profiel

Joyce van den Bogaard


Joyce van den Bogaard
Bekijk mijn profiel

twitter

Stevens: van de kinderen wordt je niet moe. Dat komt door het systeem. En dan is de vraag hoe je je daartoe verhoudt. Van wie moet het, wat je doet? Wat zie je als jouw verantwoordelijkheid? #educollegetour

Ongeveer 7 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Een 5,48 staan en toch een 6 op het rapport krijgen

22 juni 2017

Joyce van den Bogaard

Geplaatst in: Verantwoordelijkheid,

‘Ik zag op de cijferlijsten dat je het moeilijk hebt, klopt dat?’
‘Ja, het wordt heel spannend inderdaad’
Zenuwachtig friemelend stond ik aan het bureau van meneer de Jong, mijn docent Natuurkunde op de middelbare school. Hij had me bij zich geroepen, want echt lekker ging het niet met me. Niet met zijn vak, en niet met mijn cijferlijst. Hij maakte zich zorgen, dat voelde ik wel. Maar dat hij ook wat wilde betekenen voor me, voelde ik ook. De kleine “ingreep” die hij toen deed, heeft misschien wel mijn hele schoolcarrière verder beïnvloed.

Mijn middelbareschooltijd was misschien wel de leukste tijd van mijn leven. Al vanaf het begin zat ik in een klas met lieve mensen, van wie ik sommigen nog tot op de dag van vandaag tot mijn vrienden reken. De school was er eentje met een losse sfeer, met een goede band tussen de docenten en de leerlingen. Ik ontdekte hoe leuk leren kon zijn, ging voor het eerst op stap in de kroeg, kreeg mijn eerste vriendjes… ja, de herinneringen zijn overwegend goed. Ook aan de docenten.

Je had er natuurlijk vervelende tussen zitten, zoals op elke school. Maar er waren ook vreselijk lieve en inspirerende docenten, zoals mevrouw Leijten en meneer van der Sande van Engels, of meneer Stroombergen en meneer Groothedde van Nederlands. Engels en Nederlands, niet geheel toevallig twee vakken waar ik wel pap van lustte. Ja, de liefde voor een vak kan echt mede door de leraar ontlokt worden, dat geloof ik heilig. Uitzonderingen op die regel waren er natuurlijk ook. Zo vond ik Latijn nooit heel gaaf, maar pater Snijder, die eigenlijk Frans gaf, maar in de eerste klas een aantal leerlingen alvast het Latijn probeerde bij te brengen, heeft echt mijn hart gestolen toen. Zo’n lieve man!

De andere uitzondering op de regel was mijn docent Natuurkunde in klas 3, meneer de Jong. Een man die als docent niet echt opviel tussen zijn collega’s, ook bij mij niet, maar die achteraf heel erg bepalend is geweest voor de loop van mijn schoolcarrière. Een bijzondere man. Als talenmeisje had ik moeite met de bètavakken. Ik vond ze interessant en fascinerend maar ook vreselijk moeilijk, en in de derde klas werd de situatie zo rond het tweede rapport nogal nijpend. Ik werkte hard om over te gaan, want dan kon ik gymnasium-A gaan doen, met lekker veel taal en cultuur, en dan hoefde ik niet meer zo te worstelen met de exacte vakken. Drie vijven had ik, en omdat er genoeg compensatie was (mijn cijfers waren verder prima), zou ik dan net overgaan. Maar er zat een vierde vijf aan te komen, en wel voor natuurkunde. Wat ik ook probeerde, ik kreeg dat cijfer niet omhoog. Ik bleef steken op nét-geen-5,5. En dat zelfvertrouwen…. oh, dat zelfvertrouwen…

En toen kwam dus die dag dat meneer de Jong me bij zich riep na de les. Dat deed hij anders nooit, dus ik was verbaasd en ook behoorlijk nerveus. Het precieze gesprek kan ik, 30 jaar na dato, natuurlijk niet meer terughalen, maar ik wil toch een poging doen. Zo ging het in mijn herinnering.

‘Ik zag op de cijferlijsten dat je het moeilijk hebt, klopt dat?’
‘Ja, het wordt heel spannend inderdaad’
‘Weet je al wat je volgend jaar gaat doen?’
‘Jaaa, ik ga de alfakant op, want die bètavakken lukken me echt niet en ik vind talen zo leuk, maar ja, dan moet ik wel eerst overgaan’
‘Ik heb eens zitten denken, want ik wist dit natuurlijk al wel. Ik vind je altijd heel betrokken bij de lessen, je verzaakt nooit, je maakt je huiswerk en ik zie dat je hard werkt. Ik ga kijken of ik je op dit rapport een 6 kan geven, want als je toch niets gaat doen met mijn vak, dan ben je volgend jaar mooi van me af. En laat het een stimulans zijn voor de laatste weken van het jaar.’

En meneer de Jong, de held, hield zich aan zijn woord. Sterker nog, hij maakte er een 6+ van, wat enorm bemoedigend voelde. Mede dankzij zijn getoonde moed en zijn ingreep ging ik over van 3 naar 4 vwo, dat is echt mijn stellige overtuiging. En ik noem hem een held, omdat hij echt zag wie ik was en hoe hard ik werkte voor zijn vak, tijdens de lessen en erbuiten, maar niet meer kon dan dat. Een held, omdat hij de moed had om, buiten alle toetsen om, ook mijn harde werken en inzet te belonen, en te begrijpen dat niemand erbij gebaat zou zijn als ik nog eens het jaar over moest doen.

Meneer de Jong, ik wil u laten weten dat het mij daarna goed is vergaan. Uw ingreep stimuleerde mij enorm om alles eruit te halen wat ik in me had. Op mijn overgangsrapport had ik geen onvoldoendes meer en vanaf 4 vwo waren de cijfers weer prima als vanouds. Ik heb na zes jaar mijn diploma gehaald zonder onvoldoendes, en daarna ook nog de universiteit afgerond. Ik weet niet hoe dat zou zijn geweest als u niet de moed had getoond die u toonde. Ik weet niet of u nog leeft of meeleest, maar 30 jaar later ben ik u er nog altijd dankbaar voor. U had het echt begrepen!

Joyce van den Bogaard is redacteur bij hetkind en moeder van twee kinderen.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie