profiel

Rob Martens


Rob-Martens
Bekijk mijn profiel

twitter

‘Als studenten voelen wij ons tekortgedaan, want in het onderwijs hoeven wij zelden te laten zien wie wij zijn.’ hetkind.org/?p=62918

Ongeveer 3 uur geleden op hetkind's Twitter via hetkind website

facebook
Synergieschool, de school waarop alle kinderen echt samen naar school gaan

27 november 2017

Rob-Martens

De Synergieschool in Roermond wijkt behoorlijk af van wat de meesten zien als ‘traditioneel’ onderwijs. Waarom al deze moeite? Waarom zo’n lange voorinvestering in het denken over een nieuw onderwijsconcept? Waarvoor bovendien, zoals als altijd bij onderwijsvernieuwingen, ongetwijfeld weer heel wat criticasters te vinden zullen zijn? Rob Martens keek er, samen met 30 docenten, ouders en andere belangstellenden, rond, en keek daarbij vooral ook naar de drie psychologische basisbehoeften van zowel leerlingen als docenten: relatie, autonomie en competentie.

Op 22 november bezocht een groep van zo’n dertig onderwijsmakers, ouders, docenten en andere belangstellenden de nieuwe Synergieschool in Roermond, een school waarin speciaal en regulier basisonderwijs gecombineerd worden met een peuterspeelzaal en kinderopvang.

De school is overweldigend mooi qua buiten- en binnenarchitectuur, het team met een bezielende directie is gedreven en de leerlingen toonden zich al even betrokken en enthousiast. Materialen (veel iPads ook) zijn modern. Dit experiment om speciaal en regulier basisonderwijs te combineren met ook een peuterspeelzaal en voor- en naschoolse opvang lijkt heel goed te lopen. Regels en andere procedures worden moeiteloos aangepast waar nodig. Het is, kortom, lastig om als bezoeker niet enthousiast te zijn, zeker als ook de directie van het overkoepelende schoolbestuur (Stichting Swalm & Roer) al net zo enthousiast is.

Aan mij was de vraag om alles wat te zien en te horen was te duiden, vanuit een soort helikopterblik. Dit mede gebaseerd op het feit dat het Welten-instituut van de Open Universiteit waar ik werkzaam ben, al gedurende enkele jaren met een onderzoeksbril heeft mogen meekijken naar de rol en de ontwikkeling van de docenten in hun –nieuwe- rol als coach. Daarover verderop meer.

Afwijken van de norm
De school wijkt behoorlijk af van wat de meesten zien als ‘traditioneel’ onderwijs. Waarom al deze moeite? Waarom zo’n lange voorinvestering in het denken over een nieuw onderwijsconcept? Waarvoor bovendien, zoals als altijd bij onderwijsvernieuwingen, ongetwijfeld weer heel wat criticasters te vinden zullen zijn?

Meer nog dan schoolplannen of de beschrijving op de website doet een bezoek voelen en ervaren wat er gebeurt in Roermond. Hoe de school, in navolging van haar plaatsgenoot en pionier in het VO, AGORA van schoolbestuur SOML, bezig is fundamentele kenmerken van ons reguliere onderwijs overboord te zetten. Kenmerken die al zo’n honderd jaar relatief ongewijzigd zijn. Welke kenmerken zijn dat?

Eiersorteermachine
Ik publiceerde eerder een artikel (Martens 2016; 2017) in de Correspondent en Onderwijsinnovatie (pdf) waarin ik die kenmerken van ons onderwijssysteem beoordeelde als een soort eiersoorteermachine. De vraag is niet alleen of het sorteerproces goed verloopt, maar ook of niet te veel eieren beschadigd raken. Leidt het idee van het plaatsen van kinderen in jaarklassen,waarin ze in onvrijwillige competitie met elkaar vergeleken worden op de mate waarin zij een sterk gestandaardiseerd, extrinsiek, leerstof- en aanbodgedreven curriculum doorlopen, niet tot een grote talentverspilling? Mijn conclusie was dat dat zo is. Sterker nog, dat de talentverspilling die hieruit voorkomt van epische omvang is.

Niet alleen leidt de internationaal vaak bekritiseerde vroege schoolkeuze in Nederland ertoe dat veel leerlingen in de verkeerde bakjes komen (vroege aftakking tussen vmbo of havo/vwo), ook zien we dat overgangen tussen onderwijstypen moeizaam gaan (bijvoorbeeld 40% van de overstappers mbo-hbo valt in het eerste jaar uit). Daarnaast is het zo dat het jaarklassensysteem zelf onrechtvaardig is, omdat de jongste leerlingen (in Nederland zijn dat de ‘zomerkinderen’) aantoonbaar een aanzienlijk grotere kans hebben op leerproblemen en meer naar het vmbo stromen dan kinderen die relatief oud in hun jaargroep zijn en vaker richting havo/vwo gaan. Niet per se omdat ze slimmer zijn, maar gewoon door zoiets triviaals als de maand waarin je geboren bent. Dit geboortemaandeffect is een ernstig en vaak onderbelicht nadeel van het jaarklassen-onderwijssysteem zoals we dat nu kennen.

Motivatieprobleem
Het grootste probleem is echter het motivatieprobleem in het onderwijs. Keer op keer wijst de onderwijsinspectie erop in haar jaarlijkse Staat van het onderwijs, dat de motivatie van Nederlandse leerlingen erg laag is. En als er al motivatie is, is die voornamelijk extrinsiek: ‘Vertel me maar wat ik moet doen, is dit verplicht en telt het mee?’ zijn misschien wel de meest gehoorde zinnen in Nederlandse schoolbanken. Ik betoogde dat deze zogeheten zesjescultuur leidt tot een enorme talentverspilling. De motor onder leren, intrinsieke motivatie (je leert uit nieuwsgierigheid en interesse), staat meestal uit of draait slechts haperend en sputterend.

Autonomie en keuzevrijheid
Als je op die manier beoordeelt wat er bij de Synergieschool gebeurt, dan zie je dat eigenlijk al deze fundamentele problemen aangepakt worden. Het jaarklassensysteem wordt doorbroken en het curriculum wordt steeds opnieuw gemaakt, uitgevonden, besproken en gepersonaliseerd, waarbij niet de verplichte leerstof maar de oorspronkelijke interesses en leervragen van het kind centraal staan. De kinderen die op de Synergieschool geaccepteerd worden staan centraal, met hun vele verschillen en unieke kenmerken. Er wordt daarmee een context geschapen waarin autonomie en keuzevrijheid van leerlingen belangrijk zijn, waarin kinderen zich geborgen en welkom voelen. En waarin ze, meer dan in het reguliere onderwijs, ‘met zichzelf’ vergeleken worden en niet met de standaardnormen waar lang niet iedereen altijd aan kan voldoen. Waarin ze dus eigenlijk veel meer de kans krijgen zichzelf te zijn in plaats van voornamelijk beoordeeld en gelabeld te worden.

Interessant is dat het precies deze factoren zijn die in de belangrijkste motivatietheorie van dit moment, de zelfdeterminatietheorie (SDT) van de onderzoekers Ryan en Deci, naar voor worden geschoven als de drie basic psychological needs. Psychologische basisbehoeften, die nodig zijn om intrinsieke motivatie overeind te houden. In honderden wetenschappelijke studies is inmiddels aangetoond dat het versterken van de basic needs satisfaction, zoals de behoefte aan keuzevrijheid, intrinsieke motivatie verhoogt. Omgekeerd geldt dat een omgeving, zoals een school, die hier niet aan voldoet de intrinsieke motivatie steeds verder zal verstoren en zal omzetten in extrinsieke motivatie of zelfs demotivatie.

Zo is de Synergieschool een nieuw en inspirerend concept, samengesteld met ingrediënten uit tal van nationale en internationale onderwijsvernieuwingen, dat bij uitstek iets lijkt te doen aan de grote talentverspilling die er waarschijnlijk plaatsvindt in het reguliere onderwijs. Niet door andere scholen in het beklaagdenbankje te zetten, maar door te laten zien dat het anders kan. Ze zijn daarnaast, waar nuttig, ook niet bang om nieuwe technologie te omarmen of gewaagde keuzes te maken over de inrichting.

Ik probeerde vervolgens te laten zien hoe diezelfde SDT ook door veel onderzoekers centraal wordt gezet wanneer het gaat om de leraren, dus de professionals die dit nieuwe innovatieve werk moeten doen; een brug bouwen terwijl je erop loopt. Wat bepaalt eigenlijk de professionele kwaliteit van die docenten?

In Martens en van den Berg (2017) wordt betoogd dat de docent de belangrijkste actor is wanneer het gaat om de kwaliteit van onderwijs. Voortdurende professionele ontwikkeling van docenten, ook nadat zij hun startbekwaamheid hebben aangetoond, is dus cruciaal. Dat geldt voor iedere school, maar zeker bij een school die zo uitdagend is voor de onderwijsprofessionals als de Synergieschool.

Professionele ontwikkeling
Martens en van den Berg wijzen echter op een blinde vlek, het deel van ijsberg onder water, wanneer het gaat om die professionele ontwikkeling van docenten. We hebben het namelijk meestal alleen over het direct zichtbare deel, de ijsberg boven water. Denk bijvoorbeeld aan het verplichte beroepsregister waarin alle bevoegde leraren worden opgenomen (zie www.registerleraar.nl). Dit Lerarenregister is een voorbeeld van onze neiging om initiële en post-initiële bewijzen van bekwaamheid vast te willen leggen. Formeel onderwijs volgen, bijvoorbeeld een masteropleiding of het volgen van cursussen, ligt voor de hand om die ‘waarneembare’ bewijzen te kunnen leveren. ‘Boven water’ zie je de zichtbare en direct meetbare handelingen. Die krijgen ook verreweg de meeste aandacht in het onderwijs, want ze lijken sterk op het onderwijs dat onderwijsinstellingen zelf aanbieden aan hun leerlingen: formeel leren. Dit staat voor leren dat wettelijk gereglementeerd is, voldoet aan afgesproken inhouden en kwaliteitseisen en afgesloten kan worden met een kwalificatiebewijs.

Veel belangrijker is echter het Informeel leren, wat staat voor het leren dat niet intentioneel en niet georganiseerd plaatsvindt. Deze vorm van leren vindt overal plaats: leren van werkervaringen, leren door het functioneren in een organisatie, zoals een school of een vakorganisatie, enzovoorts.

Net als bij een ijsberg wordt het leren van formeel naar informeel steeds minder zichtbaar. Diep onder water ligt deze veel grotere basis onder professionalisering: het informele leren verklaart bij hoogopgeleiden namelijk meer dan tachtig procent van hun professionalisering. Verreweg het meeste leren professionals dus op deze manier. Zo ontwikkelen docenten hun intuïtie, onderzoekende houding of ‘pedagogische tact’. Dit bevorderen gaat meestal niet langs de formele weg van cursussen of het bijhouden van professionaliseringspunten.

Intrinsieke motivatie
Net als bij het leren van leerlingen ontwikkelt intrinsieke motivatie zich voornamelijk in de sociale, minder goed waarneembare context van een organisatie. Wat wel helpt om (de motivatie voor) professionele ontwikkeling te bevorderen zit daarom voornamelijk in kenmerken van een lerende organisatie, zoals transformatief leiderschap en participatieve besluitvorming.

Met dit in het achterhoofd is gedurende een aantal jaren de vinger aan de pols gehouden van de docentteams die de zeer uitdagende missie van de Synergieschool mogelijk moesten gaan maken. Docentteams die aanvankelijk afkomstig waren van twee verschillende scholen. Waarbij lang niet iedereen zich meteen kon en wilde scharen achter het radicaal vernieuwende concept.

Uit het uitgevoerde onderzoek blijkt dat eigenlijk alle signalen die nodig zijn om dit professionaliseren vruchtbaar te laten verlopen, inmiddels op groen staan. Denk hierbij aan variabelen die vanuit de zelfdeterminatietheorie naar voren komen, zoals de mate van autonomie die docenten ervaren, en ook de mate waarin zij transformatief leiderschap ervaren (Hulsbos, 2017; van Langevelde, Rajagopal & Evers, 2017)

Natuurlijk kan het altijd beter. Een goede, echt responsieve school is namelijk nooit af. Maar wanneer we kijken door de bril van motivatie-onderzoeker, en dat zou toch misschien wel het allerbelangrijkste perspectief moeten zijn dat je inneemt wanneer het gaat om het leren van leerlingen en het professionaliseren van leraren, dan kan volgens mij niets anders worden geconcludeerd dan dat wat op de Synergieschool gebeurt, helemaal spot on is.

Eerder maakte hetkind-redacteur Rikie van Blijswijk dit schoolportret van de Synergieschool.

Rob Martens is hoogleraar en programmaleider van het Welten-instituut (faculteit psychologie en onderwijswetenschappen) bij de Open Universiteit.


Bronnen

Hulsbos, F. (2017). Samen op zoek naar hoe het beter kan. Heerlen: Open universiteit.

Martens, R. (2016). Barst het onderwijsbestel? Onderwijsinnovatie, 4, december 2016, p. 25-27.

Martens, R. (2017). Moet ons onderwijssysteem op de schop? Discussieer mee. Bewerking door Marilse Erkens. De Correspondent januari 2017. https://decorrespondent.nl/5982/moet-ons-onderwijssysteem-op-de-schop-discussieer-mee/.

Martens, R., & Van den Berg, N. (2017). Leven lang leren van docenten in het mbo. Science guide. Published 3-10-2017. http://www.scienceguide.nl/201710/een-laklaag-op-een-slechte-ondergrond.aspx.

Van Langevelde, S., Rajagopal, K., & Evers, A. (2017). Synergie: rapportage meting januari 2017. Heerlen: Open universiteit.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie