profiel

Ilse Meelberghs


Ilse Meelberghs
Bekijk mijn profiel

twitter

Stevens: van de kinderen wordt je niet moe. Dat komt door het systeem. En dan is de vraag hoe je je daartoe verhoudt. Van wie moet het, wat je doet? Wat zie je als jouw verantwoordelijkheid? #educollegetour

Ongeveer 11 uur geleden op hetkind's Twitter via Twitter for iPhone

facebook
Ik bouw in de lessen en het huiswerk ‘stress’ in voor de studenten

7 november 2017

Ilse Meelberghs

Geplaatst in: Legitimering

Is weerstand een noodzakelijk deel van het leerproces? Ilse Meelberghs – docente bedrijfseconomie op Hogeschool Zuyd – bevraagt zichzelf en haar leerlingen. 

In het eerste semester propedeuse bedrijfseconomie/accountancy komt het erop neer dat de studenten leren om het financiële deel van een ondernemingsplan te maken. Voor zij die niet weten wat dat is. Het gaat over een investeringsbegroting, een financieringsbegroting, een beginbalans, een resultatenbegroting, een liquiditeitsbegroting en een eindbalans + de ratio’s. Bij de KvK kan je even lezen wat bedoeld wordt. Bij economiehulp.nl vind je een aantal screencasts. Daarvoor hebben we met zorg een lesplan gemaakt waarin we redelijk voortbouwen op wat er al geleerd is en iedere keer iets nieuws toevoegen.

Alleen, nu komt het verschil met wat ze gewend zijn. Ik neem niet de opgaven stap voor stap door op het digibord en vertel hoe het moet. Ik schets contouren en leg hoogstens een klein (kompleet nieuw deel) van een opgave uit. Waarom die keuze om niet uit te leggen? (nb. het waarom wordt bevestigd door onderzoek/blogposts die via Twitter tot mij komen en voor het andere deel ‘kijken naar wat wel en niet werkt’)

  • Studenten weten al heel veel, zeker als ze kennis met buurman/vrouw delen of samen kunnen uitzoeken. Uitleg is dan overbodig.
  • Op een tentamen is een van de moeilijkste dingen: onderscheiden wat in de tekst relevant en niet-relevant is om de vraag te beantwoorden. Hoe meer je zelf oefent…
  • Bij thuis proberen na een uitleg (die zo simpel leek) geven studenten vaak bij de eerste tegenslag op.
  • Je onthoudt goed wat je een keer fout hebt gedaan (schijnt een soort van beschermingsmechanisme van je hersenen te zijn).
  • Je luistert veel aandachtiger naar uitleg, stelt gerichtere vervolgvragen als je echt niet verder komt.
  • Onze studenten houden van DOEN.

Waar komt dan de weerstand vandaan. Sommige studenten willen niet zelf uitzoeken. Het zou kunnen dat die houding voortkomt uit:

  • Ik wil geen fouten maken, zeker weten dat ik het meteen de eerste keer goed doe.
  • Ik wil/kan geen vragen stellen.
  • De overtuiging dat een docent betaald wordt om het uit te leggen.

Hoe ga ik om met die weerstand:

  • Ik blijf aangeven dat ik alles wil uitleggen als ik een specifieke vraag krijg. Wel check ik even of de buurman/vrouw het ook niet weet & de uitwerking (die ik op papier bij me heb) niet helpt. Om vervolgens bij een gelijkaardige vraag deze studenten het te laten uitleggen aan de volgende.
  • Blijven herhalen dat het niet nodig is om het in de les al alleen te kunnen. Dat je alleen wel moet begrijpen hoe het werkt. Bovendien moedig ik aan om goeie aantekeningen te maken. En om tussen lessen door in het boek en op het internet te zoeken naar informatie die helpt.
  • Blijven herhalen dat alle uitwerkingen na de les beschikbaar komen en als ze dan nog vragen hebben dat die dan volgende les nog gesteld kunnen worden.
  • Uitleggen dat ik ‘betaald word’ om te zorgen dat ze de techniek kunnen beheersen bij het tentamen. Dat dat zonder zelf te doen/te oefenen niet lukt. Dat de les een plek is waar ze aangemoedigd worden om door te gaan tot ze het begrijpen. En dat ze op die manier de 1ste keer van de door mij aanbevolen 3x oefenen voor het tentamen al achter de rug hebben.

Ik bouw dus in de lessen en het huiswerk ‘stress’ in voor de studenten. En daar worden ze soms echt boos of echt verdrietig over. Ook deze weken weer. Ik krijg ook vragen van mentoren. Studenten geven bij hen aan dat ze het niet makkelijk vinden. Een van die mentoren stelde mij de vraag die nu centraal staat in deze blogpost. Mooie vraag.

En daarom is het wel fijn om van buitenaf ook input te krijgen, zoals bij een bedrijfsstagebegeleider/ster deze week. Ergens in het gesprek kwam de zin: vragen stellen als dat “gepast is”. Doorvragen wat daar mee bedoeld werd leverde het volgende op:

Natuurlijk leg ik uit wat ik denk dat de stagiair(e) nodig heeft. En als de student nog meer vragen heeft kan hij die stellen. Dan kunnen er goeie aantekeningen gemaakt worden (om herhaalvragen te voorkomen). Dan verwacht ik dat de student gaat proberen, puzzelen, informatie erbij haalt. En als het dan nog niet lukt, natuurlijk mag hij/zij dan nog wat vragen.

ilseStudenten die bij mij vertrekken aan het eind van het jaar hebben daarna nog maar één jaar om die skill (gepast vragen stellen) te leren. Daarna zijn ze op die stageplek waar dat van hen verwacht wordt. Hen daarvoor laten oefenen is een belangrijke reden voor de keuze van manier van lesgeven besef ik nu. Ik weet uit eigen ervaring dat dat belangrijk is voor het beroep en deze stagebegeleider/ster herinnerde mij daaraan.

En ja, ik kan natuurlijk ook nog vaker de vraag stellen: Wat heb je nog nodig om te kunnen beginnen aan deze opgave? Want blijkbaar zijn we het niet altijd eens over wat nodig is vooraf. En als antwoord zijn ”Alle VRAGEN goed :) “

Ilse Meelberghs (1969) is docente bij Zuyd Hogeschool, Faculteit Commercieel en Financieel Management. 

 

 

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie