profiel

Joop Berding


joopberding
Bekijk mijn profiel

twitter

@peterteriele Een grote bron van inspiratie en een ontzettend dapper mens bovendien!

Ongeveer een uur geleden op NIVOZ-platform hetkind's Twitter via Twitter Web Client

facebook
Janusz Korczak en de wet van respect: ‘Ik ben ik en jij bent jij, we mogen er allebei zijn en niet de een ten koste van de ander’

2 januari 2018

joopberding

In de ‘Pedagogische Canon’ vindt u een serie portretten van onderwijswetenschappers en -denkers, uit heden en verleden. Hun werk is van betekenis voor een beter verstaan van goede onderwijspraktijk. Via kernbegrippen, definities en eerder gepubliceerd werk trachten we de essentie te vatten.  In deze aflevering Janusz Korczak, de Pools-Joods kinderarts, pedagoog en weeshuisdirecteur. Leren samenleven met mensen die niet zo zijn als jij en die je niet hebt uitgekozen, was zijn pedagogische missie. Hij droeg de wet van het respect uit. ‘Deze zegt dat ik ik ben en jij jij en dat we er allebei mogen zijn en niet de een ten koste van de ander.’

Janusz Korczak (Warschau 1878 of 1879 – Treblinka 1942) was een Pools-Joodse (kinder)arts, pedagoog en weeshuisdirecteur. ‘Janusz Korczak’ was de schrijversnaam van Henryk Goldszmit en onder dat pseudoniem hield hij een zeer vroeg pleidooi voor de rechten van kinderen. Na een korte loopbaan als huisarts en kinderarts werd hij in 1912 directeur van het Joodse weeshuis Dom Sierot (Huis der wezen) in Warschau. Daar praktiseerde hij zijn ‘pedagogiek van het respect’ waarover hij ook een groot aantal boeken schreef. Daarnaast was hij de auteur van kinderboeken en felle essays waarin hij de kindonvriendelijkheid van de maatschappij aan de kaak stelde.

Korczak groeide op in een redelijk welvarend en geassimileerd Joods gezin. De vader, advocaat, overleed toen Korczak nog een jongen was, mogelijk als gevolg van ‘krankzinnigheid’. Korczak ontwikkelde als jongeman tegelijk een interesse in geneeskunde, schrijven en politiek. Vanaf 1904, toen hij voor het eerst als groepsleider meeging met een zomerkamp voor Warschause ‘bleekneusjes’, ontwikkelde hij een grote belangstelling voor de opvoeding. Daarbij ging het hem steeds om zowel het individuele kind als het kind als lid van een groep, van een gemeenschap. Leren samenleven met mensen die niet zo zijn als jij en die je niet hebt uitgekozen, werd zijn pedagogische missie.

Hoe houd je van een kind

Korczaks belangrijkste werk is Hoe houd je van een kind (1919/1920). Het is te beschouwen als een van de belangrijkste pedagogische boeken van de twintigste eeuw. Het bestaat uit vier delen die handelen over het leven van kinderen in hun gezinnen, over de zomerkampen en over het leven in en de organisatie van het weeshuis. Elk deel kan op zichzelf worden gelezen en bevat een schat aan praktische observaties van kinderen en hun opvoeders. Maar het boek kan ook worden gelezen als de ontwikkelingsgang van Korczak zelf: vanuit de relatieve intimiteit van het gezin, via de meer openbare gebeurtenissen in de zomerkampen tot en met de pedagogische instituties van het weeshuis als zogenoemde ‘republiek der kinderen’. In elk geeft Korczak zich scherp rekenschap van zijn eigen optreden – en soms: falen – als opvoeder. Het meest sprekende voorbeeld is de gang van zaken tijdens het eerste zomerkamp, waarin van alles uit de hand loopt en Korczak zich te midden van de chaos afvraagt wat hem eigenlijk overkomt. Wanneer er een duidelijke grens wordt overschreden (enkele jongens dreigen elkaar met stokken de hersens in te slaan) wordt het Korczak duidelijk dat hij zich niet aan zijn verantwoordelijkheid als opvoeder kan onttrekken. Hij zet de kinderen in een kring en bespreekt de gang van zaken met hen; de kinderparticipatie is geboren.

Naast participatie duikt het thema van het respect voor kinderen voortdurend in zijn werk op. Korczak eist dit respect op, al gaat het om de, in de ogen van volwassenen, meest triviale zaken. Hij schetst geen rooskleurig beeld van de (maatschappelijke) waardering voor kinderen, ze zijn in dat opzicht te vergelijken met andere onderdrukte groepen zoals vrouwen en kleurlingen. Het moeilijkst is het om respect voor een kind te blijven hebben op het moment dat het een andere keuze maakt dan die de volwassene voor ogen stond.

Een derde kernbegrip bij Korczak is rechtvaardigheid, met name maatschappelijke, economische en politieke rechtvaardigheid. Korczak heeft geprobeerd al werkende weg, met vallen en opstaan, van zijn weeshuis een rechtvaardige gemeenschap te maken. Hij had daartoe enkele hulpmiddelen gecreëerd, die hun tijd ver vooruit waren zoals het kinderparlement en de kinderkrant Kleine Revue. Maar het meest experimenteel en tot op dat moment zonder precedent was de zogenoemde kinderrechtbank in het weeshuis. Deze uit kinderen (pupillen van het huis) bestaande rechtbank deed uitspraak wanneer kinderen klachten over elkaar hadden, bijvoorbeeld elkaars spullen hadden vernield of de ruiten hadden ingegooid. De vaakst opgelegde sanctie was echter niet straf, maar vergeving en het verzoek aan de’ beklaagde’ of hij zich wilde beteren. Korczak had een wetboek geschreven met een groot aantal paragrafen met uitspraken. Naarmate het misdragen ernstiger werd, werd de sanctie dat ook (dat wil bijvoorbeeld zeggen dat de uitspraak op het mededelingenbord werd gepubliceerd). De zwaarste straf, artikel 1000, betekende dat de pupil uit het weeshuis werd verwijderd. In de dertig jaar dat het weeshuis heeft bestaan, is deze straf maar een enkele keer uitgesproken. Dat geeft aan dat Korczak er een enorm belang in stelde dat kinderen steeds weer een nieuwe kans kregen om hun gedrag te verbeteren.

Een vierde kernbegrip bij Korczak is de dialoog. Hiervan getuigt onder andere zijn aanpak van de problemen tijdens het zomerkamp. Hij kwam erachter dat hij voornamelijk tegen in plaats van met de kinderen had gesproken. Korczak koos er na een harde les voor om met kinderen echt in gesprek te gaan, naar hun stem en hun argumenten te luisteren en deze ook serieus te nemen. (Dit is overigens ook een van de pijlers onder het Verdrag over de rechten van het kind van zo’n drie kwart eeuw later.) In die dialoog met kinderen was hij overigens geen ‘watje’. Hij geeft het voorbeeld van een wat oudere jongeren die de kleintjes treitert. Laat ze met rust, of anders kun je vertrekken, is de boodschap. Dat heeft alles met het eerder genoemde rechtvaardigheidsgevoel te maken. Korczak was niet van de ‘dat lossen jullie zelf wel op’-benadering. Binnen zulke verhoudingen winnen de sterksten het. Hij geeft een duidelijk kader: de wet van het respect. Deze zegt dat ik ik ben en jij jij en dat we er allebei mogen zijn en niet de een ten koste van de ander. Korczak gaf deze wet verder handen en voeten in zijn grondwet of constitutie die het leven in het weeshuis reguleerde. Vanwege deze insteek wordt zijn pedagogiek ook wel constitutionele pedagogiek genoemd (Korczak, 1986; 2010; 2012; Berding, 2016).

Vergeet het kind niet als je de wereld wilt verbeteren

Net als veel andere pedagogen ging het Korczak uiteindelijk om een betere wereld. Het streven naar een betere wereld – ‘het verlangen naar een beter leven dat nog niet bestaat, maar wel eens zal bestaan – een leven in waarheid en gerechtigheid’, om Korczak te citeren uit de afscheidsbrief die zijn pupillen meekregen wanneer ze het weeshuis verlieten, zo’n streven mag nooit ten koste van de kinderen gaan.  Kinderen moeten leren samenleven met anderen en daar hebben ze zekerheden en vastigheden voor nodig. Het is de taak van de opvoeder de condities te scheppen waarin iedereen tot zijn recht kan komen en er kan zoals hij is of wil zijn. Maar de opvoeder heeft niet alles in de hand. De kneedbaarheid van het kind is een pedagogisch fantasma. Ouders en andere opvoeders zijn te veel geneigd het kind te willen beschermen tegen alle mogelijke gevaren. Maar om groot te worden moeten kinderen risico’s kunnen lopen en weerstanden ervaren. Aan die ervaringen kunnen ze groeien als mens en als medemens.

Invloed

Korczak is wereldwijd een steeds bekendere naam in het onderwijs, in de kinderopvang, de jeugdzorg en in debatten over deze werkvormen. In de jaren zestig kwam de ontvangst van zijn ideeën op gang, eerst in Duitsland en zijn vaderland Polen en daarna in de meeste Europese landen en vervolgens in landen over de hele wereld (Japan, Brazilië, Ghana enz.). Een aantal werken is vertaald (vrijwel integraal in het Duits), maar bij lange na niet alles (zelfs niet in het Engels).
In Nederland werd in de jaren tachtig een aantal belangrijke (kinder)boeken vertaald, namelijk het al genoemde Hoe houd je van een kind en daarnaast Als ik weer klein ben en de twee boeken over Koning Mathijsje. In 2007 werd Het recht van het kind op respect uitgegeven en in 2010 en 2012 drie delen van Hoe houd je van een kind in een nieuwe editie.
In 1982 werd de Nederlandse Janusz Korczak Stichting opgericht, een van de vele van dergelijke organisaties over de hele wereld. Een aantal pedagogen in ons land is sterk beïnvloed door het gedachtengoed van Korczak en heeft daarover in extenso gepubliceerd en geprobeerd diens ideeën naar praktijk van de eenentwintigste eeuw te vertalen.

Verder lezen:

  • Berding, J. (2010). Participatie, burgerschap en gemeenschap. De radicale visie van Janusz Korczak. In H. Brouwers & T. Cappon (red.). Kinderen zijn al burgers. Waar leren kinderen en jongeren actieve betrokkenheid en burgerschap? (pp. 11-20). Amsterdam: Janusz Korczak Stichting. (Jaarboek 2010)
  • Berding, J. (2016). “Ik ben ook een mens.” Opvoeding en onderwijs aan de hand van Korczak, Dewey en Arendt. Culemborg: Phronese.
  • Korczak, J. (1986, or. 1919-1920). Hoe houd je van een kind. Utrecht: Bijleveld. (integrale editie).
  • Korczak, J. (2007, or. 1928-1929). Het recht van het kind op respect. In Het recht van het kind op respect (pp. 138-168). Amsterdam: SWP.
  • Korczak, J. (2010, or. 1919-1920). Hoe houd je van een kind. Het kind in het gezin. Amsterdam: SWP.
  • Korczak, J. (2012, or. 1919-1920). De republiek der kinderen. Amsterdam: SWP.

 

 

 

 

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie