profiel

Neomi Lotte


Neomi Lotte
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Wie is er weleens gepest?

21 september 2017

Neomi Lotte

‘Wat vinden jullie van mijn grote neus? En zien jullie dat ik best korte benen heb? En mijn aanwezige behind?’ Docent Nederlands Neomi Lotte las haar verhaal ‘Alleen zij gaat over de streep. Nu wordt het spannend, wat doet de klas?’ voor aan haar klas. De reacties van de klas blijven niet lang uit en er komen voorbeelden van kinderen die – lang – gepest zijn. Neomi’s innerlijk vuur wordt aangewakkerd en ze wil er wat aan doen. En springt op de tafel. 

Het is de week tegen pesten. Als ik mijn verhaal van ‘Over de streep’ voorlees aan mijn mentorklas is het doodstil. Aandachtig luisteren ze naar hoe ‘het meisje op de rolschaatsschoenen’ werd gepest door haar klasgenoten. Wanneer ik klaar ben met voorlezen is het nog steeds stil. Voor een halve minuut laat ik het zo en zie ik hoe de kinderen in gedachten voor zich uit staren.

Ik vraag aan de klas of er iemand wil reageren op het verhaal. Vingers gaan de lucht in en één voor één vertellen ze over hoe zij zelf wel eens zijn gepest. Tranen rollen over onschuldige, onzekere wangen. Niet alleen bij de meisjes. Ook sommige jongens delen dapper hun verhaal en slikken hun tranen niet weg. De kinderen luisteren naar elkaar en laten elkaar uitpraten. Armen worden om elkaar heen geslagen als een gebaar van troost, erkenning en compassie. En dat terwijl ze pas vier weken met elkaar in de klas zitten.

Één meisje vertelt dat ze vanaf groep drie is gepest. Ze werd sindsdien voor ‘domme’ uitgemaakt. De reden waarom ze haar zo noemden gaat door merg en been en ik voel dat ik mijn boosheid maar net in bedwang houd.

Snikkend vertelt ze: ‘In groep drie hadden we de allereerste spellingtoets. Ik ben niet goed in spelling, maar dat wist ik toen nog niet. De juf heeft toen de uitslagen van de toets hardop voorgelezen in de klas en ik had het heel slecht gemaakt. Daarna werd ik altijd ‘domme’ genoemd en ik ben sindsdien heel erg zenuwachtig als ik een toets moet maken.’

Boos… Nee, héél boos voel ik me als ik dit hoor. De actie van deze juf getuigt verre van pedagogische tact en heeft voor dit meisje desastreuze gevolgen met zich meegebracht. Ze zat in groep 3. Dan ben je een jaar of 6. Wat dacht deze juf?! Of eigenlijk: dacht ze überhaupt na?

Een ander, roodharig meisje vertelt dat ze jarenlang is gepest vanwege haar haarkleur. ‘Kutrooie!’ En dat is haar zo ingeprent dat ze het liefst haar haar wil verven in een andere kleur. Ze vertelt dat ze nog steeds kinderen tegenkomt van de basisschool die haar uitjoelen. Ze huilt terwijl ze praat.

Op het moment dat mijn kinderen deze verhalen met elkaar delen voel ik ernstig de behoefte om ze te laten weten dat wanneer je gepest wordt, het nóóit aan jou ligt, maar juist aan degene die pest. Om dit te illustreren ga ik voor de klas op mijn stoel staan.

‘Kijk’, zeg ik, ‘zie je deze enorm grote neus?’ Ik wijs naar mijn neus. De kinderen kijken een beetje schaapachtig, niet wetend of ze nu bevestigend moeten reageren of niets moeten zeggen. Ik vertel ze dat ik vroeger heel onzeker was over mijn neus. ‘En is het jullie wel eens opgevallen dat ik best wel korte benen heb? Ik wilde altijd dat ze tien centimeter langer waren.’

Nu beginnen de kinderen een beetje te lachen, omdat ze door hebben dat ik aan het overdrijven ben. ‘Maar weet je’, zeg ik, ‘als je geboren wordt heb je geen verlanglijstje kunnen invullen met hoe je er graag uit wilt zien. Dus je bent perfect zoals je bent. Iedereen is perfect zoals die is. En als iemand jou niet perfect vindt zoals je bent, dan komt dat omdat diegene zichzelf niet goed genoeg vindt of omdat diegene jaloers op je is. Daar komt pestgedrag vandaan. Het ligt dus nooit aan jou als je gepest wordt, want het zijn juist de pesters die onzeker zijn over zichzelf’ (gevalletje ‘omdenken’).

Ik zie een soort van opluchting op het gezicht van sommige kinderen en ik grap nog dat mijn aanwezige behind komt door alle chocoladerepen die ik heb gegeten. De kinderen lachen en de sfeer wordt wat luchtiger in de klas. Ik spreek met de kinderen af dat wanneer iemand lelijk tegen ze doet, ze gaan proberen dat te negeren en te denken: ‘Ach, het ligt niet aan mij. Diegene is een beetje onzeker.’ Theatraal doe ik dat kunstje voor door er een beetje hautain bij te kijken. De boodschap lijkt aan te komen bij de kinderen; ze beginnen allemaal te giechelen.

Aan het einde van de les komt het knappe, roodharige meisje naar me toe; ze wil nog iets vertellen. De rest van de klas gaat naar de volgende les en ik ga nog even met haar zitten. Ze deelt nog wat ervaringen en als ze er klaar voor is, staat ze op om ook naar haar volgende les te gaan. Ik blijf zitten en al knipogend vraag ik haar: ‘Ennuhm, wat vinden we ook alweer van gingers?’

Ze kijkt me aan, wappert met haar haar en zegt: ‘Die zijn gewoon mooi, mevrouw.’

Neomi Lotte is docent Nederlands op het Oranje Nassau College in Zoetermeer.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie