profiel

Jasja van den Brink


Jasja van den Brink
Bekijk mijn profiel

twitter
facebook
Geduldige emoties

6 februari 2018

Jasja van den Brink

Geplaatst in:

Dat het boek ‘Grit’ van Angela Ducksworth zo’n enorme bestseller is, toont onze waardering voor doorzettingsvermogen, en in het verlengde daarvan ook wellicht: maakbaarheid. Maar waarom is het lang niet altijd eenvoudig om door te zetten? Jasja van den Brink las een artikel van psycholoog David DeSteno waarin hij pleit voor meer duurzame, positieve emoties als dankbaarheid en medeleven. Hij heeft de effecten van deze emoties op besluitvorming en gedrag jarenlang bestudeerd, en ontdekt dat ze – in tegenstelling tot rede en wilskracht – geneigd zijn geduldig te zijn en door te zetten. Wanneer je deze gevoelens ervaart, is zelfbeheersing niet langer een strijd. Jasja vat zijn bevindingen in dit artikel samen. 

Mens- en wereldbeeld
De laatste jaren worden we steeds intensiever (via de mobiel die altijd aanstaat) met een steeds angstaanjagender wereldbeeld geconfronteerd. Waar ‘de vijand’ eerst nog ver weg was, komt deze onverhoeds en onvoorspelbaar dichtbij door schijnbaar spontane aanslagen. Het milieu gaat ten onder aan de onvolwassen menselijke drang naar meer winst en consumptie. Computers kunnen steeds meer en vervangen de menselijke arbeider op een toenemend aantal vlakken. Kort door het reptielenbrein samengevat als: het menselijk leven is in gevaar, de mensheid sterft uit en/of de mensheid is overbodig.

Prestatiedruk- en burn-out
Vanuit deze angst voor een ongewisse toekomst wordt er steeds meer op controle teruggegrepen. Werknemers en scholieren worden opgestuwd tot excellente prestaties. Want als je excellent bent, dan ga je het wel redden. Toch? Want dan ben je nodig. Toch?

Ik heb geen idee of dat waar is of niet. Wat ik wel zie is dat de druk die er tegenwoordig op mensen en jongeren uitgeoefend wordt welhaast onmenselijk is. Dat heeft gevolgen. Rene Kneyber somt ze treffend op in zijn column ‘Te veel huiswerk’:

‘Alle studenten- en leerling-vakbonden hebben prestatiedruk en burn-out tot groot thema verheven. In 2016 vroeg de kinderombudsvrouw om werk te maken van alle stress die kinderen ervaren vanwege huiswerk en toetsen. Het Parool besteedde er enkele weken geleden ook al aandacht aan en koppelde stress bij leerlingen en studenten aan een doorgeslagen prestatiegerichte maatschappij.’

Alderik Visser en Franciscus Kusters hebben er zelfs een heel boek aan gewijd. ‘Prestatiepijn, opvoeding en onderwijs voor een ontspannen samenleving’ heet het. Een woord dat nog niet bestond, maar voor hart en hoofd geen enkele uitleg nodig heeft. Wrang mooi. Hoeveel jonge mensen moeten nog depressief vastlopen in hun leven, studie en/of werk voor we iets veranderen? Welke wereldbeeld streven wij na en welk mensbeeld past daarbij? En wat vraagt dat dan van ons?

Ruimte voor rust
Wat ik in die prestatiegerichte context ook veelzeggend vind, is de ontdekking van Erik en Luuk Ex op hun onderwijsreis –Edyssee- van Finland naar Singapore:

‘Er is al veel geschreven over onderwijswonderland Finland, het land dat al jaren goed scoort op Pisa-ranglijsten terwijl kinderen relatief weinig lesuren en huiswerk hebben. Een veelgehoorde verklaring van het succes: leraren hoeven minder les te geven en hebben meer tijd zich goed voor te bereiden.

Erik en Luuk stuiten op een minder bekend voordeel: leraren en leerlingen op middelbare scholen krijgen na elke les een kwartier pauze. Op Nederlandse scholen zijn er vaak maar twee pauzes per dag. Erik: ‘De leraren maken ook echt gebruik van die vijftien minuten. Ze halen een kopje koffie, of gaan naar de lerarenkamer. Daardoor komt er meer rust in de school, leraren kunnen de les even laten bezinken.’

Er vertrekken dus al jaren mensen naar Finland om te kijken hoe het komt dat het onderwijs daar zo goed is. En die keren vervolgens terug met een hele batterij met aanbevelingen van wat er gedáán moet worden. Niet wat er wéggelaten kan worden. Een to-do list, terwijl het overladen onderwijs momenteel alleen maar behoefte heeft aan een ‘not-to-do list. Wat je niet zoekt zal je ook niet vinden.

‘Grit’ en de garantie op succes
En dan de laatste, het artikel “The Only Way to Keep Your Resolutions” van psycholoog David DeSteno dat op 29 december 2017 in de New York Times gepubliceerd is. Een wat lijvig artikel, dat ik hieronder in mijn eigen woorden vertaald heb. En om het onderzoek van DeSteno en de –vind ik- opmerkelijke uitkomsten ervan recht te doen, heb ik dat ook behoorlijk volledig gedaan. Het vraagt namelijk nogal een andere manier van kijken naar de wereld, een paradigmashift, zou ik misschien zelfs kunnen zeggen.

Het artikel gaat over de waarde van ‘grit’, een mode-begrip wat ook via de basisschool van mijn kinderen al de huiskamer binnen komt. DeSteno – hoogleraar psychologie aan de Northeastern University – refereert in zijn artikel aan het marshmallow-experiment van psycholoog Walter Mischel, wat bewezen zou hebben dat mensen die “grit” (passie en doorzettingsvermogen) hebben, het best toegerust zijn voor succes. Tijdens dit bekende experiment worden kinderen alleen gelaten in een kamer met een marshmallow vlak voor hun neus. De kinderen die de verleiding weerstaan ​​om het op te eten, worden ongeveer 15 minuten later beloond met een tweede snoepje. Mischel ontdekte dat zij die konden wachten – zij die zelfbeheersing hadden – ook degenen waren die jaren later meer academisch en professioneel succes hadden.

DeSteno stelt vast dat sindsdien studie na studie zelfcontrole gekoppeld heeft aan prestaties op een groot aantal gebieden, waaronder persoonlijke financiën, gezond eten en bewegen en werkprestaties. Simpel gezegd, diegenen die kunnen vasthouden aan hun lange termijn doelen en niet toegeven aan de verleiding om iets anders te doen – zij die “grit” hebben – succes zullen hebben in het leven. Het valt mij op dat dit naadloos past in de neoliberale boodschap dat het leven maakbaar is. Die ons vertelt dat als je maar je best doet, je leven “lukt”. Dat succes een keuze is. Terwijl het net zo goed zou kunnen zijn dat de kinderen die zich niet weten te “beheersen” ouders hebben die minder betrouwbaar zijn in hun beloftes naar kinderen toe. Of broertjes en zusjes die ook heel erg van marshmallows houden. En dat hebben dan gewoon hebben is. Survival of the fittest, toch?

DeSteno signaleert dat de afgelopen dertig jaar, in reactie op deze bevindingen, een hele industrie op gang is gekomen om ons te vertellen hoe we onze zelfbeheersing kunnen vergroten. De bestseller ‘Grit’ van Angela Duckworth en allerlei trainingen springen gretig op deze gedachte in. Bottom-line: de beste manier om zelfcontrole te vergroten, is door je wilskracht te gebruiken om onze hunkering naar instant genot te negeren of te onderdrukken.

Hij vraagt zich af hoe het dan toch komt dat áls het zo simpel is, we dit niet en masse toepassen. Zijn we zwak en is dit alleen voor de happy few? Waarom houden we ons niet aan onze voornemens en bezwijken we vaker voor verleiding dan ons lief is?

Ratio of gevoel?
Het antwoord is volgens hem dat deze kijk op zelfbeheersing helemaal verkeerd is:

‘In choosing to rely on rational analysis and willpower to stick to our goals, we’re disadvantaging ourselves. We’re using tools that aren’t only weak; they’re also potentially harmful. If using willpower to keep your nose to the grindstone feels like a struggle, that’s because it is. Your mind is fighting against itself. It’s trying to convince, cajole and, if that fails, suppress a desire for immediate pleasure. Given self-control’s importance for success, it seems as if evolution should have provided us with a tool for it that was less excruciating to use.’

DeSteno redeneert dat als zelfbeheersing daadwerkelijk zo onmisbaar zou zijn voor succes, je toch zou aannemen dat de evolutie ons een gebruik(er)svriendelijker hulpmiddel gegeven zou hebben. Ik hou ervan als wetenschappers logisch nadenken! Vanaf dit punt heeft hij mijn onverdeelde aandacht, geen wilskracht te bekennen.

Hij is van mening dat we dat hulpmiddel wel degelijk ter beschikking hebben, maar dat we het gewoon negeren: onze sociale emoties! Gevoelens als dankbaarheid en medeleven, die de positieve aspecten van ons sociale leven ondersteunen. Ook hier geldt: Als je het niet zoekt, vind je het niet. Hij heeft de effecten van deze emoties op besluitvorming en gedrag jarenlang bestudeerd, en ontdekt dat ze – in tegenstelling tot rede en wilskracht – geneigd zijn geduldig te zijn en door te zetten. Wanneer je deze gevoelens ervaart, is zelfbeheersing niet langer een strijd. Hun werkzaamheid is namelijk niet gebaseerd op het onderdrukken van verlangens naar instant genot, maar op het vergroten van de mate waarin we de toekomst waarderen. Hieronder licht hij dat verder toe. Eerst nog even terug naar ‘grit’.

‘Grit’ als stressor
DeSteno’s onderzoek naar zelfbeheersing laat zien dat wilskracht – met al zijn voordelen – na verloop van tijd afneemt. Hij ontdekte dat, terwijl we bezig zijn onszelf te laten studeren, werken, oefenen of geld te besparen, de mentale krachtsinspanning om gefocust en gemotiveerd te blijven toeneemt, totdat we het niet meer volhouden. Pang, zegt de ballon.

Sterker nog, beweert hij, het uitoefenen van wilskracht kan een psychologische en fysieke tol eisen. Hij verwijst naar het recente werk van psycholoog Greg Miller, dat heeft aangetoond dat het behoorlijk stressvol is om jezelf “gritty” te laten zijn. Door middel van het bestuderen van ongeveer 300 tieners uit sociaal en economisch achtergestelde achtergronden, ontdekte Miller dat degenen die beter waren in het gebruik van zelfbeheersing meer succes hadden als het ging om het weerstaan ​​van verleidingen, maar dat het ten koste ging van hun gezondheid. Hun lichamen leden niet alleen aan verhoogde stressreacties, maar ook aan vroegtijdige veroudering van hun immuun cellen. Dat geeft te denken.

Op gematigde niveaus kan de neiging om prestaties na te streven door middel van wilskracht en rationele analyse een zegen zijn concludeert DeSteno. Maar op hogere niveaus is dit schadelijk voor je welzijn, vooral als je ‘faalt’. Wanneer mensen die buitengewoon gefocust en toegewijd zijn aan het gebruik van wilskracht tekort schieten, rapporteren ze een schade aan hun welzijn die 120 procent groter is dan de schade die gerapporteerd wordt door degenen die een minder sober en stressvol pad volgen. Je zou het kunnen vergelijken met de topsporter die keer op keer naast de prijzen grijpt.

Individueel succes of betrouwbare samenwerkingspartner?
DeSteno poneert dat het vanuit evolutionair perspectief juist logisch is dat het uitoefenen van wilskracht voor ons níet vanzelfsprekend is. De afgelopen millennia leidde de individuele mogelijkheid om te studeren voor examens, sparen ‘voor later’, naar de sportschool gaan of wachten op een tweede marshmallow helemaal niet tot een gegarandeerd succes. Voor het grootste deel van onze evolutionaire geschiedenis was geen van deze zelfgerichte doelen van belang of bestond het zelfs ook maar. Veel waarschijnlijker was het volgens hem dat sterke sociale banden tot succes geleid hebben – relaties die mensen aanmoedigden om samen te werken en elkaar te ondersteunen. Hulp die keer op keer werd ‘geretourneerd’ wanneer dat in de toekomst nodig was. Samen sta je sterk.

Om deze relaties aan te gaan en te onderhouden, moesten mensen eerlijk, integer, genereus, ijverig en loyaal zijn. Zo werden ze als moreel betrouwbare partners ervaren.

Wat volgens hem aan deze morele eigenschappen ten grondslag ligt, is het vermogen iets anders te doen dan je eigen directe verlangens en interesses je ingeven, om – empathische – zelfbeheersing te beoefenen. Als je je aan een afspraak houdt, een ander helpt door tijd, geld, voedsel of aandacht te geven, moet je bereid zijn iets van jezelf ‘op te offeren’. In ruil daarvoor profiteer je –nu of in de toekomst- van de voordelen van jouw betrouwbare relaties.

Normaal gesproken berekenen we natuurlijk niet op deze koude, rationele manier wat het oplevert om iemand te helpen, zegt DeSteno. Net zomin als het uren staren naar een marshmellow zonder hem op te eten je succesvol maakt. Het punt is dat we gewoon voelen wat ‘het juiste’ is. Het zijn onze emoties – in het bijzonder dankbaarheid, mededogen en een gezond gevoel van eigenwaarde- die ons ertoe aanzetten ons te gedragen op een manier die zelfbeheersing vereist. Ga voor jezelf maar eens na of het klopt. Uit dankbaarheid voor het helpen met het schilderen van je muur bak jij een appeltaart voor de ander. Uit mededogen voor het kind dat het niet makkelijk heeft geef je het extra aandacht. Uit een gezond gevoel voor eigenwaarde retourneer je het hufterige gedrag van de ander niet.

Je geld of je marshmallows
DeSteno heeft voor zijn onderzoek een aardige variant voor volwassenen bedacht op de marshmallow test. Je raadt het wellicht al: Nu ging het niet om snoep, maar om geld. Zijn onderzoek toonde aan dat dankbaarheid direct de zelfcontrole verhoogt. De proefpersonen werd gevraagd zich een gebeurtenis te herinneren die hen dankbaar, neutraal of gelukkig maakte. Vervolgens lieten ze hen vragen laten beantwoorden als: “Zou u nu € X willen hebben of € Y in Z dagen?” Waarbij Y altijd groter is dan X en Z varieert van weken tot maanden. Uit deze vragen kon berekend worden of en hoe mensen de waarde van de toekomst in hun afwegingen meenamen.

‘Those feeling neutral or happy were pretty impatient. They were willing to forgo receiving $100 in a year if we gave them $18 today. Those who were feeling gratitude, however, showed nearly double the self-control. They required at least $30 to forgo the later reward. In a similar vein, we followed people for three weeks, measuring their levels of daily gratitude, and found the same boost to self-control. Our research also shows that when we make people feel grateful, they’ll spend more time helping anyone who asks for assistance, they’ll make financial decisions that benefit partners equally (rather than ones that allow profit at a partner’s expense), and they’ll show loyalty to those who have helped them even at costs to themselves.’

Eenzelfde soort uitkomsten werd gevonden toen ze naar een gezond gevoel van eigenwaarde keken. Mensen bewuster maken van hun eigenwaarde – niet arrogant, maar trots op de vaardigheden die ze hebben – maakt ze meer bereid om te wachten op toekomstige beloningen. Meer bereid om leiderschapsrollen op zich te nemen in groepen en langer en harder te werken om met een ​​team een ​​moeilijk probleem op te lossen. Net zoals het stimuleren van gevoelens van medeleven ertoe leidt dat lasten van anderen op zich genomen worden, er meer tijd en moeite gespendeerd wordt om anderen uit de problemen te halen en hun ellende te verzachten.

Eigenwaarde, dankbaarheid en mededogen
Wat deze bevindingen volgens DeSteno laten zien is dat eigenwaarde, dankbaarheid en mededogen -of we het ons nu bewust zijn of niet- de neiging van de menselijke geest om de toekomst minder waarde toe te kennen reduceert. Door dit te doen, stimuleert ze ons niet alleen om samen te werken met andere mensen, maar ook om ons toekomstige zelf te helpen. Hij heeft aangetoond dat door gevoelens van eigenwaarde of mededogen het doorzettingsvermogen bij moeilijke taken met meer dan 30 procent toeneemt. Dankbaarheid en medeleven zijn volgens hem ook in verband gebracht met betere academische prestaties, een grotere bereidheid om gezond te sporten en te eten, en lagere niveaus van consumentisme, impulsiviteit en tabaks- en alcoholgebruik. Ik zou het stimuleren van deze eigenschappen in onze kinderen meer waarderen dan het individualistisch gemotiveerde ‘grit’.

Welke wereld wens jij?
Nog niet overtuigd? DeSteno noemt nog enkele voordelen: het gebruik van wilskracht veroorzaakt stress, terwijl het gebruik van deze emoties helend werkt: ze vertragen de hartslag, verlagen de bloeddruk en verminderen gevoelens van angst en depressie. Doordat ze ons de toekomst meer laten waarderen, effenen ze de weg naar geduld en doorzettingsvermogen. Ik denk dat een aardbol vol mensen die een gezond gevoel voor eigenwaarde, dankbaarheid en mededogen in zichzelf gecultiveerd hebben en de toekomst op waarde weten te schatten gezamenlijk een prettiger, gezonder en gebalanceerder wereld creëren om in te leven.

Wat let ons?

Jasja van den Brink is pedagoog, onderwijstrainer en –coach en moeder van drie kinderen in de basisschoolleeftijd. Meer op de website van Raafels.

Om u beter van dienst te zijn, maakt hetkind.org gebruik van cookies » Meer informatie