets wat niet in een paar woorden te omschrijven is, maar het is goed geweest. Goed dat we zijn gegaan, goed dat we in beeld kunnen pakken en kunnen tonen aan de wereld dat we samen één zijn, met liefde en respect voor elkaar. In de hoop dat het een ieder veel moois mag en kan brengen.

Kim van Haeften is lerares op basisschool De Torenuil in IJsselstein en momenteel ook tweedejaars studente aan de Opleiding Ecologische pedagogiek. Voor hetkind heeft ze al vele blogs geschreven.

Over Hallo Salaam

Productiebedrijf: Een van de Jongens in Amsterdam.
Regisseur: Kim Brand

Synopsis: Sil (10) en Merlijn (11) staan op de vooravond van een grote reis; ze gaan vier dagen naar een vluchtelingenkamp op Lesbos. Via hun moeders – die beiden vrijwilligen in vluchtelingenkampen – kennen ze de verhalen over de kinderen die daar leven. Nu willen ze het zelf zien en ervaren. Hoe is het om in een kamp te wonen? Hoe leven de kinderen daar? En is het mogelijk om contact te maken met de kinderen in het kamp? Eerste ontmoetingen als het uitdelen van eten en voorzichtig groeten, groeien al snel uit tot spel en goede gesprekken in meerdere talen. Het begin van een vriendschap?

Dit is een eerder blog van Kim, tijdens de reis:

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie